J'arrive
In « J'arrive maintenant » betekent « J'arrive » hier: ik kom eraan of ik arriveer. Het is de vorm van arriver die bij je hoort. Je kunt deze vorm gebruiken om te zeggen dat je op dit moment aankomt, eventueel met een tijdsaanduiding erna.
maintenant
« Maintenant » betekent hier: nu, op dit moment. In « J'arrive maintenant » maakt het duidelijk dat het komen of aankomen nu gebeurt. Je kunt het gebruiken bij een mededeling over wat er op dit moment gebeurt.
Je
« Je » betekent: ik en is het onderwerp van de zin. Het staat in de dialoog vóór werkwoordsvormen zoals « vais », « suis » en « reviens ». Gebruik « Je » om iets over jezelf te zeggen.
vais
In « Je vais chez moi » betekent « vais »: ga. Het is de vorm van aller die bij je hoort en drukt hier beweging naar huis uit. Een bruikbaar patroon is « Je vais » gevolgd door een bestemming.
chez
In « chez moi » verwijst « chez » naar de woning of vaste plek van een persoon; hier gaat het om naar mijn huis. De betekenis van de volledige uitdrukking komt uit « chez » samen met « moi ». Gebruik « chez » in een uitdrukking voor bij of naar iemands woning of plek.
moi
In « chez moi » betekent « moi » hier: mij of mijn huis, dus thuis bij de spreker. De vorm staat na « chez » en maakt duidelijk wiens woning of plek bedoeld is. Gebruik « moi » in deze constructie om naar je eigen woning of plek te verwijzen.
suis
In « Je suis à la maison » betekent « suis »: ben. Het is de vorm van être die bij « je » hoort. Je gebruikt deze vorm om met « Je suis » te zeggen waar je bent of hoe je bent.
à
In « à la maison » geeft « à » de plaats aan waar iemand is; hier betekent het ongeveer in of bij. Het staat vóór de plaatsuitdrukking « la maison ». Gebruik « à » in een plaatsuitdrukking om een locatie aan te geven.
la
In « la maison » is « la » het bepaalde lidwoord bij maison: de. Het is een vrouwelijk enkelvoudig lidwoord en staat vóór « maison ». Gebruik het samen met dit zelfstandig naamwoord wanneer je naar het huis verwijst.
maison
« Maison » betekent: huis of woning. In « la maison » gaat het om het huis als de plaats waar de spreker is. Je kunt het gebruiken om over een woning te spreken.
dehors
« Dehors » betekent hier: buiten. In « Je suis dehors maintenant » zegt de spreker dat die zich buiten bevindt. Gebruik het om aan te geven dat iemand niet binnen is.
reviens
In « Je reviens » betekent « reviens »: kom terug of keer terug. Het is de vorm van revenir die bij je hoort. Je gebruikt deze mededeling wanneer je zegt dat je terug zult komen.
J'habite
In « J'habite près d'ici » betekent « J'habite »: ik woon. Het is de vorm van habiter die bij je hoort; de apostrof is de verkorte vorm van je vóór de klinker in habite. Gebruik « J'habite » gevolgd door een plaats om te zeggen waar je woont.
près
In « près d'ici » betekent « près »: dicht bij of in de buurt van. Het geeft aan dat de woonplaats zich op korte afstand van hier bevindt. Gebruik près vóór een uitdrukking die het referentiepunt van de nabijheid aangeeft.
d'ici
In « près d'ici » betekent « d'ici »: van hier of vanaf deze plaats. Het is de samengevoegde vorm van de en ici en benoemt hier het referentiepunt voor de nabijheid. Gebruik deze vorm wanneer je iets ten opzichte van de huidige plaats beschrijft.