De pauze en het toilet vinden | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: During a language lesson break, two adults talk about the break and how to find the restroom..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met De pauze en het toilet vinden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Combien de temps dure la pause ?

kom-bjẽ də tã duur la pooz Hoe lang duurt de pauze?
B

La pause dure dix minutes.

la pooz duur dies mie-nuut De pauze duurt tien minuten.
A

Où sont les toilettes ?

oe sõ lè twa-lèt Waar is het toilet?
B

Sors de la salle et tourne à droite.

sor də la sal ee toern a drwat Ga de kamer uit en ga rechtsaf.
A

Je pense que je peux trouver les toilettes.

zjə pãns kə zjə puh troe-vee lè twa-lèt Ik denk dat ik het kan vinden.
B

Je vais attendre ici avant que le cours recommence.

zjə vè a-tãndr ie-sie a-vã kə lə koer rə-ko-mãns Ik zal hier wachten voordat de les weer begint.

Woord voor woord

Combien In « Combien de temps » vraagt « Combien » naar de hoeveelheid tijd: hoe lang. Je gebruikt het samen met « de » en een zelfstandig naamwoord om naar een hoeveelheid te vragen. Een nieuw voorbeeld is: « Combien de minutes ? »
de In « Combien de temps » verbindt « de » de vraag naar een hoeveelheid met « temps ». Deze combinatie gebruik je om naar de hoeveelheid tijd te vragen. Een nieuw voorbeeld is: « Combien de jours ? »
temps « temps » betekent hier « tijd » in de vraag « Combien de temps dure la pause ? ». Het woord staat na « Combien de » wanneer je naar een hoeveelheid tijd vraagt. Je gebruikt hetzelfde patroon bijvoorbeeld om naar de duur van een reis te vragen.
dure « dure » betekent hier « duurt » in « Combien de temps dure la pause ? ». Het is de vorm van « durer » die bij « la pause » hoort. Je kunt « dure » gebruiken met een tijdsduur, zoals in « La pause dure dix minutes. »
la « la » is hier het enkelvoudige lidwoord voor « pause »: « de pauze ». Het staat vóór het vrouwelijke woord « pause ». Je gebruikt hetzelfde lidwoord bijvoorbeeld in « la classe ».
pause « pause » betekent « pauze ». In « La pause dure dix minutes » is het de onderbreking van de les. Je kunt het woord gebruiken om naar de duur van een onderbreking te vragen: « Combien de temps dure la pause ? »
minutes « minutes » betekent hier « minuten » en geeft aan hoe lang de pauze duurt. De meervoudsvorm staat na het getal « dix ». Je gebruikt het met een getal om een tijdsduur uit te drukken.
« Où » betekent « waar » en opent de vraag « Où sont les toilettes ? ». Je gebruikt het om naar een plaats te vragen. Een nieuw voorbeeld is: « Où est la salle ? »
sont « sont » betekent hier « zijn » in « Où sont les toilettes ? ». Deze vorm hoort bij het meervoudige onderwerp « les toilettes ». Je gebruikt de combinatie met een plaats wanneer je wilt weten waar iets zich bevindt.
les « les » is hier het meervoudige lidwoord voor « toilettes »: « de toiletten ». Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord. Je gebruikt « les » bijvoorbeeld ook in « les salles ».
toilettes « toilettes » betekent hier « toilet » in « Où sont les toilettes ? ». Het woord wordt in deze dialoog ook gebruikt als de plaats die iemand probeert te vinden. Je kunt ernaar vragen met « Où sont les toilettes ? ».
Sors « Sors » is hier een opdracht om naar buiten te gaan: « Ga naar buiten ». Het is de bevelsvorm van « sortir » in « Sors de la salle ». Je gebruikt het wanneer je iemand aanwijzingen geeft om een ruimte te verlaten.
salle « salle » betekent hier « zaal » of « kamer » in « Sors de la salle ». Het verwijst naar de ruimte waar de les plaatsvindt. Je gebruikt het woord bijvoorbeeld om een ruimte aan te wijzen: « La salle est ici. »
et « et » betekent « en » en verbindt de twee opdrachten « Sors de la salle » en « tourne à droite ». Je gebruikt het om handelingen of aanwijzingen achter elkaar te zetten. Een nieuw voorbeeld is: « Entre et attends ici. »
tourne « tourne » is hier een opdracht om af te slaan of te draaien: « draai ». In « tourne à droite » geeft het samen met de richtingsaanduiding een routeaanwijzing. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je iemand vertelt wat die op een kruispunt moet doen.
à In « tourne à droite » helpt « à » de richting aan te geven: naar rechts. Het staat vóór « droite » in deze vaste routeaanwijzing. Je gebruikt dezelfde combinatie om iemand een richting te wijzen.
droite « droite » betekent hier « rechts » in « tourne à droite ». Samen met « à » geeft het aan welke kant iemand op moet. Een nieuw voorbeeld is: « La salle est à droite. »
Je « Je » betekent « ik » en is het onderwerp in « Je pense que je peux trouver les toilettes » en « Je vais attendre ici ». Het staat vóór het werkwoord. Je gebruikt « Je » wanneer je over je eigen mening, mogelijkheid of plan spreekt.
pense « pense » betekent hier « denk » in « Je pense que je peux trouver les toilettes ». Het drukt de eigen inschatting van de spreker uit. Na « Je pense que » volgt de gedachte of mening, zoals in deze dialoog.
que « que » betekent hier « dat » en leidt de inhoud van de gedachte in « Je pense que je peux trouver les toilettes » in. Het verbindt « Je pense » met een volledige vervolgzin. Je gebruikt dit patroon om een mening of inschatting te formuleren.
peux « peux » betekent hier « kan » in « je peux trouver les toilettes ». Het drukt uit dat de spreker in staat is de toiletten te vinden. Na « peux » staat het werkwoord « trouver » in de infinitief.
trouver « trouver » betekent « vinden » in « je peux trouver les toilettes ». Het staat na « peux » en benoemt de handeling die mogelijk is. Je gebruikt het met een object, bijvoorbeeld « trouver les toilettes ».
vais « vais » betekent hier niet simpelweg « ga », maar vormt in « Je vais attendre ici » een plan voor de nabije toekomst: « ik zal hier wachten ». Het is de vorm van « aller » na « Je », gevolgd door de infinitief « attendre ». Je gebruikt dit patroon om te zeggen wat je binnenkort gaat doen.
attendre « attendre » betekent « wachten » in « Je vais attendre ici ». Het is de infinitief na « vais » en benoemt de geplande handeling. Je kunt het combineren met een plaats, zoals « attendre ici ».
ici « ici » betekent « hier » en geeft in « Je vais attendre ici » de plaats van het wachten aan. Het staat bij de handeling « attendre ». Je gebruikt het om de huidige plaats van de spreker aan te wijzen.
avant « avant » betekent hier « voordat » in « avant que le cours recommence ». Het geeft aan dat het wachten eerder plaatsvindt dan het opnieuw beginnen van de les. In deze vorm leidt « avant que » een gebeurtenis in die later plaatsvindt.
le « le » is hier het enkelvoudige lidwoord voor « cours »: « de les » of « de cursus ». Het staat vóór het mannelijke woord « cours ». Je gebruikt hetzelfde lidwoord bijvoorbeeld in « le temps ».
cours « cours » betekent hier « les » of « cursus » in « le cours ». In de dialoog verwijst het naar de les die opnieuw begint. Je gebruikt het woord met « le » wanneer je naar deze les of cursus verwijst.
recommence « recommence » betekent hier « opnieuw begint » in « le cours recommence ». Het geeft aan dat de les na de pauze weer start. Het is de vorm van « recommencer » die bij « le cours » hoort.

Grammatica

avant que + subjonctif

avant que le cours recommence

a-vã kə lə koer rə-ko-mãns

voordat de les opnieuw begint

Na « avant que » gebruik je de subjonctif. Bij « recommencer » ziet die vorm er hetzelfde uit als de tegenwoordige tijd.

Combien de temps + werkwoord?

Combien de temps dure la pause ?

kom-bjẽ də tã duur la pooz

Hoe lang duurt de pauze?

« Combien de temps » staat aan het begin van de vraag en vraagt naar de duur van iets.

Frans woordenschat

à droite uitdrukking
a drwat naar rechts
combien de temps uitdrukking
kom-bjẽ də tã hoe lang

Combien de temps dure la pause ?

dix telwoord
dies tien
durer werkwoord
duur-ree duren dure
la pause zelfstandig naamwoord
la pooz de pauze
la salle zelfstandig naamwoord
la sal de kamer
les toilettes zelfstandig naamwoord
lee twa-lèt het toilet
bijwoord
oe waar
penser werkwoord
pã-see denken pense
sortir werkwoord
sor-tir naar buiten gaan sors
tourner werkwoord
toer-nee afslaan tourne
trouver werkwoord
troe-vee vinden

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De pauze duurt tien minuten.

Antwoord tonenLa pause dure dix minutes.

Waar is het toilet?

Antwoord tonenOù sont les toilettes ?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

duren

Antwoord tonendure

naar buiten gaan

Antwoord tonensors

afslaan

Antwoord tonentourne

vinden

Antwoord tonentrouver