Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Dagelijkse acties op dit moment oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Qu'est-ce que tu fais ?
Kes kuh tuu feh? Wat ben je aan het doen?Je mange maintenant.
Zjuh manjuh mentuhnan. Ik ben nu aan het eten.Je bois de l'eau.
Zjuh bwaa duh loo. Ik drink water.Je prépare le dîner.
Zjuh prehpahr luh die-neh. Ik maak het avondeten.Je nettoie ma chambre.
Zjuh net-wah maa sjambre. Ik maak mijn kamer schoon.Je prends une douche.
Zjuh pranduhr uun doesj. Ik neem een douche.Uitleg van de zinnen
Qu'est-ce que tu fais ?
Wat ben je aan het doen?
- Qu'est-ce que
- wat ...?
- tu
- jij
- fais
- doet
Uitgebreide uitleg
Qu'est-ce que is een vaste vraagconstructie om naar een zaak of handeling te vragen: letterlijk ongeveer “wat is het dat...?”, maar in natuurlijk Nederlands meestal gewoon “wat...?”. Ze staat hier vooraan en vraagt naar wat er gebeurt of gedaan wordt. Vergelijk als oefenpatroon: Qu'est-ce que tu lis ? = “Wat lees je?” tu betekent hier “jij” en is de informele enkelvoudige vorm voor één aangesproken persoon. Het voornaamwoord is het onderwerp van de vraag. In andere situaties kan Frans voor een aangesproken persoon ook vous gebruiken, bijvoorbeeld voor meerdere personen of in formele aanspreking; dat is niet de vorm in deze zin. fais is hier de tegenwoordige tijd van faire (“doen/maken”), in de tweede persoon enkelvoud: tu fais. In deze vraag betekent het “doen”, niet “maken”. De vorm fais hoort bij tu; bij je is de vorm bijvoorbeeld je fais, terwijl il/elle fait bij een derde persoon enkelvoud hoort. Oefenvoorbeeld: Tu fais quoi ? = “Wat doe je?” Dit is een andere, meer spreektaalachtige vraagvorm met dezelfde kernbetekenis. Samen vormen Qu'est-ce que tu fais ? de vraag “Wat ben je aan het doen?”. Qu'est-ce que vraagt naar de handeling, tu noemt de aangesproken persoon en fais geeft aan dat die persoon die handeling nu uitvoert. Het Frans gebruikt hier de gewone tegenwoordige tijd; de Nederlandse vertaling maakt de actuele voortduring expliciet met “ben ... aan het doen”.
Je mange maintenant.
Ik ben nu aan het eten.
- Je
- ik
- mange
- eet
- maintenant
- nu
Uitgebreide uitleg
Je betekent hier “ik”: de eerste persoon enkelvoud, dus de spreker verwijst naar zichzelf. Het is een onderwerpelijk persoonlijk voornaamwoord. Bijvoorbeeld: Je bois. — “Ik drink.” mange is hier de tegenwoordige tijd van manger (“eten”) bij je: je mange. De Franse tegenwoordige tijd kan, zoals in deze zin, ook een handeling beschrijven die nu bezig is; daarom past de Nederlandse vertaling “ik ben nu aan het eten”. De vorm mange hoort bij het werkwoord manger, niet bij een zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: Je mange une pomme. — “Ik eet een appel.” maintenant betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Het is een bijwoord en verandert niet mee met de persoon of het getal. Bijvoorbeeld: Je travaille maintenant. — “Ik werk nu.” Samen vormen Je mange maintenant. het patroon onderwerp + werkwoord + tijdsbepaling: “Ik eet nu” of natuurlijker in deze context “Ik ben nu aan het eten.”
Je bois de l'eau.
Ik drink water.
- bois
- drink
- eau
- water
Uitgebreide uitleg
bois is hier de vorm van het werkwoord boire (“drinken”). In de tegenwoordige tijd is je bois de vorm voor de eerste persoon enkelvoud: “ik drink”. Voorbeeld: Je bois du thé. — “Ik drink thee.” eau betekent hier “water” en is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In de l'eau staat het samen met het Franse delend lidwoord de l', dat hier een niet-gespecificeerde hoeveelheid van een stof aanduidt. l' is de vóór een klinker geë elideerde vorm van le of la; hier hoort het bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord eau. Voorbeeld: Elle boit de l'eau. — “Zij drinkt water.” Samen vormen Je bois de l'eau. de betekenis “Ik drink water.” Je is het onderwerp, bois is de tegenwoordige vorm van boire voor “ik”, en de l'eau is wat er gedronken wordt.
Je prépare le dîner.
Ik maak het avondeten.
- Je
- ik
- prépare
- bereid
- dîner
- avondeten
Uitgebreide uitleg
Je betekent hier “ik”: het is een persoonlijk voornaamwoord dat als onderwerp de spreker aanduidt. Voor een meervoudig onderwerp gebruik je bijvoorbeeld nous voor “wij”. Voor een klinker verandert je vaak in j', zoals in j'arrive = “ik kom aan”. prépare komt van het werkwoord préparer (“bereiden” of “klaarmaken”). Hier is het de tegenwoordige tijd bij je: “ik bereid/klaar”. Dezelfde vorm staat ook bij il, elle en on; il prépare betekent bijvoorbeeld “hij bereidt”. Voorbeeld: Je prépare le repas. = “Ik maak de maaltijd klaar.” le dîner betekent “het avondeten”. dîner is hier een zelfstandig naamwoord; als werkwoord kan dîner “avondeten” betekenen. le is het bepaalde lidwoord bij dit zelfstandige naamwoord en drukt bepaaldheid uit, niet op zichzelf een numerieke hoeveelheid. Samen vormen de delen Je prépare le dîner: “Ik maak het avondeten.” Het onderwerp je geeft aan wie handelt, prépare zegt wat die persoon doet, en le dîner benoemt wat wordt klaargemaakt. De tegenwoordige tijd presenteert de handeling als iets dat nu gebeurt of als een huidige activiteit.
Je nettoie ma chambre.
Ik maak mijn kamer schoon.
- Je
- ik
- nettoie
- maak schoon
- ma
- mijn
- chambre
- kamer
Uitgebreide uitleg
Je betekent hier “ik”: het is het Franse persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Het staat bij een werkwoord in de ik-vorm. Bijvoorbeeld: Je lis. = “Ik lees.” nettoie betekent hier “maak schoon”. De basisvorm is nettoyer (“schoonmaken”); nettoie is de tegenwoordige tijd voor je. Bij dit werkwoord verandert de stam in sommige vormen: je nettoie, maar bijvoorbeeld nous nettoyons. Bijvoorbeeld: Je nettoie la table. = “Ik maak de tafel schoon.” ma betekent “mijn” bij een zelfstandig naamwoord dat vrouwelijk en enkelvoudig is. Het bezittelijk woord stemt hier af op chambre, niet op de persoon die bezit. Vergelijk: mon livre = “mijn boek” bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, en mes livres = “mijn boeken” bij meervoud. chambre betekent “kamer”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het lidwoord laat dat zien in la chambre (“de kamer”). Bijvoorbeeld: Ma chambre est grande. = “Mijn kamer is groot.” Samen vormen de delen Je nettoie ma chambre. de betekenis “Ik maak mijn kamer schoon.” Je geeft de handelende persoon aan, nettoie zegt wat die persoon doet, en ma chambre is wat wordt schoongemaakt. De Franse woordvolgorde komt hier overeen met een veelgebruikt patroon: onderwerp + werkwoord + lijdend voorwerp.
Je prends une douche.
Ik neem een douche.
- Je
- ik
- prends
- neem
- douche
- douche
Uitgebreide uitleg
Je betekent hier “ik” en is het Franse persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud wanneer het de spreker als onderwerp aanduidt. Het verandert niet mee met het geslacht van de spreker. Vergelijk: Je parle. — “Ik praat.” prends is hier de vorm van het werkwoord prendre (“nemen”) in de tegenwoordige tijd bij je: je prends. De uitgang en spelling horen dus bij de eerste persoon enkelvoud; prendre is de basisvorm. In deze vaste uitdrukking krijgt het werkwoord samen met het volgende deel de betekenis “nemen” in de combinatie “een douche nemen”. douche is het zelfstandig naamwoord voor “douche”. Het is vrouwelijk in het Frans; daarom staat ervoor une, het onbepaalde lidwoord dat hier bij een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord past. Une drukt in deze zin niet op zichzelf een expliciete numerieke telling uit. Samen vormen Je prends une douche de veelgebruikte Franse constructie prendre une douche, letterlijk “een douche nemen” en natuurlijk vertaald als “douchen” of “een douche nemen”. Het onderwerp je maakt duidelijk dat de spreker zelf de handeling verricht, en prends staat in de tegenwoordige tijd. De volledige betekenis is dus: “Ik neem een douche.”
Grammatica
Qu'est-ce que + sujet + verbe ?
Qu'est-ce que tu fais maintenant ?
Kes kuh tuu feh mentuhnan?Wat doe je nu?
Dit is een vaste Franse vraagstructuur: qu'est-ce que komt vóór het onderwerp en het werkwoord.
prendre une douche
Je prends une douche.
Zjuh pran uun doesj.Ik neem een douche.
Voor ‘douchen’ gebruikt het Frans de vaste uitdrukking prendre une douche, letterlijk ‘een douche nemen’.
Frans woordenschat
Je bois de l'eau.
Je nettoie ma chambre.
Je prépare le dîner.
Je bois de l'eau.
Qu'est-ce que tu fais ?
Je mange maintenant.
Je mange maintenant.
Je nettoie ma chambre.
Je prends une douche.
Je prépare le dîner.
Qu'est-ce que tu fais ?
Qu'est-ce que tu fais ?
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wat ben je aan het doen?
Antwoord tonen
Qu'est-ce que tu fais ?Ik ben nu aan het eten.
Antwoord tonen
Je mange maintenant.Ik drink water.
Antwoord tonen
Je bois de l'eau.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
bereiden
Antwoord tonen
prépareeten
Antwoord tonen
mangedoen
Antwoord tonen
faisdrinken