Basiscontroles en vragen naar de status | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic checking and asking about status..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Basiscontroles en vragen naar de status oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Est-ce que c'est bon ?

es-kuh sè bong Is dit goed?
B

C'est ton sac ?

sè tong sak Is dit jouw tas?
A

Quelqu'un est assis ici ?

kelkeung-nè tassi issie Zit hier iemand?
B

Tu es occupé maintenant ?

tuu è okkuupé mènt'nang Heb je het nu druk?
A

Tu es prêt maintenant ?

tuu è prè mènt'nang Ben je nu klaar?
B

Tu as besoin d'aide ?

tuu aa bezwèng dèd Heb je hulp nodig?

Uitleg van de zinnen

  1. Est-ce que c'est bon ?

    Is dit goed?

    Est-ce que
    vraagconstructie voor een ja-neevraag
    c'est
    dit is
    bon
    goed
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que is een vaste vraagconstructie die van een mededelende zin een ja-neevraag maakt. Het daaropvolgende onderwerp en werkwoord blijven in dezelfde volgorde staan; er is dus geen omkering nodig. Patroon: Est-ce que + zin. Voorbeeld: Est-ce que tu comprends ? — Begrijp je het? c'est is de samentrekking van ce en est: letterlijk ongeveer “dit/dat is”. est is de vorm van être (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud. In deze zin verwijst ce naar de zaak of toestand waarnaar gevraagd wordt; de precieze zaak wordt door deze ene zin niet benoemd. Dezelfde vorm komt ook voor in C'est ton sac ? — Is dit jouw tas? bon betekent hier “goed” in de beoordeling van die zaak of toestand. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord bon; de vrouwelijke vorm is bonne, zoals in une bonne idée — een goed idee. In c'est bon staat bon in deze vaste, algemene beoordeling in de mannelijke enkelvoudsvorm. Dat betekent niet dat het woord altijd een mannelijk zelfstandig naamwoord beschrijft; in andere contexten kan bon bijvoorbeeld ook “lekker” of “geschikt” betekenen. Samen vormen de delen Est-ce que + c'est bon ? de ja-neevraag “Is dit goed?”. De vraag gebruikt c'est bon om te vragen of iets goed, in orde of geschikt is; de concrete zaak waarnaar ce verwijst, blijft zonder extra context ongespecificeerd.

  2. C'est ton sac ?

    Is dit jouw tas?

    C'est
    dit is
    ton
    jouw
    sac
    tas
    Uitgebreide uitleg

    C'est betekent hier ‘dit is’. Het is de samentrekking van ce + est: ce is een aanwijzend voornaamwoord en est is de derde persoon enkelvoud van être (‘zijn’). Dezelfde vorm kan ook in een mededelende zin staan, bijvoorbeeld: C'est mon livre. — ‘Dit is mijn boek.’ ton geeft bezit aan: ‘jouw’. In ton sac hoort het bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Franse bezittelijke vormen stemmen af op het bezeten zelfstandig naamwoord, niet op de bezitter: ton sac, maar ta valise (‘jouw koffer’) en tes sacs (‘jouw tassen’). Voor een vrouwelijk enkelvoudig woord dat met een klinker begint, blijft ton mogelijk, bijvoorbeeld ton amie — ‘jouw vriendin’. sac betekent hier ‘tas’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is sacs (‘tassen’). Bijvoorbeeld: Le sac est ici. — ‘De tas is hier.’ Samen vormen C'est, ton en sac de vraag ‘Is dit jouw tas?’. De vraag wordt hier door de intonatie en het vraagteken gevormd; er staat geen omkering van onderwerp en werkwoord. Het patroon C'est + bezittelijke bepaling + zelfstandig naamwoord ? is bruikbaar om te vragen of iets van iemand is, bijvoorbeeld: C'est ma clé ? — ‘Is dit mijn sleutel?’

  3. Quelqu'un est assis ici ?

    Zit hier iemand?

    Quelqu'un
    iemand
    est assis
    zit
    ici
    hier
    Uitgebreide uitleg

    Quelqu'un betekent hier “iemand”. Het is een enkelvoudig onbepaald voornaamwoord voor een persoon; het verwijst niet naar een specifiek benoemde persoon. De vorm blijft enkelvoudig: Quelqu'un est... (“Iemand is...”). Voor een expliciet vrouwelijke persoon bestaat ook quelqu'une, maar dat is niet de vorm in deze zin. est assis is de constructie être assis: “zitten” of letterlijk “gezeten zijn”. est is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, van être (“zijn”). assis is hier de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord; de zin zelf maakt het geslacht van de bedoelde persoon niet expliciet. Bij een expliciet vrouwelijke referent staat assise, zoals in Elle est assise. — “Zij zit.” In het meervoud krijg je bijvoorbeeld Ils sont assis — “Zij zitten.” ici betekent “hier” en geeft de plaats aan. Een bruikbaar contrast is là (“daar”), wanneer de bedoelde plaats niet hier is. Voorbeeld: Je travaille ici. — “Ik werk hier.” Samen vormt de zin Quelqu'un est assis ici ? een vraag met de betekenis “Zit hier iemand?” De combinatie est assis beschrijft dat iemand zich hier in zittende toestand bevindt. In het Frans kan een ja-neevraag in deze vorm dezelfde woordvolgorde hebben als een mededeling, met vragende intonatie en een vraagteken: Quelqu'un est assis ici. wordt dan Quelqu'un est assis ici ?. Het onderwerp Quelqu'un staat vooraan, daarna komt de vorm van être met assis, en ici maakt de plaats duidelijk.

  4. Tu es occupé maintenant ?

    Heb je het nu druk?

    Tu es
    jij bent
    occupé
    druk / bezig
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Tu es betekent hier ‘jij bent’. Tu is het informele enkelvoudige onderwerp ‘jij’; es is de tegenwoordige-tijdsvorm van être (‘zijn’) voor de tweede persoon enkelvoud. Het patroon Tu es ... ? maakt door de vraagintonatie een ja-neevraag, bijvoorbeeld: Tu es prêt ? — ‘Ben je klaar?’ occupé betekent hier ‘druk’ of ‘bezig’. Het is het bijvoeglijk naamwoord occupé in de mannelijke enkelvoudsvorm. Bij een vrouwelijk enkelvoudig onderwerp staat occupée; in het meervoud zijn de vormen occupés en occupées. De vorm moet dus aansluiten bij de persoon of zaak waarnaar het onderwerp verwijst; tu zelf geeft het geslacht niet aan. maintenant is een bijwoord en betekent ‘nu’. Het plaatst de toestand in het huidige moment. Een bruikbaar contrast is maintenant (‘nu’) tegenover plus tard (‘later’), bijvoorbeeld: Je suis occupé maintenant. — ‘Ik ben nu bezig.’ Samen vormt Tu es occupé maintenant ? de vraag ‘Heb je het nu druk?’ Letterlijk wordt de toestand uitgedrukt als ‘Ben je nu bezig/druk?’. Het onderwerp is tu, es koppelt dat onderwerp aan de toestand occupé, en maintenant begrenst die toestand tot het huidige moment.

  5. Tu es prêt maintenant ?

    Ben je nu klaar?

    Tu es
    je bent
    prêt
    klaar
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Tu es betekent hier “je bent”. es is de vorm van être (“zijn”) in de tegenwoordige tijd voor tu (tweede persoon enkelvoud): je suis, tu es, il/elle est. In een vraag kan dezelfde woordvolgorde met vragende intonatie worden gebruikt, zoals in deze zin. Voorbeeld: Tu es prêt ? — “Ben je klaar?” prêt betekent hier “klaar”. Dit is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord; bij een vrouwelijk enkelvoud staat doorgaans prête. De vorm past zich dus aan de persoon of het zelfstandig naamwoord aan waarnaar het bijvoeglijk naamwoord verwijst. Voorbeeld: Elle est prête. — “Zij is klaar.” De bronzin zelf identificeert niet welk grammaticaal geslacht de aangesproken persoon heeft; alleen de gebruikte Franse vorm is mannelijk enkelvoud. maintenant betekent “nu” en geeft het tijdstip aan. Het kan ook in andere zinnen staan: Je travaille maintenant. — “Ik werk nu.” Samen vormen de delen de vraag Tu es prêt maintenant ?: “Ben je nu klaar?” Tu es geeft de toestand weer, prêt benoemt die toestand en maintenant beperkt haar tot het huidige moment.

  6. Tu as besoin d'aide ?

    Heb je hulp nodig?

    Tu as
    je hebt
    besoin
    behoefte
    d'aide
    hulp
    Uitgebreide uitleg

    Tu as betekent hier “je hebt”. tu is de informele enkelvoudige vorm van “jij/je”. as is de tegenwoordige tijd van avoir (“hebben”) in de tweede persoon enkelvoud: j’ai, tu as, il/elle a. In deze zin vormt tu as samen met besoin de de vaste constructie avoir besoin de = “nodig hebben”. besoin betekent hier “behoefte” en is een zelfstandig naamwoord. In de constructie avoir besoin de krijgt het in natuurlijk Nederlands meestal de vertaling “nodig hebben”, niet het losse woord “behoefte”. Voorbeeld: J’ai besoin de repos. — “Ik heb rust nodig.” d’aide betekent “hulp”. Dit is de + aide; voor een klinker wordt de verkort tot d’. aide is het zelfstandig naamwoord “hulp”. De combinatie besoin d’aide betekent letterlijk “behoefte aan hulp” en natuurlijk “hulp nodig hebben”. Voorbeeld: Elle a besoin d’aide. — “Zij heeft hulp nodig.” Samen vormen Tu as besoin d’aide de mededeling “Je hebt hulp nodig”. Het vraagteken maakt er de vraag “Heb je hulp nodig?” van. Het Frans gebruikt hier, net als in veel alledaagse vragen, dezelfde woordvolgorde als in een mededeling; de vraag blijkt uit de intonatie en het vraagteken.

Grammatica

quelqu'un + werkwoord

Quelqu'un est assis ici.

kelkeung-nè tassi issie

Iemand zit hier.

quelqu'un betekent ‘iemand’ en staat meestal als onderwerp vóór het werkwoord.

avoir besoin de + zelfstandig naamwoord

J'ai besoin d'aide.

zjee bezwèng dèd

Ik heb hulp nodig.

De vaste uitdrukking avoir besoin de betekent ‘iets nodig hebben’. Voor een klinker wordt de d'.

Frans woordenschat

aide zelfstandig naamwoord
èd hulp d'aide

Tu as besoin d'aide ?

assis bijvoeglijk naamwoord
assie zittend

Quelqu'un est assis ici ?

besoin zelfstandig naamwoord
bezwèng behoefte nodig hebben

Tu as besoin d'aide ?

bon bijvoeglijk naamwoord
bong goed

Est-ce que c'est bon ?

ici bijwoord
issie hier

Quelqu'un est assis ici ?

maintenant bijwoord
mènt'nang nu

Tu es occupé maintenant ?

occupé bijvoeglijk naamwoord
okkuupé druk

Tu es occupé maintenant ?

prêt bijvoeglijk naamwoord
prè klaar

Tu es prêt maintenant ?

quelqu'un voornaamwoord
kelkeung iemand Quelqu'un

Quelqu'un est assis ici ?

sac zelfstandig naamwoord
sak tas

C'est ton sac ?

ton bepaler
tong jouw

C'est ton sac ?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is dit goed?

Antwoord tonenEst-ce que c'est bon ?

Is dit jouw tas?

Antwoord tonenC'est ton sac ?

Zit hier iemand?

Antwoord tonenQuelqu'un est assis ici ?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

zittend

Antwoord tonenassis

nu

Antwoord tonenmaintenant

klaar

Antwoord tonenprêt

druk

Antwoord tonenoccupé