Drankjes klaarmaken voor een bezoeker | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: At home, two adults prepare tea and snacks before a visitor arrives..

NL → ES / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Drankjes klaarmaken voor een bezoeker oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

Nuestro invitado llegará pronto.

Nwéstro inbitádo jegará prónto. Onze gast komt binnenkort.
B

¿Deberíamos servir café o té?

Deberjámos serbír kafé o té? Zullen we koffie of thee serveren?
A

El té probablemente es mejor esta noche.

El té probableménte es meghór ésta nótsje. Thee is vanavond waarschijnlijk beter.
B

Voy a hervir un poco de agua en el hervidor.

Bój a erbír oen póko de ágwa en el erbidór. Ik ga wat water koken in de waterkoker.
A

Usa la taza grande para nuestro invitado, por favor.

Óesa la tása gránde para nwéstro inbitádo, por fabór. Gebruik alsjeblieft de grote mok voor onze gast.
B

¿Quieres que prepare también unos aperitivos?

Kjéres ke prepáre tambjén óenos aperitíbos? Wil je dat ik ook hapjes klaarmaak?
A

Pon unas galletas en el plato pequeño, por favor.

Pón óenas gajétas en el pláto pekénjo, por fabór. Leg alsjeblieft wat koekjes op het kleine bord.
B

Todo estará listo antes de que él llegue.

Tódo estará lísto ántes de ke él jége. Alles zal klaar zijn voordat hij aankomt.

Uitleg van de zinnen

  1. Nuestro invitado llegará pronto.

    Onze gast komt binnenkort.

    Nuestro
    onze
    invitado
    gast
    llegará
    komt aan
    pronto
    binnenkort
    Uitgebreide uitleg

    Nuestro betekent hier “onze” en hoort bij invitado. Het is een bezittelijk bijvoeglijk woord: het drukt uit dat de gast bij “ons” hoort of met ons verbonden is. Het past zich aan het zelfstandig naamwoord aan: nuestro bij een mannelijk enkelvoud, nuestra bij een vrouwelijk enkelvoud, nuestros en nuestras bij meervoud. invitado betekent “gast”, hier in het enkelvoud. Het is een zelfstandig naamwoord; de vorm voor een vrouwelijke gast is doorgaans invitada, en het meervoud is invitados of invitadas, afhankelijk van de bedoelde personen. llegará betekent hier “zal aankomen” of natuurlijk “komt”. De basisvorm is llegar (“aankomen”). llegará is de toekomende tijd, derde persoon enkelvoud: “hij/zij zal aankomen” of, zoals in de vertaling, “onze gast komt binnenkort”. Voorbeelden: Mañana llegará el tren. — “Morgen komt de trein aan.” Llegaremos tarde. — “We zullen laat aankomen.” pronto betekent “binnenkort” in deze zin. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal. Het kan ook “snel” betekenen wanneer het om snelheid gaat; hier geeft het de nabije toekomstige tijd aan. Samen vormen de delen Nuestro invitado — “onze gast”, llegará — “zal aankomen/komt”, en pronto — “binnenkort”. De volledige betekenis is: “Onze gast komt binnenkort.”

  2. ¿Deberíamos servir café o té?

    Zullen we koffie of thee serveren?

    Deberíamos
    zouden we moeten
    servir
    serveren
    café
    koffie
    té
    thee
    Uitgebreide uitleg

    Deberíamos is the first-person plural conditional of deber (“moeten”): “wij zouden moeten”. In this question it presents a suggestion for the group including the speaker, not a firm command. Compare debemos (“we moeten”) for a more direct present obligation. Example: ¿Deberíamos esperar? — “Zouden we moeten wachten?” servir is the infinitive meaning “serveren”. After deberíamos, Spanish uses the infinitive: deberíamos servir = “we zouden moeten serveren”. The infinitive does not itself show the subject here; the conditional form deberíamos supplies the first-person plural subject. café is the noun “koffie”. The written accent marks the stressed syllable; keep it in forms and examples where Spanish spelling requires it. Example: Tomamos café. — “We drinken koffie.” té is the noun “thee”. Its accent distinguishes it from te, a pronoun with a different function. Example: Prefiero té. — “Ik geef de voorkeur aan thee.” Together, Deberíamos servir café o té means “Zullen we koffie of thee serveren?” The pattern ¿Deberíamos + infinitief + X o Y? is a reusable way to ask whether the group should do something, offering two alternatives. The question mark at the beginning and end marks the whole Spanish question.

  3. El té probablemente es mejor esta noche.

    Thee is vanavond waarschijnlijk beter.

    té
    thee
    probablemente
    waarschijnlijk
    es
    is
    mejor
    beter
    esta noche
    vanavond
    Uitgebreide uitleg

    té betekent hier “thee”. Het is een zelfstandig naamwoord; het lidwoord in deze zin is el, dus el té. Het accent onderscheidt té (“thee”) van te, een voornaamwoord. Voorbeeld: Bebo té. — “Ik drink thee.” probablemente is een bijwoord dat waarschijnlijkheid uitdrukt: “waarschijnlijk”. Het maakt de bewering minder zeker. Voorbeeld: Probablemente está en casa. — “Hij/zij is waarschijnlijk thuis.” es is de derde persoon enkelvoud van ser in de tegenwoordige tijd. Hier verbindt het onderwerp el té met een beoordeling: de thee is beter. Ser wordt hier gebruikt voor een kenmerk of beoordeling; estar wordt bijvoorbeeld gebruikt in El agua está caliente. — “Het water is heet.” mejor betekent hier “beter”. Het is de onregelmatige vergelijkende vorm bij bueno (“goed”): bueno → mejor; het bijbehorende tegenovergestelde is peor (“slechter”). De vergelijking kan zonder expliciet tweede element staan wanneer dat uit de context duidelijk is. Voorbeeld: El té es mejor que el café. — “Thee is beter dan koffie.” esta noche is een vaste tijdsaanduiding: “vanavond”. Esta hoort bij het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord noche en stemt daarmee overeen. Voorbeeld: Esta noche trabajo. — “Vanavond werk ik.” Samen betekent El té probablemente es mejor esta noche.: “Thee is vanavond waarschijnlijk beter.” El té is het onderwerp, es mejor geeft de beoordeling, probablemente maakt die beoordeling waarschijnlijk maar niet zeker, en esta noche bepaalt wanneer die beoordeling geldt.

  4. Voy a hervir un poco de agua en el hervidor.

    Ik ga wat water koken in de waterkoker.

    Voy a
    ik ga
    hervir
    koken
    un poco de
    wat / een beetje
    agua
    water
    hervidor
    waterkoker
    Uitgebreide uitleg

    Voy a vormt hier samen met het daaropvolgende werkwoord een veelgebruikte nabije-toekomstconstructie: ir a + infinitief. Voy is de vorm van ir voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd; a leidt de handeling in. Het betekent hier dat de spreker van plan is iets te doen: “ik ga ...”. Voorbeeld: Voy a preparar el té. — “Ik ga de thee klaarmaken.” hervir betekent hier “koken” in de zin van water tot het kookpunt brengen. Het is een infinitief en blijft na voy a in die vorm staan. De vervoegde vorm hoort bij ir: Voy a hervir, niet *voy a hiervo*. Het werkwoord kan ook in andere tijden voorkomen, bijvoorbeeld Herví el agua. — “Ik kookte het water.” un poco de is een hoeveelheidspatroon voor een kleine of niet-nader bepaalde hoeveelheid van iets: “een beetje” of, natuurlijk vertaald, “wat”. Het voorzetsel de verbindt deze hoeveelheid met het volgende zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: un poco de leche — “een beetje melk”. Het patroon noemt geen exact volume. agua betekent “water”. Hoewel agua vrouwelijk is, staat er in het enkelvoud vaak el in plaats van la wanneer de beklemtoonde eerste lettergreep met een open a begint: el agua. Het zelfstandig naamwoord blijft vrouwelijk; dat blijkt bijvoorbeeld uit el agua fría — “het koude water”, waarbij fría de vrouwelijke vorm heeft. In het meervoud staat las aguas. hervidor betekent “waterkoker”: het apparaat waarin water wordt verwarmd. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is hervidores. Het verwante werkwoord in de zin is hervir, maar hervidor is hier de naam van het apparaat, niet de handeling. Samen betekent Voy a hervir un poco de agua en el hervidor.: “Ik ga wat water koken in de waterkoker.” De structuur is ir a + infinitief (Voy a hervir), gevolgd door de hoeveelheid (un poco de agua) en de plaats of het apparaat waarin de handeling gebeurt (en el hervidor).

  5. Usa la taza grande para nuestro invitado, por favor.

    Gebruik alsjeblieft de grote mok voor onze gast.

    Usa
    gebruik
    taza
    mok
    grande
    groot
    nuestro
    onze
    invitado
    gast
    por favor
    alsjeblieft
    Uitgebreide uitleg

    Usa is de bevestigende gebiedende wijs van usar voor tú (één aangesproken persoon): “gebruik”. De vorm voor usted is use, en voor ustedes usen. Hier is dus niet alleen beleefdheid relevant, maar de exacte werkwoordsvorm. Taza is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor een kop of mok. Het lidwoord la en het bijvoeglijk naamwoord grande sluiten daarbij aan. Grande heeft in het enkelvoud dezelfde vorm bij mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden; in het meervoud wordt het grandes. Grande beschrijft hier taza: een grote mok. De plaatsing na het zelfstandig naamwoord is in deze zin de gewone manier om de eigenschap toe te voegen. Nuestro is een bezittelijk woord en betekent hier “onze”. Het hoort bij invitado, niet bij taza: nuestro invitado is “onze gast”. De vorm stemt af op het bezeten zelfstandig naamwoord: nuestro bij een mannelijk enkelvoud, nuestra bij een vrouwelijk enkelvoud, en nuestros/nuestras bij meervoud. Bijvoorbeeld: nuestra invitada = “onze vrouwelijke gast”. Invitado betekent hier “gast”, meer bepaald een mannelijke gast of een gast die met deze mannelijke vorm wordt aangeduid. Het is het zelfstandig naamwoord dat door nuestro wordt bepaald. Por favor is een vaste beleefdheidsuitdrukking: “alsjeblieft” of “alstublieft”. Ze maakt het verzoek vriendelijker, maar verandert niet wie de opdracht krijgt. Samen vormt Usa la taza grande een opdracht om de grote mok te gebruiken. Para nuestro invitado geeft aan dat de mok bestemd is voor onze gast. Met por favor wordt het geheel een beleefd verzoek: “Gebruik de grote mok voor onze gast, alsjeblieft.”

  6. ¿Quieres que prepare también unos aperitivos?

    Wil je dat ik ook hapjes klaarmaak?

    ¿Quieres
    wil je
    prepare
    klaarmaak
    también
    ook
    aperitivos
    hapjes
    Uitgebreide uitleg

    ¿Quieres komt van querer (“willen”). Dit is de tegenwoordige tijd voor tú: tú quieres = “jij wilt”. De vraagvorm ¿Quieres ...? betekent hier “Wil je ...?” en niet “Kun je ...?”. prepare komt van preparar (“klaarmaken, bereiden”). Na quieres que staat hier de aanvoegende wijs (subjuntivo): que prepare. De vorm prepare kan formeel zowel bij yo als bij él/ella/usted horen; in deze vaste vertaling is het onderwerp van de bijzin de spreker: “dat ik klaarmaak”. Het is dus geen bevel. Vergelijk als herbruikbaar patroon: ¿Quieres que prepare la cena? — “Wil je dat ik het avondeten klaarmaak?” También betekent “ook” en voegt deze handeling toe aan iets anders dat al genoemd of verondersteld is. Het sluit het andere dus niet uit. Aperitivos is het meervoud van aperitivo: een hapje of voorgerechtje. Het woord staat hier in het meervoud; unos aperitivos betekent “wat/enkele hapjes”, zonder een exact aantal vast te leggen. Het onbepaalde lidwoord unos drukt hier niet op zichzelf een specifiek aantal uit. Samen vormen de delen ¿Quieres que + prepare + también + unos aperitivos?: “Wil je dat ik ook wat hapjes klaarmaak?” De vraag vraagt of de aangesprokene wil dat de spreker die extra bereiding doet.

  7. Pon unas galletas en el plato pequeño, por favor.

    Leg alsjeblieft wat koekjes op het kleine bord.

    Pon
    leg
    galletas
    koekjes
    plato
    bord
    pequeño
    klein
    por favor
    alsjeblieft
    Uitgebreide uitleg

    Pon is de bevestigende gebiedende wijs van poner voor tú (enkelvoud): “leg/zet”. De vorm is onregelmatig; je maakt hier dus niet simpelweg een bevel met de gewone tegenwoordige-persoonsvorm. Dezelfde vorm kan in andere contexten ook “zet/plaats” betekenen, afhankelijk van wat er daarna komt. Voorbeeld: Pon el libro aquí. — “Leg het boek hier neer.” galletas betekent hier “koekjes”. Het is het meervoud van galleta; het vrouwelijke enkelvoud is galleta en het meervoud krijgt -s. Het lidwoord unas maakt de koekjes onbepaald (“enkele/wat koekjes”), zonder een exact aantal te geven. Voorbeeld: Compré unas galletas. — “Ik heb wat koekjes gekocht.” plato betekent “bord”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is platos. In en el plato staat het na en, waarmee de plaats wordt aangegeven: in/op het bord. Voorbeeld: El plato está en la mesa. — “Het bord staat op tafel.” pequeño betekent hier “klein” en beschrijft plato. Het bijvoeglijk naamwoord staat na het zelfstandig naamwoord en stemt ermee overeen: plato pequeño (mannelijk enkelvoud), platos pequeños (mannelijk meervoud), galleta pequeña (vrouwelijk enkelvoud), galletas pequeñas (vrouwelijk meervoud). De vergelijkende vorm is más pequeño — “kleiner”. Voorbeeld: Necesito un plato pequeño. — “Ik heb een klein bord nodig.” por favor is de vaste beleefdheidsuitdrukking “alsjeblieft” of “alstublieft”. Hier verzacht hij het bevel Pon, maar verandert hij niet de persoon of het aantal van de gebiedende wijs. Samen vormen Pon + unas galletas + en el plato pequeño een verzoek aan één aangesproken persoon om wat koekjes op het kleine bord te leggen. Pon geeft de handeling als bevel, unas galletas is wat er gelegd moet worden, en en el plato pequeño geeft de bestemming of plaats aan. Por favor maakt het verzoek beleefd: “Leg alsjeblieft wat koekjes op het kleine bord.”

  8. Todo estará listo antes de que él llegue.

    Alles zal klaar zijn voordat hij aankomt.

    Todo
    alles
    estará
    zal zijn
    listo
    klaar
    antes de que
    voordat
    él
    hij
    llegue
    aankomt
    Uitgebreide uitleg

    Todo betekent hier “alles”: het is een zelfstandig gebruikt onbepaald voornaamwoord en verwijst niet naar één specifiek genoemd voorwerp. De vorm is enkelvoud; vergelijk todos voor “iedereen” of “alles/alle dingen” in het meervoud. Voorbeeld: Todo está bien. — “Alles is goed.” estará is de toekomende tijd van estar bij de derde persoon enkelvoud: estar → estará. In deze zin geeft het aan dat iets later in een bepaalde toestand zal zijn. Voorbeeld: La mesa estará limpia. — “De tafel zal schoon zijn.” listo betekent hier “klaar”. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat in het mannelijk enkelvoud, passend bij het enkelvoudige todo. De basisvorm is listo; de vrouwelijke enkelvoudsvorm is lista, bijvoorbeeld in La comida está lista. — “Het eten is klaar.” antes de que is een vaste voegwoordelijke constructie met de betekenis “voordat”. Zij leidt een bijzin in die een gebeurtenis beschrijft die later plaatsvindt dan de toestand of gebeurtenis ervoor. Na deze constructie staat hier de conjunctief. él betekent “hij”. Het accent onderscheidt dit persoonlijk voornaamwoord van el, het lidwoord “de/het”. De vorm él is mannelijk enkelvoud; de zin identificeert niet wie deze persoon precies is. llegue is de vorm van llegar bij de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige conjunctief. In antes de que él llegue wordt die vorm gebruikt omdat de aankomst als toekomstige gebeurtenis in een tijdsbijzin wordt voorgesteld. Voorbeeld: Avísame antes de que llegue. — “Laat het me weten voordat hij/zij aankomt.” Het onderwerp van llegue moet uit de context blijken; in de vaste zin maakt él duidelijk dat het “hij” is. Samen betekent Todo estará listo “Alles zal klaar zijn”. Daarop volgt antes de que él llegue, “voordat hij aankomt”. De volledige betekenis is dus: “Alles zal klaar zijn voordat hij aankomt.”

Grammatica

ir a + infinitivo

Voy a hervir agua esta noche.

Bój a erbír ágwa ésta nótsje.

Ik ga vanavond water koken.

Gebruik voy a + een infinitief om een plan of nabije toekomst uit te drukken.

antes de que + subjuntivo

Todo estará listo antes de que llegue nuestro invitado.

Tódo estará lísto ántes de ke jége nwéstro inbitádo.

Alles zal klaar zijn voordat onze gast aankomt.

Na antes de que gebruik je de aanvoegende wijs, hier llegue, voor een nog niet voltooide gebeurtenis.

Spaans woordenschat

café zelfstandig naamwoord
kafé koffie
esta noche uitdrukking
ésta nótsje vanavond
hervir werkwoord
erbír koken
invitado zelfstandig naamwoord
inbitádo gast
llegará werkwoord
jegará zal aankomen
mejor bijvoeglijk naamwoord
meghór beter
nuestro bepaler
nwéstro onze
probablemente bijwoord
probableménte waarschijnlijk
pronto bijwoord
prónto binnenkort
servir werkwoord
serbír serveren
té zelfstandig naamwoord
té thee
voy a uitdrukking
bój a ik ga

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Onze gast komt binnenkort.

Antwoord tonenNuestro invitado llegará pronto.

Zullen we koffie of thee serveren?

Antwoord tonen¿Deberíamos servir café o té?

Wil je dat ik ook hapjes klaarmaak?

Antwoord tonen¿Quieres que prepare también unos aperitivos?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

zal aankomen

Antwoord tonenllegará

onze

Antwoord tonennuestro

binnenkort

Antwoord tonenpronto

beter

Antwoord tonenmejor