Ingrediënten van een saus navragen | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: At home before eating, one adult asks about sauce ingredients and the other prepares a plate without the sauce..

NL → ES / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Ingrediënten van een saus navragen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Puedo preguntar qué ingredientes lleva esta salsa?

PWEE-doe pre-goen-TAR kee in-gree-DJEN-tes JEE-ba ES-ta SAL-sa Mag ik vragen welke ingrediënten er in deze saus zitten?
B

Lleva leche y un poco de ajo.

JEE-ba LETS-jee ie oen POO-ko dee A-go Er zit melk en een beetje knoflook in.
A

No puedo tomar leche.

noo PWEE-doe too-MAR LETS-jee Ik kan geen melk hebben.
B

Puedo dejar la salsa aparte.

PWEE-doe de-GAR la SAL-sa a-PAR-te Ik kan de saus apart houden.
A

Eso sería mejor para mí.

EE-so se-REE-a me-GOR PA-ra MIE Dat zou voor mij beter zijn.
B

¿Hay algo más que no puedas comer?

AI AL-go MAS kee noo PWE-das ko-MER Is er nog iets anders dat je niet kunt eten?
A

El ajo está bien.

el A-go es-TA BJEN Knoflook is prima.
B

Te prepararé el plato sin la salsa.

tee pre-pa-ra-REE el PLA-to sin la SAL-sa Ik maak je bord klaar zonder de saus.

Uitleg van de zinnen

  1. ¿Puedo preguntar qué ingredientes lleva esta salsa?

    Mag ik vragen welke ingrediënten er in deze saus zitten?

    ¿Puedo
    mag ik
    preguntar
    vragen
    qué
    welke
    ingredientes
    ingrediënten
    lleva
    bevat
    esta
    deze
    salsa
    saus
    Uitgebreide uitleg

    ¿Puedo komt van poder (“kunnen/mogen”) en staat hier in de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: “mag ik/kan ik”. Samen met een infinitief vormt het een vraag naar toestemming of mogelijkheid. Voorbeeld: ¿Puedo entrar? — “Mag ik binnenkomen?” preguntar is de infinitief “vragen”. Na puedo blijft het werkwoord in de infinitief: puedo preguntar betekent “ik mag/kan vragen”. De constructie ¿Puedo + infinitief? is een herbruikbaar beleefd vraagpatroon. qué betekent hier “welke/wat voor” en staat vóór het zelfstandig naamwoord ingredientes. Het accentteken onderscheidt dit vragende qué van het betrekkelijke of voegwoordelijke que zonder accent. In de ingebedde vraag qué ingredientes lleva esta salsa vraagt het geheel welke ingrediënten de saus bevat. ingredientes is het meervoud van ingrediente, “ingrediënt”. Het meervoud verwijst hier naar de mogelijke samenstelling van de saus; het woord kan ook voor één soort ingrediënt in het enkelvoud staan: un ingrediente — “één ingrediënt”. lleva is de vorm van llevar in de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd. In deze voedselcontext betekent llevar “bevatten” of “erin hebben”, niet letterlijk “dragen”. De vorm lleva past bij esta salsa, dat grammaticaal enkelvoud is. Voorbeeld: La sopa lleva sal. — “De soep bevat zout.” esta is het vrouwelijke enkelvoud van het aanwijzend woord este/esta/esto en betekent “deze”. Het stemt hier in geslacht en getal overeen met salsa: esta salsa. Het aanwijzende woord zelf geeft geen informatie over het aantal ingrediënten. salsa is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor “saus”. In deze zin is esta salsa het onderwerp van lleva: de saus is datgene wat de ingrediënten bevat. Het volgende contextvoorbeeld bevestigt de voedselbetekenis: Lleva leche y un poco de ajo. — “Er zit melk en een beetje knoflook in.” De volledige opbouw is ¿Puedo preguntar + qué ingredientes lleva esta salsa?. Letterlijk vraagt de spreker toestemming om te vragen welke ingrediënten deze saus bevat. Natuurlijk vertaald betekent de hele zin: “Mag ik vragen welke ingrediënten er in deze saus zitten?”

  2. Lleva leche y un poco de ajo.

    Er zit melk en een beetje knoflook in.

    Lleva
    bevat; zit erin
    leche
    melk
    un poco de
    een beetje van
    ajo
    knoflook
    Uitgebreide uitleg

    Lleva is the third-person singular present form of llevar. In this sentence it means “bevat” or “er zit in”, not the more general meaning “dragen/meenemen”. The subject is omitted; in the supplied exchange it is understood from the preceding question as esta salsa. The reusable pattern is [iets] lleva [ingrediënt]: La sopa lleva sal. = “De soep bevat zout.” leche means “melk”. It is a noun and is normally treated as feminine in Spanish, as shown by forms such as la leche; that gender is grammatical and does not mean that milk is a person or has biological sex. un poco de means “een beetje”. This construction expresses a small amount of what follows. Un poco de is followed by a noun or substance: un poco de agua = “een beetje water”. The article un belongs to the quantity expression; it does not by itself assert that there is one discrete unit of the substance. ajo means “knoflook”. In un poco de ajo, it is the substance whose small quantity is specified. A similar pattern is un poco de azúcar = “een beetje suiker”. Together, lleva leche identifies milk as one ingredient, and y un poco de ajo adds garlic in a small quantity. The complete utterance therefore means: “Er zit melk en een beetje knoflook in.”

  3. No puedo tomar leche.

    Ik kan geen melk hebben.

    No puedo
    ik kan niet
    tomar
    drinken / nemen
    leche
    melk
    Uitgebreide uitleg

    No puedo: puedo is the first-person singular present form of poder (“kunnen”). No makes the clause negative, so no puedo means “ik kan niet”. The subject is included in the verb form: puedo refers to “ik”; it is not the same form as puedes (“jij kunt”) or puede (“hij/zij/u kan”). Example: No puedo venir. — “Ik kan niet komen.” tomar: this is the infinitive, meaning here that the speaker can’t consume or have the milk. Depending on the noun and context, tomar can also mean “nemen” or “drinken”; with leche in this utterance, “melk drinken/hebben” is the relevant interpretation. After poder, Spanish uses the infinitive: puedo tomar, literally “ik kan drinken/nemen”. Example: Puedo tomar agua. — “Ik kan water drinken.” leche: this is the noun “melk”. It is generally used without an article when referring to milk as an unspecified substance, as in tomar leche. The form leche itself does not show a plural here; the plural is leches, used only in contexts where different kinds or servings are meant. Together, No puedo + tomar + leche gives No puedo tomar leche.: “Ik kan geen melk hebben.” The sentence states that the speaker cannot consume or tolerate milk; it does not by itself specify why.

  4. Puedo dejar la salsa aparte.

    Ik kan de saus apart houden.

    Puedo
    ik kan
    dejar
    laten; houden
    salsa
    saus
    aparte
    apart
    Uitgebreide uitleg

    Puedo betekent hier “ik kan”. Het is de vorm van poder voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De constructie poder + infinitief drukt uit dat iemand iets kan doen. Voorbeeld: Puedo esperar. — “Ik kan wachten.” dejar is een infinitief. In deze zin betekent het “laten” of, samen met aparte, “apart houden”. Voorbeeld: Puedes dejar el pan aparte. — “Je kunt het brood apart houden.” salsa betekent “saus”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier la salsa. Het meervoud is salsas. Voorbeeld: La salsa está caliente. — “De saus is warm.” aparte betekent hier “apart” of “afzonderlijk”. In deze betekenis functioneert het als bijwoord en verandert het niet mee met salsa. Voorbeeld: Pon el arroz aparte. — “Zet de rijst apart.” Samen vormen Puedo dejar [iets] aparte en het object la salsa de herbruikbare structuur “Ik kan [iets] apart houden”. De volledige zin betekent: “Ik kan de saus apart houden.”

  5. Eso sería mejor para mí.

    Dat zou voor mij beter zijn.

    Eso
    dat
    sería
    zou zijn
    mejor
    beter
    para mí
    voor mij
    Uitgebreide uitleg

    Eso betekent hier “dat”. Het is een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord; de precieze referent wordt in deze zin niet genoemd. Het onderscheid tussen eso en esto gaat vaak over datgene tegenover iets dat dichter bij de spreker staat. Voorbeeld: Eso es importante. — “Dat is belangrijk.” Sería is de vorm van ser (“zijn”) in de condicional voor de derde persoon enkelvoud. Hier drukt die vorm uit dat iets “zou zijn”: het oordeel wordt niet als een rechtstreeks feit gepresenteerd. De vorm hoort bij ser, niet bij mejor: ser — zijn, sería — zou zijn. Voorbeeld: Sería útil. — “Dat zou nuttig zijn.” Mejor betekent hier “beter”. Het is de onregelmatige vergelijkende vorm bij bueno (“goed”): bueno → mejor. Het tegenovergestelde is peor (“slechter”). Een tweede vergelijkingspunt hoeft niet genoemd te worden. Voorbeeld: Esta opción es mejor. — “Deze optie is beter.” Para mí betekent “voor mij”. Mí is de beklemtoonde vorm van het persoonlijke voornaamwoord na een voorzetsel; daarom staat er een accent. Als onderwerp gebruik je yo (“ik”), maar na para is de vorm mí: para mí. Voorbeeld: Esto es importante para mí. — “Dit is belangrijk voor mij.” Samen vormt Eso sería mejor para mí. de betekenis “Dat zou voor mij beter zijn.” Eso verwijst naar iets dat met “dat” wordt aangeduid, sería mejor beoordeelt dat als beter, en para mí maakt duidelijk dat dit oordeel vanuit het perspectief van de spreker geldt.

  6. ¿Hay algo más que no puedas comer?

    Is er nog iets anders dat je niet kunt eten?

    Hay
    er is / er zijn
    algo
    iets
    más
    meer / nog
    no puedas
    niet kunt
    comer
    eten
    Uitgebreide uitleg

    Hay is de onpersoonlijke vorm van haber voor “er is/er zijn”. In een bestaan-zin verandert deze vorm niet mee met het aantal van wat erop volgt: Hay un problema = “Er is een probleem”, maar ook Hay varios problemas = “Er zijn verschillende problemen”. Algo betekent hier “iets” en verwijst naar een niet nader genoemd ding. Het is een onbepaald voornaamwoord; het benoemt dus niet welk concreet voorwerp het is. Voor een persoon gebruikt Spaans in het algemeen een ander woord, zoals alguien (“iemand”). Voorbeeld: ¿Hay algo aquí? — “Is hier iets?” Más betekent hier “meer” en krijgt in deze vraag de natuurlijke betekenis “nog” bij algo: “nog iets”. Het geeft aan dat er naast het al besproken eten eventueel een extra mogelijkheid is. Más is onveranderlijk; het krijgt geen meervoudsuitgang. No puedas bestaat uit de ontkenning no en de vorm puedas van poder (“kunnen”). Puedas is de tegenwoordige conjunctief, tweede persoon enkelvoud (tú): “jij kunt”. In deze bijzin na que past de conjunctief bij een mogelijkheid of niet-vastgestelde inhoud: het gaat om iets dat je misschien niet kunt eten. De vorm voor de tweede persoon meervoud is podáis; voor beleefd enkelvoud (usted) is dat pueda. Voorbeeld: Busco algo que puedas comer. — “Ik zoek iets dat je kunt eten.” Comer is het infinitief “eten”. Na poder staat het volgende werkwoord in de infinitief: puedas comer = “je kunt eten”. De infinitief verandert niet mee met persoon of aantal; de vervoegde vorm puedas draagt die informatie. De verbinding que no puedas comer betekent “dat je niet kunt eten” en beschrijft welk soort algo bedoeld wordt. Hay algo más vraagt vervolgens of er nog een extra ding bestaat. Samen vormt de vraag: “Is er nog iets anders dat je niet kunt eten?” De vraag blijft open over wat dat extra ding precies is.

  7. El ajo está bien.

    Knoflook is prima.

    ajo
    knoflook
    está bien
    is prima
    Uitgebreide uitleg

    ajo betekent hier “knoflook”. Het is een zelfstandig naamwoord; de vaste vorm is ajo, met het bepaalde lidwoord el in el ajo. El markeert hier de grammaticale combinatie mannelijk enkelvoud; dat betekent niet automatisch dat er precies één afzonderlijk stuk knoflook wordt bedoeld. Voorbeelden: ajo = knoflook, ajo fresco = verse knoflook. está bien betekent hier “is prima” of “is in orde”. Está is de derde persoon enkelvoud van estar in de tegenwoordige tijd. Estar wordt gebruikt om een toestand of beoordeling uit te drukken; bien betekent hier “goed/in orde”. De combinatie estar bien is een veelgebruikt patroon: La comida está bien. = “Het eten is prima.” Samen vormt El ajo está bien. de betekenis “Knoflook is prima.” Het onderwerp is el ajo, en está bien geeft de beoordeling daarvan. In deze context bevestigt de zin dat knoflook geen probleem is binnen wat de spreker kan eten.

  8. Te prepararé el plato sin la salsa.

    Ik maak je bord klaar zonder de saus.

    Te
    je
    prepararé
    ik zal klaarmaken
    plato
    bord
    sin
    zonder
    salsa
    saus
    Uitgebreide uitleg

    Te betekent hier “je/jou” als ontvanger van de handeling. Het is een Spaanse clitic voor de tweede persoon enkelvoud; de vorm verandert niet voor mannelijk of vrouwelijk. Voorbeeld: Te ayudaré = “Ik zal je helpen.” prepararé betekent hier “ik zal klaarmaken”. De vorm bestaat uit het infinitief preparar (“klaarmaken”) plus de uitgang -é, die de eerste persoon enkelvoud van de futurumvorm aanduidt: prepararé = “ik zal klaarmaken”. Vergelijk: prepararás = “je zult klaarmaken”. plato betekent hier “bord”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor el: el plato. In een andere betekenis kan plato ook een gerecht op een bord aanduiden, maar in deze zin past “bord” bij de vaste vertaling. sin betekent “zonder”. Deze voorzetselconstructie geeft aan dat iets ontbreekt of wordt weggelaten: sin azúcar = “zonder suiker”. salsa betekent “saus”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor la: la salsa. Het lidwoord maakt hier duidelijk dat het om de bedoelde saus gaat, niet om een onbepaalde saus. Samen vormen de delen Te prepararé el plato (“Ik maak je bord klaar”) en sin la salsa (“zonder de saus”). De hele uiting betekent dus: “Ik maak je bord klaar zonder de saus.”

Grammatica

sería mejor + infinitivo

Sería mejor dejar la salsa aparte.

se-REE-a me-GOR de-GAR la SAL-sa a-PAR-te

Het zou beter zijn de saus apart te laten.

Gebruik sería mejor + infinitief om een advies voorzichtig te formuleren: ‘het zou beter zijn om…’.

hay + iets/zelfstandig naamwoord

¿Hay algo más para comer?

AI AL-go MAS PA-ra ko-MER

Is er nog iets meer om te eten?

Hay betekent ‘er is’ of ‘er zijn’ en blijft hetzelfde bij enkelvoud en meervoud.

Spaans woordenschat

ajo zelfstandig naamwoord
A-go knoflook
aparte bijwoord
a-PAR-te apart
dejar werkwoord
de-GAR laten; achterlaten
eso voornaamwoord
EE-so dat
ingrediente zelfstandig naamwoord
in-gree-djee-EN-te ingrediënt ingredientes
leche zelfstandig naamwoord
LETS-jee melk
llevar werkwoord
je-BAR bevatten lleva
poco bijvoeglijk naamwoord
POO-ko weinig; een beetje

un poco de ajo

poder werkwoord
po-DEER kunnen puedo
salsa zelfstandig naamwoord
SAL-sa saus
ser werkwoord
SER zijn sería
tomar werkwoord
too-MAR nemen; drinken

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik kan geen melk hebben.

Antwoord tonenNo puedo tomar leche.

Ik kan de saus apart houden.

Antwoord tonenPuedo dejar la salsa aparte.

Dat zou voor mij beter zijn.

Antwoord tonenEso sería mejor para mí.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

melk

Antwoord tonenleche

kunnen

Antwoord tonenpuedo

ingrediënt

Antwoord toneningredientes

bevatten

Antwoord tonenlleva