Prijs, weer en ontdekkingen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic price, weather, and discoveries..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Prijs, weer en ontdekkingen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Combien ça coûte ?

kom-bjèn sa koet? Hoeveel kost dit?
B

Où habites-tu ?

oe a-bit-tuu? Waar woon je?
A

Il fait beau.

iel fè bo. Het weer is mooi.
B

Il pleut maintenant.

iel pluh mèn-tuh-nan. Het regent nu.
A

J'ai oublié mon téléphone.

zjee oe-bli-jee mon tee-lee-fon. Ik ben mijn telefoon vergeten.
B

Je l'ai trouvé.

zje lee troe-vee. Ik heb hem gevonden.

Woord voor woord

Combien « Combien » vraagt in « Combien ça coûte ? » naar een hoeveelheid of prijs: hoeveel. Het staat hier aan het begin van de vraag. Gebruik « Combien ça coûte ? » wanneer je naar de prijs van iets vraagt.
ça « ça » verwijst in « Combien ça coûte ? » naar het voorwerp waarnaar je wijst of waarover je spreekt: dit of dat. Het is hier het onderwerp vóór « coûte ». In een prijsvraag kun je het voorwerp dus met « ça » aanduiden.
coûte « coûte » betekent in « Combien ça coûte ? » kost. Het is de vorm van « coûter » die hier bij « ça » staat. Gebruik het in het patroon « ça coûte » wanneer je zegt wat iets kost.
« Où » betekent in « Où habites-tu ? » waar. Het is het vraagwoord dat de plaats vraagt en staat aan het begin van de vraag. Gebruik « Où habites-tu ? » om iemand te vragen waar die woont.
habites « habites » betekent in « Où habites-tu ? » woont. Deze vorm van « habiter » staat hier bij « tu » en komt vóór « tu » door de vraagvolgorde. Gebruik « Où habites-tu ? » om naar iemands woonplaats te vragen.
tu « tu » betekent in « Où habites-tu ? » je en verwijst naar de persoon die wordt aangesproken. In deze vraag staat het na « habites ». Gebruik « tu » wanneer je één persoon aanspreekt met deze persoonlijke vorm.
Il « Il » is in « Il fait beau » en « Il pleut maintenant » een onpersoonlijk onderwerp voor het weer; het verwijst hier niet naar een bepaalde man. Het staat aan het begin van beide weerzinnen. Gebruik « Il » dus ook aan het begin van een Franse mededeling over het weer.
fait « fait » draagt in « Il fait beau » het werkwoordelijke deel van de weeruitdrukking: het weer is mooi. Het is hier een vorm van « faire » en krijgt zijn betekenis samen met « Il » en « beau ». Gebruik het patroon « Il fait + beschrijving » voor het weer.
beau « beau » betekent in « Il fait beau » mooi en beschrijft hier het weer. Het staat na « fait » in deze vaste weeruitdrukking. Gebruik « Il fait beau » wanneer het weer aangenaam of mooi is.
pleut « pleut » betekent in « Il pleut maintenant » regent. Het is hier de werkwoordsvorm die samen met het onpersoonlijke « Il » een regenmelding vormt. Gebruik het patroon « Il pleut » om te zeggen dat het regent.
maintenant « maintenant » betekent in « Il pleut maintenant » nu. Het geeft aan dat de regen op het moment van spreken plaatsvindt en staat hier na « pleut ». Je kunt « maintenant » toevoegen aan een zin over iets dat op dit moment gebeurt.
J'ai « J'ai » betekent in « J'ai oublié mon téléphone » ik heb. Het is « Je » vóór « ai », waarbij de klinkerbotsing met een apostrof wordt opgelost; « ai » helpt hier samen met « oublié » een gebeurtenis uit te drukken. Gebruik het patroon « J'ai + voltooid deelwoord » om te vertellen wat je hebt gedaan of wat er is gebeurd.
oublié « oublié » betekent in « J'ai oublié mon téléphone » vergeten. Het is het voltooid deelwoord van « oublier » en staat na « J'ai ». Gebruik het patroon « J'ai oublié + voorwerp » wanneer je zegt dat je iets vergeten bent.
mon « mon » betekent in « mon téléphone » mijn en laat zien dat de telefoon van de spreker is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord « téléphone ». Gebruik « mon » vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je iets als van mij aanduidt.
téléphone « téléphone » betekent in « mon téléphone » telefoon en is het voorwerp dat de spreker vergeten is. Het staat na « mon ». Gebruik « mon téléphone » wanneer je naar je eigen telefoon verwijst.
Je « Je » betekent in « Je l'ai trouvé » ik en is het onderwerp van de zin. Het staat aan het begin, vóór het objectpronomen « l' » en « ai ». Gebruik « Je » om jezelf als handelende persoon in een zin te noemen.
l'ai « l'ai » betekent in « Je l'ai trouvé » dat ik het of hem heb; « l' » verwijst hier naar de telefoon en « ai » betekent heb. Het objectpronomen staat vóór « ai », niet erna. Gebruik « Je l'ai trouvé » om te zeggen dat je het gevonden hebt.
trouvé « trouvé » betekent in « Je l'ai trouvé » gevonden. Het is het voltooid deelwoord van « trouver » en staat na « Je l'ai ». Gebruik « Je l'ai trouvé » wanneer je aan iemand meldt dat je een voorwerp hebt teruggevonden.

Grammatica

Combien ça coûte ?

Combien ça coûte ?

kom-bjèn sa koet?

Hoeveel kost het?

In het Frans staat ça vóór het werkwoord in deze vraag: letterlijk ‘Hoeveel kost dit?’

Il pleut

Il pleut maintenant.

iel pluh mèn-tuh-nan.

Het regent nu.

Il is hier een onpersoonlijk onderwerp: het verwijst niet naar een persoon of concreet ding.

Frans woordenschat

beau bijvoeglijk naamwoord
bo mooi
ça voornaamwoord
sa dit
combien bijwoord
kom-bjèn hoeveel
coûter werkwoord
koe-tee kosten coûte
faire werkwoord
fèr doen fait
habiter werkwoord
a-bi-tee wonen habites
il voornaamwoord
iel het

Il fait beau.

maintenant bijwoord
mèn-tuh-nan nu
mon bepaler
mon mijn
bijwoord
oe waar
oublier werkwoord
oe-bli-jee vergeten oublié
pleuvoir werkwoord
pluh-vwaar regenen pleut

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Hoeveel kost dit?

Antwoord tonenCombien ça coûte ?

Waar woon je?

Antwoord tonenOù habites-tu ?

Het weer is mooi.

Antwoord tonenIl fait beau.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

wonen

Antwoord tonenhabites

mooi

Antwoord tonenbeau

regenen

Antwoord tonenpleut

hoeveel

Antwoord tonencombien