Een zin opnieuw zeggen en oefenen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a language classroom, two adults talk about hearing a sentence again and practicing the difficult part slowly..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Een zin opnieuw zeggen en oefenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Tu peux répéter ça ?

tuu peu ree-pee-tee saa Kun je dat nog een keer zeggen?
B

Je vais le dire encore une fois.

zjeuh vee leu dier an-kor uun fwaa Ik zeg het nog één keer.
A

Maintenant, je comprends.

mè(n)-te-nan zjeuh kom-pran Nu begrijp ik het.
B

Pratiquons la phrase ensemble.

praa-tie-kon laa fraaz an-sanbl Laten we samen de zin oefenen.
A

La première partie est encore difficile pour moi.

laa preu-mjeeèr par-tie è an-kor die-fie-siel poer mwaa Het eerste deel is nog steeds moeilijk voor mij.
B

Nous pouvons pratiquer cette partie lentement.

noe poe-von praa-tie-kee set par-tie lan(t)-man We kunnen dat deel langzaam oefenen.

Woord voor woord

Tu “Tu” betekent “jij” en spreekt één persoon informeel aan in “Tu peux répéter ça ?”. Deze vorm gebruik je bijvoorbeeld tegenover een vriend, klasgenoot of iemand die je tutoyeert.
peux “Peux” betekent hier “kunt” of “kan” en drukt uit dat iemand iets kan doen. In “Tu peux répéter ça ?” staat het vóór het werkwoord “répéter”; zo vraag je of iemand iets kan herhalen.
répéter “Répéter” betekent “herhalen” in “Tu peux répéter ça ?”. Na “peux” staat dit werkwoord in deze vorm; je gebruikt de uitdrukking wanneer je iemand vraagt iets nog eens te zeggen.
ça “Ça” betekent hier “dat” en verwijst naar wat de andere persoon net heeft gezegd. In “répéter ça” staat het na het werkwoord; je kunt deze vorm gebruiken om naar iets te verwijzen dat al genoemd of gedaan is.
Je “Je” betekent “ik” in “Je vais le dire encore une fois.”. Deze vorm staat vóór het werkwoord en gebruik je wanneer je over jezelf spreekt.
vais “Vais” betekent hier “ga” in “Je vais le dire encore une fois.”. Samen met “dire” drukt “Je vais le dire” uit dat de spreker het zal zeggen; je kunt deze structuur gebruiken voor iets wat je van plan bent te doen.
le “Le” verwijst in “Je vais le dire encore une fois” naar wat eerder gezegd werd: “ça”. Het staat vóór “dire”; zo vervang je het genoemde object door een kort voornaamwoord.
dire “Dire” betekent “zeggen” in “Je vais le dire encore une fois.”. Na “vais” blijft dit werkwoord in deze vorm; de hele uitdrukking gebruik je wanneer je iets opnieuw wilt zeggen.
encore “Encore” betekent hier “opnieuw” of “nog een keer” in “encore une fois”. Samen met “une fois” geeft het aan dat de handeling nogmaals gebeurt; deze combinatie is bruikbaar wanneer je iets wilt herhalen.
une “Une” betekent hier “een” in “encore une fois”. Het hoort bij het vrouwelijke woord “fois”; samen vormt “une fois” de uitdrukking “een keer”.
fois “Fois” betekent “keer” in “encore une fois”. In de vaste combinatie “encore une fois” geeft het aan dat iets opnieuw gebeurt, bijvoorbeeld wanneer je een zin nogmaals zegt.
Maintenant “Maintenant” betekent “nu” in “Maintenant, je comprends.”. Het geeft aan dat het begrip op dit moment ontstaat; je kunt het aan het begin van een zin zetten om het tijdstip te benadrukken.
comprends “Comprends” betekent hier “begrijp” in “je comprends”. Samen met “je” beschrijft het dat de spreker iets begrijpt; je gebruikt deze vorm bijvoorbeeld nadat iemand iets opnieuw heeft uitgelegd.
Pratiquons “Pratiquons” betekent hier “laten we oefenen” in “Pratiquons la phrase ensemble.”. De vorm is gericht aan een groep waarvan de spreker zelf deel uitmaakt; daarna volgt wat je samen oefent, zoals “la phrase”.
la “La” betekent hier “de” in “la phrase” en hoort bij het vrouwelijke enkelvoudige woord “phrase”. In “La première partie” staat dezelfde vorm aan het begin van de woordgroep; je gebruikt “la” vóór een bepaald vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
phrase “Phrase” betekent “zin” in “la phrase”. In “Pratiquons la phrase ensemble” is het datgene wat samen geoefend wordt; je kunt het gebruiken voor een zin die je spreekt of leert.
ensemble “Ensemble” betekent “samen” in “Pratiquons la phrase ensemble.”. Het geeft aan dat de handeling gezamenlijk gebeurt; je kunt het gebruiken om te zeggen dat mensen iets met elkaar doen.
première “Première” betekent “eerste” in “La première partie”. Het beschrijft “partie” en staat ervoor; je gebruikt deze vorm om het eerste onderdeel van iets aan te wijzen.
partie “Partie” betekent “deel” in “La première partie” en “cette partie”. Het verwijst naar een onderdeel van de zin; je kunt het combineren met een aanduiding zoals “la première” of “cette”.
est “Est” betekent “is” in “La première partie est encore difficile pour moi.”. Het verbindt “La première partie” met de beschrijving “difficile”; je gebruikt deze vorm om een toestand of eigenschap te beschrijven.
difficile “Difficile” betekent “moeilijk” in “est encore difficile pour moi”. Het beschrijft hier dat een deel van de zin lastig is voor de spreker; je kunt het gebruiken na “est” om iets als lastig te beoordelen.
pour “Pour” betekent hier “voor” in “difficile pour moi”. De combinatie geeft aan voor wie iets moeilijk is; je kunt “pour” met een persoon gebruiken om diens perspectief of ervaring aan te geven.
moi “Moi” betekent “mij” in “pour moi”. Na “pour” geeft het aan voor wie de eerste zinhelft moeilijk is; deze vorm gebruik je ook na een voorzetsel wanneer je naar jezelf verwijst.
Nous “Nous” betekent “wij” in “Nous pouvons pratiquer cette partie lentement.”. Het verwijst naar de spreker en minstens één andere persoon; je gebruikt het als onderwerp wanneer jullie samen iets kunnen doen.
pouvons “Pouvons” betekent “kunnen” in “Nous pouvons pratiquer cette partie lentement.”. Na “Nous” drukt het uit dat de groep de mogelijkheid heeft om te oefenen; daarna volgt het werkwoord “pratiquer”.
pratiquer “Pratiquer” betekent “oefenen” in “Nous pouvons pratiquer cette partie lentement.”. Na “pouvons” staat dit werkwoord in deze vorm; je gebruikt het bijvoorbeeld voor het oefenen van een zin of een onderdeel ervan.
cette “Cette” betekent hier “deze” in “cette partie”. Het wijst naar een specifiek deel dat in de situatie bekend is en staat vóór “partie”; je kunt deze vorm gebruiken om naar een bepaald vrouwelijk zelfstandig naamwoord te verwijzen.
lentement “Lentement” betekent “langzaam” in “pratiquer cette partie lentement”. Het beschrijft hoe het oefenen gebeurt; je gebruikt het om aan te geven dat iemand iets op een rustig tempo moet doen.

Grammatica

pouvoir + infinitif

Peux-tu répéter encore une fois ?

peu-tuu ree-pee-tee an-kor uun fwaa

Kun je dat nog een keer herhalen?

Na pouvoir volgt het werkwoord in de infinitief: peux + répéter.

Bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord

la première partie

laa preu-mjeeèr par-tie

het eerste deel

premier staat vóór partie en krijgt de vrouwelijke vorm première.

Frans woordenschat

ça voornaamwoord
saa dat

Tu peux répéter ça ?

comprendre werkwoord
kom-pran-dr begrijpen comprends

Maintenant, je comprends.

dire werkwoord
dier zeggen

Je vais le dire encore une fois.

encore bijwoord
an-kor nog, opnieuw

Je vais le dire encore une fois.

ensemble bijwoord
an-sanbl samen

Pratiquons la phrase ensemble.

maintenant bijwoord
mè(n)-te-nan nu

Maintenant, je comprends.

phrase zelfstandig naamwoord
fraaz zin

Pratiquons la phrase ensemble.

pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen peux

Tu peux répéter ça ?

pratiquer werkwoord
praa-tie-kee oefenen Pratiquons

Pratiquons la phrase ensemble.

premier bijvoeglijk naamwoord
preu-mjee eerste première

La première partie est encore difficile pour moi.

répéter werkwoord
ree-pee-tee herhalen

Tu peux répéter ça ?

une fois uitdrukking
uun fwaa één keer

Je vais le dire encore une fois.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kun je dat nog een keer zeggen?

Antwoord tonenTu peux répéter ça ?

Nu begrijp ik het.

Antwoord tonenMaintenant, je comprends.

Laten we samen de zin oefenen.

Antwoord tonenPratiquons la phrase ensemble.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kunnen

Antwoord tonenpeux

nu

Antwoord tonenmaintenant

nog, opnieuw

Antwoord tonenencore

oefenen

Antwoord tonenPratiquons