Eenvoudige woorden en korte zinnen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a language lesson, two adults talk about starting with a short sentence and saying it clearly..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Eenvoudige woorden en korte zinnen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Les mots simples sont plus faciles pour moi.

Lee moo sèmpl sõ pluu fa-seel poer mwa. Eenvoudige woorden zijn makkelijker voor mij.
B

Nous pouvons commencer par une phrase courte.

Noe poe-võ ko-mõ-see par ün fraaz koert. We kunnen met een korte zin beginnen.
A

Ça m'aide à comprendre.

Sa med a kom-prãndr. Dat helpt me om het te begrijpen.
B

Lis cette phrase après moi.

Lie set fraaz a-preh mwa. Lees deze zin na mij.
A

Je suis prêt à essayer.

Zje swie preh a es-see-jee. Ik ben klaar om het te proberen.
B

Prends ton temps et dis-le clairement.

Prã tõ tã ee die-luh klèr-mã. Neem je tijd en zeg het duidelijk.

Woord voor woord

Les «Les» is hier het bepaalde lidwoord voor meervoud en betekent de in «Les mots simples». Het staat vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord, zoals in «Les mots simples».
mots «mots» betekent hier woorden en is het zelfstandig naamwoord in «Les mots simples». De vorm is het meervoud van mot; je gebruikt het in een woordgroep zoals «Les mots simples».
simples «simples» beschrijft «mots» als eenvoudig. De vorm is meervoud omdat «mots» naar meerdere woorden verwijst; de basisvorm is simple. In «Les mots simples» staat het bijvoeglijk naamwoord na het zelfstandig naamwoord.
sont «sont» verbindt het onderwerp «Les mots simples» met de beschrijving «plus faciles» en betekent hier zijn. Het is een vorm van être bij een meervoudig onderwerp. Een herbruikbaar patroon is onderwerp + sont + beschrijving.
plus «plus» verhoogt hier de graad van «faciles»: samen betekent «plus faciles» gemakkelijker. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord in deze vergelijking. Een veelgebruikt patroon is plus + bijvoeglijk naamwoord.
faciles «faciles» betekent hier gemakkelijk en vormt samen met «plus» de betekenis gemakkelijker. De vorm is meervoud en sluit aan bij «mots»; de basisvorm is facile. In «plus faciles» staat het bijvoeglijk naamwoord na plus.
pour «pour» geeft hier aan voor wie iets gemakkelijker is: «pour moi» betekent voor mij. Het staat vóór de persoon die het betrokken voordeel of perspectief heeft. Een herbruikbaar patroon is pour + persoon.
moi «moi» betekent mij in «pour moi» en verwijst naar de spreker. Na het voorzetsel «pour» wordt deze beklemtoonde vorm gebruikt. Je kunt «pour moi» gebruiken om jouw persoonlijke perspectief of ervaring aan te geven.
Nous «Nous» betekent wij en is het onderwerp in «Nous pouvons commencer». Het staat vóór het werkwoord en omvat de spreker samen met anderen. Je gebruikt «Nous» wanneer je een gezamenlijke handeling of mogelijkheid beschrijft.
pouvons «pouvons» geeft met «Nous» de mogelijkheid aan om te beginnen: wij kunnen beginnen. De basisvorm is pouvoir en de vorm wordt gevolgd door het infinitief «commencer». Een herbruikbaar patroon is pouvoir + infinitief.
commencer «commencer» betekent beginnen en staat na «pouvons» in «Nous pouvons commencer par une phrase courte». Met «commencer par» geef je aan waarmee je start. Een herbruikbaar patroon is commencer par + het eerste onderdeel.
par «par» geeft in «commencer par une phrase courte» het startpunt aan en betekent daar met of bij. Het introduceert het onderdeel waarmee de handeling begint. Een betrouwbaar patroon is commencer par + zelfstandig naamwoord.
une «une» is hier het onbepaalde lidwoord voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord en betekent een in «une phrase courte». Het staat vóór «phrase», dat vrouwelijk en enkelvoudig is. Een herbruikbaar patroon is une + vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
phrase «phrase» betekent zin en staat in «une phrase courte». Het is het zelfstandig naamwoord dat wordt beschreven door «courte». Je kunt «phrase» gebruiken in een woordgroep waarin je een zin nader beschrijft.
courte «courte» beschrijft «phrase» als kort. De vorm is vrouwelijk enkelvoud en past bij «phrase»; de basisvorm is court. In «phrase courte» staat het bijvoeglijk naamwoord na het zelfstandig naamwoord.
Ça «Ça» verwijst hier naar het zojuist voorgestelde beginnen met een korte zin en is het onderwerp van «m'aide». Het betekent daar dat of dit. Je kunt «Ça» aan het begin van een reactie gebruiken om naar een zojuist genoemde situatie te verwijzen.
m'aide «m'aide» betekent helpt mij in «Ça m'aide à comprendre». De vorm bestaat uit m' voor mij en aide, een vorm van aider; de apostrof verschijnt vóór de klinker in aide. In «m'aide à comprendre» zie je het patroon iemand helpen om iets te begrijpen.
à «à» verbindt «m'aide» met het infinitief «comprendre» in «m'aide à comprendre». Na aider wordt hiermee de handeling aangegeven die iemand helpt uit te voeren. Een betrouwbaar patroon is aider iemand à + infinitief.
comprendre «comprendre» betekent begrijpen en staat als infinitief na «à» in «à comprendre». Het benoemt de handeling die door «m'aide» gemakkelijker wordt. Je gebruikt het in een patroon zoals aider iemand à comprendre.
Lis «Lis» is hier een directe opdracht om te lezen in «Lis cette phrase après moi». De basisvorm is lire. Het wordt gevolgd door het leesobject «cette phrase», dus een herbruikbaar opdrachtpatroon is Lis + wat je moet lezen.
cette «cette» betekent deze en staat vóór «phrase» in «cette phrase». Het is een aanwijzend woord voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Een herbruikbaar patroon is cette + vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
après «après» betekent na in «après moi» en geeft aan dat de ander de spreker moet volgen. Hier gaat het om lezen na de spreker. Je gebruikt après vóór een persoon of gebeurtenis die als referentie dient.
Je «Je» betekent ik en is het onderwerp in «Je suis prêt à essayer». Het staat vóór het werkwoord. Je gebruikt «Je» om jouw eigen handeling, toestand of bereidheid uit te drukken.
suis «suis» betekent ben in «Je suis prêt». De basisvorm is être en deze vorm hoort bij het onderwerp «Je». Een herbruikbaar patroon is Je suis + een beschrijving van je toestand.
prêt «prêt» betekent klaar of bereid en beschrijft de toestand van de spreker in «Je suis prêt à essayer». In «prêt à essayer» geeft prêt à aan dat iemand klaar is om een handeling te verrichten. Je gebruikt dit om aan te geven dat je met een taak kunt beginnen.
essayer «essayer» betekent proberen en staat als infinitief na «à» in «prêt à essayer». Het benoemt de handeling waarvoor de spreker klaar is. Een herbruikbaar patroon is prêt à + infinitief.
Prends «Prends» is hier een opdracht in «Prends ton temps» om de tijd te nemen. De basisvorm is prendre. De volledige uitdrukking «Prends ton temps» betekent dat iemand niet moet haasten en kan worden gebruikt om een lerende gerust te stellen.
ton «ton» geeft in «ton temps» aan dat de tijd bij de aangesproken persoon hoort en betekent jouw. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord «temps». Je gebruikt ton vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je één persoon rechtstreeks aanspreekt.
temps «temps» betekent tijd in «Prends ton temps». In deze vaste uitdrukking verwijst het naar de tijd en het tempo dat iemand neemt. Je gebruikt «Prends ton temps» wanneer je iemand aanmoedigt om niet te haasten.
et «et» verbindt de twee opdrachten in «Prends ton temps et dis-le clairement» en betekent en. Het koppelt hier twee handelingen aan elkaar. Je gebruikt et tussen verbonden handelingen of opdrachten.
dis-le «dis-le» is hier de opdracht zeg het in «dis-le clairement», waarbij le verwijst naar de zin of regel die gezegd moet worden. De basisvorm is dire; in deze bevestigende opdracht staat het voornaamwoord le achter het werkwoord met een koppelteken. Een herbruikbaar patroon is «dis-le» gevolgd door een aanwijzing over hoe je iets zegt.
clairement «clairement» betekent duidelijk en geeft aan hoe «dis-le» moet worden uitgevoerd. Het staat na de opdracht in «dis-le clairement». Je gebruikt een werkwoord gevolgd door clairement wanneer je vraagt om iets op een duidelijke manier te doen.

Grammatica

pouvoir + infinitif

Nous pouvons commencer.

Noe poe-võ ko-mõ-see.

We kunnen beginnen.

Na een vervoegde vorm van pouvoir volgt een ander werkwoord in de infinitief: pouvons commencer.

Impératif

Lis cette phrase.

Lie set fraaz.

Lees deze zin.

De gebiedende wijs gebruikt vaak alleen de werkwoordsvorm, zonder onderwerp: Lis betekent ‘lees’.

Frans woordenschat

aider werkwoord
è-dee helpen aide

Ça m'aide

ça voornaamwoord
sa dat

Ça m'aide

cette bepaler
set deze

cette phrase

commencer werkwoord
ko-mõ-see beginnen

commencer par une phrase courte

comprendre werkwoord
kom-prãndr begrijpen

à comprendre

court bijvoeglijk naamwoord
koer kort courte

une phrase courte

facile bijvoeglijk naamwoord
fa-seel makkelijk faciles

plus faciles

lire werkwoord
leer lezen Lis

Lis cette phrase

mot zelfstandig naamwoord
moo woord mots

Les mots simples

phrase zelfstandig naamwoord
fraaz zin

une phrase courte

pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen pouvons

Nous pouvons commencer

simple bijvoeglijk naamwoord
sèmpl eenvoudig simples

Les mots simples

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dat helpt me om het te begrijpen.

Antwoord tonenÇa m'aide à comprendre.

Lees deze zin na mij.

Antwoord tonenLis cette phrase après moi.

Ik ben klaar om het te proberen.

Antwoord tonenJe suis prêt à essayer.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kort

Antwoord tonencourte

woord

Antwoord tonenmots

eenvoudig

Antwoord tonensimples

makkelijk

Antwoord tonenfaciles