Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Gezondheid en temperatuur oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Il fait trop chaud.
iel fee troo sjoo Het is te warm.Il fait trop froid.
iel fee troo frwaa Het is te koud.Je suis très fatigué.
zje swie trè fa-tie-gee Ik ben erg moe.J'ai très faim.
zjee trè fen Ik heb erg veel honger.J'ai très soif.
zjee trè swaaf Ik heb erg veel dorst.Je me sens malade.
zje muh sahn ma-lad Ik voel me ziek.Uitleg van de zinnen
Il fait trop chaud.
Het is te warm.
- Il fait
- het is (bij weer)
- trop
- te
- chaud
- warm
Uitgebreide uitleg
Il fait betekent hier niet letterlijk dat een bepaald mannelijk persoon iets doet. In de vaste weersuitdrukking il fait + bijvoeglijk naamwoord is il een onpersoonlijk onderwerp en betekent de combinatie “het is” bij het weer. fait is de vorm van faire in de tegenwoordige tijd voor il; in deze uitdrukking leer je de combinatie als geheel. Voorbeeld: Il fait froid. — “Het is koud.” trop staat vóór het bijvoeglijk naamwoord en betekent hier “te”, dus: boven de gewenste of verdraaglijke grens. Het is iets anders dan très (“heel”): très chaud betekent “heel warm”, terwijl trop chaud betekent “te warm”. Voorbeeld: Ce thé est trop chaud. — “Deze thee is te warm.” chaud is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “warm”. De basisvorm is chaud; in het Frans past de vorm zich bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord doorgaans aan: chaud naast een mannelijk woord, chaude naast een vrouwelijk woord. In de vaste weersuitdrukking Il fait chaud staat de mannelijke vorm. Een nuttig tegenovergesteld woord is froid (“koud”), zoals in Il fait trop froid. — “Het is te koud.” Samen vormt Il fait trop chaud de weersuitdrukking “Het is te warm”: Il fait geeft het weer aan, trop voegt de betekenis “boven de gewenste grens” toe en chaud beschrijft de warmte.
Il fait trop froid.
Het is te koud.
- Il fait
- het is (voor het weer)
- trop
- te
- froid
- koud
Uitgebreide uitleg
Il fait is hier een vaste weeruitdrukking: letterlijk gebruikt het werkwoord faire (“doen/maken”), maar in deze combinatie betekent het “het is” bij een weersomstandigheid. Il is hier een onpersoonlijk onderwerp; het verwijst niet naar een bepaalde persoon. Vergelijk: Il fait très chaud. = “Het is erg warm.” trop betekent “te”, in de betekenis “meer dan gewenst of passend”. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord dat het versterkt. trop froid betekent dus “te koud”, niet alleen “erg koud”. Ter vergelijking: très froid betekent “erg koud”. froid betekent “koud” en is hier een bijvoeglijk naamwoord in de weeruitdrukking. De vorm is hier mannelijk enkelvoud: froid. De vrouwelijke vorm is froide, bijvoorbeeld in une eau froide = “koud water”; die vorm hoort bij eau, niet bij het onpersoonlijke il in deze weeruitdrukking. Samen vormen Il fait trop froid en trop froid de betekenis “Het is te koud”. De hele zin beschrijft de temperatuur als hoger dan wenselijk koud; hij zegt niet wie die toestand veroorzaakt. De formulering is een gewone, neutrale manier om over het weer te spreken.
Je suis très fatigué.
Ik ben erg moe.
- Je suis
- ik ben
- très
- erg
- fatigué
- moe
Uitgebreide uitleg
Je suis betekent hier “ik ben”. Je is het persoonlijke onderwerp voor de spreker; suis is de eerste persoon enkelvoud van être (“zijn”): je suis, tu es, il/elle est. Deze vorm hoort bij het onderwerp je, niet bij het bijvoeglijk naamwoord dat erop volgt. très betekent “erg” of “heel” en versterkt hier het bijvoeglijk naamwoord dat erna komt. Het verandert niet mee naar persoon of getal. Bijvoorbeeld: très content betekent “erg tevreden”. fatigué betekent hier “moe”. Dit is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord. Frans laat bijvoeglijke naamwoorden vaak overeenkomen met het woord dat ze beschrijven: fatiguée is de vrouwelijke enkelvoudsvorm, fatigués de mannelijke of gemengde meervoudsvorm en fatiguées de vrouwelijke meervoudsvorm. De vaste zin geeft in de Nederlandse vertaling niet afzonderlijk aan welk grammaticaal geslacht de spreker heeft; de Franse vorm is hier wel mannelijk enkelvoud. Voorbeeld: Elle est fatiguée. — “Zij is moe.” Samen vormen Je suis, très en fatigué de zin Je suis très fatigué.: “Ik ben erg moe.” De structuur is onderwerp + vorm van être + versterker + bijvoeglijk naamwoord; fatigué beschrijft de toestand van de spreker en staat hier in het mannelijk enkelvoud.
J'ai très faim.
Ik heb erg veel honger.
- J'ai
- ik heb
- très
- erg, zeer
- faim
- honger
Uitgebreide uitleg
J'ai betekent hier “ik heb”. Het is de samentrekking van je (“ik”) en ai, de eerste persoon enkelvoud van avoir (“hebben”) in de tegenwoordige tijd. In de vaste uitdrukking avoir faim gebruikt het Frans dit werkwoord om honger uit te drukken: J'ai faim. — “Ik heb honger.” très versterkt het woord dat erop volgt en betekent “erg” of “zeer”. Het verandert niet van vorm. Bijvoorbeeld: Elle est très fatiguée. — “Zij is erg moe.” faim is het zelfstandig naamwoord “honger”. In deze uitdrukking staat het zonder lidwoord: avoir faim. Het vergelijkbare patroon avoir soif betekent “dorst hebben”; bijvoorbeeld J'ai soif. — “Ik heb dorst.” Samen vormen J'ai faim en très de uitdrukking J'ai très faim: avoir geeft de toestand aan, faim benoemt honger en très maakt die honger sterk. De volledige betekenis is dus: “Ik heb erg veel honger.”
J'ai très soif.
Ik heb erg veel dorst.
- J'ai
- ik heb
- très
- erg
- soif
- dorst
Uitgebreide uitleg
J'ai is de samentrekking van je + ai. ai is de eerste persoon enkelvoud van avoir in de tegenwoordige tijd. In deze vaste uitdrukking betekent avoir letterlijk “hebben”: J'ai soif = “Ik heb dorst”. Het onderwerp is hier dus de spreker; j'ai kan in andere zinnen ook gewoon bezit of een andere toestand met avoir uitdrukken, bijvoorbeeld J'ai un livre = “Ik heb een boek”. très is een bijwoord dat het volgende woord versterkt: “erg” of “heel”. Het verandert zelf niet mee. Vergelijk très soif in deze uitdrukking met très fatigué = “erg moe”. soif is een zelfstandig naamwoord voor “dorst”. In het Frans hoort het bij de vrouwelijke grammaticale categorie, zoals zichtbaar in andere contexten met la: la soif. In avoir soif staat het zonder lidwoord; dit is de gebruikelijke Franse constructie voor “dorst hebben”. Het verwante vaste patroon is avoir faim = “honger hebben”, zoals in de voorafgaande zin. Samen vormen de delen J'ai + très + soif: “Ik heb erg veel dorst.” Het Frans gebruikt hier dus het patroon avoir + (très) + faim/soif om honger of dorst uit te drukken. De zin beschrijft de toestand van de spreker in de tegenwoordige tijd.
Je me sens malade.
Ik voel me ziek.
- Je me sens
- ik voel me
- malade
- ziek
Uitgebreide uitleg
Je me sens betekent hier “ik voel me”. Het werkwoord is se sentir (“zich voelen”); sens is de tegenwoordige tijd bij je. me verwijst naar dezelfde persoon als je en maakt de constructie wederkerend: je me sens = “ik voel me”. Vergelijk: Je me sens bien. — “Ik voel me goed.” Zonder me heeft sentir een ander gebruik, bijvoorbeeld Je sens le parfum. — “Ik ruik de geur.” malade betekent hier “ziek”. Het is een bijvoeglijk naamwoord. In het enkelvoud heeft het voor mannelijke en vrouwelijke personen dezelfde vorm: malade; in het meervoud is de vorm malades. Voorbeeld: Elle est malade. — “Zij is ziek.” Samen vormen de delen Je me sens malade.: je is “ik”, me sens geeft “voel me” weer, en malade beschrijft de toestand van diezelfde persoon. De volledige betekenis is dus: “Ik voel me ziek.”
Grammatica
avoir + faim / soif
J'ai faim.
zjee fenIk heb honger.
In het Frans gebruik je avoir (‘hebben’) bij faim en soif, niet être (‘zijn’).
se sentir + adjectif
Je me sens malade.
zje muh sahn ma-ladIk voel me ziek.
Se sentir betekent ‘zich voelen’; me sens is de vorm bij je en staat vóór het bijvoeglijk naamwoord.
Frans woordenschat
J'ai très faim.
Il fait trop chaud.
Je suis très fatigué.
J'ai très faim.
Il fait trop chaud.
Je suis très fatigué.
Il fait trop froid.
Je me sens malade.
Je me sens malade.
J'ai très soif.
Je suis très fatigué.
Il fait trop chaud.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Het is te warm.
Antwoord tonen
Il fait trop chaud.Het is te koud.
Antwoord tonen
Il fait trop froid.Ik ben erg moe.
Antwoord tonen
Je suis très fatigué.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
warm
Antwoord tonen
chaudhonger
Antwoord tonen
faimerg; zeer
Antwoord tonen
trèste