Gezondheid en temperatuur | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic health and temperature..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Gezondheid en temperatuur oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Il fait trop chaud.

iel fee troo sjoo Het is te warm.
B

Il fait trop froid.

iel fee troo frwaa Het is te koud.
A

Je suis très fatigué.

zje swie trè fa-tie-gee Ik ben erg moe.
B

J'ai très faim.

zjee trè fen Ik heb erg veel honger.
A

J'ai très soif.

zjee trè swaaf Ik heb erg veel dorst.
B

Je me sens malade.

zje muh sahn ma-lad Ik voel me ziek.

Woord voor woord

Il In de dialoog betekent "Il" het onpersoonlijke "het" in de weeruitdrukking "Il fait trop chaud" en "Il fait trop froid". Het verwijst hier niet naar een persoon. Een nieuwe voorbeeldzin is "Il fait beau" voor een opmerking over het weer.
fait In "Il fait trop chaud" en "Il fait trop froid" betekent "fait" hier "is" en beschrijft het de toestand van het weer. Het staat na "Il" in de vaste volgorde "Il fait". Gebruik deze vorm bijvoorbeeld wanneer je zegt hoe het buiten is.
trop In de dialoog betekent "trop" "te": de temperatuur is meer dan gewenst in "Il fait trop chaud" en "Il fait trop froid". Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord "chaud" of "froid". Je gebruikt het wanneer iets een ongewenste of overdreven graad heeft.
chaud In "Il fait trop chaud" betekent "chaud" "warm" en beschrijft het de temperatuur. Samen met "Il fait" gebruik je het om over warm weer of een warme omgeving te spreken. In deze dialoog wordt de combinatie versterkt door "trop".
froid In "Il fait trop froid" betekent "froid" "koud" en beschrijft het de temperatuur. Het staat na "Il fait trop" in deze weeruitdrukking. Gebruik de volledige uitdrukking wanneer je zegt dat het buiten of in een ruimte te koud is.
Je In "Je suis très fatigué" en "Je me sens malade" betekent "Je" "ik" en verwijst het naar de persoon die spreekt. Het staat aan het begin van de zin vóór het werkwoord. Gebruik "Je" om je eigen toestand of gevoel te beschrijven.
suis In "Je suis très fatigué" betekent "suis" "ben" en verbindt het de spreker met de toestand "très fatigué". Het staat na het onderwerp "Je". Gebruik de woordvolgorde "Je suis" wanneer je je toestand met een beschrijving uitdrukt.
très In "Je suis très fatigué" en "J'ai très faim" betekent "très" "erg" of "zeer" en versterkt het wat erop volgt. Het staat vóór "fatigué" en vóór "faim". Gebruik het om een toestand of gevoel sterker uit te drukken.
fatigué In "Je suis très fatigué" betekent "fatigué" "moe" en beschrijft het de toestand van de spreker. Het staat na "Je suis très". Gebruik de volledige uitdrukking bijvoorbeeld wanneer je na werk, reizen of inspanning wilt zeggen dat je erg moe bent.
J'ai In "J'ai très faim" en "J'ai très soif" betekent "J'ai" "ik heb" en vormt het samen met "faim" of "soif" de gebruikelijke Franse manier om honger of dorst uit te drukken. Het staat vóór de versterker "très" en het bijbehorende woord. Gebruik het patroon "J'ai ... faim" of "J'ai ... soif" om je behoefte aan eten of drinken te melden.
faim In "J'ai très faim" betekent "faim" "honger". Het wordt hier gebruikt na "J'ai très" om te zeggen dat de spreker erg honger heeft. Gebruik de volledige uitdrukking wanneer je bijvoorbeeld tijdens een pauze of vóór een maaltijd wilt zeggen dat je wilt eten.
soif In "J'ai très soif" betekent "soif" "dorst". Het staat na "J'ai très" in de uitdrukking waarmee de spreker zegt dat hij of zij erg dorstig is. Gebruik deze uitdrukking bijvoorbeeld wanneer je na inspanning of bij warm weer iets wilt drinken.
me In "Je me sens malade" betekent "me" "me" en verwijst het terug naar de spreker bij "sens". Het staat tussen "Je" en "sens". In deze zin maakt het deel uit van de uitdrukking waarmee je je eigen lichamelijke toestand beschrijft.
sens In "Je me sens malade" betekent "sens" "voel". Samen met "Je me" geeft het aan dat de spreker zich ziek voelt, en het staat vóór de beschrijving "malade". Gebruik het patroon "Je me sens" gevolgd door een beschrijving van hoe je je voelt.
malade In "Je me sens malade" betekent "malade" "ziek" en beschrijft het hoe de spreker zich voelt. Het staat na "Je me sens". Gebruik de volledige uitdrukking wanneer je iemand wilt laten weten dat je je niet goed voelt.

Grammatica

avoir + faim / soif

J'ai faim.

zjee fen

Ik heb honger.

In het Frans gebruik je avoir (‘hebben’) bij faim en soif, niet être (‘zijn’).

se sentir + adjectif

Je me sens malade.

zje muh sahn ma-lad

Ik voel me ziek.

Se sentir betekent ‘zich voelen’; me sens is de vorm bij je en staat vóór het bijvoeglijk naamwoord.

Frans woordenschat

avoir werkwoord
a-vwaar hebben J'ai

J'ai très faim.

chaud bijvoeglijk naamwoord
sjoo warm

Il fait trop chaud.

être werkwoord
ètr zijn suis

Je suis très fatigué.

faim zelfstandig naamwoord
fen honger

J'ai très faim.

faire werkwoord
feer doen; maken fait

Il fait trop chaud.

fatigué bijvoeglijk naamwoord
fa-tie-gee moe

Je suis très fatigué.

froid bijvoeglijk naamwoord
frwaa koud

Il fait trop froid.

malade bijvoeglijk naamwoord
ma-lad ziek

Je me sens malade.

se sentir werkwoord
suh sahn-tier zich voelen me sens

Je me sens malade.

soif zelfstandig naamwoord
swaaf dorst

J'ai très soif.

très bijwoord
trè erg; zeer

Je suis très fatigué.

trop bijwoord
troo te

Il fait trop chaud.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het is te warm.

Antwoord tonenIl fait trop chaud.

Het is te koud.

Antwoord tonenIl fait trop froid.

Ik ben erg moe.

Antwoord tonenJe suis très fatigué.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

warm

Antwoord tonenchaud

honger

Antwoord tonenfaim

erg; zeer

Antwoord tonentrès

te

Antwoord tonentrop