Een eenvoudige activiteit kiezen | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: In a shared space, two adults choose between walking outside and reading inside in a quiet room..

NL → ES / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een eenvoudige activiteit kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Qué actividad hacemos?

kee ak-ti-vi-DAAD a-SE-mos Welke activiteit zullen we doen?
B

Podríamos caminar afuera.

po-DRIE-a-mos ka-mi-NAAR a-FWEE-ra We zouden buiten kunnen wandelen.
A

Puede hacer frío afuera.

PWE-de a-SER FRIE-o a-FWEE-ra Het kan daar buiten koud zijn.
B

Entonces podemos leer adentro.

en-TON-ses po-DE-mos lee-ER a-DEN-tro Dan kunnen we binnen lezen.
A

Leer suena mejor hoy.

lee-ER SWE-na me-GOR oi Lezen klinkt vandaag beter.
B

Vamos a elegir una habitación tranquila.

BA-mos a e-le-GIER oe-na a-bi-ta-SJON tran-KIE-la Laten we een rustige kamer kiezen.
A

Voy a traer mi libro.

boi a tra-ER mie LIE-bro Ik neem mijn boek mee.
B

Voy a buscar un sitio para nosotros.

boi a boes-KAAR oen SIE-tjo PA-ra no-SO-tros Ik zoek een plek voor ons.

Uitleg van de zinnen

  1. ¿Qué actividad hacemos?

    Welke activiteit zullen we doen?

    Qué
    welke / wat voor
    actividad
    activiteit
    hacemos
    doen we
    Uitgebreide uitleg

    Qué staat hier met accent omdat het een vraagwoord is: “welke/wat voor”. In een directe vraag staat het voor de informatie die de spreker wil weten. Zonder accent, que, is het doorgaans een voegwoord of betrekkelijk woord, bijvoorbeeld in een andere zinsbouw. actividad betekent “activiteit”. Het is een zelfstandig naamwoord en is vrouwelijk; dat zie je bijvoorbeeld aan la actividad (“de activiteit”). In deze vraag staat geen lidwoord, omdat Spaans in een vraag naar een nog niet bepaalde keuze vaak direct qué plus zelfstandig naamwoord gebruikt. hacemos komt van hacer (“doen/maken”). De vorm is de tegenwoordige tijd voor nosotros/nosotras: hacemos = “we doen”. In deze vraag krijgt de tegenwoordige tijd, door de vraag en de situatie, de betekenis “zullen we doen?” of “gaan we doen?”. Vergelijk: ¿Qué actividad haces hoy? = “Welke activiteit doe je vandaag?” Daar is haces de vorm voor tú, niet de vorm in de vaste zin. Samen vormt qué actividad de vraag naar de gekozen activiteit, en hacemos maakt duidelijk dat de spreker zichzelf samen met minstens één andere persoon insluit: “Welke activiteit zullen we doen?”

  2. Podríamos caminar afuera.

    We zouden buiten kunnen wandelen.

    Podríamos
    we zouden kunnen
    caminar
    wandelen
    afuera
    buiten
    Uitgebreide uitleg

    Podríamos komt van poder (“kunnen”) en is de vorm van de conditionele wijs voor de eerste persoon meervoud: nosotros podríamos. De vorm drukt hier een mogelijke of voorgestelde handeling uit: “we zouden kunnen”. Het onderwerp nosotros staat niet apart in de zin; het zit in de werkwoordsvorm. Voorbeeld: Podríamos descansar. — “We zouden kunnen uitrusten.” Het patroon is podríamos + infinitief. Caminar betekent hier “wandelen” en staat in de infinitief. Na podríamos blijft het tweede werkwoord in de infinitief: podríamos caminar, niet een vervoegde vorm van caminar. Voorbeeld: Podríamos esperar. — “We zouden kunnen wachten.” Afuera is een bijwoord dat een plaats buiten aanduidt. Het verandert niet mee met persoon of getal. In deze zin geeft het aan waar het wandelen plaatsvindt. Voorbeeld: Comemos afuera. — “We eten buiten.” Samen vormen de delen podríamos caminar afuera: podríamos geeft de mogelijkheid of het voorstel aan, caminar benoemt de handeling en afuera de plaats. De volledige betekenis is: “We zouden buiten kunnen wandelen.”

  3. Puede hacer frío afuera.

    Het kan daar buiten koud zijn.

    Puede
    kan
    hacer frío
    koud zijn (over het weer)
    afuera
    buiten
    Uitgebreide uitleg

    Puede is de tegenwoordige tijd van poder in de derde persoon enkelvoud. Hier betekent het “kan” in de zin van mogelijkheid, niet van vermogen. Het staat voor een infinitief: puede hacer frío = “het kan koud zijn”. hacer frío is de Spaanse weeruitdrukking voor “koud zijn”. In deze uitdrukking betekent hacer niet dat iemand de kou actief veroorzaakt. Vergelijk het herbruikbare patroon hace frío = “het is koud” met puede hacer frío = “het kan koud zijn”. afuera is een bijwoord met de betekenis “buiten” of “daar buiten”. Het geeft aan waar de beschreven weerssituatie plaatsvindt; het verwijst niet zelf naar een bepaalde persoon of een bepaald voorwerp. Samen vormen puede + hacer frío + afuera een uitspraak over de mogelijkheid dat het buiten koud is: “Het kan daar buiten koud zijn.” Adentro in de volgende zin is een bruikbaar tegenovergesteld locatiewoord en betekent “binnen”; de vaste zin zelf zegt alleen dat kou buiten mogelijk is.

  4. Entonces podemos leer adentro.

    Dan kunnen we binnen lezen.

    Entonces
    dan
    podemos
    we kunnen
    leer
    lezen
    adentro
    binnen
    Uitgebreide uitleg

    Entonces betekent hier “dan” en verwijst naar de volgende stap of conclusie in de situatie. Het kan ook “toen” betekenen wanneer het over een moment in het verleden gaat; hier past de vertaling “dan”. Voorbeeld: Entonces salimos. — “Dan gaan we naar buiten.” podemos is de vorm van poder voor nosotros in de tegenwoordige tijd: “wij kunnen”. poder wordt vaak gevolgd door een infinitief: podemos + infinitief. Voorbeeld: Podemos descansar. — “We kunnen uitrusten.” leer betekent “lezen”. Dit is de infinitief; na podemos blijft het werkwoord in de infinitief, dus niet in een vervoegde vorm. Voorbeeld: Quiero leer. — “Ik wil lezen.” adentro is een bijwoord dat “binnen” betekent en een plaats naar binnen aanduidt. Het verwijst hier naar de plaats waar het lezen kan gebeuren. Een bruikbaar contrast is afuera — “buiten”, zoals in Podemos leer afuera. — “We kunnen buiten lezen.” Samen vormen podemos leer de betekenis “we kunnen lezen”: podemos drukt de mogelijkheid uit en leer benoemt de handeling. adentro voegt de plaats toe, en Entonces verbindt de zin met wat eraan voorafgaat als “dan”. De hele zin betekent daarom: “Dan kunnen we binnen lezen.”

  5. Leer suena mejor hoy.

    Lezen klinkt vandaag beter.

    Leer
    lezen
    suena
    klinkt
    mejor
    beter
    hoy
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    Leer betekent hier ‘lezen’ en staat als infinitief. Een infinitief kan in het Spaans als onderwerp van een zin optreden: de activiteit zelf wordt dan besproken. Het is dezelfde vorm als in podemos leer in de vorige zin, waar leer na het vervoegde werkwoord podemos staat. suena komt van sonar, ‘klinken’. De vorm suena is de tegenwoordige tijd van de derde persoon enkelvoud; het onderwerp is hier de activiteit leer, niet een afzonderlijke persoon. Sonar kan bijvoorbeeld ook letterlijk over geluid gaan: La música suena bien. — ‘De muziek klinkt goed.’ mejor betekent ‘beter’ en is de vergelijkende vorm van bien in deze betekenis. Het vergelijkt de manier waarop iets klinkt met een andere mogelijkheid of een eerder moment, zonder dat die vergelijking hier verder wordt benoemd. Mejor kan ook vóór een zelfstandig naamwoord staan, maar in deze zin beschrijft het hoe leer klinkt. hoy betekent ‘vandaag’ en plaatst de uitspraak in de huidige dag. Het is een tijdsbepaling en verandert niet mee met het onderwerp. Samen vormt Leer suena mejor hoy de structuur [infinitief als onderwerp] + [werkwoord] + [vergelijking] + [tijdsbepaling]: ‘Lezen klinkt vandaag beter.’ De zin zegt dus dat de activiteit lezen vandaag een betere klank of indruk heeft dan de relevante andere mogelijkheid of eerdere toestand.

  6. Vamos a elegir una habitación tranquila.

    Laten we een rustige kamer kiezen.

    Vamos a
    laten we
    elegir
    kiezen
    habitación
    kamer
    tranquila
    rustig
    Uitgebreide uitleg

    Vamos a vormt hier samen met het volgende infinitief een voorstel voor een gezamenlijke handeling: “laten we …”. Vamos is de vorm van ir voor wij; a leidt in deze constructie het doel of de voorgenomen handeling in. Het is dus niet hetzelfde als alleen een bevel aan één luisteraar. Herbruikbaar patroon: Vamos a + infinitief. Voorbeeld: Vamos a estudiar. — “Laten we studeren.” elegir betekent hier “kiezen”. Het is een infinitief, de onverbogen vorm die na vamos a staat. In het patroon ir a + infinitief geeft het de handeling weer die men nu samen wil gaan uitvoeren. Voorbeeld: Voy a elegir. — “Ik ga kiezen.” In dat voorbeeld verandert voy omdat het onderwerp “ik” is; elegir blijft infinitief. habitación betekent “kamer”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het lidwoord una en het bijvoeglijk naamwoord verderop passen daarbij. Het meervoud is habitaciones: dos habitaciones — “twee kamers”. tranquila betekent hier “rustig” en beschrijft habitación. De uitgang -a stemt overeen met het vrouwelijke enkelvoud van habitación; de vorm verandert dus mee met het beschreven zelfstandig naamwoord. Vergelijk: un lugar tranquilo — “een rustige plek”, tegenover una habitación tranquila — “een rustige kamer”. Samen betekent Vamos a elegir una habitación tranquila.: “Laten we een rustige kamer kiezen.” De structuur is Vamos a + elegir voor het gezamenlijke voorstel, gevolgd door una habitación tranquila, oftewel de kamer die men wil kiezen met haar eigenschap “rustig”.

  7. Voy a traer mi libro.

    Ik neem mijn boek mee.

    Voy a
    ik ga …
    traer
    meenemen
    mi
    mijn
    libro
    boek
    Uitgebreide uitleg

    Voy a bestaat uit voy, de eerste persoon enkelvoud van ir (“gaan”), plus a. Met a en een infinitief vormt dit een nabije toekomst of een voorgenomen handeling: Voy a leer = “Ik ga lezen”. Het onderwerp is hier de spreker; voy drukt dus “ik ga” uit. traer is de infinitief “brengen/meenemen naar het bedoelde referentiepunt”. In deze zin gaat het om het meenemen van het boek. De constructie voy a traer betekent letterlijk “ik ga brengen/meenemen”. Vergelijk llevar wanneer iets van het referentiepunt af wordt meegenomen; de keuze tussen traer en llevar hangt af van de richting in de situatie. Voorbeeld: Voy a traer agua. — “Ik ga water meenemen.” Hier blijft traer onveranderd als infinitief na voy a. mi betekent “mijn” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Het bezittelijk woord verwijst naar één bezitter, de spreker, maar mi verandert niet voor het grammaticale geslacht van het daaropvolgende zelfstandig naamwoord. Voor meervoud is de vorm mis: mis libros = “mijn boeken”. libro betekent “boek”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is libros. In mi libro staat het in het enkelvoud, en mi geeft aan dat het boek bij de spreker hoort. Samen betekent Voy a traer mi libro.: “Ik ga mijn boek meenemen.” De spreker kondigt een voorgenomen handeling aan: de spreker zal het eigen boek naar het relevante referentiepunt brengen.

  8. Voy a buscar un sitio para nosotros.

    Ik zoek een plek voor ons.

    Voy a
    ik ga ...
    buscar
    zoeken
    sitio
    plek
    para nosotros
    voor ons
    Uitgebreide uitleg

    Voy a geeft hier samen met het volgende werkwoord een nabije toekomstige bedoeling aan: “ik ga …”. Voy is de eerste persoon enkelvoud van ir (“gaan”); a verbindt deze vorm met een infinitief. Het patroon is ir + a + infinitief: Voy a estudiar = “Ik ga studeren”. In de vorige zin staat hetzelfde patroon in Voy a traer; daar bepaalt traer wat de spreker gaat doen. buscar betekent hier “zoeken”. Het is een infinitief, dus het draagt in dit patroon niet zelf de persoon of tijd; die informatie zit in voy. De vervoegde tegenwoordige vormen zijn bijvoorbeeld busco = “ik zoek” en buscas = “je zoekt”. un sitio betekent “een plek”. Sitio is een zelfstandig naamwoord; un is het onbepaalde lidwoord bij dit mannelijke enkelvoud. Het woord kan in andere contexten ook een plaats of locatie aanduiden, maar hier gaat het om een plek. Voorbeeld: Este sitio es tranquilo. = “Deze plek is rustig.” para nosotros betekent “voor ons”. Nosotros is de vorm voor “wij” wanneer die groep mannelijk is of gemengd kan zijn; de vrouwelijke vorm is nosotras. Para markeert hier voor wie de plek bedoeld is. Voorbeeld: Esto es para nosotros. = “Dit is voor ons.” Samen vormen de delen: Voy a + buscar = “ik ga zoeken”, en un sitio para nosotros = “een plek voor ons”. De volledige betekenis is daarom: “Ik ga een plek voor ons zoeken.”

Grammatica

podríamos + infinitivo

¿Qué actividad podríamos hacer?

kee ak-ti-vi-DAAD po-DRIE-a-mos a-SER

Welke activiteit zouden we kunnen doen?

‘Podríamos’ is de voorwaardelijke vorm van ‘poder’ en betekent ‘zouden kunnen’. Het staat vóór een infinitief.

vamos a + infinitivo

Vamos a elegir una habitación tranquila.

BA-mos a e-le-GIER oe-na a-bi-ta-SJON tran-KIE-la

Laten we een rustige kamer kiezen.

‘Vamos a’ + infinitief drukt een voorstel of nabije actie uit: ‘laten we ...’ of ‘we gaan ...’.

Spaans woordenschat

actividad zelfstandig naamwoord
ak-ti-vi-DAAD activiteit
afuera bijwoord
a-FWEE-ra buiten
caminar werkwoord
ka-mi-NAAR wandelen
entonces bijwoord
en-TON-ses dan
frío bijvoeglijk naamwoord
FRIE-o koud
hacer werkwoord
a-SER doen hacemos
hacer frío uitdrukking
a-SER FRIE-o koud zijn

Puede hacer frío afuera.

leer werkwoord
lee-ER lezen
mejor bijwoord
me-GOR beter
poder werkwoord
po-DER kunnen podríamos
qué voornaamwoord
kee wat Qué

¿Qué actividad hacemos?

suena werkwoord
SWE-na klinkt

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Welke activiteit zullen we doen?

Antwoord tonen¿Qué actividad hacemos?

We zouden buiten kunnen wandelen.

Antwoord tonenPodríamos caminar afuera.

Het kan daar buiten koud zijn.

Antwoord tonenPuede hacer frío afuera.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

koud

Antwoord tonenfrío

buiten

Antwoord tonenafuera

dan

Antwoord tonenentonces

kunnen

Antwoord tonenpodríamos