Basiscontroles en vragen naar de status | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic checking and asking about status..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Basiscontroles en vragen naar de status oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Est-ce que c'est bon ?

es-kuh sè bong Is dit goed?
B

C'est ton sac ?

sè tong sak Is dit jouw tas?
A

Quelqu'un est assis ici ?

kelkeung-nè tassi issie Zit hier iemand?
B

Tu es occupé maintenant ?

tuu è okkuupé mènt'nang Heb je het nu druk?
A

Tu es prêt maintenant ?

tuu è prè mènt'nang Ben je nu klaar?
B

Tu as besoin d'aide ?

tuu aa bezwèng dèd Heb je hulp nodig?

Woord voor woord

Est-ce Est-ce is hier het begin van een vaste vraagvorm voor een ja-neevraag, zoals in "Est-ce que c'est bon ?". Samen met "que" vormt het de vraagopening. Herbruikbaar patroon: Est-ce que + zin?
que Que maakt hier samen met "Est-ce" de vaste vraagconstructie "Est-ce que" compleet. Het heeft in deze vraag geen zelfstandige Nederlandse betekenis. Je gebruikt het vóór de zin die je als ja-neevraag formuleert.
c'est c'est betekent hier "het is" of "dit is". In "Est-ce que c'est bon ?" beschrijft het de toestand of beoordeling, en in "C'est ton sac ?" leidt het een identificatie in; aan het begin van een zin verschijnt dezelfde vorm als "C'est". Het is de samentrekking van ce en de vorm est van être.
bon Bon betekent hier "goed" of "in orde" en wordt gebruikt om te vragen of iets acceptabel of in orde is in "Est-ce que c'est bon ?". De betekenis komt in deze zin samen met "c'est". Herbruikbaar patroon: c'est bon.
ton Ton betekent hier "jouw" en staat vóór het zelfstandig naamwoord "sac" in "C'est ton sac ?". Het geeft aan dat de tas bij de aangesproken persoon hoort. Herbruikbaar patroon: ton + zelfstandig naamwoord.
sac Sac betekent hier "tas" in "C'est ton sac ?". Het is het voorwerp waarnaar gevraagd wordt. Je kunt het gebruiken na een bezittelijk woord, zoals in ton sac.
Quelqu'un Quelqu'un betekent "iemand" en is in "Quelqu'un est assis ici ?" de persoon naar wie gevraagd wordt. Het woord staat hier aan het begin van de vraag als onderwerp. Je gebruikt het wanneer je naar een niet nader genoemde persoon verwijst.
est Est betekent hier "is" en verbindt "Quelqu'un" met de beschrijving "assis" in "Quelqu'un est assis ici ?". Dit is de vorm van être die bij dit onderwerp in deze zin staat. Herbruikbaar patroon: iemand of iets + est + beschrijving.
assis Assis beschrijft hier dat iemand zit of gezeten is, in "Quelqu'un est assis ici ?". Samen met "est" geeft het aan dat iemand op deze plaats zit. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer je wilt controleren of een plaats al bezet is.
ici Ici betekent "hier" en verwijst in "Quelqu'un est assis ici ?" naar de plaats waar de spreker is of aanwijst. Het staat aan het einde van deze vraag en specificeert waar iemand zit. Je gebruikt het om naar de huidige of aangewezen plaats te verwijzen.
Tu Tu betekent "je" of "jij" en is in "Tu es occupé maintenant ?" en "Tu es prêt maintenant ?" de aangesproken persoon. Het staat hier als onderwerp vóór de vorm van être. Herbruikbaar patroon: Tu es + beschrijving?
es Es betekent hier "bent" in "Tu es occupé maintenant ?" en "Tu es prêt maintenant ?". Het is de vorm van être die samen met "Tu" wordt gebruikt. Je gebruikt het om een toestand of eigenschap van de aangesproken persoon te vragen.
occupé Occupé betekent hier "bezig" in "Tu es occupé maintenant ?". Samen met "Tu es" vraagt het of de aangesproken persoon op dit moment bezig is. Je gebruikt het in een vraag wanneer je wilt weten of iemand beschikbaar is.
maintenant Maintenant betekent "nu" en geeft in "Tu es occupé maintenant ?" en "Tu es prêt maintenant ?" aan dat de vraag over het huidige moment gaat. Het staat hier na de beschrijving. Je gebruikt het om een toestand aan het huidige moment te koppelen.
prêt Prêt betekent hier "klaar" of "gereed" in "Tu es prêt maintenant ?". Samen met "Tu es" vraagt het of de aangesproken persoon op dit moment kan beginnen of verdergaan. Je gebruikt het om iemands gereedheid te controleren.
as As betekent hier "hebt" in "Tu as besoin d'aide ?". Het is de vorm van avoir die samen met "Tu" wordt gebruikt. In de vaste uitdrukking "as besoin de" helpt het uitdrukken dat iemand iets nodig heeft.
besoin Besoin betekent hier letterlijk "behoefte" en staat in de vaste uitdrukking "Tu as besoin d'aide ?". De volledige uitdrukking avoir besoin de betekent dat je iets nodig hebt; "besoin" benoemt daarin de behoefte. Herbruikbaar patroon: avoir besoin de + iets of iemand.
d'aide D'aide betekent hier "hulp" in "Tu as besoin d'aide ?". Het staat na "besoin" in de vaste constructie avoir besoin de en benoemt wat iemand nodig heeft. Je gebruikt deze constructie wanneer je wilt vragen of iemand hulp nodig heeft.

Grammatica

quelqu'un + werkwoord

Quelqu'un est assis ici.

kelkeung-nè tassi issie

Iemand zit hier.

quelqu'un betekent ‘iemand’ en staat meestal als onderwerp vóór het werkwoord.

avoir besoin de + zelfstandig naamwoord

J'ai besoin d'aide.

zjee bezwèng dèd

Ik heb hulp nodig.

De vaste uitdrukking avoir besoin de betekent ‘iets nodig hebben’. Voor een klinker wordt de d'.

Frans woordenschat

aide zelfstandig naamwoord
èd hulp d'aide

Tu as besoin d'aide ?

assis bijvoeglijk naamwoord
assie zittend

Quelqu'un est assis ici ?

besoin zelfstandig naamwoord
bezwèng behoefte nodig hebben

Tu as besoin d'aide ?

bon bijvoeglijk naamwoord
bong goed

Est-ce que c'est bon ?

ici bijwoord
issie hier

Quelqu'un est assis ici ?

maintenant bijwoord
mènt'nang nu

Tu es occupé maintenant ?

occupé bijvoeglijk naamwoord
okkuupé druk

Tu es occupé maintenant ?

prêt bijvoeglijk naamwoord
prè klaar

Tu es prêt maintenant ?

quelqu'un voornaamwoord
kelkeung iemand Quelqu'un

Quelqu'un est assis ici ?

sac zelfstandig naamwoord
sak tas

C'est ton sac ?

ton bepaler
tong jouw

C'est ton sac ?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is dit goed?

Antwoord tonenEst-ce que c'est bon ?

Is dit jouw tas?

Antwoord tonenC'est ton sac ?

Zit hier iemand?

Antwoord tonenQuelqu'un est assis ici ?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

zittend

Antwoord tonenassis

nu

Antwoord tonenmaintenant

klaar

Antwoord tonenprêt

druk

Antwoord tonenoccupé