Basisroutines en familie | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic routines and family..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Basisroutines en familie oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je vais me coucher.

zje vè muh koe-sjee. Ik ga naar bed.
B

Je me réveille tôt.

zje muh ree-vè-jee too. Ik word vroeg wakker.
A

Je vais au travail.

zje vè oo traa-vaj. Ik ga naar mijn werk.
B

Je vais à l'école.

zje vè aa lee-kol. Ik ga naar school.
A

Je suis avec ma famille.

zje swie aa-vèk ma fa-miej. Ik ben bij mijn familie.
B

C'est mon ami.

sè mõ-na-mie. Dit is mijn vriend.

Uitleg van de zinnen

  1. Je vais me coucher.

    Ik ga naar bed.

    Je vais
    ik ga
    me coucher
    naar bed gaan
    Uitgebreide uitleg

    Je vais betekent hier ik ga. vais is de vorm van aller bij je in de tegenwoordige tijd. Voor een infinitief vormt aller + infinitief vaak een nabije toekomst of een handeling die meteen zal plaatsvinden: Je vais partir = Ik ga vertrekken. In de vaste zin geeft Je vais samen met het volgende werkwoord de betekenis ik ga .... me coucher betekent hier naar bed gaan. Het werkwoord staat in de woordenboekvorm als se coucher. me is daarbij het wederkerende voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud; coucher is de infinitief. Bij je krijg je bijvoorbeeld je me couche in de tegenwoordige tijd. Na vais blijft het werkwoord in de infinitief: je vais me coucher. Het wederkerende werkwoord se coucher beschrijft dat de persoon zelf gaat liggen of naar bed gaat; coucher zonder se kan onder andere betekenen dat je iemand neerlegt of naar bed brengt. Samen vormen de twee delen Je vais me coucher. De spreker kondigt aan dat die persoon nu naar bed gaat. De volledige betekenis is: Ik ga naar bed.

  2. Je me réveille tôt.

    Ik word vroeg wakker.

    me réveille
    word wakker
    tôt
    vroeg
    Uitgebreide uitleg

    me réveille betekent hier «word wakker». Het hoort bij het werkwoord se réveiller = wakker worden. In de tegenwoordige tijd krijgt de vorm bij je de combinatie je me réveille: me is het wederkerend voornaamwoord en réveille is de vervoegde werkwoordsvorm. Het is dus een Franse pronominale constructie; me drukt hier uit dat de spreker zelf wakker wordt. Voorbeeld: Je me réveille à sept heures. = Ik word om zeven uur wakker. Bij een ander onderwerp verandert het wederkerend voornaamwoord mee, bijvoorbeeld Elle se réveille tôt. = Zij wordt vroeg wakker. tôt betekent hier «vroeg» en geeft aan wanneer het wakker worden plaatsvindt. Het is een bijwoord en beschrijft dus de tijd van de handeling, niet een zelfstandig naamwoord. Het tegengestelde is tard = laat. Voorbeeld: Il se réveille tard. = Hij wordt laat wakker. Samen vormen Je me réveille tôt. en de volgorde van de delen de betekenis «Ik word vroeg wakker»: Je geeft de spreker aan, me réveille drukt het wakker worden uit, en tôt zegt dat dit vroeg gebeurt.

  3. Je vais au travail.

    Ik ga naar mijn werk.

    Je
    ik
    vais
    ga
    au
    naar het
    travail
    werk
    Uitgebreide uitleg

    Je betekent hier “ik”. Het is de onderwerpsvorm van het Franse persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Voorbeeld: Je travaille. = “Ik werk.” vais is hier de vorm van aller (“gaan”) voor je in de tegenwoordige tijd: je vais. De vorm vais hoort dus bij het werkwoord aller. Voorbeeld: Je vais à l'école. = “Ik ga naar school.” au is de samentrekking van à + le. Hier geeft het een bestemming aan: “naar het”. Voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat doorgaans à la, en voor een meervoud aux. Voorbeeld: Je vais au marché. = “Ik ga naar de markt.” travail is een mannelijk zelfstandig naamwoord met de betekenis “werk”. Het staat hier in het enkelvoud; het lidwoord le is al samengevoegd met à in au. Het meervoud is travaux, dat in passende context bijvoorbeeld “werkzaamheden” kan betekenen. Samen vormt Je vais au travail de betekenis “Ik ga naar mijn werk”, zoals in de vaste vertaling. Frans drukt het bezittelijke element in deze vaste uitdrukking niet met een afzonderlijk woord uit. Het herbruikbare patroon is Je vais à ... (“Ik ga naar ...”); vóór een mannelijk enkelvoud verschijnt daarin de samengevoegde vorm au.

  4. Je vais à l'école.

    Ik ga naar school.

    Je
    ik
    vais
    ga
    à
    naar
    l'école
    school
    Uitgebreide uitleg

    Je betekent hier ‘ik’: het is het Franse persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Het verwijst naar de spreker. Voor een andere persoon verandert de vorm, bijvoorbeeld tu voor ‘jij’. vais is de vorm van het werkwoord aller (‘gaan’) bij je in de tegenwoordige tijd: je vais. Het is een onregelmatige vorm; je kunt dus niet simpelweg een vaste uitgang aan een stam toevoegen. Vergelijk: tu vas = ‘jij gaat’ en il va = ‘hij gaat’. à geeft hier de bestemming aan en betekent ‘naar’. In combinatie met een plaats kan het een beweging naar die plaats uitdrukken. Bijvoorbeeld: Je vais à Paris. = ‘Ik ga naar Parijs.’ l'école betekent hier ‘school’. Het woord bevat l', de verkorte vorm van het bepaalde lidwoord vóór een woord dat met een klinkerklank begint, en école, ‘school’. De apostrof hoort bij de Franse schrijfwijze van het lidwoord; l'école is dus één aaneengesloten vorm in de zin. Het bepaalde lidwoord geeft hier niet zelfstandig een aantal aan. Samen vormen de delen: Je vais = ‘ik ga’ en à l'école = ‘naar school’. De hele zin betekent daarom: ‘Ik ga naar school.’

  5. Je suis avec ma famille.

    Ik ben bij mijn familie.

    Je suis
    ik ben
    avec
    met, bij
    famille
    familie
    Uitgebreide uitleg

    Je suis betekent hier: “ik ben”. suis is de tegenwoordige vorm van être (zijn) bij je; andere nuttige vormen zijn tu es (“jij bent”) en il/elle est (“hij/zij is”). Voorbeeld: Je suis à l'école. — “Ik ben op school.” avec geeft een relatie van gezelschap of aanwezigheid aan: “met” of, in deze vertaling, “bij”. Het staat vóór de persoon of groep waarmee iemand is. Voorbeeld: Je suis avec mon ami. — “Ik ben bij mijn vriend.” famille betekent “familie”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier het bezittelijk woord ma ervoor: ma famille betekent “mijn familie”. ma hoort bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; vergelijk mon ami, waar mon bij ami hoort. Het aantal wordt niet door ma bepaald: ma famille is enkelvoud omdat famille een enkelvoudige vorm is. Samen vormen de delen Je suis + avec + ma famille de betekenis: “Ik ben bij mijn familie.” De spreker is degene die aanwezig is, en ma famille is de groep waarmee de spreker is. De zin staat in de tegenwoordige tijd en is een gewone, neutrale formulering.

  6. C'est mon ami.

    Dit is mijn vriend.

    C'est
    dit is
    mon
    mijn
    ami
    vriend
    Uitgebreide uitleg

    C'est betekent hier “dit is”. Het is de samentrekking van ce + est: ce is een aanwijzend element voor iets dat wordt aangewezen of geïdentificeerd, en est is de tegenwoordige tijd van être (“zijn”) bij il/elle/on. In deze vaste zin introduceert C'est de identificatie van de persoon die daarna wordt genoemd. Voorbeeld: C'est Marie. — “Dit is Marie.” mon betekent hier “mijn” en staat vóór het zelfstandig naamwoord om bezit of een persoonlijke relatie aan te geven. Het is de vorm van mon die vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wordt gebruikt; vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat doorgaans ma, en in het meervoud mes. Voorbeeld: mon livre — “mijn boek”; mes livres — “mijn boeken”. ami betekent hier “vriend”. Het is een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; de vrouwelijke vorm is amie (“vriendin”). Het meervoud is amis (“vrienden”), waarbij de geschreven slot-s in het Frans doorgaans niet wordt uitgesproken. In mon ami past mon bij het mannelijke enkelvoud van ami. Samen vormen de delen C'est + mon ami de betekenis “Dit is mijn vriend.” De zin gebruikt C'est om iemand te identificeren, gevolgd door de bezitsbepaling mon en het zelfstandig naamwoord ami. De punt sluit de mededeling af.

Grammatica

aller + infinitif

Je vais me coucher tôt.

zje vè muh koe-sjee too.

Ik ga vroeg naar bed.

Gebruik vais + infinitief om de nabije toekomst uit te drukken: ‘ik ga …’.

mon / ma + zelfstandig naamwoord

ma famille et mon ami

ma fa-miej ee mõ-na-mie.

mijn familie en mijn vriend

Het bezittelijk bijvoeglijk naamwoord past zich aan het geslacht van het Franse zelfstandig naamwoord aan.

Frans woordenschat

aller werkwoord
aa-lee gaan vais

Je vais me coucher.

ami zelfstandig naamwoord
aa-mie vriend

C'est mon ami.

avec voorzetsel
aa-vèk met

Je suis avec ma famille.

école zelfstandig naamwoord
ee-kol school

Je vais à l'école.

être werkwoord
ètr zijn suis

Je suis avec ma famille.

famille zelfstandig naamwoord
fa-miej familie

Je suis avec ma famille.

ma bepaler
ma mijn

Je suis avec ma famille.

mon bepaler
mõ mijn

C'est mon ami.

se coucher werkwoord
suh koe-sjee naar bed gaan me coucher

Je vais me coucher.

se réveiller werkwoord
suh ree-vè-jee wakker worden me réveille

Je me réveille tôt.

tôt bijwoord
too vroeg

Je me réveille tôt.

travail zelfstandig naamwoord
traa-vaj werk

Je vais au travail.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ga naar bed.

Antwoord tonenJe vais me coucher.

Ik word vroeg wakker.

Antwoord tonenJe me réveille tôt.

Ik ga naar mijn werk.

Antwoord tonenJe vais au travail.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

school

Antwoord tonenécole

gaan

Antwoord tonenvais

familie

Antwoord tonenfamille

zijn

Antwoord tonensuis