Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een beschadigd geleend stuk gereedschap bespreken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.
Dialoog
Tengo que disculparme por lo que le pasó a la herramienta que pedí prestada.
Tengoo kee dieskoelparmee por loo kee lee pasoo aa la erraamjenta kee pee-die prestaada. Ik moet mijn excuses aanbieden voor wat er met het geleende gereedschap is gebeurd.¿Qué le pasó?
Kee lee pasoo? Wat is ermee gebeurd?El mango se agrietó mientras usaba la herramienta.
El mangoo see agrje-too m-jentras oesaaba la erraamjenta. Het handvat is gebarsten toen ik het gebruikte.Déjame ver lo grave que es el daño.
Degamee ber loo graave kee es el danjo. Laat me kijken hoe erg de schade is.Puedo reemplazarla o ayudar a repararla.
Pweedo rreemplassarla oo ajoedaar aa repararla. Ik kan het vervangen of helpen het te repareren.Deberíamos comprobar si la reparación va a aguantar.
Deberjaamos komprobaar sie la reparas-jon baa aa agwantaar. We moeten kijken of een reparatie goed blijft.Siento haberte causado trabajo extra.
S-jento aaberte kausaado trabaago ekstraa. Het spijt me dat ik je extra werk heb bezorgd.Dímelo enseguida la próxima vez.
Diemelo ense-gieda la proksima bes. Zeg het me de volgende keer meteen.Podemos solucionarlo.
Poodemos solus-jonaарlo. We kunnen het oplossen.Uitleg van de zinnen
Tengo que disculparme por lo que le pasó a la herramienta que pedí prestada.
Ik moet mijn excuses aanbieden voor wat er met het geleende gereedschap is gebeurd.
- Tengo que
- ik moet
- disculparme
- mijn excuses aanbieden
- por lo que
- voor wat
- le pasó
- ermee gebeurde
- herramienta
- gereedschap; werktuig
- pedí
- vroeg
- prestada
- geleend
Uitgebreide uitleg
Tengo que drukt hier noodzaak uit: “ik moet”. Tengo is de tegenwoordige tijd van tener in de eerste persoon enkelvoud; in het patroon tener que + infinitief betekent het “moeten”. Het werkwoord na que blijft een infinitief, zoals disculparme. disculparme betekent hier “mijn excuses aanbieden”. Het is disculpar met het wederkerende voornaamwoord me eraan vast: disculparme. Me verwijst naar de spreker. Voorbeeld: Quiero disculparme. — “Ik wil mijn excuses aanbieden.” por lo que leidt hier datgene in waarvoor de spreker excuses aanbiedt: “voor wat er ...”. Lo que verwijst naar een gebeurtenis of zaak zonder een zelfstandig naamwoord met grammaticaal geslacht te noemen. Voorbeeld: Me disculpo por lo que dije. — “Ik bied mijn excuses aan voor wat ik heb gezegd.” le pasó betekent hier “ermee gebeurde”. Pasó is de verleden tijd van pasar voor de derde persoon enkelvoud. In pasarle algo a alguien is le het meewerkend voornaamwoord; hier verwijst a la herramienta naar het gereedschap, zodat de betekenis “wat er met het gereedschap gebeurde” ontstaat. De volgende contextvraag ¿Qué le pasó? gebruikt dezelfde constructie. herramienta betekent “gereedschap” of “werktuig”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: la herramienta; het meervoud is herramientas. In deze zin staat het in a la herramienta, als de aangeduide ontvanger of betrokkene bij le pasó. pedí betekent op zichzelf hier niet letterlijk “ik leende”: het is de verleden tijd van pedir in de eerste persoon enkelvoud, met als basisvorm pedir. Samen met prestada vormt het de constructie pedir algo prestado, “iets lenen”, dus iets van iemand lenen. Dat verschilt van prestar, “uitlenen”. Voorbeeld: Pedí un libro prestado. — “Ik leende een boek.” prestada betekent hier “geleend”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het adjectief prestado en stemt overeen met herramienta: la herramienta ... prestada. Het werkwoord pedí draagt geen vrouwelijke vorm; de overeenkomst zit in prestada. Voorbeeld: un libro prestado — “een geleend boek”. Samen betekent la herramienta que pedí prestada “het gereedschap dat ik leende”. De bijzin que pedí prestada specificeert welk gereedschap bedoeld wordt. Por lo que le pasó a la herramienta koppelt dat gereedschap aan de gebeurtenis die ermee plaatsvond. De volledige zin betekent daarom: “Ik moet mijn excuses aanbieden voor wat er met het geleende gereedschap is gebeurd.”
¿Qué le pasó?
Wat is ermee gebeurd?
- ¿Qué
- wat
- le pasó
- ermee gebeurde
Uitgebreide uitleg
¿Qué betekent hier “wat” en vraagt naar de gebeurtenis of verandering. Het accentteken onderscheidt de vraagvorm qué van het betrekkelijke que (“dat”/“die”) in andere constructies. Voorbeelden: ¿Qué pasó? = “Wat is er gebeurd?” en ¿Qué quieres? = “Wat wil je?” le pasó bevat het werkwoord pasó, de verleden tijd van pasar voor de derde persoon enkelvoud. In deze vraag betekent pasar “gebeuren”; pasó verwijst dus naar een gebeurtenis die al heeft plaatsgevonden. Le is een meewerkend voornaamwoord in het enkelvoud: het duidt aan met wie of wat de gebeurtenis verband houdt. In deze context verwijst het naar het geleende gereedschap; de volgende zin verduidelijkt dat het handvat ervan is gebarsten. Le maakt hierbij geen onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk. Vergelijk: ¿Qué le pasó al coche? = “Wat is er met de auto gebeurd?” Samen vormt ¿Qué le pasó? de vraag “Wat is ermee gebeurd?”: qué vraagt wat er gebeurde, en le pasó koppelt die gebeurtenis aan het gereedschap. De vraag staat in de verleden tijd en vraagt niet naar een algemene eigenschap, maar naar een concrete gebeurtenis.
El mango se agrietó mientras usaba la herramienta.
Het handvat is gebarsten toen ik het gebruikte.
- mango
- handvat
- se agrietó
- barstte
- usaba
- gebruikte
- herramienta
- gereedschap
Uitgebreide uitleg
mango betekent hier “handvat”. Het woord kan in andere contexten ook “mango” (de vrucht) betekenen; de vaste vertaling maakt hier de betekenis “handvat” duidelijk. Een bruikbaar patroon is el/la + zelfstandig naamwoord: het lidwoord en het zelfstandig naamwoord vormen samen de naamwoordgroep. se agrietó komt van agrietarse, “barsten” of “scheuren”. De vorm agrietó is de derde persoon enkelvoud van de voltooide verleden tijd (pretérito indefinido). In deze intransitieve constructie beschrijft se agrietó dat het handvat gebarsten raakte; el mango is het onderwerp, niet de gebruiker. Vergelijk: El vaso se agrietó. — “Het glas barstte.” usaba komt van usar, “gebruiken”. In deze zin is het de eerste persoon enkelvoud van de onvoltooid verleden tijd (imperfecto): “ik gebruikte”. Deze tijd presenteert de handeling als iets dat op dat moment bezig was of als achtergrond diende. Usaba kan buiten deze context ook derde persoon enkelvoud betekenen, maar de vaste vertaling kiest hier “ik”. herramienta betekent “gereedschap” of “werktuig”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Daarom staat ervoor la in la herramienta: la markeert hier zowel een enkelvoudige bepaalde naamwoordgroep als de vrouwelijke vorm. Voorbeeld: Necesito una herramienta. — “Ik heb gereedschap nodig.” mientras verbindt de twee gebeurtenissen en betekent “terwijl”. De hoofdgebeurtenis is el mango se agrietó; usaba la herramienta geeft de handeling die op dat moment bezig was. Samen betekent mientras usaba la herramienta: “terwijl ik het gereedschap gebruikte”. De volledige zin bouwt dus op als El mango + se agrietó + mientras + usaba la herramienta: “Het handvat is gebarsten toen ik het gebruikte.” De Spaanse verleden tijden presenteren de barst als de voltooide gebeurtenis en het gebruik als de gelijktijdige achtergrondhandeling.
Déjame ver lo grave que es el daño.
Laat me kijken hoe erg de schade is.
- Déjame
- laat me
- ver
- kijken; zien
- grave
- ernstig
- daño
- schade
Uitgebreide uitleg
Déjame komt van dejar (‘laten’) en is hier de bevestigende bevelsvorm voor tú, met het voornaamwoord me eraan vast: deja + me → déjame. Het betekent hier ‘laat me’. Een bruikbaar patroon is Déjame + infinitief: Déjame entrar. — ‘Laat me binnenkomen.’ ver is de infinitief van ‘zien/kijken’. Na déjame staat deze infinitief voor de handeling die de spreker wil uitvoeren: Déjame ver. — ‘Laat me kijken.’ grave betekent hier ‘ernstig’ en beschrijft de ernst van iets. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat in het enkelvoud dezelfde vorm heeft bij mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden; in het meervoud wordt het graves. In lo grave maakt het onzijdige lo het bijvoeglijk naamwoord tot ‘hoe ernstig/het ernstige aspect’. daño is een mannelijk zelfstandig naamwoord met als betekenis ‘schade’. De vorm el daño is enkelvoud; het meervoud is los daños. In de bijzin is el daño datgene waarvan de ernst wordt beoordeeld. De combinatie lo grave que es el daño is een Spaanse graadconstructie: letterlijk gaat het om ‘hoe ernstig de schade is’. Samen bouwen de delen de betekenis op: de spreker vraagt toestemming om te kijken en wil de ernst van de schade vaststellen. De volledige zin betekent daarom: ‘Laat me kijken hoe erg de schade is.’
Puedo reemplazarla o ayudar a repararla.
Ik kan het vervangen of helpen het te repareren.
- Puedo
- ik kan
- reemplazarla
- het vervangen
- ayudar
- helpen
- repararla
- het repareren
Uitgebreide uitleg
Puedo komt van poder en is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: “ik kan”. Het drukt hier mogelijkheid of vermogen van de spreker uit. Vergelijk: puedes = “je kunt” en puede = “hij/zij/u kan”. Voorbeeld: Puedo esperar. = “Ik kan wachten.” reemplazarla betekent hier “het vervangen”. Het werkwoord is reemplazar = “vervangen”. De uitgang -la is een direct-objectcliticum: het verwijst naar één vrouwelijk grammaticaal object. De Nederlandse vertaling gebruikt daarvoor “het”, maar de Spaanse vorm la behoudt de vrouwelijke vorm van het bedoelde object. Bij een mannelijk enkelvoudig object staat -lo, zoals in reemplazarlo. Het cliticum staat hier achter de infinitief: reemplazar + la → reemplazarla. ayudar is de infinitief “helpen”. Na ayudar staat hier a vóór een andere infinitief: ayudar a + infinitief = “helpen om te …” of natuurlijker “helpen …”. Voorbeeld: Puedo ayudar a limpiar. = “Ik kan helpen schoonmaken.” De infinitief zelf geeft geen persoon of getal aan; die informatie komt hier van Puedo. repararla betekent “het repareren”. Het werkwoord is reparar = “repareren”, met opnieuw het achtergevoegde vrouwelijke enkelvoudige direct-objectcliticum -la: reparar + la → repararla. Hetzelfde object wordt dus in beide werkwoordsvormen met la aangeduid. Een voorbeeld met een expliciet vrouwelijk object is: Voy a reparar la máquina. = “Ik ga de machine repareren.” Met het cliticum wordt dat Voy a repararla. = “Ik ga haar/het repareren.” De twee werkwoordgroepen zijn verbonden door o, “of”. De structuur is Puedo [reemplazarla] o [ayudar a repararla]: de spreker zegt dat die persoon één van twee dingen kan doen — het bedoelde object vervangen, of helpen het te repareren. De volledige betekenis is daarom: “Ik kan het vervangen of helpen het te repareren.”
Deberíamos comprobar si la reparación va a aguantar.
We moeten kijken of een reparatie goed blijft.
- Deberíamos
- we zouden moeten
- comprobar
- controleren; nagaan
- si
- of
- reparación
- reparatie
- va a
- gaat ...; zal ...
- aguantar
- standhouden; het volhouden
Uitgebreide uitleg
Deberíamos is de eerste persoon meervoud van de conditionele vorm van deber. Hier drukt het een aanbeveling of gedeelde verplichting uit: “we zouden moeten”, in de vaste vertaling “we moeten”. De vorm hoort bij een impliciet nosotros (“wij”); het voornaamwoord zelf hoeft niet te worden uitgesproken. Voorbeeld: Deberíamos revisar el informe. — “We zouden het verslag moeten nakijken.” comprobar is een infinitief met de betekenis “nagaan” of “controleren”. Na deberíamos blijft het volgende werkwoord een infinitief: deberíamos comprobar, niet een vervoegde vorm. Voorbeeld: Voy a comprobar la información. — “Ik ga de informatie controleren.” si leidt hier een indirecte ja-neevraag in en betekent “of”. Het verschilt van si met de betekenis “als”. De constructie comprobar si + zin betekent “nagaan of + zin”. Voorbeeld: No sé si funciona. — “Ik weet niet of het werkt.” reparación is een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord met de betekenis “reparatie”. Het meervoud is reparaciones. In la reparación zie je het vrouwelijke lidwoord la; het zelfstandig naamwoord betekent zelf niet “repareren”. Voorbeeld: La reparación terminó. — “De reparatie is klaar.” va a bestaat uit de derde persoon enkelvoud va van ir en het voorzetsel a. Samen met een infinitief drukt ir a + infinitief een nabije of geplande toekomst uit: “gaat ...” of “zal ...”. Hier stemt va overeen met het enkelvoudige onderwerp la reparación. Voorbeeld: La máquina va a fallar. — “De machine gaat defect raken.” aguantar is een infinitief met de betekenis “standhouden” of “het volhouden”. In deze zin gaat het om de vraag of de reparatie het zal houden. Voorbeeld: Esta mesa aguanta mucho peso. — “Deze tafel kan veel gewicht dragen.” Samen betekent deberíamos comprobar “we zouden moeten nagaan”, en si la reparación va a aguantar “of de reparatie het zal houden”. De volledige uiting betekent hier: “We moeten nagaan of een reparatie goed blijft.”
Siento haberte causado trabajo extra.
Het spijt me dat ik je extra werk heb bezorgd.
- Siento
- Het spijt me
- haberte causado
- jou hebben bezorgd
- trabajo
- werk
- extra
- extra
Uitgebreide uitleg
Siento is the first-person singular present form of sentir. In this utterance, sentir expresses regret, so Siento ... is the reusable pattern “Het spijt me dat ...”. In another context, the same verb can also mean “voelen”, but that is not the meaning here. haberte causado combines the perfect infinitive haber causado with the clitic te: haber + te + causado. The perfect infinitive presents the causing as completed relative to siento; its subject is understood as the speaker, matching the first person in siento. Causar means “veroorzaken” or, with a person and something affected, “iemand iets bezorgen”. Here te refers to the person who received the extra work. The participle causado belongs to causar; it does not change to agree with te in this construction. A useful pattern is Siento haberte + participio: “Het spijt me dat ik je heb ...”. Trabajo is the singular noun “werk”. In causar trabajo a alguien, it is the thing that someone causes another person: “iemand werk bezorgen”. The form is singular here because the utterance refers to an amount of work as one uncounted whole; this does not assert that there was exactly one task. Extra describes trabajo and means “extra” or “bijkomend”. In this use it comes after the noun: trabajo extra. The form extra is unchanged here; it does not show a separate masculine or feminine ending. Example: Tenemos tiempo extra. — “We hebben extra tijd.” Together, Siento expresses the speaker’s regret, haberte causado says that the speaker caused something to the listener, and trabajo extra identifies what was caused. The complete meaning is: “Het spijt me dat ik je extra werk heb bezorgd.”
Dímelo enseguida la próxima vez.
Zeg het me de volgende keer meteen.
- Dímelo
- zeg het me
- enseguida
- meteen
- próxima
- volgende
- vez
- keer
Uitgebreide uitleg
Dímelo betekent hier “zeg het me”. Dit is een bevestigend bevel aan één aangesproken persoon: di is de onregelmatige tú-vorm van het werkwoord decir (“zeg!”). me is het meewerkend voorwerp (“aan mij”) en lo is het lijdend voorwerp (“het”); samen vormen ze dime + lo → dímelo. Bij een bevestigend bevel worden deze voornaamwoordelijke elementen achter de werkwoordsvorm geplaatst. Het accentteken in dímelo bewaart de juiste klemtoon. Voorbeeld: Dímela. = “Zeg het me” wanneer la naar een vrouwelijk enkelvoudig lijdend voorwerp verwijst. Enseguida betekent hier “meteen” of “onmiddellijk”. Het is een bijwoord en verandert dus niet mee met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Ven enseguida. = “Kom meteen.” Próxima betekent hier “volgende”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord próximo. De vorm is vrouwelijk en enkelvoudig omdat zij bij vez hoort; próximo is de basisvorm en próximas is bijvoorbeeld vrouwelijk meervoud. Voorbeeld: la próxima semana = “volgende week.” Vez betekent “keer” in deze tijdsaanduiding. Het meervoud is veces, met een spellingverandering in het meervoud. Een nuttig contrast is vez (“keer”) tegenover veces (“keren/keer” in het meervoud), zoals in dos veces = “twee keer”. Samen betekent Dímelo enseguida la próxima vez.: “Zeg het me de volgende keer meteen.” Dímelo geeft het bevel met beide voornaamwoordelijke aanvullingen, enseguida geeft aan dat dit onmiddellijk moet gebeuren, en la próxima vez bepaalt wanneer: bij de volgende gelegenheid. De zin is dus een herbruikbaar patroon: Dímelo + bijwoord + la próxima vez — “Zeg het me + hoe/wanneer + de volgende keer.”
Podemos solucionarlo.
We kunnen het oplossen.
- Podemos
- we kunnen
- solucionarlo
- het oplossen
Uitgebreide uitleg
Podemos komt van poder (“kunnen”) en is de tegenwoordige tijd voor nosotros/nosotras: “wij kunnen”. Het drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. De infinitief die erop volgt blijft onvervoegd: podemos solucionar = “we kunnen oplossen”. solucionarlo bestaat uit solucionar (“oplossen”) + het directe objectpronomen lo (“het/hem” in deze context). lo is hier aan het einde van de infinitief vast geschreven. Bij een infinitief kan hetzelfde pronomen ook vóór de vervoegde vorm staan: Lo podemos solucionar — “We kunnen het oplossen.” De keuze tussen lo, la, los en las hangt af van het grammaticale geslacht en getal van het vervangen directe object; uit de vertaling blijkt hier alleen dat het om “het” gaat, niet welk zelfstandig naamwoord daarachter staat. Samen vormen de delen Podemos solucionarlo.: podemos geeft “we kunnen” en solucionarlo geeft “het oplossen”. De volledige betekenis is: “We kunnen het oplossen.”
Grammatica
tener que + infinitivo
Tengo que disculparme.
Tengoo kee dieskoelparmee.Ik moet mijn excuses aanbieden.
tener que + infinitief drukt een verplichting uit, vergelijkbaar met ‘moeten’ in het Nederlands.
mientras + imperfecto; pretérito
Mientras usaba la herramienta, se agrietó el mango.
M-jentras oesaaba la erraamjenta, see agrje-too el mangoo.Terwijl ik het gereedschap gebruikte, barstte het handvat.
Het imperfecto beschrijft de achtergrond; het pretérito geeft de plotselinge gebeurtenis aan.
Spaans woordenschat
El mango se agrietó mientras usaba la herramienta.
Déjame ver lo grave que es el daño.
Tengo que disculparme por lo que le pasó.
Lo grave que es el daño.
La herramienta que pedí prestada.
El mango se agrietó.
Mientras usaba la herramienta.
¿Qué le pasó?
La herramienta que pedí prestada.
Puedo reemplazarla.
Tengo que disculparme por lo que le pasó.
Mientras usaba la herramienta.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wat is ermee gebeurd?
Antwoord tonen
¿Qué le pasó?Ik kan het vervangen of helpen het te repareren.
Antwoord tonen
Puedo reemplazarla o ayudar a repararla.Het spijt me dat ik je extra werk heb bezorgd.
Antwoord tonen
Siento haberte causado trabajo extra.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
terwijl
Antwoord tonen
mientraszijn excuses aanbieden; zich verontschuldigen
Antwoord tonen
disculparmegebruiken
Antwoord tonen
usabagebeuren; overkomen