Een grote pan lenen | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: In a shared kitchen, one person borrows a large pan and checks how to use, wash, and return it safely..

NL → ES / Niveau: A2

Over deze les

Met Een grote pan lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Puedo pedirte prestada tu sartén grande hoy?

Pweedo pedírte prestáda toe sartén gránde oi? Kan ik vandaag je grote pan lenen?
B

Sí, pero cuidado con el mango porque se calienta.

Sie, peero kwidádo kon el mángo porke se kalj énta. Dat kan, maar pas op voor het handvat, want dat wordt heet.
A

¿Está bien usarla en esta estufa?

Está bjen oesárla en esta estoefa? Is het goed om hem op dit fornuis te gebruiken?
B

Debería estar bien si mantienes el fuego bajo.

Deberíja estár bjen sie mantjénes el fwego bágo. Dat moet goed gaan als je het vuur laag houdt.
A

La lavaré justo después de cenar.

La labaré goesto despwés de senár. Ik was hem meteen na het eten af.
B

Sécala bien antes de devolvérmela.

Sékala bjen ántes de debolbérmela. Droog hem goed af voordat je hem aan mij terugbrengt.
A

¿Cuándo quieres que te la devuelva?

Kwándo kjéres ke te la debwélba? Wanneer wil je hem terug?
B

Después de cenar está bien.

Despwés de senár está bjen. Na het eten is goed.
B

No la necesitaré hasta más tarde esta semana.

No la nesesitaré ásta más tárde ésta semána. Ik heb hem pas later deze week weer nodig.

Woord voor woord

Puedo “Puedo” betekent hier dat de spreker toestemming vraagt: kan ik iets lenen? De vorm komt van poder; in “¿Puedo pedirte prestada tu sartén grande hoy?” staat ze vóór een infinitief. Gebruik dit in een beleefde vraag wanneer je wilt weten of iets mag of mogelijk is.
pedirte “Ped irte” betekent hier iets aan de aangesprokene vragen; te verwijst naar die persoon. Het is pedir met te eraan vast in “¿Puedo pedirte prestada tu sartén grande hoy?”. Deze vorm past bij een verzoek aan iemand om iets te lenen.
prestada “Prestada” geeft hier aan dat de sartén geleend wordt. De vorm komt van prestar en past bij het vrouwelijke woord sartén in “pedirte prestada tu sartén”. Gebruik prestada binnen een verzoek om een vrouwelijk voorwerp te lenen.
tu “Tu” betekent hier “jouw” en geeft aan van wie de pan is: “tu sartén grande”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik tu vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar iets van de aangesprokene verwijst.
sartén “Sartén” betekent hier koekenpan, het voorwerp dat iemand wil lenen. In “tu sartén grande” is het het centrale zelfstandig naamwoord; later verwijst “la” naar dezelfde sartén. Je gebruikt dit woord wanneer je over een koekenpan tijdens het koken praat.
grande “Grande” betekent hier groot en beschrijft de sartén: “sartén grande”. Het staat in deze dialoog na het zelfstandig naamwoord. Gebruik het om de omvang van een voorwerp te beschrijven.
hoy “Hoy” betekent vandaag en bepaalt wanneer het lenen plaatsvindt: “...hoy?”. Het is een tijdsaanduiding aan het einde van de vraag. Gebruik hoy wanneer je iets aan de huidige dag koppelt.
“Sí” betekent ja en bevestigt hier dat het verzoek kan worden ingewilligd: “Sí, pero cuidado con el mango...”. Het accent hoort bij deze bevestigende vorm. Gebruik sí als antwoord wanneer je instemt of bevestigt.
pero “Pero” betekent maar en leidt hier een waarschuwing in na de bevestiging: “Sí, pero cuidado con el mango...”. Het verbindt instemming met een beperking of aandachtspunt. Gebruik pero om na een eerste mededeling een tegenstelling of voorbehoud toe te voegen.
cuidado “Cuidado” waarschuwt hier dat iemand moet opletten met het handvat. In “cuidado con el mango” vormt het samen met con de waarschuwing voor iets specifieks. Gebruik deze uitdrukking in een praktische situatie waarin je iemand voor mogelijk gevaar wilt waarschuwen.
con “Con” betekent hier voor of met in de waarschuwing “cuidado con el mango”. Het verbindt de waarschuwing met het voorwerp waarvoor iemand moet oppassen. Een bruikbaar patroon is cuidado con + zelfstandig naamwoord.
el “El” is hier het bepaalde lidwoord vóór mango in “el mango”. Het verwijst naar het specifieke handvat van de pan waarover al gesproken wordt. Gebruik el vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer het om iets bepaalds gaat.
mango “Mango” betekent hier handvat, namelijk het handvat van de pan. In “cuidado con el mango” is het het onderdeel waarvoor de ander moet oppassen. Je gebruikt dit woord hier in een waarschuwing tijdens het koken.
porque “Porque” betekent omdat en introduceert hier de reden voor de waarschuwing: “porque se calienta”. Het verbindt de waarschuwing met een redengevende bijzin. Gebruik porque wanneer je uitlegt waarom iets gebeurt of waarom iemand moet opletten.
se “Se” is hier onderdeel van “se calienta” en helpt de verandering naar warm uit te drukken. Het verwijst niet naar een apart voorwerp; de volledige uitdrukking betekent dat het handvat warm wordt. Gebruik de hele vorm se calienta wanneer je zegt dat iets warm wordt.
calienta “Calienta” betekent hier wordt warm in “se calienta”. Samen met se beschrijft het wat er met het handvat gebeurt. De vorm komt van calentar en is bruikbaar om te zeggen dat iets warm wordt.
Está “Está” betekent hier is en vraagt of het gebruiken van de pan op deze plek in orde is: “¿Está bien usarla en esta estufa?”. De vorm komt van estar en staat hier in de uitdrukking está bien. Gebruik está bien om te vragen of iets geschikt of aanvaardbaar is.
bien “Bien” betekent hier goed of in orde in “¿Está bien usarla en esta estufa?”. Samen met está geeft het aan dat iets aanvaardbaar is. Gebruik estar bien + infinitief om te vragen of een handeling in orde is.
usarla “Usarla” betekent haar gebruiken, waarbij la naar de sartén verwijst. Het bestaat uit usar met het vrouwelijke lijdend voorwerp la eraan vast in “¿Está bien usarla en esta estufa?”. Gebruik deze vorm wanneer je een bekend vrouwelijk voorwerp als object van usar noemt.
en “En” betekent hier op in “en esta estufa” en geeft de plaats of het oppervlak aan waarop de pan wordt gebruikt. Het staat vóór de plaatsaanduiding. Gebruik en + plaats of oppervlak om aan te geven waar iets zich bevindt of gebruikt wordt.
esta “Esta” betekent deze en verwijst in “esta estufa” naar het fornuis dat hier aanwezig is. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik esta + zelfstandig naamwoord om iets specifieks in de nabije situatie aan te wijzen.
estufa “Estufa” betekent hier fornuis, de plek waarop de sartén wordt gebruikt. In “esta estufa” gaat het om een specifiek fornuis in de gedeelde keuken. Gebruik dit woord wanneer je over het kooktoestel praat.
Debería “Debería” betekent hier zou moeten en geeft een voorzichtige verwachting of geruststelling: “Debería estar bien...”. De vorm komt van deber en staat vóór de infinitief estar. Gebruik debería + infinitief om een voorzichtige inschatting of aanbeveling te geven.
estar “Estar” betekent hier zijn in de constructie “Debería estar bien”. Het is de infinitief die volgt op debería. Gebruik estar na een vorm zoals debería wanneer je zegt hoe iets naar verwachting is.
si “Si” betekent als en introduceert hier de voorwaarde “si mantienes el fuego bajo”. Het verbindt een voorwaarde met het verwachte resultaat. Gebruik si + zin om te beschrijven onder welke voorwaarde iets goed gaat.
mantienes “Mantienes” betekent hier je houdt of handhaaft, in verband met het laag houden van de warmte: “mantienes el fuego bajo”. De vorm komt van mantener en heeft el fuego als object. Gebruik mantener + object wanneer je iets op een bepaalde stand of toestand houdt.
fuego “Fuego” betekent hier het vuur of de kookwarmte van het fornuis. In “mantienes el fuego bajo” gaat het om de warmte waarop de pan wordt verhit. Gebruik deze combinatie wanneer je advies geeft over de kookstand.
bajo “Bajo” betekent hier laag en beschrijft het vuur in “el fuego bajo”. Het geeft aan dat de kookwarmte laag moet blijven. Gebruik het in deze combinatie om een lage warmte- of standinstelling aan te duiden.
La “La” betekent hier haar of het en verwijst naar de vrouwelijke sartén in “La lavaré”. Het staat vóór het vervoegde werkwoord als lijdend voorwerp. Gebruik la wanneer je een eerder genoemd vrouwelijk voorwerp niet opnieuw wilt herhalen.
lavaré “Lavaré” betekent ik zal wassen, hier met la als object: “La lavaré justo después de cenar”. De vorm komt van lavar en drukt een voornemen voor later uit. Gebruik lavar + object wanneer je zegt dat je een voorwerp zult wassen.
justo “Justo” betekent hier precies of vlak en versterkt de tijdsaanduiding “justo después de cenar”. Het maakt duidelijk dat het wassen direct na het avondeten gebeurt. Gebruik justo vóór een tijdsaanduiding om het moment nauwkeuriger te markeren.
después “Después” betekent hier na of daarna in “justo después de cenar”. Met de daaropvolgende de + infinitief geeft het aan wat eerst gebeurt. Gebruik después de + infinitief om een handeling na een andere handeling te plaatsen.
de “De” verbindt después met de handeling cenar in “después de cenar”. In deze uitdrukking helpt het aangeven na welke activiteit iets plaatsvindt. Gebruik de na después wanneer er een infinitief volgt.
cenar “Cenar” betekent hier dineren of avondeten. In “después de cenar” is het de activiteit waarna de pan wordt gewassen. Gebruik deze infinitief na después de om een tijdsvolgorde rond het avondeten uit te drukken.
Sécala “Sécala” betekent droog haar en is hier een directe instructie om de sartén te drogen. Het bestaat uit secar met het vrouwelijke voornaamwoord la eraan vast; het accent blijft in deze vorm staan. Gebruik deze vorm wanneer je iemand opdraagt een bekend vrouwelijk voorwerp te drogen.
antes “Antes” betekent hier voordat en geeft aan dat het drogen moet gebeuren vóór het terugbrengen. In “antes de devolvérmela” staat het vóór de constructie de + infinitief. Gebruik antes de + infinitief om een eerdere handeling aan te geven.
devolvérmela “Devolvérmela” betekent haar aan mij teruggeven: la verwijst naar de sartén en me naar de persoon die spreekt. De voornaamwoorden staan hier aan het infinitief devolver vast in “antes de devolvérmela”. Gebruik deze vorm wanneer je een voorwerp aan iemand terugbrengt.
Cuándo “Cuándo” betekent wanneer en vraagt hier naar het gewenste moment van terugbrengen: “¿Cuándo quieres que te la devuelva?”. Het accent hoort bij de vraagvorm. Gebruik cuándo om naar een tijdstip of moment te vragen.
quieres “Quieres” betekent hier je wilt en vraagt naar de voorkeur van de aangesprokene. In “¿Cuándo quieres que te la devuelva?” leidt het een gewenste handeling in. Gebruik quieres wanneer je naar iemands wens of voorkeur vraagt.
que “Que” maakt hier deel uit van “quieres que te la devuelva” en leidt de handeling in die de ander wenst. Het verbindt quieres met de bijzin over het teruggeven. Gebruik querer que + bijzin om te zeggen of te vragen wat iemand wil dat er gebeurt.
te “Te” verwijst hier naar de persoon aan wie de sartén wordt teruggegeven in “que te la devuelva”. Het markeert de ontvanger van het teruggeven, terwijl la naar de sartén verwijst. Gebruik te in deze constructie wanneer de ontvanger de aangesprokene is.
devuelva “Devuelva” betekent hier teruggeef in “que te la devuelva”. De vorm komt van devolver en staat na quieres que om de gewenste handeling uit te drukken. Gebruik querer que + devuelva wanneer je zegt wat iemand wil dat een ander teruggeeft.
No “No” maakt de mededeling ontkennend in “No la necesitaré hasta más tarde esta semana”. Het staat vóór de werkwoordsvorm necesitaré. Gebruik no vóór het werkwoord om te zeggen dat iets niet gebeurt of niet nodig is.
necesitaré “Necesitaré” betekent ik zal nodig hebben, hier ontkend als “No la necesitaré”. De vorm komt van necesitar en verwijst naar een behoefte in de toekomst. Gebruik necesitar + object wanneer je zegt dat je iets nodig zult hebben.
hasta “Hasta” betekent hier tot en geeft het eindpunt van de periode aan: “hasta más tarde esta semana”. Het bepaalt tot wanneer de sartén niet opnieuw nodig is. Gebruik hasta + tijdsaanduiding om een tijdsgrens aan te geven.
más “Más” betekent hier meer in de uitdrukking “más tarde”, die samen later betekent. Het versterkt hier de tijdsaanduiding tarde. Gebruik más + een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord wanneer je een hogere graad of een later moment aangeeft.
tarde “Tarde” betekent hier later in “más tarde esta semana”. Het verwijst naar een moment verderop in dezelfde week. Gebruik más tarde om naar een later tijdstip te verwijzen.
semana “Semana” betekent week in “más tarde esta semana”. Het begrenst het bedoelde latere moment tot de huidige week. Gebruik esta semana wanneer je naar een moment binnen deze week verwijst.

Grammatica

Imperativo afirmativo + pronombre

Sécala

Sékala

Droog haar.

Bij een bevestigend bevel staat het objectpronomen achter het werkwoord en wordt het eraan vastgeschreven: seca + la.

Infinitivo + pronombres

devolvérmela

debolbérmela

het aan mij terugbrengen

Objectpronomen kunnen aan een infinitief worden vastgeschreven. Een accent kan nodig zijn om de oorspronkelijke klemtoon te behouden.

Spaans woordenschat

bajo bijvoeglijk naamwoord
bágo laag

el fuego bajo

calentarse werkwoord
kalentárse heet worden se calienta

porque se calienta

cuidado con uitdrukking
kwidádo kon pas op voor

cuidado con el mango

estufa zelfstandig naamwoord
estoefa fornuis

esta estufa

fuego zelfstandig naamwoord
fwego vuur

el fuego

grande bijvoeglijk naamwoord
gránde groot

sartén grande

lavar werkwoord
labár wassen lavaré

La lavaré

mango zelfstandig naamwoord
mángo handvat

el mango

mantener werkwoord
mantenér houden mantienes

si mantienes el fuego bajo

pedir prestado uitdrukking
pedír prestádo lenen pedirte prestada

pedirte prestada tu sartén

sartén zelfstandig naamwoord
sartén koekenpan

tu sartén grande

usar werkwoord
oesár gebruiken usarla

usar la sartén

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is het goed om hem op dit fornuis te gebruiken?

Antwoord tonen¿Está bien usarla en esta estufa?

Ik was hem meteen na het eten af.

Antwoord tonenLa lavaré justo después de cenar.

Droog hem goed af voordat je hem aan mij terugbrengt.

Antwoord tonenSécala bien antes de devolvérmela.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

koekenpan

Antwoord tonensartén

groot

Antwoord tonengrande

handvat

Antwoord tonenmango

houden

Antwoord tonenmantienes