Basisbehoeften en voorkeuren | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic needs, wishes, and preferences..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Basisbehoeften en voorkeuren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai besoin d'aide.

zjee buh-zwè̃ dèd Ik heb wat hulp nodig.
B

J'ai besoin d'eau.

zjee buh-zwè̃ doo Ik heb wat water nodig.
A

Je veux celui-ci.

zjeuh veu suh-lwie-sie Ik wil deze.
B

Je veux celui-là.

zjeuh veu suh-lwie-laa Ik wil die.
A

J'aime celui-ci.

zjèm suh-lwie-sie Ik vind deze leuk.
B

Je ne l'aime pas.

zjeuh nuh lèm pa Ik vind het niet leuk.

Uitleg van de zinnen

  1. J'ai besoin d'aide.

    Ik heb wat hulp nodig.

    J'ai besoin d'aide.
    Ik heb hulp nodig.
    J'ai besoin
    Ik heb nodig.
    d'aide
    hulp
    Uitgebreide uitleg

    De zin betekent: "Ik heb hulp nodig." «J'ai besoin de» betekent «ik heb ... nodig»; in «d'aide» wordt «de» voor de klinker van «aide» verkort tot «d'».

  2. J'ai besoin d'eau.

    Ik heb wat water nodig.

    J'ai besoin
    nodig hebben
    eau
    water
    Uitgebreide uitleg

    J'ai besoin is hier de vaste kern van de uitdrukking avoir besoin de, letterlijk ongeveer “behoefte hebben aan” en natuurlijk vertaald als “nodig hebben”. J'ai is de eerste persoon enkelvoud van avoir (“hebben”); besoin is een zelfstandig naamwoord (“behoefte”), geen vorm van het werkwoord. De vaste constructie is avoir besoin de + zelfstandig naamwoord of avoir besoin de + infinitief. Voorbeeld: J'ai besoin de dormir. — “Ik moet slapen” / “Ik heb slaap nodig.” Hier blijft avoir besoin de hetzelfde, maar er volgt een infinitief. eau betekent hier “water”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: l'eau betekent “het water”. Voor een niet-afgebakende hoeveelheid gebruikt het Frans in deze constructie de l'eau; na de klinker in de ontstaat de elisie d'eau. De apostrof verandert de betekenis niet, maar voorkomt de opeenvolging de eau. Voorbeeld: Je bois de l'eau. — “Ik drink water.” Dit laat hetzelfde gebruik van de l'eau zien voor water als stof of onbepaalde hoeveelheid. Samen vormen J'ai besoin d'eau de betekenis “Ik heb water nodig”. De punt sluit de mededelende zin af. De Nederlandse vertaling met “wat water” maakt de bedoelde onbepaalde hoeveelheid expliciet; het Franse d'eau benoemt hier water zonder een exact aantal of volume vast te leggen.

  3. Je veux celui-ci.

    Ik wil deze.

    veux
    wil
    celui-ci
    deze
    Uitgebreide uitleg

    veux is hier de vorm van vouloir (“willen”) in de eerste persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd: je veux = “ik wil”. Dezelfde vorm kan ook bij tu voorkomen (tu veux = “jij wilt”); het onderwerp je bepaalt in deze zin de betekenis. Voorbeeld: Je veux du pain. — “Ik wil brood.” celui-ci is een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord: “deze” of “deze hier”. Het verwijst naar één mannelijk enkelvoudig element, zonder dat het bijbehorende zelfstandig naamwoord in deze zin wordt herhaald. celui draagt de mannelijke enkelvoudsvorm; -ci geeft de nabije of als “hier” aangewezen keuze aan. De overeenkomstige vorm voor een vrouwelijk enkelvoudig element is celle-ci. Voorbeeld: Je prends celui-ci. — “Ik neem deze.” Samen vormen Je veux en celui-ci de volledige zin Je veux celui-ci.: “Ik wil deze.” Het onderwerp is “ik”, veux drukt de wil uit, en celui-ci is het mannelijke enkelvoudige aangewezen object. In het contrast celui-là betekent -là “die daar”, tegenover -ci “deze hier”.

  4. Je veux celui-là.

    Ik wil die.

    veux
    wil
    celui-là
    die
    Uitgebreide uitleg

    veux komt van vouloir (“willen”). In Je veux staat het werkwoord in de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: je veux = “ik wil”. Andere nuttige vormen zijn tu veux = “jij wilt” en il/elle veut = “hij/zij wil”. De spelling verschilt per persoon, maar veux en veut worden in deze vormen hetzelfde uitgesproken. Voorbeeld: Je veux ce livre. — “Ik wil dit boek.” celui-là is een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord met de betekenis “die”. Het is de vorm voor mannelijk enkelvoud; het zelfstandig naamwoord waarnaar het verwijst wordt niet in deze zin genoemd. -là onderscheidt deze vorm van -ci; het contrast kan ook een verschil in nabijheid aangeven, maar betekent niet automatisch dat het bedoelde voorwerp fysiek ver weg is. In de gegeven context staat celui-là tegenover celui-ci (“deze”). Voorbeeld: Je prends celui-là. — “Ik neem die.” Samen vormen Je veux en celui-là de zin Je veux celui-là.: je is “ik”, veux drukt willen uit en celui-là is het mannelijke enkelvoudige aanwijzende voornaamwoord met de betekenis “die”. De vaste vertaling is dus: “Ik wil die.” Deze constructie is herbruikbaar: Je veux + een zelfstandig naamwoord, zoals Je veux ce livre, of Je veux + een aanwijzend voornaamwoord, zoals Je veux celui-là.

  5. J'aime celui-ci.

    Ik vind deze leuk.

    aime
    vind leuk
    celui-ci
    deze
    Uitgebreide uitleg

    aime komt van aimer (“leuk vinden; houden van”). Hier is het de tegenwoordige tijd bij je: j'aime; je wordt vóór een klinker verkort tot j'. In deze zin betekent aime dus “vind leuk”. Vergelijk in een ontkennende zin: Je ne l'aime pas. betekent “Ik vind het niet leuk.” celui-ci is een aanwijzend voornaamwoord: het verwijst naar een mannelijk enkelvoudig genoemd of bedoeld persoon of zaak en betekent hier “deze”. Het bestaat uit celui (“degene/het exemplaar” in deze grammaticale vorm) en het nabije aanwijzende element -ci. Het voornaamwoord zelf noemt niet welke concrete persoon of zaak bedoeld wordt; dat volgt uit de context. De vorm voor een vrouwelijk enkelvoud is celle-ci; voor meervoud zijn er ceux-ci en celles-ci. Samen vormen J'aime celui-ci. de structuur J' + aime + celui-ci: “Ik vind deze leuk.” J' is de verkorte vorm van het onderwerp je, aime geeft het leuk vinden aan, en celui-ci is de persoon of zaak waarop die voorkeur betrekking heeft.

  6. Je ne l'aime pas.

    Ik vind het niet leuk.

    Je
    ik
    ne … pas
    niet
    l'aime
    vind het leuk
    Uitgebreide uitleg

    Je is het Franse onderwerppronomen voor de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Het staat hier vóór de werkwoordgroep. Een bruikbaar contrast is je “ik” tegenover tu “jij”; de vorm van het werkwoord daarna hangt af van het werkwoord. ne ... pas vormt hier de Franse ontkenning. ne staat vóór de vervoegde werkwoordsvorm en pas erna: Je ne ... pas = “Ik ... niet”. In deze zin ontkent de combinatie dus de positieve uitspraak dat de spreker iets leuk vindt. In alledaagse gesproken taal kan ne soms worden weggelaten, maar in deze volledige zin staat de standaardconstructie. l'aime bevat het objectpronomen l' en aime, de tegenwoordige-tijdsvorm van aimer bij je. Aimer betekent hier “leuk vinden”; afhankelijk van de context kan het ook “houden van” betekenen. l' is de elisie van le of la vóór een klinkerklank. In deze zin geeft de vaste vertaling de bedoelde betekenis als “het” weer. De vorm l' zelf laat niet zien of het oorspronkelijke object grammaticaal mannelijk of vrouwelijk is. De vorm aime is de eerste persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd; de geschreven uitgang -e hoort bij deze vervoeging, maar -e alleen is niet op zichzelf een volledige tijdsaanduiding. Samen vormen Je + ne + l'aime + pas de betekenis “Ik vind het niet leuk.” De ontkenning omringt de vervoegde werkwoordsvorm, terwijl l' het object vóór het werkwoord plaatst. Het patroon is herbruikbaar: Je ne le/la ... pas betekent “Ik ... hem/haar/het niet”, waarbij le of la vóór een klinkerklank vaak l' wordt.

Grammatica

avoir besoin de + zelfstandig naamwoord

J'ai besoin d'aide.

zjee buh-zwè̃ dèd

Ik heb hulp nodig.

De vaste uitdrukking avoir besoin de betekent 'nodig hebben'; voor een klinker wordt de d'.

celui-ci / celui-là

Je veux celui-ci, pas celui-là.

zjeuh veu suh-lwie-sie, pa suh-lwie-laa

Ik wil deze, niet die.

Deze aanwijzende voornaamwoorden staan zelfstandig en verwijzen naar een mannelijk enkelvoudig voorwerp.

Frans woordenschat

aide zelfstandig naamwoord
èd hulp

J'ai besoin d'aide.

aime werkwoord
èm vind leuk

J'aime celui-ci.

besoin zelfstandig naamwoord
buh-zwè̃ behoefte

J'ai besoin d'aide.

celui-ci voornaamwoord
suh-lwie-sie deze

Je veux celui-ci.

celui-là voornaamwoord
suh-lwie-laa die

Je veux celui-là.

eau zelfstandig naamwoord
oo water

J'ai besoin d'eau.

l' voornaamwoord
l het

Je ne l'aime pas.

pas bijwoord
pa niet

Je ne l'aime pas.

veux werkwoord
veu wil

Je veux celui-ci.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb wat hulp nodig.

Antwoord tonenJ'ai besoin d'aide.

Ik heb wat water nodig.

Antwoord tonenJ'ai besoin d'eau.

Ik wil deze.

Antwoord tonenJe veux celui-ci.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

wil

Antwoord tonenveux

vind leuk

Antwoord tonenaime

hulp

Antwoord tonenaide

behoefte

Antwoord tonenbesoin