Quiero
“Quiero” betekent hier “ik wil” in “Quiero hacer el check-out”. Het is de ik-vorm van querer; na “Quiero” volgt hier de infinitief “hacer”. Je kunt deze vorm gebruiken om beleefd te zeggen wat je wilt doen.
hacer
“Hacer” betekent hier “doen” en vormt samen met “el check-out” de uitdrukking “uitchecken”. Het is een infinitief die volgt op “Quiero”. Gebruik “hacer” in een vergelijkbare constructie met een activiteit of handeling die je wilt uitvoeren.
el
“El” is hier het bepaalde lidwoord bij “check-out”: “de check-out”. Het maakt van “check-out” een benoemde, specifieke hotelprocedure. Gebruik “el” vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord wanneer je naar iets bepaalds verwijst.
check-out
“Check-out” verwijst hier naar het uitchecken uit het hotel. In “hacer el check-out” blijft deze Engelse hotelterm onveranderd en vormt hij samen met “hacer” één vaste uitdrukking. Je gebruikt deze uitdrukking bij de receptie wanneer je je verblijf beëindigt.
por favor
“Por favor” betekent hier “alstublieft” en maakt “Quiero hacer el check-out, por favor” beleefd. “Por” en “favor” vormen samen deze vaste beleefde uitdrukking; hun bijdrage moet je hier als geheel begrijpen. Gebruik “por favor” bij een verzoek of vraag.
Tiene
“Tiene” betekent hier “heeft u” in de vraag naar de kamersleutel. Het is de vorm van tener die in “¿Tiene la llave de su habitación?” wordt gebruikt. Gebruik “Tiene” in een vraag over iets dat iemand heeft of bij zich heeft.
la
“La” is hier het bepaalde lidwoord bij “llave” en betekent “de”. Het komt ook voor in “La habitación”, waar het bij “habitación” hoort. Gebruik “la” vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord wanneer je naar iets bepaalds verwijst.
llave
“Llave” betekent hier “sleutel”, meer bepaald de sleutel van de hotelkamer. In “la llave de su habitación” wordt met “de” aangegeven waarvan de sleutel is. Je kunt “llave” gebruiken voor een sleutel die bij een deur of andere toegang hoort.
de
“De” verbindt hier “llave” met “su habitación” en betekent “van”: de sleutel van uw kamer. Het geeft in deze woordgroep de relatie tussen twee zelfstandige naamwoorden aan. Gebruik “de” vaak om bezit, afkomst of een inhoudelijke relatie uit te drukken.
su
“Su” betekent hier “uw” in “su habitación”, dus de kamer van de aangesproken gast. De vorm staat vóór het zelfstandig naamwoord “habitación”. Gebruik “su” vóór een zelfstandig naamwoord wanneer iets bij de aangesproken persoon hoort.
habitación
“Habitación” betekent hier “kamer”, in de hotelsituatie de kamer van de gast. In “su habitación” staat het na het bezittelijke “su”. Je kunt “habitación” gebruiken voor een kamer in een woning of accommodatie.
Sí
“Sí” betekent hier “ja” en bevestigt dat de gast de sleutel heeft. Het staat aan het begin van “Sí, aquí está”. Gebruik “Sí” om een bevestigend antwoord te geven.
aquí
“Aquí” betekent hier “hier” en wijst naar de plaats waar de sleutel zich bevindt. Samen met “está” vormt het “aquí está”: “hier is hij”. Gebruik “aquí” om een plaats dichtbij de spreker aan te wijzen.
está
“Está” betekent hier “is” of “bevindt zich” in “aquí está”. Het is de vorm van estar die een toestand of locatie uitdrukt. Gebruik “está” samen met een plaatsaanduiding om te zeggen waar iets of iemand zich bevindt.
Ahora
“Ahora” betekent hier “nu” en geeft aan dat de medewerker de check-out op dit moment uitvoert. Het staat vooraan in “Ahora le hago el check-out”. Gebruik “ahora” om het huidige moment of een handeling die meteen gebeurt aan te geven.
le
“Le” verwijst hier naar de gast als degene voor wie de medewerker de check-out doet: “ik doe de check-out voor u”. Het staat vóór “hago” als voornaamwoord bij de handeling. Gebruik “le” om een persoon aan te duiden die iets ontvangt of voor wie iets wordt gedaan.
hago
“Hago” betekent hier “doe” of “regel” in “le hago el check-out”. Het is de ik-vorm van hacer en krijgt in deze uitdrukking de betekenis “de check-out voor iemand uitvoeren”. Gebruik “hago” met een handeling of dienst die je zelf uitvoert.
Puede
“Puede” betekent hier “kan” in de vraag of iemand kan helpen. Het staat vóór het onderwerp “alguien” in “¿Puede alguien ayudarme con mi bolsa?”. Gebruik “Puede” om naar de mogelijkheid of bereidheid van een persoon te vragen.
alguien
“Alguien” betekent hier “iemand” en is de persoon die misschien kan helpen. In “¿Puede alguien ayudarme...?” is “alguien” degene die “ayudarme” uitvoert. Gebruik “alguien” wanneer de persoon niet nader wordt genoemd.
ayudarme
“Ayudarme” betekent hier “mij helpen”. Het bestaat uit “ayudar” en het aangehechte voornaamwoord “me”; samen vormt het de handeling “mij helpen”. Gebruik deze vorm na een werkwoord zoals “Puede” wanneer je zegt wie hulp ontvangt.
con
“Con” betekent hier “met” in “ayudarme con mi bolsa”: helpen met mijn tas. Het verbindt “ayudarme” met de zaak waarbij hulp nodig is. Gebruik “con” na “ayudar” om aan te geven waarmee iemand hulp krijgt.
mi
“Mi” betekent hier “mijn” in “mi bolsa”. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord en geeft aan dat de tas bij de spreker hoort. Gebruik “mi” vóór een zelfstandig naamwoord dat van jou is.
bolsa
“Bolsa” betekent hier “tas” of “zak”; in deze hotelsituatie gaat het om de tas van de gast. In “mi bolsa” wordt het voorafgegaan door het bezittelijke “mi”. Gebruik “bolsa” voor een tas of zak waarin je spullen meeneemt.
Puedo
“Puedo” betekent hier “ik kan” in “Puedo pedirle...”. Het is de ik-vorm van poder en drukt uit dat de medewerker in staat of bereid is iets te doen. Gebruik “Puedo” vóór een infinitief om een mogelijkheid of aanbod uit te drukken.
pedirle
“Pedirle” betekent hier “hem, haar of u vragen”, in deze dialoog “u vragen” om iemand te laten komen. Het combineert “pedir” met het aangehechte “le”, de persoon aan wie gevraagd wordt. Gebruik “pedirle a alguien que...” om te zeggen dat je iemand vraagt iets te doen.
a
“A” staat hier in “a alguien” en markeert de persoon aan wie het verzoek wordt gericht. In de constructie “pedirle a alguien que...” hoort “a alguien” bij “pedirle”. Gebruik deze vaste verbinding wanneer je vermeldt wie je iets vraagt.
que
“Que” leidt hier de bijzin “que se reúna con usted en el mostrador” in: wat de gevraagde persoon moet doen. Het verbindt “pedirle a alguien” met de gevraagde handeling. Gebruik “que” in “pedirle a alguien que...” om een verzoek met een volledige bijzin te formuleren.
se
“Se” hoort hier bij “reúna” in de wederkerende uitdrukking “se reúna con usted”: elkaar ontmoeten of samenkomen met u. Het voornaamwoord staat vóór de vervoegde vorm “reúna”. Gebruik deze combinatie wanneer iemand zich met een andere persoon ontmoet.
reúna
“Reúna” betekent hier “ontmoet” of “samenkomt” in “que se reúna con usted”. Samen met “se” en “con usted” beschrijft het dat iemand de gast bij de balie ontmoet. Gebruik “se reúna con...” om een ontmoeting met iemand aan te duiden.
usted
“Usted” betekent hier “u” en verwijst naar de gast die bij de balie moet worden ontmoet. Het staat na “con” in “se reúna con usted”. Gebruik “usted” om een aangesproken persoon beleefd aan te duiden.
en
“En” betekent hier “bij” of “in” en geeft de plaats van de ontmoeting aan: “en el mostrador”. Het staat vóór de plaatsaanduiding “el mostrador”. Gebruik “en” om aan te geven waar iets gebeurt of waar iemand zich bevindt.
mostrador
“Mostrador” betekent hier “balie”, specifiek de receptiebalie van het hotel. In “en el mostrador” wordt de plaats van de ontmoeting aangegeven. Gebruik “mostrador” voor een balie waaraan personeel klanten helpt.
era
“Era” betekent hier “was” en beschrijft hoe de kamer tijdens het verblijf was: “La habitación era muy cómoda”. Het is een vorm van ser voor een beschrijving in het verleden. Gebruik “era” met een beschrijving van een vroegere toestand of eigenschap.
muy
“Muy” betekent hier “erg” of “zeer” en versterkt het bijvoeglijk naamwoord “cómoda”. In “muy cómoda” betekent het dat de kamer bijzonder comfortabel was. Gebruik “muy” vóór een bijvoeglijk naamwoord om de eigenschap te versterken.
cómoda
“Cómoda” betekent hier “comfortabel” en beschrijft “la habitación”. De vorm sluit in deze woordgroep aan bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord “habitación”. Gebruik “cómoda” om een kamer of andere vrouwelijke zaak als prettig en comfortabel te beschrijven.
Me
“Me” betekent hier “mij” en verwijst naar de persoon die blij is in “Me alegra oírlo”. Het staat vóór “alegra” en geeft aan voor wie de informatie prettig is. Gebruik “me” in vergelijkbare uitdrukkingen om je eigen reactie of gevoel aan te geven.
alegra
“Alegra” betekent hier “maakt blij” of “verheugt” in “Me alegra oírlo”. De uitdrukking zegt dat het horen van de positieve beoordeling de spreker blij maakt. Gebruik “me alegra...” om te reageren op goed nieuws of iets aangenaams.
oírlo
“Oírlo” betekent hier “het horen” of “dat horen”, waarbij “lo” verwijst naar de mededeling dat de kamer comfortabel was. Het combineert “oír” met het aangehechte voornaamwoord “lo”. Gebruik “Me alegra oírlo” wanneer je blij bent om bepaalde informatie te horen.
tenga
“Tenga” betekent in “Que tenga un buen viaje” ongeveer “moge u hebben” en maakt deel uit van een beleefde wens. Het is een vorm van tener in deze vaste wensformule. Gebruik “Que tenga...” om iemand beleefd iets goeds toe te wensen.
un
“Un” betekent hier “een” in “un buen viaje”. Het staat vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord “viaje” en introduceert de gewenste reis. Gebruik “un” vóór een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord wanneer je niet naar iets specifieks verwijst.
buen
“Buen” betekent hier “goede” in “un buen viaje”. Het is de verkorte vorm van bueno die vóór het mannelijke enkelvoud “viaje” staat. Gebruik “buen” vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord om iets als goed te beschrijven.
viaje
“Viaje” betekent hier “reis” in de wens “Que tenga un buen viaje”. Samen met “un buen” vormt het de gebruikelijke wens voor iemand die vertrekt. Gebruik “buen viaje” wanneer je iemand een goede reis wilt wensen.