Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Over joggen als hobby praten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.
Dialoog
Empecé a correr después del trabajo.
empesé a korrér despwés del trabágo. Ik ben na mijn werk begonnen met joggen.¿Cómo te va hasta ahora?
kómo te ba asta aóra? Hoe gaat het tot nu toe?Mi ritmo es lento, pero estoy mejorando.
mi rítmo es lénto, péro estój megorándo. Mijn tempo ligt laag, maar ik word beter.¿Tienes una ruta fija?
tjé-nes oena roeta fíga? Heb je een vaste route?Normalmente corro alrededor del parque.
normalménte kórro alrededór del párke. Ik ren meestal rond het park.¿Qué objetivo quieres alcanzar?
kee obgetíbo kjéres alkansár? Aan welk doel werk je?Quiero correr sin parar.
kjéro korrér sin parár. Ik wil joggen zonder te stoppen.Eso es realista si aumentas poco a poco.
éso es realísta si auméntas póko a póko. Dat is realistisch als je het langzaam opbouwt.Uitleg van de zinnen
Empecé a correr después del trabajo.
Ik ben na mijn werk begonnen met joggen.
- Empecé
- ik begon
- correr
- hardlopen
- después
- daarna
- trabajo
- werk
Uitgebreide uitleg
Empecé betekent hier “ik begon”. Het is de eerste persoon enkelvoud van de verleden tijd van empezar (“beginnen”): empezar → empecé. De spelling verandert daarbij van z naar c vóór é. Een bruikbaar patroon is empezar a + infinitief, voor “beginnen met …”. Voorbeeld: Empecé a leer. — “Ik begon te lezen.” correr is een infinitief en betekent hier “joggen/hardlopen”. Na empezar a blijft het werkwoord in de infinitief: empezar a correr, niet een vervoegde vorm. Correr kan afhankelijk van de context zowel “rennen” als “hardlopen” betekenen; in deze vertaling is “joggen” de bedoelde activiteit. después betekent “erna” of “daarna”. In het patroon después de + zelfstandig naamwoord betekent het “na …”. Hier volgt del trabajo: del is de samentrekking van de + el, dus letterlijk “van het/na het”. Voorbeeld: Después de cenar, camino. — “Na het eten wandel ik.” trabajo betekent hier “werk”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat in del trabajo het lidwoord el in de samentrekking del. Trabajo kan in andere zinnen ook een vervoegde vorm van trabajar zijn, maar hier is het een zelfstandig naamwoord. De delen worden samen Empecé a correr (“ik begon te joggen”) + después del trabajo (“na mijn werk”). De volledige betekenis is dus: “Ik ben na mijn werk begonnen met joggen.” De verleden tijd in empecé markeert het begin als een gebeurtenis in het verleden; de activiteit zelf wordt door de infinitief correr uitgedrukt.
¿Cómo te va hasta ahora?
Hoe gaat het tot nu toe?
- ¿Cómo
- hoe
- te va
- gaat het met je
- hasta ahora
- tot nu toe
Uitgebreide uitleg
¿Cómo vraagt naar de manier waarop of de toestand waarin iets verloopt. In een vraag krijgt het een accent: cómo; vergelijk het vraagwoord qué (wat) en cuándo (wanneer). Voorbeeld: ¿Cómo estás? — Hoe gaat het met je? te va is hier een vaste, veelgebruikte manier om te vragen hoe iets voor iemand verloopt. va is de derde persoon enkelvoud van ir in de tegenwoordige tijd: ir → va. te is een voornaamwoord voor de persoon voor wie de situatie verloopt; het verandert niet omdat va enkelvoud is. De constructie kan ook over een activiteit of situatie gaan: ¿Cómo te va en el curso? — Hoe gaat het met je in de cursus? hasta ahora betekent tot nu toe: het verwijst naar de periode vanaf een eerder beginpunt tot het moment van spreken. Hasta kan ook een eindpunt aangeven, bijvoorbeeld Trabajo hasta las cinco — Ik werk tot vijf uur. In hasta ahora gaat het echter om de tot dusver verstreken tijd. Samen betekent ¿Cómo te va hasta ahora? letterlijk ongeveer: ‘Hoe verloopt het voor jou tot nu toe?’ Natuurlijk Nederlands is: ‘Hoe gaat het tot nu toe?’
Mi ritmo es lento, pero estoy mejorando.
Mijn tempo ligt laag, maar ik word beter.
- ritmo
- tempo
- lento
- langzaam
- pero
- maar
- estoy mejorando
- ik word beter
Uitgebreide uitleg
ritmo betekent hier “tempo” of “ritme”. Het is een zelfstandig naamwoord: el ritmo is mannelijk enkelvoud. Het bezittelijke woord mi ervoor betekent “mijn” en blijft bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord hetzelfde; voor meervoud staat mis, zoals in mis ritmos. lento betekent hier “langzaam”. Deze vorm is het bijvoeglijk naamwoord in het mannelijk enkelvoud en stemt af op ritmo: un ritmo lento. Bij een vrouwelijk enkelvoud wordt het lenta, bijvoorbeeld una marcha lenta; in het meervoud zijn de vormen lentos en lentas. pero verbindt twee delen met een tegenstelling: het lage tempo wordt tegenover de verbetering geplaatst. Het betekent “maar” en vervangt het eerste deel niet; beide beweringen blijven gelden. estoy mejorando drukt uit dat de spreker op dit moment vooruitgaat of beter wordt. Estoy is de eerste persoon enkelvoud van estar. Mejorando is het gerundium van mejorar; samen vormt estar plus gerundium een constructie voor een lopende ontwikkeling. Vergelijk: Estoy aprendiendo = “Ik ben aan het leren”. Het onderwerp van estoy is hier de spreker; daarom staat estar in de eerste persoon enkelvoud. Samen betekent Mi ritmo es lento, pero estoy mejorando. dat het tempo van de spreker langzaam is, maar dat de spreker wel vooruitgang boekt. De structuur is herbruikbaar als Mi [zelfstandig naamwoord] es [bijvoeglijk naamwoord], pero estoy [gerundium]: eerst een beschrijving van de huidige toestand, daarna een tegengestelde maar positieve ontwikkeling.
¿Tienes una ruta fija?
Heb je een vaste route?
- Tienes
- heb je
- ruta
- route
- fija
- vaste
Uitgebreide uitleg
Tienes komt van tener (‘hebben’). Dit is de tegenwoordige tijd voor tú (enkelvoud, informeel): tú tienes. In deze vraag betekent het ‘heb je’; de vorm drukt hier geen bezit van een specifiek aantal uit. ruta betekent ‘route’ en is hier een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het is vrouwelijk, wat zichtbaar wordt in de vorm van het bijvoeglijk naamwoord erna. fija betekent hier ‘vast’ of ‘vaste’. Het bijvoeglijk naamwoord stemt af op ruta: beide zijn vrouwelijk enkelvoud. De basisvorm is fijo; bijvoorbeeld un horario fijo betekent ‘een vaste dienstregeling’, terwijl una ruta fija ‘een vaste route’ betekent. Samen vormt una ruta fija de nominale groep ‘een vaste route’. ¿Tienes una ruta fija? betekent dus: ‘Heb je een vaste route?’ De vraag vraagt of de aangesprokene zo’n vaste route heeft; ze zegt niet welke route dat is.
Normalmente corro alrededor del parque.
Ik ren meestal rond het park.
- Normalmente
- meestal
- corro
- ik ren
- alrededor del
- rond
- parque
- park
Uitgebreide uitleg
Normalmente betekent hier dat de handeling meestal gebeurt. Het is een bijwoord en staat vaak aan het begin of einde van de zin. Bijvoorbeeld: Normalmente camino por la mañana. — Meestal wandel ik 's ochtends. corro komt van correr, ‘rennen’ of ‘hardlopen’. Corro is de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud: ‘ik ren’. Vergelijk corres — jij rent en corre — hij/zij/u rent. Bijvoorbeeld: Corro cinco kilómetros. — Ik ren vijf kilometer. alrededor del geeft hier een route of beweging rondom iets aan: ‘rond het’. Del is de samentrekking van de + el. Het patroon alrededor de + zelfstandig naamwoord betekent ‘rondom/rond ...’. Bijvoorbeeld: Caminamos alrededor del lago. — We lopen rond het meer. parque betekent ‘park’. In del parque staat het zelfstandig naamwoord na del; het bepaald lidwoord is in die samentrekking opgenomen. Bijvoorbeeld: El parque está cerca. — Het park is dichtbij. Samen betekent Normalmente corro alrededor del parque.: ‘Ik ren meestal rond het park.’ Normalmente beschrijft hoe vaak dit gebeurt, corro zegt wat de spreker doet, en alrededor del parque geeft de route aan. Het onderwerp ‘ik’ zit al in de werkwoordsvorm corro; een afzonderlijk yo is daarom niet nodig.
¿Qué objetivo quieres alcanzar?
Aan welk doel werk je?
- Qué
- welk(e)
- objetivo
- doel
- quieres
- je wilt
- alcanzar
- bereiken
Uitgebreide uitleg
Qué staat hier aan het begin van een directe vraag en betekent “welk(e)” bij het zelfstandig naamwoord objetivo. Het accentteken onderscheidt deze vragende vorm van que zonder accent, dat in andere constructies bijvoorbeeld “dat” kan betekenen. Voor een vraag naar een persoon gebruik je bijvoorbeeld quién. Objetivo is een zelfstandig naamwoord voor een doel of resultaat dat iemand wil bereiken. Het is mannelijk; daarom staat er in andere contexten bijvoorbeeld el objetivo of un objetivo. Een bruikbaar voorbeeld is: Mi objetivo es correr más. — “Mijn doel is meer rennen.” Quieres komt van het werkwoord querer, “willen”. Dit is de tegenwoordige tijd voor tú: tú quieres. De vorm drukt hier uit wat de aangesprokene wil doen; hij betekent niet op zichzelf dat die handeling al gebeurt. Vergelijk quiero = “ik wil” en quieren = “zij willen” of “jullie willen”. Voor een infinitief volgt vaak het patroon querer + infinitief, zoals in Quiero correr. — “Ik wil rennen.” Alcanzar is de infinitief “bereiken”. Na quieres blijft het werkwoord in de infinitief, omdat quieres al de persoon en de tegenwoordige tijd aangeeft. Alcanzar un objetivo is een herbruikbare combinatie: “een doel bereiken”. Een voorbeeld is: Ella quiere alcanzar su objetivo. — “Zij wil haar doel bereiken.” Samen vormt Qué objetivo quieres alcanzar? de vraag “Welk doel wil je bereiken?” De vaste Nederlandse vertaling Aan welk doel werk je? geeft dezelfde bedoelde strekking weer: er wordt gevraagd naar het doel waaraan de aangesprokene werkt. De Spaanse zin benoemt dat doel rechtstreeks als het object van alcanzar.
Quiero correr sin parar.
Ik wil joggen zonder te stoppen.
- Quiero
- ik wil
- correr
- joggen
- sin parar
- zonder te stoppen
Uitgebreide uitleg
Quiero is de eerste persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd van querer (“willen”). Het onderwerp is dus “ik”, ook al laat het Spaans het persoonlijke voornaamwoord vaak weg. Querer + een infinitief drukt een huidige wens of bedoeling uit: Quiero aprender = “Ik wil leren.” Correr is de infinitief van correr. Hier betekent het, in overeenstemming met de vaste vertaling, “joggen”; in andere contexten kan hetzelfde werkwoord bijvoorbeeld “rennen” of “hardlopen” betekenen. Na quiero blijft het tweede werkwoord een infinitief en krijgt het geen persoonsuitgang: Quiero descansar = “Ik wil rusten.” Sin parar bestaat uit sin (“zonder”) en de infinitief parar (“stoppen”). Deze constructie beschrijft een handeling die plaatsvindt zonder de handeling te verrichten die na sin wordt genoemd: Trabaja sin descansar = “Hij/zij werkt zonder te rusten.” Parar is hier een infinitief en laat zelf geen persoon of getal zien. Samen drukt Quiero correr de bedoeling “ik wil joggen” uit. Sin parar voegt daaraan “zonder te stoppen” toe. De volledige uiting betekent dus: “Ik wil joggen zonder te stoppen.”
Eso es realista si aumentas poco a poco.
Dat is realistisch als je het langzaam opbouwt.
- Eso
- dat
- es
- is
- realista
- realistisch
- si
- als
- aumentas
- je opbouwt
- poco a poco
- geleidelijk
Uitgebreide uitleg
Eso betekent hier “dat” en verwijst naar iets dat als geheel wordt besproken; het is het onzijdige aanwijzende voornaamwoord voor een niet nader benoemde zaak of situatie. Het staat niet voor een genoemd zelfstandig naamwoord in deze zin. Vergelijk esto “dit” met eso “dat”. es is de derde persoon enkelvoud van ser, “zijn”, in de tegenwoordige tijd. De vorm es gebruik je bij bijvoorbeeld eso, él of ella; de eerste persoon enkelvoud is soy. realista betekent hier “realistisch”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat bij eso hoort. De vorm is enkelvoud en verandert niet naar mannelijk of vrouwelijk: un plan realista en una idea realista; in het meervoud wordt het realistas. si betekent “als” en leidt hier een voorwaarde in. Het is niet hetzelfde als sí met accent, dat “ja” betekent. Een herbruikbaar patroon is X es ... si ...: “X is ... als ...”. aumentas komt van aumentar, “verhogen” of “opbouwen”. Het is de tegenwoordige tijd voor tú: tú aumentas. In deze zin betekent het door de context “je bouwt het op” of “je verhoogt het”. Dit is geen bevel; een bevestigend bevel voor tú zou bijvoorbeeld aumenta zijn. Voorbeeld: Aumentas la distancia cada semana. — “Je vergroot de afstand elke week.” poco a poco is een vaste uitdrukking met de betekenis “geleidelijk” of “stap voor stap”. De herhaling benadrukt dat de verandering in kleine stappen gebeurt. Voorbeeld: Aprende poco a poco. — “Hij/zij leert geleidelijk.” Samen vormt de zin: Eso (“dat”) + es realista (“is realistisch”) + si aumentas poco a poco (“als je het geleidelijk opbouwt/verhoogt”). De volledige betekenis is dus: “Dat is realistisch als je het geleidelijk opbouwt.”
Grammatica
ir + gerundio
Va mejorando poco a poco.
ba megorándo póko a póko.Het wordt beetje bij beetje beter.
Deze constructie drukt een geleidelijke ontwikkeling uit: iets verandert stap voor stap.
querer + infinitivo
¿Quieres alcanzar tu objetivo?
kjéres alkansár toe obgetíbo?Wil je je doel bereiken?
Na querer volgt een infinitief zonder voorzetsel: querer alcanzar.
Spaans woordenschat
Normalmente corro alrededor del parque.
Empecé a correr después del trabajo.
Empecé a correr después del trabajo.
Empecé a correr después del trabajo.
¿Tienes una ruta fija?
¿Cómo te va hasta ahora?
¿Cómo te va hasta ahora?
Mi ritmo es lento.
Estoy mejorando.
Normalmente corro alrededor del parque.
Mi ritmo es lento.
¿Tienes una ruta fija?
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik ben na mijn werk begonnen met joggen.
Antwoord tonen
Empecé a correr después del trabajo.Hoe gaat het tot nu toe?
Antwoord tonen
¿Cómo te va hasta ahora?Heb je een vaste route?
Antwoord tonen
¿Tienes una ruta fija?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
route
Antwoord tonen
rutarennen
Antwoord tonen
correrverbeteren
Antwoord tonen
mejorandolangzaam