Een notitieboek gebruiken in de les | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a language classroom, one person forgets a notebook, uses paper, writes new words, and checks them after class..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een notitieboek gebruiken in de les oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai oublié d'apporter mon cahier.

zjee oe-blie-jee da-por-tee mõ ka-jee Ik ben vergeten mijn notitieboek mee te nemen.
B

Tu peux utiliser ce papier.

tuu peu uu-ti-lie-zee suh pa-pjee Je kunt dit papier gebruiken.
A

Merci. Je veux écrire les nouveaux mots.

mèr-sie. zjeuh veu ee-krier lee noe-voo moo. Dank je. Ik wil de nieuwe woorden opschrijven.
B

Bonne idée. Je vais les écrire aussi.

bon ie-dee. zjeuh vè lee-zee-krier oo-sie. Goed idee. Ik zal ze ook opschrijven.
A

Est-ce qu'on peut les vérifier après le cours ?

èss-kõ peu lee vee-rie-fjee a-prè luh koer? Kunnen we ze na de les nakijken?
B

Nous pouvons les lire ensemble.

noe poe-võ lee lie-r ã-sãbl. We kunnen ze samen lezen.

Uitleg van de zinnen

  1. J'ai oublié d'apporter mon cahier.

    Ik ben vergeten mijn notitieboek mee te nemen.

    J'ai oublié
    ik ben vergeten
    apporter
    meebrengen
    cahier
    notitieboek
    Uitgebreide uitleg

    J'ai oublié betekent hier: “ik ben vergeten”. J'ai is de eerste persoon enkelvoud van avoir in de tegenwoordige tijd; oublié is het voltooid deelwoord van oublier. Samen vormen ze de passé composé: j'ai oublié = “ik ben vergeten”. Na oublier staat vaak de plus een infinitief wanneer iemand vergeet iets te doen: oublier de + infinitief. Voorbeeld: J'ai oublié de fermer la porte. — “Ik ben vergeten de deur te sluiten.” apporter betekent hier “meebrengen” of, vanuit het perspectief van de spreker, “meenemen”. Het is een infinitief. De combinatie oublier d'apporter gebruikt de, dat vóór de klinker van apporter elideert tot d': oublier de apporter wordt niet gebruikt. Voorbeeld: N'oublie pas d'apporter ton livre. — “Vergeet niet je boek mee te brengen.” mon cahier betekent “mijn notitieboek”. cahier is een zelfstandig naamwoord; mon is het bezittelijk woord dat bij een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord hoort. Bij een meervoudig zelfstandig naamwoord wordt dit bijvoorbeeld mes cahiers: “mijn notitieboeken”. De volledige opbouw is J'ai oublié + d'apporter + mon cahier: “Ik ben vergeten mijn notitieboek mee te nemen.”

  2. Tu peux utiliser ce papier.

    Je kunt dit papier gebruiken.

    Tu peux
    je kunt
    utiliser
    gebruiken
    ce
    dit
    papier
    papier
    Uitgebreide uitleg

    Tu peux bestaat uit het onderwerp tu en de tegenwoordige vorm peux van pouvoir (“kunnen”). Peux is de vorm voor de tweede persoon enkelvoud; vergelijk je peux (“ik kan”) en il/elle peut (“hij/zij kan”). Na pouvoir volgt een infinitief: Tu peux attendre. = “Je kunt wachten.” utiliser is de infinitief van utiliser (“gebruiken”). Na peux benoemt deze vorm de handeling die mogelijk is: Je peux utiliser ce dictionnaire. = “Ik kan dit woordenboek gebruiken.” ce is een aanwijzend woord bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. In deze zin verwijst het, volgens de vaste vertaling, naar papier; samen betekent ce papier “dit papier”. De vormen veranderen met het zelfstandig naamwoord: ce livre (“dit boek”), maar cette feuille (“dit vel papier”) bij een vrouwelijk enkelvoudig woord. papier is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier “papier”. Het kan ook naar een afzonderlijk vel of document van papier verwijzen, afhankelijk van de context. Een herbruikbaar voorbeeld is J'écris sur le papier. = “Ik schrijf op het papier.” Samen vormt Tu peux utiliser ce papier. een mogelijkheid of toestemming om dit papier te gebruiken: “Je kunt dit papier gebruiken.” De volgorde is onderwerp + vervoegde vorm van pouvoir + infinitief + aanwijzend woord en zelfstandig naamwoord.

  3. Merci. Je veux écrire les nouveaux mots.

    Dank je. Ik wil de nieuwe woorden opschrijven.

    Merci
    Dank je
    Je veux
    Ik wil
    écrire
    opschrijven
    nouveaux
    nieuwe
    mots
    woorden
    Uitgebreide uitleg

    Merci betekent hier “Dank je”. Het is een vaste beleefde uitdrukking om iemand te bedanken. Voor een explicietere variant kun je bijvoorbeeld zeggen: Merci beaucoup. — “Heel erg bedankt.” Je veux betekent hier “Ik wil”. veux is de vervoegde vorm van vouloir (“willen”) bij je; het onderwerp is dus je, niet écrire. Een veelgebruikt patroon is Je veux + infinitief: Je veux apprendre. — “Ik wil leren.” De vorm veux hoort bij je; bij vous staat bijvoorbeeld vous voulez. écrire betekent “schrijven” en staat na veux in de infinitief. In deze zin krijgt het door de context de specifieke betekenis “opschrijven”. De infinitief blijft na vouloir de vorm van het tweede werkwoord: Je veux lire. — “Ik wil lezen.” les nouveaux mots betekent “de nieuwe woorden”. nouveaux is de meervoudsvorm van het beschrijvende woord nouveau (“nieuw”) voor een mannelijk meervoudig zelfstandig naamwoord. De vormen zijn onder andere nouveau bij mannelijk enkelvoud, nouvelle bij vrouwelijk enkelvoud en nouvelles bij vrouwelijk meervoud. In les nouveaux mots staat nouveaux vóór het zelfstandig naamwoord en stemt het ermee overeen. mots betekent “woorden”. Het is het meervoud van mot (“woord”): un mot — “een woord”, des mots — “woorden”. De uitgang en uitspraak van het meervoud moet je hier als onderdeel van het Franse woord leren; het geschreven eindteken in mots wordt niet uitgesproken. Samen vormen de delen: Merci. — “Dank je.” Daarna geeft Je veux écrire les nouveaux mots aan dat de spreker de nieuwe woorden wil opschrijven: “Ik wil de nieuwe woorden opschrijven.”

  4. Bonne idée. Je vais les écrire aussi.

    Goed idee. Ik zal ze ook opschrijven.

    Bonne
    goed
    idée
    idee
    Je vais
    ik zal
    les
    ze
    écrire
    opschrijven
    aussi
    ook
    Uitgebreide uitleg

    Bonne betekent hier “goed” en staat bij idée. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van bon: bon (mannelijk enkelvoud), bonne (vrouwelijk enkelvoud), bons (mannelijk meervoud), bonnes (vrouwelijk meervoud). De vorm past hier dus bij het vrouwelijke enkelvoud van idée, niet bij de spreker. idée is een zelfstandig naamwoord voor een idee. Het is vrouwelijk: daarom staat het bijvoeglijk naamwoord als bonne. Een bruikbaar patroon is bonne idée — “goed idee”. Je vais bestaat uit het onderwerp je (“ik”) en de vorm vais van aller (“gaan”). Samen met een infinitief vormt dit in het Frans de nabije toekomst: je vais + infinitif betekent “ik ga …” of, zoals in de vertaling, “ik zal …”. Voorbeeld: Je vais apprendre. — “Ik ga leren.” Vais is hier dus niet zelfstandig “zal”; de toekomstige betekenis ontstaat samen met écrire. les is hier een meervoudig lijdendvoorwerpsvoornaamwoord: “ze” of “hen”. In deze context verwijst het naar de nieuwe woorden uit de vorige zin. Les markeert meervoud, maar maakt zelf geen onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk meervoud. In je vais les écrire staat het vóór de infinitief écrire, maar ná de vervoegde vorm vais. écrire is de infinitief “schrijven”. Na je vais blijft het werkwoord in de infinitief. In deze zin betekent de combinatie met les dat de spreker de woorden zal opschrijven: écrire les mots betekent “de woorden schrijven”. Voorbeeld: Je vais écrire une phrase. — “Ik ga een zin schrijven.” aussi betekent “ook” en voegt deze handeling toe aan wat al genoemd is. Het hoort qua betekenis bij de hele mededeling, niet bij alleen écrire. Samen betekent Bonne idée. “Goed idee.” Daarna verbinden Je vais en écrire het onderwerp met de nabije toekomst, les geeft aan wat er geschreven wordt, en aussi betekent dat dit eveneens zal gebeuren. De volledige uiting betekent dus: “Goed idee. Ik zal ze ook opschrijven.”

  5. Est-ce qu'on peut les vérifier après le cours ?

    Kunnen we ze na de les nakijken?

    Est-ce qu'on
    vraagopening: is het zo dat we …?
    peut
    kan
    les
    ze
    vérifier
    nakijken
    après
    na
    le cours
    de les
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce qu'on opent een ja-neevraag. Est-ce que is een vaste vraagconstructie; on betekent hier volgens de vertaling “we” en krijgt in de tegenwoordige tijd dezelfde werkwoordsvorm als een derde persoon enkelvoud. peut is de vorm van pouvoir (“kunnen”) voor on/derde persoon enkelvoud. Na pouvoir volgt een infinitief: on peut vérifier = “we kunnen nakijken”. Vergelijk: On peut lire. = “We kunnen lezen.” les is een meervoudig lijdendvoorwerpspronomen: “ze”. Het staat vóór het vervoegde werkwoord, dus on peut les vérifier betekent letterlijk “we kunnen ze nakijken”. De context ondersteunt dat dit verwijst naar eerder genoemde zaken, zonder dat hun precieze aard hier grammaticaal wordt aangegeven. vérifier is de infinitief “nakijken/controleren”. De vorm verandert hier niet naar persoon of getal, omdat pouvoir de vervoegde vorm draagt. Bijvoorbeeld: Nous pouvons vérifier le texte. = “We kunnen de tekst nakijken.” après betekent “na” en plaatst de gebeurtenis later dan wat erop volgt. le cours betekent “de les”: cours is hier een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, en le is het daarbij passende bepaalde lidwoord. Samen betekent après le cours “na de les”. De delen bouwen de vraag als volgt op: Est-ce que + on peut maakt “kunnen we …?”, les vérifier geeft aan wat nagekeken wordt, en après le cours geeft het tijdstip. De volledige betekenis is daarom: “Kunnen we ze na de les nakijken?”

  6. Nous pouvons les lire ensemble.

    We kunnen ze samen lezen.

    Nous pouvons
    wij kunnen
    les
    ze
    lire
    lezen
    ensemble
    samen
    Uitgebreide uitleg

    Nous pouvons betekent hier “wij kunnen”. pouvons is de tegenwoordige tijd van pouvoir bij nous; het drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. Na pouvoir volgt een infinitief: Nous pouvons lire = “Wij kunnen lezen”. Vergelijk: Nous pouvons venir = “Wij kunnen komen”. les is hier een meervoudig lijdend voornaamwoord: “ze” of “hen”. Het verwijst naar wat in de vaste vertaling en context met “ze” wordt aangeduid, zonder dat het geslacht van die referent door deze vorm wordt gespecificeerd. Als zelfstandig naamwoordelijk object staat het vóór de vervoegde werkwoordsvorm: Nous les pouvons... is echter niet de gebruikelijke Franse volgorde; bij deze modale constructie staat les vóór de infinitief: Nous pouvons les lire. lire is de infinitief “lezen”. De infinitief blijft na pouvoir onveranderd; de persoon en het getal worden al door pouvons uitgedrukt. Voorbeelden: Je peux lire = “Ik kan lezen” en Nous pouvons lire = “Wij kunnen lezen”. ensemble betekent “samen”. Het beschrijft hier dat het lezen gezamenlijk gebeurt. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal. Samen vormen de delen Nous pouvons les lire ensemble: “Wij kunnen ze samen lezen.” Nous is degene(n) die kunnen lezen, les is het meervoudige object van lire, en ensemble geeft aan dat het lezen samen gebeurt.

Grammatica

pouvoir + infinitif

Je peux utiliser le papier ?

zjeuh peu uu-ti-lie-zee luh pa-pjee?

Kan ik het papier gebruiken?

Na peux staat het werkwoord in de infinitief: peux utiliser.

vouloir + infinitif

Je veux écrire les nouveaux mots.

zjeuh veu ee-krier lee noe-voo moo.

Ik wil de nieuwe woorden schrijven.

Na veux staat de infinitief. Het bijvoeglijk naamwoord nouveaux staat vóór mots.

Frans woordenschat

apporter werkwoord
a-por-tee meebrengen d'apporter

d'apporter mon cahier

bonne idée uitdrukking
bon ie-dee goed idee

Bonne idée

cahier zelfstandig naamwoord
ka-jee notitieboek

mon cahier

écrire werkwoord
ee-krier schrijven

écrire les nouveaux mots

merci tussenwerpsel
mèr-sie dank je

Merci

mot zelfstandig naamwoord
moo woord mots

les nouveaux mots

nouveau bijvoeglijk naamwoord
noe-voo nieuw nouveaux

les nouveaux mots

oublier werkwoord
oe-blie-jee vergeten oublié

J'ai oublié

papier zelfstandig naamwoord
pa-pjee papier

ce papier

pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen peux

Tu peux utiliser

utiliser werkwoord
uu-ti-lie-zee gebruiken

utiliser ce papier

vouloir werkwoord
voe-lwaar willen veux

Je veux écrire

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ben vergeten mijn notitieboek mee te nemen.

Antwoord tonenJ'ai oublié d'apporter mon cahier.

Je kunt dit papier gebruiken.

Antwoord tonenTu peux utiliser ce papier.

We kunnen ze samen lezen.

Antwoord tonenNous pouvons les lire ensemble.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

willen

Antwoord tonenveux

gebruiken

Antwoord tonenutiliser

papier

Antwoord tonenpapier

kunnen

Antwoord tonenpeux