Een korte presentatie voorbereiden | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: In a classroom, two adults plan a short presentation about study habits with an outline, transitions, and rehearsal notes..

NL → ES / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een korte presentatie voorbereiden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

Tengo que hacer una presentación breve la semana que viene.

TENG-go kee a-SER oe-na pre-sen-ta-SJON BREE-be la see-MAA-na kee BJEE-ne. Ik moet volgende week een korte presentatie geven.
B

Empieza con un esquema claro antes de escribir frases completas.

em-PIE-sa kon oen es-KEE-ma KLAA-roo AN-tes de es-kree-BEER FRAA-ses kom-PLEE-tas. Begin met een duidelijke opzet voordat je volledige zinnen schrijft.
A

Mi tema es cómo cambié mis hábitos de estudio.

MIE TEE-ma es KOO-mo kam-BJEE mies AA-bie-tos de es-TOO-djo. Mijn onderwerp is hoe ik mijn studiegewoonten heb veranderd.
B

Es fácil identificarse con eso, así que piensa en lo que aprenderá el público.

Es FAA-siel i-den-ti-fi-KAR-se kon EE-so, a-SIE kee PJEN-sa en loo kee a-pren-de-RA el POE-blie-koo. Dat is herkenbaar, dus denk na over wat het publiek zal leren.
A

Quiero explicar el problema, el cambio y el resultado.

KJEE-ro eks-pli-KAR el pro-BLÈ-ma, el KAM-bjo ie el re-soel-TAA-doo. Ik wil het probleem, de verandering en het resultaat uitleggen.
B

Esa estructura funciona. Añade transiciones sencillas entre esas partes.

EE-sa es-truk-TOE-ra foen-sjo-NA. a-NJA-de tran-si-SJOO-nes sen-SIE-jas en-tre EE-sas PAR-tes. Die structuur werkt. Voeg eenvoudige overgangen tussen die onderdelen toe.
A

¿Debo memorizar toda la presentación?

DE-boo me-mo-ri-SAR TOO-da la pre-sen-ta-SJON? Moet ik de hele presentatie uit mijn hoofd leren?
B

Ensaya con notas para sonar más natural.

en-SAA-ja kon NO-tas PA-ra so-NAR mas na-toe-RAL. Oefen met aantekeningen, zodat je natuurlijker klinkt.
A

Practicaré dos veces y me grabaré.

prak-ti-ka-REE doos BE-ses ie me gra-ba-REE. Ik ga twee keer oefenen en mezelf opnemen.
B

Eso te ayudará a mejorar tu control del tiempo y a sonar con más confianza.

EE-so te a-joe-da-RA a me-GO-RAR toe kon-TROL del TJEM-poo ie a so-NAR kon mas kon-FJAN-sa. Dat zal je helpen om je timing te verbeteren en zelfverzekerder te klinken.

Uitleg van de zinnen

  1. Tengo que hacer una presentación breve la semana que viene.

    Ik moet volgende week een korte presentatie geven.

    Tengo que
    ik moet
    hacer
    doen; maken
    presentación
    presentatie
    breve
    kort
    la semana que viene
    volgende week
    Uitgebreide uitleg

    Tengo que drukt hier een verplichting van de spreker uit: “ik moet”. Het patroon tener que + infinitief wordt gebruikt voor “moeten”; tengo is de ik-vorm van tener in de tegenwoordige tijd. Bijvoorbeeld: Tengo que estudiar. — “Ik moet studeren.” hacer betekent hier niet alleen “doen” of “maken”, maar vormt samen met una presentación de gebruikelijke uitdrukking voor een presentatie geven of houden. Het is een infinitief na que; het onderwerp blijft de spreker uit tengo. Bijvoorbeeld: Mañana tengo que hacer una presentación. — “Morgen moet ik een presentatie geven.” presentación is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: una presentación, “een presentatie”. Het meervoud is presentaciones. Het accent op de laatste lettergreep hoort bij de spelling van het waargenomen woord. Bijvoorbeeld: La presentación empieza a las diez. — “De presentatie begint om tien uur.” breve betekent hier “kort” in de zin van beperkte duur of omvang. Het bijvoeglijk naamwoord staat na presentación en stemt ermee overeen in getal; de vorm breve is hetzelfde voor mannelijk en vrouwelijk enkelvoud, terwijl het meervoud breves is. Bijvoorbeeld: Es una explicación breve. — “Het is een korte uitleg.” la semana que viene betekent “volgende week”. semana is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; la is hier het bepaald lidwoord. que viene is letterlijk “die komt” en specificeert de komende week. viene is de derde persoon enkelvoud van venir in de tegenwoordige tijd. Bijvoorbeeld: La semana que viene viajamos. — “Volgende week reizen we.” Samen betekent Tengo que hacer una presentación breve la semana que viene: “Ik moet volgende week een korte presentatie geven.” De constructie bouwt dus op als tener que + infinitief (“moeten” + handeling), gevolgd door het voorwerp una presentación, de beschrijving breve en de tijdsbepaling la semana que viene.

  2. Empieza con un esquema claro antes de escribir frases completas.

    Begin met een duidelijke opzet voordat je volledige zinnen schrijft.

    Empieza
    begin
    esquema
    opzet
    claro
    duidelijk
    antes de
    voordat
    escribir
    schrijven
    frases
    zinnen
    Uitgebreide uitleg

    Empieza is hier een bevestigende gebiedende wijs van empezar voor tú (één aangesproken persoon): “begin!”. De vorm voor usted is empiece en voor ustedes empiecen. Voorbeeld: Empieza ahora. — “Begin nu.” esquema betekent hier een opzet of planmatige structuur. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is esquemas. In un esquema claro staat het onbepaalde lidwoord bij dit mannelijke enkelvoud. Voorbeeld: El esquema tiene tres partes. — “De opzet heeft drie delen.” claro beschrijft esquema en staat daarom in het mannelijk enkelvoud. De basisvorm is claro; bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord wordt dat bijvoorbeeld clara, en in het meervoud claros of claras, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: una explicación clara — “een duidelijke uitleg”. antes de leidt hier een handeling in die eerder plaatsvindt dan een andere handeling: “voordat”. Na antes de staat bij dezelfde niet-uitgesproken handelende persoon een infinitief, hier escribir. Voorbeeld: Piensa antes de responder. — “Denk na voordat je antwoordt.” escribir is de infinitief “schrijven”. De vorm draagt hier geen persoons- of getalsuitgang; antes de escribir betekent letterlijk dat het schrijven voorafgaat aan de hoofdhandeling. Voorbeeld: Quiero escribir una carta. — “Ik wil een brief schrijven.” frases betekent “zinnen” en is het meervoud van frase. Het is vrouwelijk: la frase, las frases. In frases completas beschrijft completas dit vrouwelijke meervoud; dat bijvoeglijk naamwoord staat niet in de geselecteerde woorden, maar maakt de woordgroep “volledige zinnen”. Samen betekent Empieza con un esquema claro “Begin met een duidelijke opzet”. antes de escribir frases completas plaatst het schrijven van volledige zinnen daarna: begin eerst met de opzet en schrijf pas vervolgens de volledige zinnen. De hele uiting is dus: “Begin met een duidelijke opzet voordat je volledige zinnen schrijft.”

  3. Mi tema es cómo cambié mis hábitos de estudio.

    Mijn onderwerp is hoe ik mijn studiegewoonten heb veranderd.

    Mi
    mijn
    tema
    onderwerp
    es
    is
    cómo
    hoe
    cambié
    ik veranderde
    mis
    mijn
    hábitos
    gewoonten
    de estudio
    van studie
    Uitgebreide uitleg

    Mi betekent hier “mijn” en hoort bij het enkelvoudige tema. Deze Spaanse bezittelijke vorm verandert naar het aantal van het bezeten zelfstandig naamwoord, niet naar het geslacht ervan: mi tema, mis temas. Het aantal van de bezitter wordt hiermee niet aangegeven. Voorbeeld: Mi tema es la música. — “Mijn onderwerp is muziek.” tema betekent “onderwerp”. Het meervoud is temas. In mi tema is dit het zelfstandig naamwoord waarnaar mi verwijst. es is de derde persoon enkelvoud van ser, “zijn”. Hier past die vorm bij het enkelvoudige onderwerp tema. Voorbeeld: El tema es interesante. — “Het onderwerp is interessant.” cómo betekent hier “hoe” en leidt de inhoud in van wat het onderwerp is. Het accentteken onderscheidt deze vorm van como, dat in andere contexten bijvoorbeeld “zoals” of “ik eet” kan betekenen. Hier introduceert cómo de indirecte vraag cómo cambié mis hábitos de estudio: de vraag naar de manier waarop ik iets veranderde. cambié betekent hier “ik veranderde” of “ik heb veranderd”. Het is de eerste persoon enkelvoud van cambiar in de pretérito indefinido, een verleden tijd waarmee de gebeurtenis als afgerond wordt voorgesteld. De uitgang -é markeert hier de eerste persoon enkelvoud. Voorbeeld: Cambié mi plan. — “Ik veranderde mijn plan.” mis betekent “mijn” bij een meervoudig bezeten zelfstandig naamwoord. Het hoort hier bij hábitos, niet bij de persoon die bezit. Het enkelvoudige tegenstuk is mi: mi hábito, maar mis hábitos. Voorbeeld: Mis notas están aquí. — “Mijn aantekeningen zijn hier.” hábitos betekent “gewoonten”. Het is het meervoud van hábito; de uitgang -s markeert hier het meervoud. Door de estudio gaat het specifiek om studiegewoonten. Voorbeeld: Tengo buenos hábitos. — “Ik heb goede gewoonten.” de estudio betekent “van studie” en specificeert het soort gewoonten. de verbindt een zelfstandig naamwoord met een nadere bepaling; estudio betekent hier “studie” als activiteit. Samen vormt hábitos de estudio een herbruikbaar patroon: “gewoonten met betrekking tot [activiteit]”. Voorbeeld: rutinas de trabajo — “werkroutines”. Dit is een nieuw voorbeeld, geen extra feit uit de gegeven zin. Samen vormen Mi tema es en de daaropvolgende indirecte vraag de structuur “Mijn onderwerp is hoe …”. cómo cambié mis hábitos de estudio betekent “hoe ik mijn studiegewoonten heb veranderd”: cambié geeft aan dat de spreker zelf de verandering uitvoerde, en mis hábitos de estudio benoemt wat er veranderde. De volledige betekenis is dus: “Mijn onderwerp is hoe ik mijn studiegewoonten heb veranderd.”

  4. Es fácil identificarse con eso, así que piensa en lo que aprenderá el público.

    Dat is herkenbaar, dus denk na over wat het publiek zal leren.

    fácil
    gemakkelijk
    identificarse
    zich herkennen in
    eso
    dat
    así que
    dus
    piensa
    denk na
    lo que
    wat
    aprenderá
    zal leren
    público
    publiek
    Uitgebreide uitleg

    fácil betekent hier dat iets weinig moeite of moeilijkheid vraagt. In es fácil + infinitief blijft het bijvoeglijk naamwoord enkelvoudig; het beschrijft de hele handeling identificarse, niet een zelfstandig naamwoord. De vorm is zowel mannelijk als vrouwelijk fácil; het meervoud is fáciles. identificarse is het infinitief van identificarse: zich herkennen in of zich kunnen vereenzelvigen met iets. Het wederkerende element se hoort hier bij de infinitief. In combinatie met con ontstaat het patroon identificarse con algo/alguien — zich herkennen in iets of iemand. Voorbeeld: Me identifico con esa experiencia. — Ik herken mezelf in die ervaring. eso is een onzijdige aanwijzende vorm met de betekenis ‘dat’ voor een idee, situatie of andere inhoud. Deze vorm krijgt geen mannelijke of vrouwelijke naamvals- of geslachtsuitgang en verwijst hier naar de inhoud die als herkenbaar wordt voorgesteld; het zelfstandig naamwoord waarnaar het precies verwijst, wordt niet afzonderlijk benoemd. así que verbindt een reden of voorafgaande vaststelling met het gevolg: ‘dus’ of ‘daarom’. Het betekent hier niet dat het eerste element wordt vervangen, maar dat de aansporing erop volgt. piensa komt van pensar en is de bevestigende gebiedende wijs voor tú in het enkelvoud. Het betekent hier ‘denk na’. De vorm is dus niet de formele enkelvoudsvorm piense voor usted en ook niet de meervoudsvorm piensen voor ustedes. Met en vormt het de herbruikbare combinatie pensar en algo — aan iets denken of over iets nadenken. Voorbeeld: Piensa en la pregunta. — Denk na over de vraag. lo que is een vaste betrekkelijke constructie met de betekenis ‘wat’ of ‘datgene wat’. Het onzijdige lo verwijst hier niet naar een mannelijk zelfstandig naamwoord; samen met que introduceert het de inhoud die het publiek zal leren. Voorbeeld: Explica lo que necesitas. — Leg uit wat je nodig hebt. aprenderá komt van aprender en is de toekomende tijd, derde persoon enkelvoud: ‘zal leren’. De uitgangsvorm wordt gevormd met de infinitief aprender plus de uitgang -á. Die enkelvoudsvorm past bij el público, dat grammaticaal enkelvoud is. De vorm zelf geeft geen geslacht aan. público is hier een zelfstandig naamwoord: ‘publiek’, dus de groep toehoorders of lezers. Het is mannelijk enkelvoud, zoals in el público; het meervoud is los públicos wanneer verschillende publieken worden bedoeld. In andere zinnen kan público ook een bijvoeglijk naamwoord zijn, maar dat is niet de functie in deze zin. Samen vormen es fácil identificarse con eso en así que de gedachte: het is gemakkelijk om zich met dat onderwerp of die inhoud te herkennen, en daarom volgt een aansporing. piensa en lo que aprenderá el público betekent letterlijk dat de aangesprokene moet nadenken over wat het publiek zal leren. De volledige betekenis is: ‘Dat is herkenbaar, dus denk na over wat het publiek zal leren.’

  5. Quiero explicar el problema, el cambio y el resultado.

    Ik wil het probleem, de verandering en het resultaat uitleggen.

    Quiero
    ik wil
    explicar
    uitleggen
    el problema
    het probleem
    el cambio
    de verandering
    el resultado
    het resultaat
    Uitgebreide uitleg

    Quiero is de ik-vorm van querer in de tegenwoordige tijd: quiero = “ik wil”. Het wordt gevolgd door een infinitief om uit te drukken wat de spreker wil doen: Quiero aprender = “Ik wil leren”. explicar is een infinitief en betekent “uitleggen”. Na quiero blijft het werkwoord in de infinitief; alleen querer draagt hier de persoon en tijd. Quiero explicar betekent dus “Ik wil uitleggen”. el problema betekent hier “het probleem”. problema is een mannelijk zelfstandig naamwoord, ondanks de uitgang -a; daarom staat er el, niet la. Bijvoorbeeld: El problema es pequeño. = “Het probleem is klein.” el cambio betekent “de verandering”. Het zelfstandig naamwoord cambio is mannelijk. Het kan ook op een wijziging of verandering in een situatie slaan, afhankelijk van de context. El cambio es importante. = “De verandering is belangrijk.” el resultado betekent “het resultaat”. Ook resultado is mannelijk en krijgt daarom el. Het meervoud is los resultados: Veo los resultados. = “Ik zie de resultaten.” De reeks el problema, el cambio y el resultado noemt drie zaken die bij explicar horen. y verbindt het laatste onderdeel met de twee voorafgaande onderdelen. Samen betekent Quiero explicar el problema, el cambio y el resultado.: “Ik wil het probleem, de verandering en het resultaat uitleggen.”

  6. Esa estructura funciona. Añade transiciones sencillas entre esas partes.

    Die structuur werkt. Voeg eenvoudige overgangen tussen die onderdelen toe.

    Esa
    die
    estructura
    structuur
    funciona
    werkt
    Añade
    voeg toe
    transiciones
    overgangen
    sencillas
    eenvoudige
    entre
    tussen
    esas
    die
    partes
    delen
    Uitgebreide uitleg

    Esa betekent hier “die” en is een aanwijzend woord voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het stemt af op estructura: esa estructura. Vergelijk voor meervoud esas estructuras. Estructura betekent “structuur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het lidwoord is daarom la: la estructura. Funciona komt van funcionar, “werken” of “functioneren”. De vorm is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: funcionar → funciona. Het onderwerp is esa estructura, dus niet de spreker. Voor een meervoudig onderwerp krijg je bijvoorbeeld esas estructuras funcionan. Añade komt van añadir, “toevoegen”. Hier is het een bevestigende gebiedende wijs voor tú, enkelvoud: “voeg toe”. De uitgang en het accent horen bij deze vorm; maak er niet automatisch añada van, want dat is de vorm voor usted. Een bruikbaar patroon is Añade + lijdend voorwerp: Añade un ejemplo. — “Voeg een voorbeeld toe.” Transiciones betekent “overgangen”. Het is het meervoud van het vrouwelijke zelfstandig naamwoord transición: una transición → unas transiciones. In deze zin is het datgene wat toegevoegd moet worden. Sencillas betekent “eenvoudig” of “eenvoudige”. Het bijvoeglijk naamwoord is sencillo; sencillas is de vrouwelijke meervoudsvorm. Het stemt af op transiciones: transiciones sencillas. De mannelijke meervoudsvorm is sencillos, bijvoorbeeld in ejemplos sencillos — “eenvoudige voorbeelden”. Entre is een voorzetsel met de betekenis “tussen”. Het leidt hier de relatie aan tussen de toe te voegen overgangen en esas partes. Het kan ook in andere patronen voorkomen, zoals entre dos opciones — “tussen twee opties”. Esas betekent hier opnieuw “die”, maar nu in het vrouwelijk meervoud. Het stemt af op partes: esas partes. De vorm verschilt dus van het enkelvoudige esa in het eerste deel. Partes betekent “delen”. Het is het meervoud van parte, een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: una parte → unas partes. In de vaste vertaling gaat het om de bedoelde onderdelen; de Spaanse vorm geeft vrouwelijk meervoud aan. De eerste zin bouwt op als Esa estructura + funciona: “Die structuur werkt.” In de tweede zin is Añade een directe aansporing aan één aangesproken persoon (tú). Die persoon moet transiciones sencillas toevoegen, en entre esas partes zegt waar die overgangen moeten komen: tussen die onderdelen. Samen betekent de uiting: “Die structuur werkt. Voeg eenvoudige overgangen tussen die onderdelen toe.”

  7. ¿Debo memorizar toda la presentación?

    Moet ik de hele presentatie uit mijn hoofd leren?

    Debo
    ik moet
    memorizar
    uit het hoofd leren
    toda
    hele
    presentación
    presentatie
    Uitgebreide uitleg

    Debo is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud, van deber. Met een infinitief drukt deber + infinitief verplichting of noodzaak uit: Debo estudiar = “Ik moet studeren”. Hier vraagt de spreker of iets verplicht is; de vraag beweert niet zelf dat het antwoord ja is. memorizar is een infinitief met de betekenis “uit het hoofd leren” of “memoriseren”. Na debo benoemt het de handeling die mogelijk noodzakelijk is. Hetzelfde patroon is bruikbaar met andere werkwoorden: Debo practicar = “Ik moet oefenen”. toda betekent hier “hele”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van todo en stemt overeen met het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord presentación. Vergelijk todo el texto (“de hele tekst”) en todas las partes (“alle delen”): de vorm volgt het geslacht en het getal van het zelfstandig naamwoord. presentación is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord met de betekenis “presentatie”. Het meervoud is presentaciones. In deze zin gaat het om de presentatie die in de vaste vertaling wordt genoemd. Samen vraagt Debo memorizar of uit het hoofd leren verplicht is, en toda la presentación geeft aan dat het om de volledige presentatie gaat. De hele uiting betekent dus: “Moet ik de hele presentatie uit het hoofd leren?”

  8. Ensaya con notas para sonar más natural.

    Oefen met aantekeningen, zodat je natuurlijker klinkt.

    Ensaya
    oefen
    notas
    aantekeningen
    sonar
    klinken
    más natural
    natuurlijker
    Uitgebreide uitleg

    Ensaya betekent hier “oefen”. Dit is de bevestigende gebiedende wijs van ensayar voor tú (één aangesproken persoon). De vorm voor usted is ensaye; die moet je dus niet met deze vorm verwarren. Voorbeeld: Ensaya esta frase. — “Oefen deze zin.” notas betekent hier “aantekeningen”. Het is het meervoud van nota; het voorzetsel con geeft aan dat de aantekeningen als hulpmiddel worden gebruikt. Voorbeeld: Estudio con notas. — “Ik studeer met aantekeningen.” sonar betekent “klinken”. Dit is de infinitief van sonar. Na para staat hier de infinitief: para sonar betekent “om te klinken”. Voorbeeld: Lee despacio para sonar claro. — “Lees langzaam om duidelijk te klinken.” más natural betekent “natuurlijker”. Natural is een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord; más natural is de vergelijkende vorm met más, letterlijk “meer natuurlijk”. Het vergelijkt de beoogde manier van klinken met een minder natuurlijke manier, zonder een specifieke tweede situatie te benoemen. Voorbeeld: Esta frase suena más natural. — “Deze zin klinkt natuurlijker.” Samen vormt Ensaya con notas de aansporing “Oefen met aantekeningen”. para sonar más natural geeft het doel aan: “om natuurlijker te klinken”. De hele zin betekent dus: “Oefen met aantekeningen, zodat je natuurlijker klinkt.”

  9. Practicaré dos veces y me grabaré.

    Ik ga twee keer oefenen en mezelf opnemen.

    Practicaré
    ik ga oefenen
    dos veces
    twee keer
    me grabaré
    mezelf opnemen
    Uitgebreide uitleg

    Practicaré komt van practicar (oefenen). De uitgang -é markeert hier de eerste persoon enkelvoud in de eenvoudige toekomende tijd: “ik zal oefenen” of natuurlijk “ik ga oefenen”. Voor een plan in de nabije toekomst kan Spaans ook voy a practicar gebruiken, maar de bron gebruikt de eenvoudige toekomst. dos veces betekent dat de handeling twee keer plaatsvindt. Dos is het telwoord “twee” en veces is het meervoud van vez (“keer”). Het zegt hier hoe vaak er geoefend wordt. me grabaré bestaat uit me en grabaré. Grabaré komt van grabar (“opnemen”) en is opnieuw de eerste persoon enkelvoud in de eenvoudige toekomende tijd. Me verwijst hier naar de spreker en maakt de handeling wederkerend: de spreker neemt zichzelf op. Samen betekent me grabaré: “ik zal mezelf opnemen”. In een andere zin kan grabar ook iets anders opnemen, bijvoorbeeld Grabaré la presentación (“Ik neem de presentatie op”); dan is de opgenomen zaak niet de spreker zelf. De twee delen zijn verbonden door y (“en”): Practicaré dos veces geeft het plan en de frequentie, en me grabaré voegt de tweede geplande handeling toe. De volledige betekenis is daarom: “Ik ga twee keer oefenen en mezelf opnemen.”

  10. Eso te ayudará a mejorar tu control del tiempo y a sonar con más confianza.

    Dat zal je helpen om je timing te verbeteren en zelfverzekerder te klinken.

    Eso
    dat
    te ayudará
    zal je helpen
    mejorar
    verbeteren
    control
    beheersing; controle
    tiempo
    tijd; timing
    sonar
    klinken
    más
    meer
    confianza
    zelfvertrouwen
    Uitgebreide uitleg

    Eso is het neutrale aanwijzende voornaamwoord “dat”. Hier verwijst het naar een eerder genoemde handeling of situatie als geheel; de vorm noemt geen specifiek zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Esto es útil. — “Dit is nuttig.” te ayudará bevat te, het voornaamwoord voor degene die hulp krijgt, en ayudará, de toekomende tijd van ayudar voor de derde persoon enkelvoud: “zal helpen”. Het onderwerp is Eso. Een bruikbaar patroon is ayudar a alguien a + infinitief: iemand helpen om iets te doen. Voorbeeld: El curso me ayudará a hablar mejor. — “De cursus zal me helpen beter te spreken.” mejorar is het infinitief “verbeteren”. Na a benoemt het wat de hulp mogelijk maakt: helpen om te verbeteren. Later volgt een tweede, parallelle infinitiefgroep met a sonar; dat is dus een ander infinitief. control is een zelfstandig naamwoord voor beheersing of controle. In tu control betekent het “je beheersing”. tu is hier een bezittelijk woord bij control; het geeft de bezitter aan, niet een aparte vorm van tiempo. tiempo betekent hier “tijd”, in deze context natuurlijk weergegeven als “timing”. del is de samentrekking van de + el. Daarom betekent control del tiempo “beheersing van de timing”. sonar is het infinitief “klinken”. Hier gaat het om hoe iemand in zijn of haar spreken overkomt. a sonar vormt samen met ayudará de tweede doelconstructie: helpen om te klinken. Voorbeeld: Quiero sonar natural. — “Ik wil natuurlijk klinken.” más betekent “meer” en maakt hier de vergelijking in con más confianza: met meer zelfvertrouwen. Het hoort bij confianza, niet bij sonar. confianza is het zelfstandig naamwoord “zelfvertrouwen”. con más confianza betekent “met meer zelfvertrouwen”. De hele opbouw is Eso te ayudará a mejorar tu control del tiempo y a sonar con más confianza: “Dat zal je helpen om je timing te verbeteren en zelfverzekerder te klinken.” De twee gelijkwaardige infinitiefgroepen zijn a mejorar tu control del tiempo en a sonar con más confianza.

Grammatica

tener que + infinitivo

Tengo que hacer una presentación breve.

TENG-go kee a-SER oe-na pre-sen-ta-SJON BREE-be.

Ik moet een korte presentatie geven.

Na tener que volgt een infinitief. De vervoeging staat bij tener: tengo que, tienes que, enzovoort.

antes de + infinitivo

Antes de escribir frases completas, preparo un esquema claro.

AN-tes de es-kree-BEER FRAA-ses kom-PLEE-tas, pre-PAA-ro oen es-KEE-ma KLAA-ro.

Voordat ik volledige zinnen schrijf, maak ik een duidelijke opzet.

Gebruik antes de met een infinitief wanneer hetzelfde onderwerp beide handelingen uitvoert.

Spaans woordenschat

antes de voorzetsel
AN-tes de voordat
breve bijvoeglijk naamwoord
BREE-be kort
claro bijvoeglijk naamwoord
KLAA-roo duidelijk
completo bijvoeglijk naamwoord
kom-PLEE-to volledig completas
empezar werkwoord
em-pe-SAR beginnen Empieza
escribir werkwoord
es-kree-BEER schrijven
esquema zelfstandig naamwoord
es-KEE-ma opzet
frase zelfstandig naamwoord
FRAA-se zin frases
hacer una presentación uitdrukking
a-SER oe-na pre-sen-ta-SJON een presentatie geven
la semana que viene uitdrukking
la see-MAA-na kee BJEE-ne volgende week
presentación zelfstandig naamwoord
pre-sen-ta-SJON presentatie
tener que uitdrukking
te-NER kee moeten Tengo que

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Moet ik de hele presentatie uit mijn hoofd leren?

Antwoord tonen¿Debo memorizar toda la presentación?

Ik ga twee keer oefenen en mezelf opnemen.

Antwoord tonenPracticaré dos veces y me grabaré.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kort

Antwoord tonenbreve

duidelijk

Antwoord tonenclaro

presentatie

Antwoord tonenpresentación

beginnen

Antwoord tonenEmpieza