Plannen met vrienden voor een lokaal evenement | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: At a community hall, two friends plan to attend a music event, get tickets at the door, and choose where to meet..

NL → ES / Niveau: A2

Over deze les

Met Plannen met vrienden voor een lokaal evenement oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

Hay un evento de música en el centro comunitario.

Ai oen ebénto dee moesika en el sentro komoenitaario. Er is een muziekevenement in het buurthuis.
B

Suena interesante. ¿Es fácil participar?

Sweéna interesánte. Es fásil partisipár? Dat klinkt interessant. Is het makkelijk om mee te doen?
A

Podemos comprar las entradas en la puerta.

Podé-mos komprár las entrá-das en la pwérta. We kunnen kaartjes aan de deur kopen.
B

Me gustaría ir contigo si estás libre.

Mee goestaría ier kontígo sie estás liebre. Ik wil graag met je meegaan als je vrij bent.
A

Voy a llevar la información del evento.

Boi a jevár la informasión del ebénto. Ik neem de informatie over het evenement mee.
B

Podemos usarla para decidir cuándo vamos a llegar.

Podé-mos oesárla para desidír kwándo bámos a jegár. We kunnen die gebruiken om te beslissen wanneer we aankomen.
A

Vamos a elegir también un lugar de encuentro que sea fácil de encontrar.

Bámos a elechír tambjén oen loegár de enkwéntro kee sea fásil de enkontrár. Laten we ook een ontmoetingsplek kiezen die makkelijk te vinden is.
B

Con un plan claro, la noche será más fácil.

Kon oen plan kláro, la nótsje será mas fásil. Met een duidelijk plan wordt de avond makkelijker.

Woord voor woord

Hay Hay betekent hier ‘er is’ en introduceert het bestaan van een evenement: “Hay un evento de música”. De vaste combinatie Hay + zelfstandig naamwoord gebruik je om te zeggen dat iets aanwezig is.
un Un is hier het onbepaalde lidwoord ‘een’ bij het enkelvoudige mannelijke zelfstandig naamwoord “evento”. Je gebruikt un vóór een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord.
evento Evento betekent hier ‘evenement’ en verwijst naar de muziekactiviteit. De vorm komt voor in “un evento de música”; je kunt evento combineren met informatie die het evenement nader beschrijft.
de De verbindt in “evento de música” het evenement met het soort evenement: een evenement van muziek, dus een muziekevenement. De structuur zelfstandig naamwoord + de + zelfstandig naamwoord geeft vaak een soort, onderwerp of relatie aan.
música Música betekent hier ‘muziek’ en specificeert welk soort evento wordt bedoeld. In “evento de música” staat música na de om het onderwerp of type aan te geven.
en En betekent hier ‘in’ en geeft de plaats aan waar het evenement is: “en el centro comunitario”. Je gebruikt en vaak vóór een plaats om aan te geven waar iets gebeurt of zich bevindt.
el El is hier het bepaalde lidwoord ‘het’ bij “centro”. In “el centro comunitario” verwijst het naar een specifiek gemeenschapscentrum.
centro Centro betekent hier ‘centrum’ en maakt samen met “comunitario” de plaatsaanduiding “el centro comunitario”. Je kunt centro gebruiken voor een plaats die als centrum van een activiteit of gemeenschap dient.
comunitario Comunitario betekent hier ‘gemeenschappelijk’ of ‘van de gemeenschap’ en beschrijft “centro”. De vorm staat achter het zelfstandig naamwoord waarop hij betrekking heeft in “centro comunitario”.
Suena Suena betekent hier ‘klinkt’ in de reactie “Suena interesante”. Het is de vorm van sonar die bij een enkelvoudig onderwerp past; de structuur Suena + bijvoeglijk naamwoord gebruik je om een indruk te geven.
interesante Interesante betekent hier ‘interessant’ en beschrijft hoe het evenement klinkt voor de spreker. In “Suena interesante” staat het bijvoeglijk naamwoord na suena om een indruk of beoordeling uit te drukken.
Es Es betekent hier ‘is’ in de vraag “¿Es fácil participar?”. Het verbindt de activiteit participar met de beoordeling fácil; Es + bijvoeglijk naamwoord is een gebruikelijke manier om iets te beoordelen.
fácil Fácil betekent hier ‘gemakkelijk’ in “Es fácil participar”. Het beschrijft de moeilijkheidsgraad van deelnemen; fácil kan vóór een infinitief staan om te zeggen dat een handeling gemakkelijk is.
participar Participar betekent hier ‘deelnemen’ of ‘meedoen’ aan het evenement. De infinitief staat in “Es fácil participar” als de activiteit die gemakkelijk wordt genoemd; je kunt participar en gebruiken vóór een activiteit of evenement.
Podemos Podemos betekent hier ‘we kunnen’ in “Podemos comprar las entradas”. Het is de vorm van poder voor ‘we’ en staat vóór de infinitief comprar; Podemos + infinitief gebruik je om een mogelijkheid of voorstel uit te drukken.
comprar Comprar betekent hier ‘kopen’ en verwijst naar het kopen van de toegangskaarten. De infinitief volgt op podemos in “Podemos comprar las entradas”; comprar kan direct vóór het gekochte voorwerp staan.
las Las is hier het bepaalde lidwoord ‘de’ bij het vrouwelijke meervoud “entradas”. In “las entradas” verwijst het naar specifieke kaartjes of toegangskaarten.
entradas Entradas betekent hier ‘kaartjes’ of ‘toegangskaarten’ voor het evenement. Het is de meervoudsvorm van entrada en staat in “comprar las entradas” als het voorwerp van comprar.
la La is hier het bepaalde lidwoord ‘de’ bij het vrouwelijke enkelvoud “puerta”. In “en la puerta” verwijst het naar een specifieke deur, namelijk de ingang waar de kaartjes worden gekocht.
puerta Puerta betekent hier ‘deur’ en maakt samen met “en la” de plaatsaanduiding “en la puerta”. De combinatie en la puerta kan een plek bij een ingang aanduiden.
Me Me verwijst in “Me gustaría ir contigo” naar de persoon die de wens heeft: de spreker. Het hoort bij de vaste uitdrukking me gustaría + infinitief, waarmee je een beleefde wens uitdrukt.
gustaría Gustaría drukt in “Me gustaría ir contigo” een beleefde wens uit: ‘ik zou graag willen’. Het is een vorm van gustar; samen met me en een infinitief vormt het een beleefde manier om te zeggen wat je graag wilt doen.
ir Ir betekent hier ‘gaan’ in “ir contigo”. De infinitief staat na gustaría om de gewenste handeling te noemen; ir contigo betekent ‘met jou gaan’.
contigo Contigo betekent hier ‘met jou’ en geeft aan met wie de spreker wil gaan. Het is de vaste vorm voor con + tú; je kunt het direct na een werkwoord van gaan gebruiken, zoals in “ir contigo”.
si Si betekent hier ‘als’ en leidt de voorwaarde in “si estás libre”. De structuur si + zin gebruik je om een voorwaarde te formuleren.
estás Estás betekent hier ‘je bent’ in “si estás libre”. Het is een vorm van estar voor ‘je’ en wordt hier gebruikt om een tijdelijke beschikbaarheid of toestand aan te geven.
libre Libre betekent hier ‘vrij’ in de betekenis ‘beschikbaar’. In “estás libre” beschrijft het of de aangesproken persoon tijd heeft; estar libre is een gebruikelijke combinatie voor beschikbaar zijn.
Voy Voy betekent hier ‘ik ga’ in “Voy a llevar la información”. Het is een vorm van ir voor ‘ik’ en staat in de structuur voy a + infinitief om een voorgenomen handeling uit te drukken.
a A hoort hier bij de structuur “Voy a llevar” en verbindt voy met de infinitief llevar. In voy a + infinitief markeert a een voorgenomen of nabije toekomstige handeling.
llevar Llevar betekent hier ‘meenemen’ en verwijst naar het meenemen van de evenementinformatie. In “Voy a llevar la información” staat het als infinitief na voy a en volgt het voorwerp direct daarna.
información Información betekent hier ‘informatie’, namelijk de informatie over het evenement. In “llevar la información del evento” is het de informatie die wordt meegenomen.
del Del betekent hier ‘van het’ in “la información del evento”. Del is de samengevoegde vorm van de en el; het verbindt información met het evenement waarover de informatie gaat.
usar Usar betekent hier ‘gebruiken’ in “Podemos usarla”. Het verwijst naar het gebruiken van de informatie; de structuur usar + voornaamwoord of zelfstandig naamwoord geeft aan wat je gebruikt.
para Para betekent hier ‘om te’ en geeft het doel aan in “para decidir”. De structuur para + infinitief gebruik je om het doel van een handeling te benoemen.
decidir Decidir betekent hier ‘beslissen’ over het tijdstip van aankomst. De infinitief volgt op para in “para decidir cuándo vamos a llegar”; decidir cuándo + zin gebruik je om te zeggen waarover je beslist.
cuándo Cuándo betekent hier ‘wanneer’ in “decidir cuándo vamos a llegar”. Het introduceert de vraag naar het tijdstip binnen een grotere zin; het accent onderscheidt deze vraagvorm van het woord zonder vraagbetekenis.
vamos Vamos betekent hier ‘we gaan’ in “vamos a llegar”. Het is een vorm van ir voor ‘we’ en staat samen met a + infinitief om een geplande handeling aan te geven.
llegar Llegar betekent hier ‘aankomen’ in “vamos a llegar”. De infinitief volgt op vamos a; je gebruikt llegar om het bereiken van een plaats of bestemming uit te drukken.
elegir Elegir betekent hier ‘kiezen’ in “Vamos a elegir un lugar de encuentro”. De infinitief volgt op vamos a en krijgt als voorwerp “un lugar de encuentro”; de structuur elegir + zelfstandig naamwoord gebruik je bij een keuze.
también También betekent hier ‘ook’ en voegt het kiezen van een ontmoetingsplek toe aan de andere plannen. Je kunt también bij een werkwoordelijke handeling plaatsen om extra informatie toe te voegen.
lugar Lugar betekent hier ‘plaats’ in “un lugar de encuentro”. Het is de algemene plaats die de sprekers willen kiezen; lugar kan worden gevolgd door de + zelfstandig naamwoord om het soort plaats te preciseren.
encuentro Encuentro betekent hier ‘ontmoeting’ en specificeert in “lugar de encuentro” dat het om een ontmoetingsplek gaat. De structuur lugar de encuentro benoemt een plaats waar mensen elkaar ontmoeten.
que Que verbindt “un lugar de encuentro” met de beschrijving “sea fácil de encontrar”. Hier leidt que een zin aan die meer informatie geeft over de gekozen plaats.
sea Sea betekent hier ‘is’ in “que sea fácil de encontrar”. Het is een vorm van ser die in deze beschrijving van de nog te kiezen plaats wordt gebruikt; de structuur que sea + bijvoeglijk naamwoord geeft een gewenste eigenschap aan.
encontrar Encontrar betekent hier ‘vinden’ in “fácil de encontrar”. De infinitief noemt de handeling die gemakkelijk moet zijn; fácil de encontrar betekent ‘gemakkelijk te vinden’.
Con Con betekent hier ‘met’ in “Con un plan claro”. Het geeft aan welk middel of welke omstandigheid de avond gemakkelijker maakt; con + zelfstandig naamwoord vormt zo’n omstandigheidsbepaling.
plan Plan betekent hier ‘plan’ en verwijst naar de duidelijke afspraak over de avond. In “un plan claro” staat het zelfstandig naamwoord vóór het bijvoeglijk naamwoord dat het plan beschrijft.
claro Claro betekent hier ‘duidelijk’ en beschrijft “plan”. De vorm staat in “un plan claro” achter het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord; claro kan een plan of afspraak als begrijpelijk en goed omschreven typeren.
noche Noche betekent hier ‘avond’ in “la noche”. Het verwijst naar de avond waarin de vrienden naar het evenement gaan; de combinatie la noche benoemt die specifieke avond.
será Será betekent hier ‘zal zijn’ in “la noche será más fácil”. Het is een vorm van ser voor een toekomstige toestand en zegt wat de avond volgens de spreker zal zijn; será + bijvoeglijk naamwoord beschrijft een toekomstige eigenschap.
más Más betekent hier ‘meer’ in “más fácil” en maakt een vergelijking: gemakkelijker. De structuur más + bijvoeglijk naamwoord gebruik je om een hogere graad van een eigenschap aan te geven.

Grammatica

Hay + sustantivo

Hay música en el centro comunitario.

Ai moesika en el sentro komoenitaario.

Er is muziek in het buurthuis.

Hay betekent ‘er is/zijn’ en blijft hetzelfde voor enkelvoud en meervoud.

Me gustaría + infinitivo

Me gustaría participar.

Mee goestaría partisipár.

Ik zou graag meedoen.

Na me gustaría volgt een infinitief; deze uitdrukking klinkt beleefd.

Spaans woordenschat

centro comunitario uitdrukking
sentro komoenitaario buurthuis

el centro comunitario

comprar werkwoord
komprár kopen

comprar las entradas

entrada zelfstandig naamwoord
entr áda kaartje, toegangskaart entradas

las entradas

evento zelfstandig naamwoord
ebénto evenement

un evento de música

fácil bijvoeglijk naamwoord
fásil makkelijk

¿Es fácil participar?

haber werkwoord
abér er zijn hay

Hay un evento de música.

interesante bijvoeglijk naamwoord
interesánte interessant

Suena interesante.

música zelfstandig naamwoord
moesika muziek

un evento de música

participar werkwoord
partisipár meedoen

fácil participar

poder werkwoord
podér kunnen podemos

Podemos comprar las entradas.

puerta zelfstandig naamwoord
pwérta deur

en la puerta

sonar werkwoord
sonár klinken suena

Suena interesante.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dat klinkt interessant. Is het makkelijk om mee te doen?

Antwoord tonenSuena interesante. ¿Es fácil participar?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

klinken

Antwoord tonensuena

kunnen

Antwoord tonenpodemos

meedoen

Antwoord tonenparticipar

interessant

Antwoord toneninteresante