Een notitieboek gebruiken in de les | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a language classroom, one person forgets a notebook, uses paper, writes new words, and checks them after class..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Een notitieboek gebruiken in de les oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai oublié d'apporter mon cahier.

zjee oe-blie-jee da-por-tee mõ ka-jee Ik ben vergeten mijn notitieboek mee te nemen.
B

Tu peux utiliser ce papier.

tuu peu uu-ti-lie-zee suh pa-pjee Je kunt dit papier gebruiken.
A

Merci. Je veux écrire les nouveaux mots.

mèr-sie. zjeuh veu ee-krier lee noe-voo moo. Dank je. Ik wil de nieuwe woorden opschrijven.
B

Bonne idée. Je vais les écrire aussi.

bon ie-dee. zjeuh vè lee-zee-krier oo-sie. Goed idee. Ik zal ze ook opschrijven.
A

Est-ce qu'on peut les vérifier après le cours ?

èss-kõ peu lee vee-rie-fjee a-prè luh koer? Kunnen we ze na de les nakijken?
B

Nous pouvons les lire ensemble.

noe poe-võ lee lie-r ã-sãbl. We kunnen ze samen lezen.

Woord voor woord

J'ai In "J'ai oublié" helpt "J'ai" samen met "oublié" om te zeggen dat de spreker iets vergeten is. Het is de vorm van avoir bij Je. Een herbruikbaar patroon is J'ai gevolgd door een voltooid deelwoord.
oublié In "J'ai oublié" betekent "oublié" dat de spreker iets vergeten is. Het is de vorm van oublier die hier na J'ai staat. Je kunt het patroon oublier de + infinitief gebruiken, zoals in "d'apporter".
d'apporter In "d'apporter mon cahier" betekent "d'apporter" een schrift of voorwerp mee te brengen. Het is de samentrekking van de en apporter. Gebruik na oublier het patroon de + infinitief wanneer je zegt wat je vergeten bent te doen.
mon In "mon cahier" geeft "mon" aan dat het cahier van de spreker is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord "cahier". Gebruik mon + zelfstandig naamwoord om persoonlijk bezit aan te geven.
cahier In "mon cahier" betekent "cahier" een schrift of notitieboek om in te schrijven. Het staat na mon. In een klas gebruik je dit woord wanneer je naar je schrift verwijst.
Tu In "Tu peux utiliser" verwijst "Tu" naar één persoon die rechtstreeks wordt aangesproken. Het is de informele enkelvoudige vorm voor je. Gebruik Tu + werkwoord om tegen één persoon te spreken.
peux In "Tu peux utiliser" geeft "peux" aan dat de aangesprokene iets kan doen. Het is de vorm van pouvoir bij Tu en wordt gevolgd door de infinitief "utiliser". Gebruik Tu peux + infinitief om een mogelijkheid aan te geven.
utiliser In "utiliser ce papier" betekent "utiliser" iets gebruiken. Het staat na peux in de infinitiefvorm. Gebruik peux + infinitief + voorwerp wanneer je zegt wat iemand kan gebruiken of doen.
ce In "ce papier" wijst "ce" naar het papier dat hier wordt aangeboden. Het staat direct vóór "papier". Gebruik ce + zelfstandig naamwoord om naar een aangeduid voorwerp te verwijzen.
papier In "ce papier" betekent "papier" het vel of materiaal dat de persoon kan gebruiken. Het volgt ce. In een klas gebruik je dit woord wanneer je iemand schrijfmateriaal aanbiedt.
Merci Merci is hier een korte bedanking voor het aangeboden papier. Je gebruikt het rechtstreeks nadat iemand je helpt of iets aanbiedt. Het is bruikbaar in alledaagse gesprekken met iemand die iets voor je doet.
Je In "Je veux écrire" verwijst "Je" naar de spreker zelf. Het staat vóór veux. Gebruik Je + werkwoord om over jezelf te spreken.
veux In "Je veux écrire" betekent "veux" dat de spreker iets wil doen. Het is de vorm van vouloir bij Je en wordt gevolgd door de infinitief "écrire". Gebruik Je veux + infinitief om een wens of voornemen uit te drukken.
écrire In "écrire les nouveaux mots" betekent "écrire" schrijven. Het staat na veux in de infinitiefvorm. Gebruik Je veux + écrire + een voorwerp wanneer je zegt wat je wilt schrijven.
les In "les nouveaux mots" betekent "les" het bepaalde lidwoord bij de meervoudige woorden. In "les écrire", "les vérifier" en "les lire" betekent dezelfde vorm "ze" en verwijst hij naar die woorden. Zo kan les vóór een zelfstandig naamwoord staan of vóór een infinitief als voornaamwoordelijk object.
nouveaux In "les nouveaux mots" betekent "nouveaux" nieuw en beschrijft het de woorden die de spreker net leert. Het staat vóór "mots". Het is de meervoudsvorm van nouveau.
mots In "les nouveaux mots" betekent "mots" woorden, hier de nieuwe woorden die de spreker wil schrijven. Het staat na nouveaux. In een taalles gebruik je dit woord wanneer je over woordenschat spreekt.
Bonne In "Bonne idée" geeft "Bonne" een positieve beoordeling van het voorstel: het is een goed idee. Het staat vóór "idée". Bonne is hier de vorm van bon die in deze uitdrukking wordt gebruikt.
idée In "Bonne idée" betekent "idée" een idee of voorstel. Het volgt Bonne. Gebruik Bonne idée als reactie om instemming met een voorstel te tonen.
vais In "Je vais les écrire aussi" draagt "vais" samen met "écrire" de betekenis dat de spreker de woorden ook gaat schrijven. Het is de vorm van aller bij Je en staat vóór de infinitief "écrire". Gebruik Je vais + infinitief voor iets dat je van plan bent te doen.
aussi In "Je vais les écrire aussi" voegt "aussi" toe dat de spreker hetzelfde eveneens zal doen. Het staat hier aan het einde van de zin. Gebruik aussi om een extra persoon of handeling aan te sluiten.
Est-ce In "Est-ce qu'on peut" helpt "Est-ce" om van de mededeling een vraag te maken; de volledige vraag ontstaat samen met de rest van de zin. Het staat aan het begin. Een herbruikbaar patroon is Est-ce que + een zin voor een neutrale vraag.
qu'on In "Est-ce qu'on peut" maakt "qu'on" deel uit van de vraagvorm Est-ce que. Qu' komt van que en on verwijst hier naar de spreker en de aangesprokene samen, dus naar wij. De apostrof verbindt que met on vóór de volgende klinker.
peut In "on peut les vérifier" geeft "peut" aan dat de gesprekspartners iets kunnen doen. Het is de vorm van pouvoir die hier bij on staat en wordt gevolgd door de infinitief "vérifier". Gebruik on peut + infinitief om een mogelijkheid voor te stellen.
vérifier In "les vérifier" betekent "vérifier" de woorden nakijken of controleren. Het staat na peut in de infinitiefvorm; les verwijst naar de nieuwe woorden. Gebruik peut + vérifier + een voorwerp of voornaamwoord wanneer je iets wilt controleren.
après In "après le cours" geeft "après" aan dat iets na de les gebeurt. Het staat vóór "le cours". Gebruik après + een tijdstip of gebeurtenis om aan te geven wanneer iets later plaatsvindt.
le In "le cours" is "le" het bepaalde lidwoord vóór cours. Samen verwijst "le cours" naar de les uit de dialoog. Gebruik le vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar een specifieke zaak verwijst.
cours In "le cours" betekent "cours" de les of cursus. Het staat na le en vormt samen met après de uitdrukking "après le cours". Gebruik dit woord wanneer je naar een les of cursus verwijst.
Nous In "Nous pouvons les lire ensemble" verwijst "Nous" naar de spreker en minstens één andere persoon samen. Het staat vóór pouvons. Gebruik Nous + werkwoord om een groep als onderwerp te noemen.
pouvons In "Nous pouvons les lire ensemble" betekent "pouvons" dat de groep iets kan doen. Het is de vorm van pouvoir bij Nous en wordt gevolgd door de infinitief "lire". Gebruik Nous pouvons + infinitief om een gezamenlijke mogelijkheid uit te drukken.
lire In "les lire" betekent "lire" de woorden lezen. Het staat na pouvons in de infinitiefvorm; les verwijst naar de nieuwe woorden. Gebruik Nous pouvons + lire + een voorwerp of voornaamwoord wanneer je samen wilt lezen.
ensemble In "Nous pouvons les lire ensemble" betekent "ensemble" samen. Het staat aan het einde en beschrijft hoe de gesprekspartners de woorden lezen. Gebruik het om aan te geven dat meerdere personen dezelfde handeling gezamenlijk uitvoeren.

Grammatica

pouvoir + infinitif

Je peux utiliser le papier ?

zjeuh peu uu-ti-lie-zee luh pa-pjee?

Kan ik het papier gebruiken?

Na peux staat het werkwoord in de infinitief: peux utiliser.

vouloir + infinitif

Je veux écrire les nouveaux mots.

zjeuh veu ee-krier lee noe-voo moo.

Ik wil de nieuwe woorden schrijven.

Na veux staat de infinitief. Het bijvoeglijk naamwoord nouveaux staat vóór mots.

Frans woordenschat

apporter werkwoord
a-por-tee meebrengen d'apporter

d'apporter mon cahier

bonne idée uitdrukking
bon ie-dee goed idee

Bonne idée

cahier zelfstandig naamwoord
ka-jee notitieboek

mon cahier

écrire werkwoord
ee-krier schrijven

écrire les nouveaux mots

merci tussenwerpsel
mèr-sie dank je

Merci

mot zelfstandig naamwoord
moo woord mots

les nouveaux mots

nouveau bijvoeglijk naamwoord
noe-voo nieuw nouveaux

les nouveaux mots

oublier werkwoord
oe-blie-jee vergeten oublié

J'ai oublié

papier zelfstandig naamwoord
pa-pjee papier

ce papier

pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen peux

Tu peux utiliser

utiliser werkwoord
uu-ti-lie-zee gebruiken

utiliser ce papier

vouloir werkwoord
voe-lwaar willen veux

Je veux écrire

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ben vergeten mijn notitieboek mee te nemen.

Antwoord tonenJ'ai oublié d'apporter mon cahier.

Je kunt dit papier gebruiken.

Antwoord tonenTu peux utiliser ce papier.

We kunnen ze samen lezen.

Antwoord tonenNous pouvons les lire ensemble.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

willen

Antwoord tonenveux

gebruiken

Antwoord tonenutiliser

papier

Antwoord tonenpapier

kunnen

Antwoord tonenpeux