Dagelijkse acties op dit moment | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic actions happening now..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Dagelijkse acties op dit moment oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Qu'est-ce que tu fais ?

Kes kuh tuu feh? Wat ben je aan het doen?
B

Je mange maintenant.

Zjuh manjuh mentuhnan. Ik ben nu aan het eten.
A

Je bois de l'eau.

Zjuh bwaa duh loo. Ik drink water.
B

Je prépare le dîner.

Zjuh prehpahr luh die-neh. Ik maak het avondeten.
A

Je nettoie ma chambre.

Zjuh net-wah maa sjambre. Ik maak mijn kamer schoon.
B

Je prends une douche.

Zjuh pranduhr uun doesj. Ik neem een douche.

Uitleg van de zinnen

  1. Qu'est-ce que tu fais ?

    Wat ben je aan het doen?

    Qu'est-ce que
    wat ...?
    tu
    jij
    fais
    doet
    Uitgebreide uitleg

    Qu'est-ce que is een vaste vraagconstructie om naar een zaak of handeling te vragen: letterlijk ongeveer “wat is het dat...?”, maar in natuurlijk Nederlands meestal gewoon “wat...?”. Ze staat hier vooraan en vraagt naar wat er gebeurt of gedaan wordt. Vergelijk als oefenpatroon: Qu'est-ce que tu lis ? = “Wat lees je?” tu betekent hier “jij” en is de informele enkelvoudige vorm voor één aangesproken persoon. Het voornaamwoord is het onderwerp van de vraag. In andere situaties kan Frans voor een aangesproken persoon ook vous gebruiken, bijvoorbeeld voor meerdere personen of in formele aanspreking; dat is niet de vorm in deze zin. fais is hier de tegenwoordige tijd van faire (“doen/maken”), in de tweede persoon enkelvoud: tu fais. In deze vraag betekent het “doen”, niet “maken”. De vorm fais hoort bij tu; bij je is de vorm bijvoorbeeld je fais, terwijl il/elle fait bij een derde persoon enkelvoud hoort. Oefenvoorbeeld: Tu fais quoi ? = “Wat doe je?” Dit is een andere, meer spreektaalachtige vraagvorm met dezelfde kernbetekenis. Samen vormen Qu'est-ce que tu fais ? de vraag “Wat ben je aan het doen?”. Qu'est-ce que vraagt naar de handeling, tu noemt de aangesproken persoon en fais geeft aan dat die persoon die handeling nu uitvoert. Het Frans gebruikt hier de gewone tegenwoordige tijd; de Nederlandse vertaling maakt de actuele voortduring expliciet met “ben ... aan het doen”.

  2. Je mange maintenant.

    Ik ben nu aan het eten.

    Je
    ik
    mange
    eet
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Je betekent hier “ik”: de eerste persoon enkelvoud, dus de spreker verwijst naar zichzelf. Het is een onderwerpelijk persoonlijk voornaamwoord. Bijvoorbeeld: Je bois. — “Ik drink.” mange is hier de tegenwoordige tijd van manger (“eten”) bij je: je mange. De Franse tegenwoordige tijd kan, zoals in deze zin, ook een handeling beschrijven die nu bezig is; daarom past de Nederlandse vertaling “ik ben nu aan het eten”. De vorm mange hoort bij het werkwoord manger, niet bij een zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: Je mange une pomme. — “Ik eet een appel.” maintenant betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Het is een bijwoord en verandert niet mee met de persoon of het getal. Bijvoorbeeld: Je travaille maintenant. — “Ik werk nu.” Samen vormen Je mange maintenant. het patroon onderwerp + werkwoord + tijdsbepaling: “Ik eet nu” of natuurlijker in deze context “Ik ben nu aan het eten.”

  3. Je bois de l'eau.

    Ik drink water.

    bois
    drink
    eau
    water
    Uitgebreide uitleg

    bois is hier de vorm van het werkwoord boire (“drinken”). In de tegenwoordige tijd is je bois de vorm voor de eerste persoon enkelvoud: “ik drink”. Voorbeeld: Je bois du thé. — “Ik drink thee.” eau betekent hier “water” en is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In de l'eau staat het samen met het Franse delend lidwoord de l', dat hier een niet-gespecificeerde hoeveelheid van een stof aanduidt. l' is de vóór een klinker geë elideerde vorm van le of la; hier hoort het bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord eau. Voorbeeld: Elle boit de l'eau. — “Zij drinkt water.” Samen vormen Je bois de l'eau. de betekenis “Ik drink water.” Je is het onderwerp, bois is de tegenwoordige vorm van boire voor “ik”, en de l'eau is wat er gedronken wordt.

  4. Je prépare le dîner.

    Ik maak het avondeten.

    Je
    ik
    prépare
    bereid
    dîner
    avondeten
    Uitgebreide uitleg

    Je betekent hier “ik”: het is een persoonlijk voornaamwoord dat als onderwerp de spreker aanduidt. Voor een meervoudig onderwerp gebruik je bijvoorbeeld nous voor “wij”. Voor een klinker verandert je vaak in j', zoals in j'arrive = “ik kom aan”. prépare komt van het werkwoord préparer (“bereiden” of “klaarmaken”). Hier is het de tegenwoordige tijd bij je: “ik bereid/klaar”. Dezelfde vorm staat ook bij il, elle en on; il prépare betekent bijvoorbeeld “hij bereidt”. Voorbeeld: Je prépare le repas. = “Ik maak de maaltijd klaar.” le dîner betekent “het avondeten”. dîner is hier een zelfstandig naamwoord; als werkwoord kan dîner “avondeten” betekenen. le is het bepaalde lidwoord bij dit zelfstandige naamwoord en drukt bepaaldheid uit, niet op zichzelf een numerieke hoeveelheid. Samen vormen de delen Je prépare le dîner: “Ik maak het avondeten.” Het onderwerp je geeft aan wie handelt, prépare zegt wat die persoon doet, en le dîner benoemt wat wordt klaargemaakt. De tegenwoordige tijd presenteert de handeling als iets dat nu gebeurt of als een huidige activiteit.

  5. Je nettoie ma chambre.

    Ik maak mijn kamer schoon.

    Je
    ik
    nettoie
    maak schoon
    ma
    mijn
    chambre
    kamer
    Uitgebreide uitleg

    Je betekent hier “ik”: het is het Franse persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Het staat bij een werkwoord in de ik-vorm. Bijvoorbeeld: Je lis. = “Ik lees.” nettoie betekent hier “maak schoon”. De basisvorm is nettoyer (“schoonmaken”); nettoie is de tegenwoordige tijd voor je. Bij dit werkwoord verandert de stam in sommige vormen: je nettoie, maar bijvoorbeeld nous nettoyons. Bijvoorbeeld: Je nettoie la table. = “Ik maak de tafel schoon.” ma betekent “mijn” bij een zelfstandig naamwoord dat vrouwelijk en enkelvoudig is. Het bezittelijk woord stemt hier af op chambre, niet op de persoon die bezit. Vergelijk: mon livre = “mijn boek” bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, en mes livres = “mijn boeken” bij meervoud. chambre betekent “kamer”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het lidwoord laat dat zien in la chambre (“de kamer”). Bijvoorbeeld: Ma chambre est grande. = “Mijn kamer is groot.” Samen vormen de delen Je nettoie ma chambre. de betekenis “Ik maak mijn kamer schoon.” Je geeft de handelende persoon aan, nettoie zegt wat die persoon doet, en ma chambre is wat wordt schoongemaakt. De Franse woordvolgorde komt hier overeen met een veelgebruikt patroon: onderwerp + werkwoord + lijdend voorwerp.

  6. Je prends une douche.

    Ik neem een douche.

    Je
    ik
    prends
    neem
    douche
    douche
    Uitgebreide uitleg

    Je betekent hier “ik” en is het Franse persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud wanneer het de spreker als onderwerp aanduidt. Het verandert niet mee met het geslacht van de spreker. Vergelijk: Je parle. — “Ik praat.” prends is hier de vorm van het werkwoord prendre (“nemen”) in de tegenwoordige tijd bij je: je prends. De uitgang en spelling horen dus bij de eerste persoon enkelvoud; prendre is de basisvorm. In deze vaste uitdrukking krijgt het werkwoord samen met het volgende deel de betekenis “nemen” in de combinatie “een douche nemen”. douche is het zelfstandig naamwoord voor “douche”. Het is vrouwelijk in het Frans; daarom staat ervoor une, het onbepaalde lidwoord dat hier bij een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord past. Une drukt in deze zin niet op zichzelf een expliciete numerieke telling uit. Samen vormen Je prends une douche de veelgebruikte Franse constructie prendre une douche, letterlijk “een douche nemen” en natuurlijk vertaald als “douchen” of “een douche nemen”. Het onderwerp je maakt duidelijk dat de spreker zelf de handeling verricht, en prends staat in de tegenwoordige tijd. De volledige betekenis is dus: “Ik neem een douche.”

Grammatica

Qu'est-ce que + sujet + verbe ?

Qu'est-ce que tu fais maintenant ?

Kes kuh tuu feh mentuhnan?

Wat doe je nu?

Dit is een vaste Franse vraagstructuur: qu'est-ce que komt vóór het onderwerp en het werkwoord.

prendre une douche

Je prends une douche.

Zjuh pran uun doesj.

Ik neem een douche.

Voor ‘douchen’ gebruikt het Frans de vaste uitdrukking prendre une douche, letterlijk ‘een douche nemen’.

Frans woordenschat

boire werkwoord
bwaar drinken bois

Je bois de l'eau.

chambre zelfstandig naamwoord
sjambre kamer ma chambre

Je nettoie ma chambre.

dîner zelfstandig naamwoord
die-neh avondeten le dîner

Je prépare le dîner.

eau zelfstandig naamwoord
oo water l'eau

Je bois de l'eau.

faire werkwoord
fehr doen fais

Qu'est-ce que tu fais ?

maintenant bijwoord
mentuhnan nu

Je mange maintenant.

manger werkwoord
manzjee eten mange

Je mange maintenant.

nettoyer werkwoord
net-wah-jee schoonmaken nettoie

Je nettoie ma chambre.

prendre werkwoord
pran-druh nemen prends

Je prends une douche.

préparer werkwoord
preh-pah-reh bereiden prépare

Je prépare le dîner.

qu'est-ce que uitdrukking
kes kuh wat Qu'est-ce que

Qu'est-ce que tu fais ?

tu voornaamwoord
tuu je

Qu'est-ce que tu fais ?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat ben je aan het doen?

Antwoord tonenQu'est-ce que tu fais ?

Ik ben nu aan het eten.

Antwoord tonenJe mange maintenant.

Ik drink water.

Antwoord tonenJe bois de l'eau.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

bereiden

Antwoord tonenprépare

eten

Antwoord tonenmange

doen

Antwoord tonenfais

drinken

Antwoord tonenbois