Basisbehoeften en voorkeuren | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic needs, wishes, and preferences..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Basisbehoeften en voorkeuren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai besoin d'aide.

zjee buh-zwè̃ dèd Ik heb wat hulp nodig.
B

J'ai besoin d'eau.

zjee buh-zwè̃ doo Ik heb wat water nodig.
A

Je veux celui-ci.

zjeuh veu suh-lwie-sie Ik wil deze.
B

Je veux celui-là.

zjeuh veu suh-lwie-laa Ik wil die.
A

J'aime celui-ci.

zjèm suh-lwie-sie Ik vind deze leuk.
B

Je ne l'aime pas.

zjeuh nuh lèm pa Ik vind het niet leuk.

Woord voor woord

J'ai In J'ai besoin d'aide en J'ai besoin d'eau betekent J'ai: “ik heb” binnen de uitdrukking om een behoefte uit te drukken. J'ai is de samentrekking van Je en ai. Gebruik J'ai hier vóór besoin om te zeggen wat je nodig hebt.
besoin In J'ai besoin d'aide en J'ai besoin d'eau betekent besoin “behoefte” en vormt het samen met J'ai de uitdrukking “nodig hebben”. Het volgende deel begint hier met d'aide of d'eau. Je gebruikt deze uitdrukking om bijvoorbeeld om hulp of water te vragen.
d'aide In J'ai besoin d'aide betekent d'aide “hulp” als datgene waaraan behoefte is. De is vóór de klinker in aide verkort tot d'. De combinatie J'ai besoin d'aide is bruikbaar wanneer je om hulp vraagt.
d'eau In J'ai besoin d'eau betekent d'eau “water” als datgene waaraan behoefte is. De is vóór de klinker in eau verkort tot d'. De combinatie J'ai besoin d'eau gebruik je wanneer je om water vraagt.
Je Je betekent hier “ik” en is het onderwerp in Je veux celui-ci, Je veux celui-là en J'aime celui-ci. Voor een klinker verschijnt dezelfde vorm in de dialoog als J'ai en J'aime. Je staat vóór het werkwoord om aan te geven wie iets wil of leuk vindt.
veux In Je veux celui-ci en Je veux celui-là betekent veux “wil” of “wens ik”. Het is de vorm die hier samen met Je de wens uitdrukt. Na veux staat hier het gekozen object, zoals celui-ci of celui-là; je gebruikt dit bijvoorbeeld bij het aanwijzen van een keuze.
celui-ci Celui-ci betekent als geheel “deze” of “deze hier” in Je veux celui-ci en J'aime celui-ci. Celui is het element voor “degene” of “het exemplaar”, en ci geeft aan dat het om iets hier of dichtbij gaat. Je gebruikt celui-ci om één dichtbij aangewezen keuze aan te duiden.
celui-là Celui-là betekent als geheel “die” of “die daar” in Je veux celui-là. Celui is het element voor “degene” of “het exemplaar”, en là geeft aan dat het om iets daar gaat. Je gebruikt celui-là om een andere, daar aangewezen keuze aan te duiden.
J'aime In J'aime celui-ci betekent J'aime “ik vind deze leuk” of “ik houd van deze”. J'aime is de samentrekking van Je en aime, de vorm van aimer die hier bij Je hoort. Na J'aime staat hier degene of het exemplaar dat je leuk vindt; je gebruikt dit om een voorkeur uit te spreken.
ne In Je ne l'aime pas is ne het eerste deel van de ontkenning. Ne krijgt zijn volledige ontkennende functie samen met pas, dus niet alleen ne betekent “niet”. In deze vorm staat ne vóór het werkwoord, zoals in Je ne l'aime pas, wanneer je iets niet leuk vindt.
l'aime In Je ne l'aime pas betekent l'aime samen “het leuk vinden” met l' voor “het” en aime voor “leuk vinden”. L' verwijst naar het ding dat al ter sprake is en staat vóór aime. Je gebruikt deze vorm wanneer je zegt dat je een eerder genoemd of aangewezen ding wel of niet leuk vindt.
pas In Je ne l'aime pas is pas het tweede deel van de ontkenning en maakt samen met ne de betekenis “niet”. Pas staat hier na l'aime. De structuur Je ne l'aime pas gebruik je om te zeggen dat je iets niet leuk vindt.

Grammatica

avoir besoin de + zelfstandig naamwoord

J'ai besoin d'aide.

zjee buh-zwè̃ dèd

Ik heb hulp nodig.

De vaste uitdrukking avoir besoin de betekent 'nodig hebben'; voor een klinker wordt de d'.

celui-ci / celui-là

Je veux celui-ci, pas celui-là.

zjeuh veu suh-lwie-sie, pa suh-lwie-laa

Ik wil deze, niet die.

Deze aanwijzende voornaamwoorden staan zelfstandig en verwijzen naar een mannelijk enkelvoudig voorwerp.

Frans woordenschat

aide zelfstandig naamwoord
èd hulp

J'ai besoin d'aide.

aime werkwoord
èm vind leuk

J'aime celui-ci.

besoin zelfstandig naamwoord
buh-zwè̃ behoefte

J'ai besoin d'aide.

celui-ci voornaamwoord
suh-lwie-sie deze

Je veux celui-ci.

celui-là voornaamwoord
suh-lwie-laa die

Je veux celui-là.

eau zelfstandig naamwoord
oo water

J'ai besoin d'eau.

l' voornaamwoord
l het

Je ne l'aime pas.

pas bijwoord
pa niet

Je ne l'aime pas.

veux werkwoord
veu wil

Je veux celui-ci.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb wat hulp nodig.

Antwoord tonenJ'ai besoin d'aide.

Ik heb wat water nodig.

Antwoord tonenJ'ai besoin d'eau.

Ik wil deze.

Antwoord tonenJe veux celui-ci.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

wil

Antwoord tonenveux

vind leuk

Antwoord tonenaime

hulp

Antwoord tonenaide

behoefte

Antwoord tonenbesoin