Begrijpen en weten | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic understanding and knowledge..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Begrijpen en weten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je comprends maintenant.

zje kom-pran mentə-nan Ik begrijp het nu.
B

Je ne comprends pas.

zje nə kom-pran pa Ik begrijp het niet.
A

Je ne sais pas.

zje nə sè pa Ik weet het niet.
B

Qu'est-ce que tu veux dire ?

kès-kə tü vö dier Wat bedoel je?
A

Tu me comprends ?

tü mə kom-pran Begrijp je me?
B

Tu le connais ?

tü lə ko-nè Ken je hem?

Woord voor woord

Je Je betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp in Je comprends maintenant, Je ne comprends pas en Je ne sais pas. Het staat vóór de werkwoordsvorm wanneer de spreker over zichzelf vertelt. Je gebruikt Je bijvoorbeeld om je eigen begrip of kennis aan te geven.
comprends comprends betekent hier ‘begrijp’ in Je comprends maintenant en Je ne comprends pas. Dit is de vorm van comprendre die bij je staat; de ontkenning wordt gevormd met ne ... pas. Je gebruikt comprends wanneer je zegt of je iets begrijpt, bijvoorbeeld in de vraag Tu me comprends ?.
maintenant maintenant betekent hier ‘nu’ en geeft aan dat het begrijpen op dit moment plaatsvindt in Je comprends maintenant. Het staat in deze zin na het werkwoord. Je gebruikt maintenant om een handeling of toestand aan het huidige moment te koppelen.
ne ne draagt hier samen met pas de ontkenning in Je ne comprends pas en Je ne sais pas. Ne staat vóór de vervoegde werkwoordsvorm en pas erna; ne alleen maakt de zin hier niet volledig ontkennend. Je gebruikt ne ... pas om te zeggen dat je iets niet begrijpt of niet weet.
pas pas vormt hier samen met ne de ontkenning in Je ne comprends pas en Je ne sais pas. Pas staat na de vervoegde werkwoordsvorm, terwijl ne ervoor staat. Je gebruikt ne ... pas om een handeling, begrip of kennis te ontkennen.
sais sais betekent hier ‘weet’ in Je ne sais pas. Dit is de vorm van savoir die bij je staat, met ne ... pas als ontkenning. Je gebruikt Je sais of Je ne sais pas om kennis of informatie aan te geven.
Qu'est-ce que Qu'est-ce que ... ? is hier de volledige vraagconstructie voor ‘wat ...?’ in Qu'est-ce que tu veux dire ? Qu'est-ce vormt de vraaguitdrukking en que verbindt die met de volgende zin met tu als onderwerp en veux dire als werkwoordelijk deel. Je gebruikt Qu'est-ce que + onderwerp + werkwoord om naar de bedoelde inhoud of betekenis te vragen.
tu tu betekent hier ‘jij’ en spreekt één gesprekspartner direct aan in tu veux dire, Tu me comprends ? en Tu le connais ? Het staat als onderwerp vóór het werkwoord in de eerste zin en na het vraagteken wordt de vraag door intonatie gemarkeerd. Je gebruikt tu om een persoon rechtstreeks aan te spreken.
veux veux betekent hier ‘wilt’ in tu veux dire. Het is de vorm van vouloir die bij tu staat, maar samen met dire betekent veux dire hier ‘bedoelen’. Je gebruikt tu veux + een werkwoordsvorm om te vragen of te zeggen wat iemand wil doen; in deze dialoog gaat het om de bedoeling van iemands woorden.
dire dire betekent hier ‘zeggen’ of, samen met veux, ‘bedoelen’ in Qu'est-ce que tu veux dire ? Dire staat als infinitief na veux. Je gebruikt veux dire als vaste combinatie wanneer je naar iemands bedoeling of betekenis vraagt.
me me betekent hier ‘mij’ in Tu me comprends ? en verwijst naar de persoon die spreekt. Het staat vóór de werkwoordsvorm comprends als object van de zin. Je gebruikt de volgorde tu me + werkwoord wanneer je vraagt of iemand jou begrijpt.
le le betekent hier ‘hem’ in Tu le connais ? en verwijst naar de bedoelde mannelijke persoon. Het staat vóór de werkwoordsvorm connais als object van de zin. Je gebruikt de volgorde tu le + werkwoord wanneer je vraagt of iemand een man kent.
connais connais betekent hier ‘kent’ in Tu le connais ? Dit is de vorm van connaître die bij tu staat en wordt hier gebruikt voor het kennen van een persoon. Je gebruikt tu connais + een persoon of le wanneer je vraagt of iemand die persoon kent.

Grammatica

qu'est-ce que + zin

Qu'est-ce que tu veux dire ?

kès-kə tü vö dier

Wat wil je zeggen?

Qu'est-ce que maakt van de zin een vraag naar een zaak of handeling: ‘wat…?’

Frans woordenschat

comprends werkwoord
kom-pran begrijp

Je comprends maintenant.

connais werkwoord
ko-nè ken

Tu le connais ?

dire werkwoord
dier zeggen

Qu'est-ce que tu veux dire ?

le voornaamwoord
hem

Tu le connais ?

maintenant bijwoord
mentə-nan nu

Je comprends maintenant.

me voornaamwoord
mij

Tu me comprends ?

qu'est-ce que uitdrukking
kès-kə wat

Qu'est-ce que tu veux dire ?

sais werkwoord
weet

Je ne sais pas.

veux werkwoord
wilt

Qu'est-ce que tu veux dire ?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik begrijp het nu.

Antwoord tonenJe comprends maintenant.

Ik begrijp het niet.

Antwoord tonenJe ne comprends pas.

Ik weet het niet.

Antwoord tonenJe ne sais pas.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

wilt

Antwoord tonenveux

begrijp

Antwoord tonencomprends

nu

Antwoord tonenmaintenant

zeggen

Antwoord tonendire