Tu
“Tu” betekent “jij” en spreekt één persoon informeel aan in “Tu peux répéter ça ?”. Deze vorm gebruik je bijvoorbeeld tegenover een vriend, klasgenoot of iemand die je tutoyeert.
peux
“Peux” betekent hier “kunt” of “kan” en drukt uit dat iemand iets kan doen. In “Tu peux répéter ça ?” staat het vóór het werkwoord “répéter”; zo vraag je of iemand iets kan herhalen.
répéter
“Répéter” betekent “herhalen” in “Tu peux répéter ça ?”. Na “peux” staat dit werkwoord in deze vorm; je gebruikt de uitdrukking wanneer je iemand vraagt iets nog eens te zeggen.
ça
“Ça” betekent hier “dat” en verwijst naar wat de andere persoon net heeft gezegd. In “répéter ça” staat het na het werkwoord; je kunt deze vorm gebruiken om naar iets te verwijzen dat al genoemd of gedaan is.
Je
“Je” betekent “ik” in “Je vais le dire encore une fois.”. Deze vorm staat vóór het werkwoord en gebruik je wanneer je over jezelf spreekt.
vais
“Vais” betekent hier “ga” in “Je vais le dire encore une fois.”. Samen met “dire” drukt “Je vais le dire” uit dat de spreker het zal zeggen; je kunt deze structuur gebruiken voor iets wat je van plan bent te doen.
le
“Le” verwijst in “Je vais le dire encore une fois” naar wat eerder gezegd werd: “ça”. Het staat vóór “dire”; zo vervang je het genoemde object door een kort voornaamwoord.
dire
“Dire” betekent “zeggen” in “Je vais le dire encore une fois.”. Na “vais” blijft dit werkwoord in deze vorm; de hele uitdrukking gebruik je wanneer je iets opnieuw wilt zeggen.
encore
“Encore” betekent hier “opnieuw” of “nog een keer” in “encore une fois”. Samen met “une fois” geeft het aan dat de handeling nogmaals gebeurt; deze combinatie is bruikbaar wanneer je iets wilt herhalen.
une
“Une” betekent hier “een” in “encore une fois”. Het hoort bij het vrouwelijke woord “fois”; samen vormt “une fois” de uitdrukking “een keer”.
fois
“Fois” betekent “keer” in “encore une fois”. In de vaste combinatie “encore une fois” geeft het aan dat iets opnieuw gebeurt, bijvoorbeeld wanneer je een zin nogmaals zegt.
Maintenant
“Maintenant” betekent “nu” in “Maintenant, je comprends.”. Het geeft aan dat het begrip op dit moment ontstaat; je kunt het aan het begin van een zin zetten om het tijdstip te benadrukken.
comprends
“Comprends” betekent hier “begrijp” in “je comprends”. Samen met “je” beschrijft het dat de spreker iets begrijpt; je gebruikt deze vorm bijvoorbeeld nadat iemand iets opnieuw heeft uitgelegd.
Pratiquons
“Pratiquons” betekent hier “laten we oefenen” in “Pratiquons la phrase ensemble.”. De vorm is gericht aan een groep waarvan de spreker zelf deel uitmaakt; daarna volgt wat je samen oefent, zoals “la phrase”.
la
“La” betekent hier “de” in “la phrase” en hoort bij het vrouwelijke enkelvoudige woord “phrase”. In “La première partie” staat dezelfde vorm aan het begin van de woordgroep; je gebruikt “la” vóór een bepaald vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
phrase
“Phrase” betekent “zin” in “la phrase”. In “Pratiquons la phrase ensemble” is het datgene wat samen geoefend wordt; je kunt het gebruiken voor een zin die je spreekt of leert.
ensemble
“Ensemble” betekent “samen” in “Pratiquons la phrase ensemble.”. Het geeft aan dat de handeling gezamenlijk gebeurt; je kunt het gebruiken om te zeggen dat mensen iets met elkaar doen.
première
“Première” betekent “eerste” in “La première partie”. Het beschrijft “partie” en staat ervoor; je gebruikt deze vorm om het eerste onderdeel van iets aan te wijzen.
partie
“Partie” betekent “deel” in “La première partie” en “cette partie”. Het verwijst naar een onderdeel van de zin; je kunt het combineren met een aanduiding zoals “la première” of “cette”.
est
“Est” betekent “is” in “La première partie est encore difficile pour moi.”. Het verbindt “La première partie” met de beschrijving “difficile”; je gebruikt deze vorm om een toestand of eigenschap te beschrijven.
difficile
“Difficile” betekent “moeilijk” in “est encore difficile pour moi”. Het beschrijft hier dat een deel van de zin lastig is voor de spreker; je kunt het gebruiken na “est” om iets als lastig te beoordelen.
pour
“Pour” betekent hier “voor” in “difficile pour moi”. De combinatie geeft aan voor wie iets moeilijk is; je kunt “pour” met een persoon gebruiken om diens perspectief of ervaring aan te geven.
moi
“Moi” betekent “mij” in “pour moi”. Na “pour” geeft het aan voor wie de eerste zinhelft moeilijk is; deze vorm gebruik je ook na een voorzetsel wanneer je naar jezelf verwijst.
Nous
“Nous” betekent “wij” in “Nous pouvons pratiquer cette partie lentement.”. Het verwijst naar de spreker en minstens één andere persoon; je gebruikt het als onderwerp wanneer jullie samen iets kunnen doen.
pouvons
“Pouvons” betekent “kunnen” in “Nous pouvons pratiquer cette partie lentement.”. Na “Nous” drukt het uit dat de groep de mogelijkheid heeft om te oefenen; daarna volgt het werkwoord “pratiquer”.
pratiquer
“Pratiquer” betekent “oefenen” in “Nous pouvons pratiquer cette partie lentement.”. Na “pouvons” staat dit werkwoord in deze vorm; je gebruikt het bijvoorbeeld voor het oefenen van een zin of een onderdeel ervan.
cette
“Cette” betekent hier “deze” in “cette partie”. Het wijst naar een specifiek deel dat in de situatie bekend is en staat vóór “partie”; je kunt deze vorm gebruiken om naar een bepaald vrouwelijk zelfstandig naamwoord te verwijzen.
lentement
“Lentement” betekent “langzaam” in “pratiquer cette partie lentement”. Het beschrijft hoe het oefenen gebeurt; je gebruikt het om aan te geven dat iemand iets op een rustig tempo moet doen.