Een afspraak maken bij de dokter als je je ziek voelt | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: At home, one adult feels unwell and asks another how to call a clinic for an appointment..

NL → ES / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een afspraak maken bij de dokter als je je ziek voelt oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

Tengo tos y hoy me siento cansado.

teng-go tos ie oi me s-jento kan-sa-do. Ik hoest vandaag en voel me moe.
B

Debes llamar a la clínica y pedir una cita.

de-bes ja-mar a la klie-nie-ka ie pe-dier oe-na sie-ta. Je moet de kliniek bellen en om een afspraak vragen.
A

¿Qué debo decir cuando llame?

kee de-bo de-sier kwan-do ja-me? Wat moet ik zeggen als ik bel?
B

Diles que no te encuentras bien y que te gustaría ver a un médico.

die-les ke no te en-kon-tras bjen ie ke te goes-ta-rie-a ber a oen mee-die-ko. Zeg dat je je niet goed voelt en graag een dokter wilt zien.
A

También quiero preguntar qué horarios hay disponibles.

tam-bjen kie-ro pre-goen-tar ke o-ra-rjoos ai dis-po-nie-bles. Ik wil ook vragen welke tijden beschikbaar zijn.
B

Eso les ayudará a encontrar una cita que te venga bien.

ee-so les a-joe-da-ra a en-kon-trar oe-na sie-ta ke te ben-ga bjen. Dat helpt hen een afspraak te vinden die goed voor je uitkomt.
A

Ahora voy a llamar a la clínica.

a-o-ra boi a ja-mar a la klie-nie-ka. Ik ga de kliniek nu bellen.
B

Escribe tus síntomas para que puedas explicarlos claramente.

es-krie-be toes sin-to-mas pa-ra ke pwe-das eks-pli-kar-los kla-ra-men-te. Schrijf je klachten op, zodat je ze duidelijk kunt uitleggen.

Uitleg van de zinnen

  1. Tengo tos y hoy me siento cansado.

    Ik hoest vandaag en voel me moe.

    Tengo
    ik heb
    tos
    hoest
    hoy
    vandaag
    me siento
    ik voel me
    cansado
    moe
    Uitgebreide uitleg

    Tengo is de ik-vorm van tener in de tegenwoordige tijd: tener = hebben, tengo = ik heb. In deze zin beschrijft het een lichamelijke klacht. Een bruikbaar patroon is tener + zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld: Tengo fiebre. — Ik heb koorts. tos betekent hier hoest. Het is een zelfstandig naamwoord; in het Spaans is het vrouwelijk: la tos. Bij klachten gebruikt Spaans vaak tener + klacht, dus Tengo tos betekent dat iemand hoest of last heeft van hoest. Dit is niet hetzelfde patroon als het werkwoord toser — hoesten. hoy betekent vandaag en plaatst de mededeling in de huidige dag. Het kan op verschillende plaatsen staan; hier staat het vóór me siento en na het eerste deel van de zin. me siento komt van sentirse, zich voelen. siento is de ik-vorm van sentir, maar met me vormt het hier de wederkerende uitdrukking me siento = ik voel me. Het onderwerp is de spreker; me verwijst naar diezelfde persoon. Vergelijk: Me siento bien. — Ik voel me goed. Voor een andere persoon verandert het voornaamwoord en de werkwoordsvorm, bijvoorbeeld Se siente bien. — Hij/zij voelt zich goed. cansado betekent moe of vermoeid. Het is een bijvoeglijk naamwoord in het mannelijk enkelvoud. De vorm stemt hier af op de spreker zoals die in de Spaanse zin wordt uitgedrukt; de Nederlandse vertaling maakt het geslacht niet zichtbaar. Bij een vrouwelijke enkelvoudige spreker staat bijvoorbeeld cansada; bij meervoud veranderen ook getal en eventueel geslacht, zoals cansados of cansadas. De delen worden verbonden door y, dat hier en betekent: Tengo tos + hoy me siento cansado. Samen betekent de vaste zin: Ik hoest vandaag en voel me moe. Het eerste deel noemt de klacht; het tweede deel zegt hoe de spreker zich vandaag voelt.

  2. Debes llamar a la clínica y pedir una cita.

    Je moet de kliniek bellen en om een afspraak vragen.

    Debes
    je moet
    llamar
    bellen
    clínica
    kliniek
    pedir
    vragen
    cita
    afspraak
    Uitgebreide uitleg

    Debes is the present-tense form of deber for tú: “je moet”. It expresses obligation here. The useful pattern is deber + infinitief: Debes llamar = “Je moet bellen”. This is not the same as the polite command form of another verb; debes itself is a conjugated verb form. llamar means “bellen” here. It is an infinitive, so it follows debes. The same verb can also mean “roepen” in another context; the following destination makes “bellen” the intended meaning here. Example: Tengo que llamar al médico. — “Ik moet de dokter bellen.” clínica means “kliniek”. It is a feminine noun, as shown by la clínica; the accent on the first i is part of the spelling. With a destination after llamar a, Spanish uses a: llamar a la clínica means “de kliniek bellen”. pedir means “vragen” or “verzoeken”. As another infinitive coordinated with llamar, it is also governed by debes: Debes llamar ... y pedir ... — “Je moet bellen ... en vragen ...”. A useful example is Quiero pedir ayuda. — “Ik wil hulp vragen.” cita means “afspraak”. It is feminine: una cita. In this sentence, una introduces an unspecified appointment; it does not by itself assert a numerical count as a special point. The reusable combination pedir una cita means “een afspraak vragen/maken”. Example: Necesito una cita con el dentista. — “Ik heb een afspraak met de tandarts nodig.” Together, Debes llamar a la clínica says that you must call the clinic, and y pedir una cita adds the second required action: ask for an appointment. The complete utterance therefore means: “Je moet de kliniek bellen en om een afspraak vragen.”

  3. ¿Qué debo decir cuando llame?

    Wat moet ik zeggen als ik bel?

    Qué
    wat
    debo
    moet
    decir
    zeggen
    cuando
    als, wanneer
    llame
    ik bel
    Uitgebreide uitleg

    Qué betekent hier ‘wat’ en staat aan het begin van een directe vraag naar de inhoud van wat iemand moet zeggen. Het accentteken onderscheidt het vragende qué van het betrekkelijke of verbindende que zonder accent, zoals in Diles que no te encuentras bien (‘Zeg hun dat je je niet goed voelt’). Een bruikbaar patroon is ¿Qué ...? voor ‘Wat ...?’. debo is de eerste persoon enkelvoud van het werkwoord deber in de tegenwoordige tijd: debo = ‘ik moet’. Hier drukt deber een verplichting of noodzakelijke keuze uit. De vormen zijn bijvoorbeeld debo (‘ik moet’) en debes (‘jij moet’); in de voorafgaande zin staat Debes llamar (‘Je moet bellen’), gericht aan de aangesprokene. decir is de infinitief van ‘zeggen’. Na debo blijft het volgende werkwoord in de infinitief: debo decir = ‘ik moet zeggen’. Voorbeelden: Debo llamar. — ‘Ik moet bellen.’ ¿Qué debo pedir? — ‘Wat moet ik vragen?’ cuando betekent hier ‘als/wanneer’ en leidt een tijdsbepaling in. Het verbindt de vraag over wat te zeggen met het moment waarop de spreker belt. In een andere context kan cuando ook naar een gewoonte in het verleden verwijzen; de vorm erna moet dan bij de bedoelde tijdsrelatie passen. llame is hier de eerste persoon enkelvoud van llamar (‘bellen’) in de tegenwoordige conjunctief: ‘ik bel’. Na cuando wordt deze vorm gebruikt voor een nog niet gerealiseerd toekomstig moment: cuando llame = ‘als ik bel’. Dit is geen bevel aan de luisteraar; de vorm verwijst naar de spreker, passend bij de Nederlandse vertaling ‘als ik bel’. Samen vormt ¿Qué debo decir cuando llame? de vraag ‘Wat moet ik zeggen als ik bel?’. Qué debo decir vraagt welke woorden of inhoud nodig zijn; cuando llame bepaalt wanneer dat spreken plaatsvindt. Het patroon is herbruikbaar als ¿Qué debo hacer cuando ...? — ‘Wat moet ik doen als ...?’.

  4. Diles que no te encuentras bien y que te gustaría ver a un médico.

    Zeg dat je je niet goed voelt en graag een dokter wilt zien.

    Diles
    zeg hun
    te encuentras
    je voelt je
    bien
    goed
    te gustaría
    je zou graag willen
    ver
    zien
    médico
    dokter
    Uitgebreide uitleg

    Diles betekent hier “zeg het hun”. Het is de bevestigende tú-opdracht van decir (“zeg”), met les eraan vast: di + les → diles. les verwijst naar de personen tegen wie de boodschap gericht is; hun precieze identiteit wordt in deze zin niet genoemd. te encuentras hoort bij de vaste uitdrukking encontrarse bien/mal: “zich goed/slecht voelen”. encuentras is de tú-vorm van encontrarse in de tegenwoordige tijd; te is het wederkerende voornaamwoord bij tú. In no te encuentras bien maakt no de uitdrukking negatief: “je voelt je niet goed”. bien is een bijwoord en betekent hier “goed”. Het beschrijft hoe iemand zich voelt. Een bruikbaar contrast is bien tegenover mal: Me encuentro bien = “Ik voel me goed”; Me encuentro mal = “Ik voel me slecht”. te gustaría komt van gustar en betekent hier “je zou graag willen”. De vorm gustaría is de conditionele derde persoon enkelvoud; bij gustar verwijst die vorm naar wat gewenst is, hier de handeling ver a un médico. te geeft de persoon aan die deze wens heeft. Vergelijk: Me gustaría descansar = “Ik zou graag willen uitrusten.” ver is het infinitief van “zien”. Na te gustaría blijft het werkwoord in de infinitief: te gustaría ver = “je zou graag willen zien”. A un médico specificeert wie je wilt zien; a staat hier bij een menselijke directe aanvulling. médico betekent “dokter” en is hier een zelfstandig naamwoord. Het mannelijke enkelvoud verschijnt in un médico; het bijbehorende vrouwelijke woord is médica in una médica. Het accent in médico hoort bij de spelling van deze vorm. De verbindende woorden maken twee boodschappen van één opdracht: Diles que ... y que ... betekent “Zeg hun dat ... en dat ...”. Eerst komt de negatieve mededeling no te encuentras bien; daarna de wens te gustaría ver a un médico. Samen betekent de hele zin: “Zeg dat je je niet goed voelt en graag een dokter wilt zien.”

  5. También quiero preguntar qué horarios hay disponibles.

    Ik wil ook vragen welke tijden beschikbaar zijn.

    También
    ook
    quiero
    ik wil
    preguntar
    vragen
    qué
    welke
    horarios
    tijden
    hay
    zijn er
    disponibles
    beschikbaar
    Uitgebreide uitleg

    También betekent hier “ook”: het voegt deze handeling toe aan wat al genoemd is. Het staat vooraan en kan ook op andere plaatsen staan, bijvoorbeeld Yo también quiero preguntar = “Ik wil ook vragen”. quiero is de ik-vorm van querer in de tegenwoordige tijd: quiero = “ik wil”, quieres = “jij wilt”, quiere = “hij/zij/u wil”. Na quiero staat hier een infinitief: quiero preguntar = “ik wil vragen”. preguntar is de infinitief “vragen”. Een bruikbaar patroon is preguntar qué ... voor “vragen welke/wat ...”. Voorbeeld: Quiero preguntar dónde está la clínica. = “Ik wil vragen waar de kliniek is.” qué betekent hier “welke” en bepaalt horarios. In een indirecte vraag krijgt het een accent: preguntar qué horarios hay. Dat is iets anders dan het voegwoord que zonder accent, dat bijvoorbeeld “dat” kan betekenen. horarios is het meervoud van horario, hier “tijdstippen” of “uren volgens een rooster”. Het kan dus naar beschikbare afspraak- of openingstijden verwijzen, zonder dat de zin zelf een specifiek aantal noemt. Voorbeeld: ¿Qué horarios prefieres? = “Welke tijdstippen heb je liever?” hay is de onpersoonlijke vorm van haber met de betekenis “er is/zijn”. Deze vorm verandert niet mee met het aantal: hay un horario = “er is één tijdstip” en hay varios horarios = “er zijn meerdere tijdstippen”. disponibles betekent “beschikbaar” en beschrijft horarios. Het is het meervoud van disponible; de vorm is hier meervoud omdat horarios meervoud is. Bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat bijvoorbeeld un horario disponible. Samen vormt preguntar qué horarios hay disponibles een indirecte vraag: “vragen welke tijdstippen er beschikbaar zijn”. De hele zin También quiero preguntar qué horarios hay disponibles. betekent daarom: “Ik wil ook vragen welke tijden beschikbaar zijn.”

  6. Eso les ayudará a encontrar una cita que te venga bien.

    Dat helpt hen een afspraak te vinden die goed voor je uitkomt.

    Eso
    dat
    les ayudará
    zal hen helpen
    encontrar
    vinden
    una cita
    een afspraak
    te venga bien
    goed voor je uitkomt
    Uitgebreide uitleg

    Eso betekent hier “dat” en verwijst naar een eerder genoemde situatie of informatie; de precieze referent wordt niet verder benoemd. Het is een onzijdig aanwijzend voornaamwoord en verandert dus niet mee met een mannelijk of vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Vergelijk: esto = “dit”, eso = “dat”. les ayudará betekent hier “zal hen helpen”. ayudará is de derde persoon enkelvoud van de toekomstige tijd van ayudar (“helpen”): ayudar → ayudará. Het onderwerp is eso; les is een meervoudig meewerkend voorwerp en verwijst volgens de vertaling naar “hen”. Het meervoud van les blijft hetzelfde ongeacht het geslacht van de personen. Een bruikbaar patroon is algo ayudará a alguien = “iets zal iemand helpen”. encontrar is het infinitief (“vinden”). Na ayudar kan Spaans een infinitief gebruiken: ayudar a encontrar = “helpen vinden”. De a hoort bij deze constructie en betekent hier niet zelfstandig “naar”. Voorbeeld: Te ayudo a buscar. — “Ik help je zoeken.” una cita betekent hier “een afspraak”. cita is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat er una. In deze context gaat het volgens de vaste vertaling om een afspraak, niet om een andere mogelijke betekenis van cita. Voorbeeld: Tengo una cita mañana. — “Ik heb morgen een afspraak.” te venga bien betekent hier “goed voor je uitkomt”. De volledige vaste uitdrukking is venirle bien a alguien: iets komt iemand goed uit. te is de vorm voor “jou” in deze uitdrukking. venga is de conjunctief van venir (“komen”); de conjunctief past hier in de relatieve bepaling que te venga bien, die beschrijft welke afspraak geschikt is. Het onderwerp van venga is una cita, dus enkelvoud: letterlijk ongeveer “die jou goed komt”. Samen vormt una cita que te venga bien de woordgroep “een afspraak die goed voor je uitkomt”. Eso les ayudará a encontrar maakt daarvan: “Dat zal hen helpen een afspraak te vinden die goed voor je uitkomt.” De hele zin zegt dus dat de eerder bedoelde informatie of handeling hen zal helpen zo’n afspraak voor jou te vinden.

  7. Ahora voy a llamar a la clínica.

    Ik ga de kliniek nu bellen.

    Ahora
    nu
    voy a
    ik ga …
    llamar
    bellen
    clínica
    kliniek
    Uitgebreide uitleg

    Ahora betekent hier “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Het kan ook aan het begin of einde van een zin staan: Ahora escribo. — “Nu schrijf ik.” voy a is hier samen met het volgende werkwoord een veelgebruikte constructie voor een handeling die de spreker binnenkort gaat uitvoeren: ir + a + infinitief. voy is de eerste persoon enkelvoud van ir in de tegenwoordige tijd. Vergelijk: voy a llamar — “ik ga bellen” en vas a llamar — “jij gaat bellen”. llamar is de infinitief “bellen”. In deze zin krijgt het de constructie llamar a vóór de gebelde persoon of instelling: llamar a la clínica — “de kliniek bellen”. De infinitief blijft na voy a onveranderd; de persoon wordt door voy aangegeven. clínica betekent “kliniek”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: la clínica, meervoud las clínicas. Het accent op í hoort bij de spelling van het woord. Samen vormen Ahora voy a llamar a la clínica de betekenis: “Ik ga de kliniek nu bellen.” De spreker markeert eerst het moment (Ahora), daarna de geplande handeling (voy a llamar) en ten slotte wie of welke instelling wordt gebeld (a la clínica).

  8. Escribe tus síntomas para que puedas explicarlos claramente.

    Schrijf je klachten op, zodat je ze duidelijk kunt uitleggen.

    Escribe
    schrijf op
    tus
    je
    síntomas
    klachten
    para que puedas
    zodat je kunt
    explicarlos
    ze uitleggen
    claramente
    duidelijk
    Uitgebreide uitleg

    Escribe betekent hier “schrijf op” en is de bevestigende gebiedende wijs van escribir voor tú (enkelvoud, informeel). De vorm richt zich dus tot één persoon. Bijvoorbeeld: Escribe tu nombre. — “Schrijf je naam op.” tus is het bezittelijke woord bij een bezitter die met tú wordt aangesproken. Het verwijst hier naar die ene aangesprokene en staat in het meervoud omdat het bij síntomas hoort. tu is de vorm bij één bezeten zaak; tus bij meerdere. Deze bezittelijke vormen veranderen niet naar mannelijk of vrouwelijk: tus síntomas, maar ook tus preguntas. síntomas is het meervoud van síntoma, “symptoom”. Het meervoud geeft hier meerdere klachten of symptomen aan. Bijvoorbeeld: Tengo dos síntomas. — “Ik heb twee symptomen.” para que puedas leidt het doel in: “zodat je kunt”. puedas komt van poder en is de tegenwoordige conjunctief, tweede persoon enkelvoud, passend bij de aangesproken tú. Na para que wordt voor dit doel doorgaans de conjunctief gebruikt. Bijvoorbeeld: Te lo explico para que puedas entenderlo. — “Ik leg het je uit zodat je het kunt begrijpen.” explicarlos bestaat uit explicar (“uitleggen”) plus los. Het voornaamwoord los verwijst hier naar de mannelijke meervoudsvorm síntomas; daarom is het niet las. Bij een infinitief kan het objectvoornaamwoord eraan vast worden geschreven: explicarlos = “ze uitleggen”. Bijvoorbeeld: Necesito explicarlos. — “Ik moet ze uitleggen.” claramente is een bijwoord met de betekenis “duidelijk”. Het zegt hoe het uitleggen gebeurt en hoort dus bij explicarlos, niet bij síntomas. Bijvoorbeeld: Habla claramente. — “Spreek duidelijk.” Samen bestaat de zin uit een opdracht en het doel daarvan: Escribe tus síntomas betekent “Schrijf je symptomen/klachten op”, en para que puedas explicarlos claramente betekent “zodat je ze duidelijk kunt uitleggen”. De volledige betekenis is: “Schrijf je klachten op, zodat je ze duidelijk kunt uitleggen.”

Grammatica

te gustaría + infinitivo

¿Te gustaría ver al médico?

te goes-ta-rie-a ber al mee-die-ko?

Zou je de dokter willen zien?

‘Te gustaría’ is een beleefde manier om een wens of verzoek uit te drukken.

cuando + subjuntivo

Cuando puedas, explica los síntomas claramente.

kwan-do pwe-das, eks-pli-ka los sin-to-mas kla-ra-men-te.

Wanneer je kunt, leg de symptomen duidelijk uit.

Na ‘cuando’ gebruik je de aanvoegende wijs voor een toekomstige of nog onzekere situatie.

Spaans woordenschat

cansado bijvoeglijk naamwoord
kan-sa-do moe
cita zelfstandig naamwoord
sie-ta afspraak
clínica zelfstandig naamwoord
klie-nie-ka kliniek
cuando voegwoord
kwan-do wanneer
deber werkwoord
de-ber moeten debes
decir werkwoord
de-sier zeggen
encontrarse bien uitdrukking
en-kon-trar-se bjen zich goed voelen no te encuentras bien
llamar werkwoord
ja-mar bellen
pedir werkwoord
pe-dier vragen
sentirse werkwoord
sen-tier-se zich voelen me siento
tener werkwoord
tee-ner hebben tengo
tos zelfstandig naamwoord
tos hoest

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat moet ik zeggen als ik bel?

Antwoord tonen¿Qué debo decir cuando llame?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

moeten

Antwoord tonendebes

afspraak

Antwoord tonencita

moe

Antwoord tonencansado

bellen

Antwoord tonenllamar