Een zin opnieuw zeggen en oefenen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a language classroom, two adults talk about hearing a sentence again and practicing the difficult part slowly..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een zin opnieuw zeggen en oefenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Tu peux répéter ça ?

tuu peu ree-pee-tee saa Kun je dat nog een keer zeggen?
B

Je vais le dire encore une fois.

zjeuh vee leu dier an-kor uun fwaa Ik zeg het nog één keer.
A

Maintenant, je comprends.

mè(n)-te-nan zjeuh kom-pran Nu begrijp ik het.
B

Pratiquons la phrase ensemble.

praa-tie-kon laa fraaz an-sanbl Laten we samen de zin oefenen.
A

La première partie est encore difficile pour moi.

laa preu-mjeeèr par-tie è an-kor die-fie-siel poer mwaa Het eerste deel is nog steeds moeilijk voor mij.
B

Nous pouvons pratiquer cette partie lentement.

noe poe-von praa-tie-kee set par-tie lan(t)-man We kunnen dat deel langzaam oefenen.

Uitleg van de zinnen

  1. Tu peux répéter ça ?

    Kun je dat nog een keer zeggen?

    Tu peux
    kun je
    répéter
    herhalen
    ça
    dat
    Uitgebreide uitleg

    Tu peux betekent hier “kun je”. tu is het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon in de informele aanspreekvorm. peux is de vorm van pouvoir (“kunnen”) bij tu. De constructie tu peux + infinitief vraagt of de aangesproken persoon iets kan doen. Bijvoorbeeld: Tu peux attendre ? — “Kun je wachten?” répéter betekent hier “herhalen” of “opnieuw zeggen”. Het is een infinitief en staat na peux, omdat na pouvoir het volgende werkwoord in de infinitief staat. Bijvoorbeeld: Je peux répéter. — “Ik kan het herhalen.” ça betekent hier “dat”. Het is een aanwijzend voornaamwoord: het neemt de plaats in van datgene waarnaar wordt verwezen en begeleidt niet zelf een zelfstandig naamwoord. De vorm geeft hier niet aan wat precies wordt bedoeld; de context bepaalt die verwijzing. Bijvoorbeeld: Répète ça. — “Herhaal dat.” Samen vormt Tu peux répéter ça ? de informele vraag “Kun je dat nog een keer zeggen?” De structuur is Tu peux + infinitief + ça: de aangesproken persoon wordt gevraagd om “dat” opnieuw te zeggen. ça is daarbij het directe object van répéter.

  2. Je vais le dire encore une fois.

    Ik zeg het nog één keer.

    Je vais
    ik ga / ik zal
    dire
    zeggen
    encore une fois
    nog één keer
    Uitgebreide uitleg

    Je vais bestaat uit het onderwerp je en de vervoegde vorm vais van aller (gaan). In deze combinatie vormt aller + een infinitief de nabije toekomst: je vais dire betekent hier “ik ga zeggen” of natuurlijk “ik zal zeggen”. Dit is iets anders dan alleen je vais, dat letterlijk “ik ga” kan betekenen. Voorbeelden: Je vais partir. — “Ik ga vertrekken.” Je vais répondre. — “Ik zal antwoorden.” dire betekent “zeggen”. Dit is de infinitief, de vorm die na vais nodig is. Belangrijke vormen zijn je dis — “ik zeg” en il/elle dit — “hij/zij zegt”; de spelling en uitspraak van deze vormen verschillen dus van de infinitief dire. Voorbeeld: Je vais dire la vérité. — “Ik ga de waarheid zeggen.” encore une fois betekent “nog één keer” of “opnieuw”. encore betekent hier “nogmaals/opnieuw”, en une fois betekent “één keer”. De uitdrukking kan als geheel worden hergebruikt: Répète encore une fois. — “Herhaal het nog één keer.” Samen betekent Je vais + le dire + encore une fois: “Ik ga het nog één keer zeggen.” le verwijst hier, volgens de vaste vertaling, naar datgene wat gezegd wordt; het staat vóór de infinitief dire. De nabije toekomst met aller maakt duidelijk dat het zeggen nog moet gebeuren, en encore une fois geeft aan dat het opnieuw gebeurt.

  3. Maintenant, je comprends.

    Nu begrijp ik het.

    Maintenant
    nu
    comprends
    begrijp
    Uitgebreide uitleg

    Maintenant betekent hier “nu” en plaatst het begrijpen in het huidige moment. Het is een bijwoord van tijd en verandert niet mee met een persoon of zelfstandig naamwoord. comprends komt van comprendre (“begrijpen”). Dit is de tegenwoordige tijd in de eerste persoon enkelvoud: je comprends = “ik begrijp”. De vorm comprends hoort dus bij je; bij een andere persoon verandert de vervoeging, bijvoorbeeld tu comprends = “jij begrijpt”. De laatste s wordt in deze vorm geschreven maar in de standaarduitspraak niet uitgesproken. In je comprends staat je voor de spreker. Het Frans laat het begrepen object hier weg; de vaste vertaling maakt duidelijk dat de bedoelde betekenis “ik begrijp het” is. De punt sluit de mededeling af. Samen betekent Maintenant, je comprends.: “Nu begrijp ik het.” Het tijdsbepalende Maintenant staat vooraan, gevolgd door de spreker je en de vervoegde werkwoordsvorm comprends.

  4. Pratiquons la phrase ensemble.

    Laten we samen de zin oefenen.

    Pratiquons
    laten we oefenen
    phrase
    zin
    ensemble
    samen
    Uitgebreide uitleg

    Pratiquons komt van het werkwoord pratiquer (“oefenen”). Dit is de vorm voor een aansporing met nous: de betekenis is “laten we oefenen”. Vergelijk: Pratiquons ! = “Laten we oefenen!” De vorm richt de aansporing op de spreker en minstens één andere persoon samen. la phrase betekent hier “de zin”. Phrase is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor het vrouwelijke bepaalde lidwoord la. Het lidwoord maakt hier duidelijk over welke zin het gaat, zonder op zichzelf een aantal uit te drukken. Een bruikbaar patroon is la + vrouwelijk zelfstandig naamwoord. ensemble is een bijwoord met de betekenis “samen”. Het beschrijft hier dat het oefenen gezamenlijk gebeurt. Het verandert niet mee met het zelfstandig naamwoord. Samen vormen de delen een aansporing: de spreker stelt voor dat de betrokkenen gezamenlijk de zin oefenen. De Franse volgorde plaatst de aansporingsvorm eerst, daarna wat geoefend wordt en ten slotte de manier waarop: “Laten we samen de zin oefenen.”

  5. La première partie est encore difficile pour moi.

    Het eerste deel is nog steeds moeilijk voor mij.

    première
    eerste
    partie
    deel; onderdeel
    est
    is
    encore
    nog; nog steeds
    difficile
    moeilijk
    pour moi
    voor mij
    Uitgebreide uitleg

    première betekent hier ‘eerste’ en staat in de vrouwelijke enkelvoudsvorm, omdat het bij partie hoort. De basisvorm is premier; vergelijk: premier (mannelijk enkelvoud), première (vrouwelijk enkelvoud), premiers en premières (meervoud). Voorbeeld: la première page — de eerste pagina. partie betekent hier ‘deel’ of ‘onderdeel’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is parties. In la première partie vormt het samen met het lidwoord en het bijvoeglijk naamwoord de woordgroep ‘het eerste deel’. est is de vorm van être (‘zijn’) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De vorm past hier bij la première partie: ‘het deel is’. Voorbeeld: La page est claire. — De pagina is duidelijk. encore betekent in deze zin ‘nog steeds’. Het geeft aan dat de toestand voortduurt. In andere contexten kan encore ook ‘opnieuw’ betekenen, maar hier past door de vaste vertaling de betekenis ‘nog steeds’. Voorbeeld: Il est encore malade. — Hij is nog steeds ziek. difficile betekent ‘moeilijk’. Het beschrijft hier la première partie. De vorm is in het enkelvoud hetzelfde voor mannelijk en vrouwelijk; in het meervoud wordt dat difficiles. Voorbeeld: Cette question est difficile. — Deze vraag is moeilijk. pour moi betekent ‘voor mij’. moi is de beklemtoonde vorm van ‘ik’ die na het voorzetsel pour wordt gebruikt. Het drukt hier uit voor wie het deel moeilijk is: voor de spreker. Voorbeeld: C’est important pour moi. — Dat is belangrijk voor mij. Samen vormen La première partie (‘het eerste deel’) en est encore difficile pour moi (‘is voor mij nog steeds moeilijk’) de volledige betekenis: ‘Het eerste deel is nog steeds moeilijk voor mij.’

  6. Nous pouvons pratiquer cette partie lentement.

    We kunnen dat deel langzaam oefenen.

    Nous pouvons
    wij kunnen
    pratiquer
    oefenen
    cette
    dit/deze
    partie
    deel
    lentement
    langzaam
    Uitgebreide uitleg

    Nous pouvons betekent hier “wij kunnen”. Nous is het onderwerp “wij”; pouvons is de vorm van pouvoir (“kunnen”) in de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon meervoud. Na pouvoir volgt doorgaans een infinitief: Nous pouvons pratiquer = “Wij kunnen oefenen”. Voor één persoon is de vorm bijvoorbeeld je peux. pratiquer betekent hier “oefenen”. Dit is de infinitief, omdat hij volgt op pouvons. Dezelfde vorm kan na andere hulpwerkwoorden ook in een nieuwe zin worden gebruikt, bijvoorbeeld: Nous pouvons parler. = “Wij kunnen praten.” cette verwijst hier naar de bedoelde “dit/dat” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Het is een aanwijzend woord in de vrouwelijke enkelvoudsvorm; die vorm past bij partie, dat vrouwelijk en enkelvoud is. De precieze keuze tussen “dit” en “dat” hangt van de context af; de vaste vertaling geeft hier “dat deel”. partie betekent hier “deel”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. De combinatie cette partie betekent “dit/dat deel”. In de vorige zin wordt eveneens over een deel gesproken, maar de Franse vorm partie zelf blijft hier hetzelfde; alleen het aanwijzende woord en de context bepalen hoe de verwijzing wordt opgevat. lentement betekent “langzaam”. Dit is een bijwoord: het beschrijft hoe het oefenen gebeurt. Veel Franse bijwoorden op -ment drukken op die manier uit hoe een handeling verloopt; vergelijk als voorbeeld parler lentement = “langzaam praten”. Samen vormen de delen: Nous pouvons (“wij kunnen”) + pratiquer cette partie (“dit/dat deel oefenen”) + lentement (“langzaam”). De volledige betekenis is: “Wij kunnen dat deel langzaam oefenen.”

Grammatica

pouvoir + infinitif

Peux-tu répéter encore une fois ?

peu-tuu ree-pee-tee an-kor uun fwaa

Kun je dat nog een keer herhalen?

Na pouvoir volgt het werkwoord in de infinitief: peux + répéter.

Bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord

la première partie

laa preu-mjeeèr par-tie

het eerste deel

premier staat vóór partie en krijgt de vrouwelijke vorm première.

Frans woordenschat

ça voornaamwoord
saa dat

Tu peux répéter ça ?

comprendre werkwoord
kom-pran-dr begrijpen comprends

Maintenant, je comprends.

dire werkwoord
dier zeggen

Je vais le dire encore une fois.

encore bijwoord
an-kor nog, opnieuw

Je vais le dire encore une fois.

ensemble bijwoord
an-sanbl samen

Pratiquons la phrase ensemble.

maintenant bijwoord
mè(n)-te-nan nu

Maintenant, je comprends.

phrase zelfstandig naamwoord
fraaz zin

Pratiquons la phrase ensemble.

pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen peux

Tu peux répéter ça ?

pratiquer werkwoord
praa-tie-kee oefenen Pratiquons

Pratiquons la phrase ensemble.

premier bijvoeglijk naamwoord
preu-mjee eerste première

La première partie est encore difficile pour moi.

répéter werkwoord
ree-pee-tee herhalen

Tu peux répéter ça ?

une fois uitdrukking
uun fwaa één keer

Je vais le dire encore une fois.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kun je dat nog een keer zeggen?

Antwoord tonenTu peux répéter ça ?

Nu begrijp ik het.

Antwoord tonenMaintenant, je comprends.

Laten we samen de zin oefenen.

Antwoord tonenPratiquons la phrase ensemble.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kunnen

Antwoord tonenpeux

nu

Antwoord tonenmaintenant

nog, opnieuw

Antwoord tonenencore

oefenen

Antwoord tonenPratiquons