Basisstaten en voorbereiding | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic states, preparation, and time..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Basisstaten en voorbereiding oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je me sens mieux.

zje muh sah(n) mjeu. Ik voel me beter.
B

Je suis très occupé.

zje swie treh okuupé. Ik heb het erg druk.
A

Je suis prêt maintenant.

zje swie preh meh(n)-tuh-nah(n). Ik ben nu klaar.
B

Je ne suis pas prêt.

zje nuh swie pah preh. Ik ben niet klaar.
A

J’ai besoin de plus de temps.

zjee buh-zwè(n) duh pluu duh tah(n). Ik heb meer tijd nodig.
B

Tu as le temps ?

tuu ah luh tah(n)? Heb je tijd?

Uitleg van de zinnen

  1. Je me sens mieux.

    Ik voel me beter.

    Je
    ik
    me sens
    voel me
    mieux
    beter
    Uitgebreide uitleg

    Je betekent hier ‘ik’ en is het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud als onderwerp. Het verwijst in de vaste vertaling naar de spreker. Een bruikbaar contrast is tu voor ‘jij’. me sens komt van se sentir, ‘zich voelen’. sens is de tegenwoordige tijd bij je; het werkwoord is onregelmatig: je me sens, maar bijvoorbeeld tu te sens. me is het wederkerend voornaamwoord dat bij de eerste persoon enkelvoud hoort. Samen geeft je me sens dus ‘ik voel me’, niet alleen ‘ik voel’. mieux betekent hier ‘beter’. Het is de vergrotende vorm van bien (‘goed’) en beschrijft hier hoe de spreker zich voelt. De vorm mieux is niet het bijvoeglijk naamwoord ‘beter’ bij een zelfstandig naamwoord; daarvoor wordt in het Frans doorgaans meilleur gebruikt, bijvoorbeeld un meilleur résultat — ‘een beter resultaat’. De onderdelen vormen samen Je me sens mieux.: ‘Ik voel me beter.’ De tegenwoordige tijd presenteert dit als de huidige toestand van de spreker; mieux geeft een verbetering aan ten opzichte van een eerder of verondersteld minder goed gevoel.

  2. Je suis très occupé.

    Ik heb het erg druk.

    Je suis
    ik ben
    très
    erg
    occupé
    druk
    Uitgebreide uitleg

    Je suis betekent hier “ik ben”. je is het Franse persoonlijke voornaamwoord voor de spreker, en suis is de eerste persoon enkelvoud van être (“zijn”). De combinatie je suis is een veelgebruikte manier om een toestand of eigenschap van de spreker uit te drukken. Voorbeeld: Je suis prêt. — “Ik ben klaar.” très versterkt het daaropvolgende woord en betekent “erg” of “heel”. Het verandert niet mee met persoon of getal. Voorbeeld: très calme — “heel kalm”. occupé betekent hier “druk” in de betekenis dat de spreker veel te doen heeft. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijke naamwoord occupé; de vrouwelijke enkelvoudsvorm is occupée, en de meervoudsvormen zijn occupés en occupées. De vorm past hier bij de spreker zoals die in de zin wordt uitgedrukt. Dit woord betekent in andere contexten ook “bezet”, bijvoorbeeld over een stoel of telefoonlijn; in deze vaste zin geeft de Nederlandse vertaling de betekenis “druk” aan. Samen vormen de delen Je suis + très + occupé de betekenis “Ik heb het erg druk” of letterlijker “Ik ben erg druk”. De zin beschrijft de huidige toestand van de spreker; très maakt occupé sterker.

  3. Je suis prêt maintenant.

    Ik ben nu klaar.

    Je suis
    ik ben
    prêt
    klaar
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Je suis betekent hier “ik ben”. suis is de eerste persoon enkelvoud van être (“zijn”) in de tegenwoordige tijd: je suis = ik ben. Het onderwerp Je bepaalt de persoon; bij een ander onderwerp verandert de vorm, bijvoorbeeld Tu es prêt = “Jij bent klaar.” prêt betekent hier “klaar” of “gereed”. Dit is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord; de vorm stemt af op de persoon of zaak die wordt beschreven. Vrouwelijk enkelvoud is prête, en meervoudsvormen zijn prêts (mannelijk of gemengd) en prêtes (vrouwelijk). Voorbeeld: Elle est prête. = “Zij is klaar.” maintenant betekent “nu” en geeft aan dat de toestand op het huidige moment geldt. Het is een bijwoord en verandert niet naar persoon of getal. Voorbeeld: Je travaille maintenant. = “Ik werk nu.” Samen vormen de delen Je suis prêt maintenant. de betekenis “Ik ben nu klaar.” Je suis prêt beschrijft de toestand, en maintenant plaatst die toestand in het heden.

  4. Je ne suis pas prêt.

    Ik ben niet klaar.

    Je
    ik
    ne … pas
    niet
    suis
    ben
    prêt
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Je betekent hier “ik” en is het Franse persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Het staat bij de spreker zelf. Voorbeeld: Je suis ici. — “Ik ben hier.” ne ... pas vormt hier de Franse ontkenning rond de vervoegde werkwoordsvorm: “niet”. In deze zin staat ne vóór suis en pas erna. In informele gesproken taal valt ne soms weg, maar in de volledige standaardvorm blijven beide delen staan. Voorbeeld: Je ne comprends pas. — “Ik begrijp het niet.” Je suis: suis is de vorm van être (“zijn”) in de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud. De vaste combinatie betekent dus “ik ben”; suis is niet de basisvorm. Voorbeeld: Je suis calme. — “Ik ben rustig.” prêt is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “klaar” of “gereed”. De vorm prêt is de mannelijke enkelvoudsvorm; bij een vrouwelijk enkelvoudig onderwerp staat doorgaans prête. Het bijvoeglijk naamwoord past zich dus aan het beschreven onderwerp aan. Voorbeeld: Nous sommes prêts. — “Wij zijn klaar.” Samen vormen de delen Je + ne suis pas + prêt de betekenis: “Ik ben niet klaar.” De ontkenning heeft betrekking op de toestand “klaar zijn”, en prêt stemt grammaticaal af op de persoon die wordt beschreven.

  5. J’ai besoin de plus de temps.

    Ik heb meer tijd nodig.

    J’ai besoin de
    ik heb nodig
    plus
    meer
    temps
    tijd
    Uitgebreide uitleg

    J’ai besoin de is een vaste Franse constructie voor “nodig hebben”: avoir besoin de + iets/iemand. J’ai is de eerste persoon enkelvoud van avoir in de tegenwoordige tijd: j’ai = “ik heb”. Het voorzetsel de hoort bij deze constructie en leidt aan wat nodig is. Voorbeeld: J’ai besoin d’aide. — “Ik heb hulp nodig.” Voor een klinker wordt de vaak d’, zoals in d’aide. plus betekent hier “meer”. In plus de + zelfstandig naamwoord geeft het een grotere hoeveelheid aan. Het is dus niet het losse bijwoord “meer” zonder aanvulling, maar maakt samen met de temps de hoeveelheid “meer tijd”. Voorbeeld: Elle veut plus d’eau. — “Zij wil meer water.” temps betekent hier “tijd”. Het is een mannelijk Frans zelfstandig naamwoord; het meervoud heeft dezelfde geschreven vorm: un temps en des temps. In deze zin staat het na plus de, waardoor de uitdrukking geen bepaald lidwoord gebruikt: plus de temps = “meer tijd”. Samen vormen de delen J’ai besoin de plus de temps: “Ik heb meer tijd nodig.” De spreker gebruikt avoir besoin de om een behoefte uit te drukken, en plus de temps specificeert wat nodig is en dat de gewenste hoeveelheid groter is.

  6. Tu as le temps ?

    Heb je tijd?

    Tu as
    je hebt
    le temps
    tijd
    Uitgebreide uitleg

    Tu as betekent hier “je hebt”. tu is het informele enkelvoudige onderwerp “jij”, en as is de vorm van avoir (“hebben”) in de tegenwoordige tijd bij tu: j’ai, tu as, il/elle a. Het onderwerp staat in deze vraag vóór de persoonsvorm. Bijvoorbeeld: Tu as une voiture ? — “Heb je een auto?” le temps betekent hier “tijd”. temps is een mannelijk zelfstandig naamwoord. le is hier niet alleen door het grammaticale geslacht bepaald, maar door de combinatie van mannelijk, enkelvoud en bepaaldheid: het is het bepaalde lidwoord “de/het”. Een onbepaalde vorm is bijvoorbeeld un temps, met “een” in een andere betekenis of context. In J’ai besoin de plus de temps betekent temps ook “tijd”, maar staat het in een andere zinsbouw. De slotletters van temps worden hier niet als afzonderlijke medeklinkers uitgesproken. Samen vormen deze delen Tu as le temps ? — letterlijk “Heb je de tijd?” en volgens de vaste vertaling natuurlijk “Heb je tijd?”. De vraag behoudt hier de woordvolgorde van een mededeling en gebruikt vraagintonatie. Het patroon Tu as + zelfstandig naamwoord ? is herbruikbaar, bijvoorbeeld: Tu as le temps demain ? — “Heb je morgen tijd?”

Grammatica

se sentir + adjectif

Je me sens mieux.

zje muh sah(n) mjeu.

Ik voel me beter.

Bij se sentir staat het wederkerend voornaamwoord vóór het werkwoord: me sens.

avoir besoin de + nom

J’ai besoin de plus de temps.

zjee buh-zwè(n) duh pluu duh tah(n).

Ik heb meer tijd nodig.

De vaste Franse uitdrukking avoir besoin de betekent ‘nodig hebben’; de volgt vóór het zelfstandig naamwoord.

Frans woordenschat

avoir besoin de uitdrukking
avwaar buh-zwè(n) duh nodig hebben J’ai besoin de

J’ai besoin de plus de temps.

être werkwoord
ètr zijn suis

Je suis très occupé.

je voornaamwoord
zje ik Je

Je me sens mieux.

maintenant bijwoord
meh(n)-tuh-nah(n) nu

Je suis prêt maintenant.

me voornaamwoord
muh me

Je me sens mieux.

mieux bijwoord
mjeu beter

Je me sens mieux.

ne ... pas uitdrukking
nuh ... pah niet

Je ne suis pas prêt.

occupé bijvoeglijk naamwoord
okuupé druk

Je suis très occupé.

plus de uitdrukking
pluu duh meer

J’ai besoin de plus de temps.

prêt bijvoeglijk naamwoord
prè klaar

Je suis prêt maintenant.

se sentir werkwoord
suh sah(n)-teer zich voelen me sens

Je me sens mieux.

très bijwoord
trè erg; zeer

Je suis très occupé.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik voel me beter.

Antwoord tonenJe me sens mieux.

Ik heb het erg druk.

Antwoord tonenJe suis très occupé.

Ik ben nu klaar.

Antwoord tonenJe suis prêt maintenant.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

klaar

Antwoord tonenprêt

erg; zeer

Antwoord tonentrès

zijn

Antwoord tonensuis

druk

Antwoord tonenoccupé