Hebben en kunnen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic possession and ability..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Hebben en kunnen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai celui-ci.

zjee suh-lwie-sie Ik heb deze.
B

Je ne l'ai pas.

zje nuh lee paa Ik heb het niet.
A

Je peux le faire.

zje peu luh fehr Ik kan het doen.
B

Je ne peux pas le faire.

zje nuh peu paa luh fehr Ik kan het niet doen.
A

Tu peux m'aider ?

tuu peu meh-dee Kun je me helpen?
B

Tu peux faire ça ?

tuu peu fehr saa Kun je dit doen?

Woord voor woord

J'ai In "J'ai celui-ci." betekent "J'ai" «ik heb». Het is de vorm van avoir bij je; je wordt vóór de klinker in ai verkort tot J'. Een herbruikbaar patroon is "J'ai ..." wanneer je zegt dat je iets hebt.
celui-ci In "J'ai celui-ci." betekent "celui-ci" «deze ene hier». Het is een zelfstandig aanwijzend woord waarmee je één aangewezen voorwerp aanduidt. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je uit meerdere voorwerpen één keuze aanwijst.
Je "Je" betekent «ik» en is hier het onderwerp van de zin. Het staat vóór een werkwoord, zoals in "Je ne l'ai pas." Voor een klinker wordt je in deze dialoog verkort tot J' in "J'ai".
ne In "Je ne l'ai pas." is "ne" het eerste deel van de ontkenning. Samen met "pas" maakt het de betekenis «niet» rond het werkwoord "ai". Een herbruikbaar patroon is "ne ... pas" rond het vervoegde werkwoord.
l'ai In "Je ne l'ai pas." betekent "l'ai" «het heb». "l'" verwijst naar het eerder bedoelde ding en is de verkorte vorm van le vóór ai; "ai" betekent «heb» bij je. Samen met "ne" en "pas" vormt het de uitdrukking "Je ne l'ai pas."
pas In "Je ne l'ai pas." is "pas" het tweede deel van de ontkenning. Samen met "ne" maakt het van "l'ai" de betekenis «heb het niet». Gebruik het in het patroon "ne ... pas" om een zin te ontkennen.
peux "Peux" betekent hier «kan» in "Je peux le faire." en "Tu peux m'aider ?". Het is de vorm van pouvoir bij je en tu. Na "peux" volgt in deze dialoog een handeling, zoals "le faire" of "m'aider"; je gebruikt het om vermogen of mogelijkheid uit te drukken.
le In "Je peux le faire." betekent "le" «het» en verwijst het naar de handeling of taak die gedaan moet worden. Het staat vóór het infinitief "faire". De herbruikbare combinatie in deze dialoog is "le faire" binnen "peux le faire".
faire "Faire" betekent «doen» in "Je peux le faire." en "Tu peux faire ça ?". Het is de infinitief die volgt op "peux" om de handeling te noemen. Je kunt "faire" gebruiken met een object, zoals "faire ça", of met "le" in "le faire".
Tu "Tu" betekent «jij» en is hier de aangesproken persoon in beide vragen. Het staat vóór het werkwoord in "Tu peux m'aider ?" en "Tu peux faire ça ?". Een herbruikbaar patroon is "Tu peux ... ?" om iemand te vragen of die iets kan doen.
m'aider In "Tu peux m'aider ?" betekent "m'aider" «mij helpen». "m'" is de verkorte vorm van me vóór de klinker in "aider", en "aider" betekent «helpen». Je gebruikt de combinatie in een vraag wanneer je iemand om hulp vraagt.
ça In "Tu peux faire ça ?" betekent "ça" «dit» en verwijst het naar iets dat de spreker aanwijst of bedoelt. Het staat na "faire" in de combinatie "faire ça". Je gebruikt deze combinatie om te vragen of iemand iets specifieks kan doen.

Grammatica

pouvoir + infinitif

Je peux aider.

zje peu ee-dee

Ik kan helpen.

Na pouvoir staat het volgende werkwoord in de infinitief: peux aider.

celui-ci

Je peux faire celui-ci.

zje peu fehr suh-lwie-sie

Ik kan deze doen.

Celui-ci is een zelfstandig naamwoordvervangend aanwijzend voornaamwoord voor mannelijk enkelvoud.

Frans woordenschat

aider werkwoord
ee-dee helpen

Tu peux m'aider ?

avoir werkwoord
a-vwaar hebben ai

J'ai

celui-ci voornaamwoord
suh-lwie-sie deze (mannelijk, enkelvoud)

J'ai celui-ci.

faire werkwoord
fehr doen

Je peux le faire.

je voornaamwoord
zje ik

Je peux le faire.

le voornaamwoord
luh het

Je peux le faire.

pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen peux

Je peux le faire.

tu voornaamwoord
tuu je

Tu peux m'aider ?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb deze.

Antwoord tonenJ'ai celui-ci.

Ik heb het niet.

Antwoord tonenJe ne l'ai pas.

Ik kan het doen.

Antwoord tonenJe peux le faire.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

doen

Antwoord tonenfaire

helpen

Antwoord tonenaider

kunnen

Antwoord tonenpeux

ik

Antwoord tonenje