Koffie tijdens de pauze | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: During a classroom break, two adults talk about coffee, sugar, and milk when milk is not available..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Koffie tijdens de pauze oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Tu veux du café ?

Tü veu dü kafee? Wil je koffie?
B

Oui, s'il te plaît. Juste une petite tasse.

Wie, sil te plee. Zjuust ün puh-tiet tass. Ja, graag. Alleen een klein kopje.
A

Voilà.

Vwaa-laa. Alsjeblieft.
B

Ça sent bon.

Sa san bon. Het ruikt lekker.
A

Tu as besoin de sucre ?

Tü aa buh-zwan duh sükr? Heb je suiker nodig?
B

Non, juste du lait, s'il te plaît.

Non, zjuust dü lè, sil te plee. Nee, alleen melk, graag.
A

Pardon, il n'y a pas de lait.

Par-don, il njaa pa duh lè. Sorry, er is geen melk.
B

D'accord.

Da-kor. Dat is goed.

Woord voor woord

Tu Tu betekent hier «jij» in de vraag «Tu veux du café ?». Het is de vorm voor de persoon die wordt aangesproken en staat vóór het werkwoord. Gebruik tu wanneer je rechtstreeks aan één persoon vraagt of die iets wil.
veux Veux betekent hier «wilt» in «Tu veux du café ?». Deze vorm hoort bij tu en staat in de vraag vóór wat iemand wil. Je gebruikt «Tu veux ... ?» om aan één persoon te vragen of die iets wil.
du Du geeft in «du café» een niet nader bepaalde hoeveelheid koffie aan: «koffie» of «wat koffie». Het staat hier vóór de drank die wordt aangeboden. Gebruik du in een vergelijkbare Franse woordgroep voor een niet-afgebakende hoeveelheid van een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
café Café betekent hier «koffie» in «Tu veux du café ?». In «du café» benoemt het wat iemand aangeboden krijgt. Je kunt café gebruiken wanneer je over koffie als drank praat of koffie aanbiedt.
Oui Oui betekent «ja» en bevestigt hier dat de spreker koffie wil. Het staat als zelfstandig antwoord vóór «s'il te plaît». Gebruik oui om positief op een vraag te reageren.
s'il te plaît S'il te plaît betekent als geheel «alsjeblieft» in «Oui, s'il te plaît». S'il is de samengevoegde vorm van si en il, te verwijst naar de aangesprokene en plaît komt van plaire; samen vormt dit de beleefde uitdrukking. Gebruik de uitdrukking bijvoorbeeld wanneer je iets aan iemand vraagt of een aanbod aanneemt.
Juste Juste betekent hier «alleen» of «maar» in «Juste une petite tasse». Het beperkt de gevraagde hoeveelheid tot één kleine kop. Gebruik juste vóór een woordgroep om aan te geven dat je alleen datgene bedoelt.
une Une betekent hier «een» in «une petite tasse». Het hoort bij tasse en leidt de woordgroep voor één kopje in. Gebruik une vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
petite Petite betekent hier «klein» in «une petite tasse». De vorm beschrijft tasse en staat vóór dat woord. Gebruik petite vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je iets kleins beschrijft.
tasse Tasse betekent hier «kopje» of «kop» in «une petite tasse». Het benoemt de hoeveelheid koffie die de spreker vraagt. Je kunt tasse gebruiken wanneer je een kopje drank aanbiedt, vraagt of beschrijft.
Voilà Voilà betekent hier «alsjeblieft» of «hier is het» wanneer de koffie wordt overhandigd. Het is in deze dialoog een kort antwoord bij het geven van iets. Gebruik voilà wanneer je iets aanwijst, toont of aan iemand geeft.
Ça Ça verwijst hier naar de koffie of de geur ervan in «Ça sent bon» en betekent ongeveer «het» of «dat». Het staat vóór sent in deze vaste woordvolgorde. Gebruik ça om in een gesprek naar iets te verwijzen zonder het zelfstandig naamwoord opnieuw te noemen.
sent Sent betekent hier «ruikt» in «Ça sent bon». Samen met ça en bon vormt het de betekenis dat iets aangenaam ruikt. Gebruik «Ça sent ...» om te zeggen hoe iets ruikt.
bon Bon betekent hier «lekker» of «aangenaam» in «Ça sent bon». In de uitdrukking «Ça sent bon» beschrijft het de geur, niet de smaak van de koffie. In een andere context kan bon ook «goed» betekenen.
as As betekent hier «hebt» in «Tu as besoin de sucre ?». Het is de vorm die bij tu hoort in de uitdrukking «avoir besoin de». Gebruik «Tu as besoin de ... ?» om aan één persoon te vragen of die iets nodig heeft.
besoin Besoin betekent hier «behoefte» of «nodig hebben» binnen «avoir besoin de». Het vormt samen met as en de de uitdrukking «Tu as besoin de sucre ?». Gebruik «avoir besoin de» vóór datgene wat iemand nodig heeft.
de De verbindt in «avoir besoin de sucre» de uitdrukking «besoin» met wat nodig is. Het staat vóór het genoemde voorwerp sucre. Gebruik de in het vaste patroon «avoir besoin de + iets».
sucre Sucre betekent hier «suiker» in «Tu as besoin de sucre ?». Het benoemt wat eventueel aan de koffie kan worden toegevoegd. Je kunt sucre gebruiken wanneer je naar suiker vraagt of suiker bij een drank aanbiedt.
Non Non betekent «nee» en ontkent hier dat de spreker suiker nodig heeft. Het staat als zelfstandig antwoord vóór «juste du lait». Gebruik non om negatief op een vraag te reageren.
lait Lait betekent hier «melk» in «juste du lait, s'il te plaît». Het benoemt wat de spreker wel bij de koffie wil. Gebruik lait wanneer je melk als drank of toevoeging aan een drank noemt.
Pardon Pardon betekent hier «sorry» in «Pardon, il n'y a pas de lait». Het maakt de mededeling dat er geen melk is zachter. Gebruik pardon om je te verontschuldigen of iemands aandacht te vragen.
il Il is hier geen verwijzing naar een bepaalde man, maar het onpersoonlijke onderwerp in «il n'y a pas de lait». De volledige uitdrukking betekent «er is geen melk». Gebruik il op dezelfde manier in de vaste constructie «il y a» en de ontkende vorm daarvan.
n'y N'y maakt in «il n'y a pas de lait» deel uit van de ontkende uitdrukking «er is geen melk». N' is het eerste deel van de ontkenning en y verwijst naar «daar» binnen de constructie «il y a». Leer n'y hier als onderdeel van de volledige vaste uitdrukking, niet als een zelfstandig antwoord.
a A is hier de vorm van avoir in «il n'y a pas de lait», de Franse constructie voor «er is geen melk». Samen met il, y, n' en pas vormt het de betekenis van aanwezigheid of afwezigheid. Gebruik «il y a» om te zeggen dat iets er is en «il n'y a pas de ...» om te zeggen dat iets er niet is.
pas Pas draagt hier samen met n' de ontkenning in «il n'y a pas de lait». Het maakt van «il y a» de betekenis «er is niet» of «er is geen». Gebruik pas als onderdeel van de ontkenning «ne ... pas»; in deze zin staat ne als n' vóór de klinker.
D'accord D'accord betekent hier «oké» of «dat is goed» als reactie op de mededeling dat er geen melk is. Het laat zien dat de spreker de situatie accepteert. Gebruik d'accord om instemming, begrip of akkoord uit te drukken.

Grammatica

il n'y a pas de + nom

Il n'y a pas de sucre.

Il njaa pa duh sükr.

Er is geen suiker.

Na de ontkenning il n'y a pas gebruik je de vóór een zelfstandig naamwoord.

avoir besoin de + nom

Tu as besoin de lait.

Tü aa buh-zwan duh lè.

Je hebt melk nodig.

De vaste uitdrukking avoir besoin de betekent ‘iets nodig hebben’; de hoort bij de uitdrukking.

Frans woordenschat

as werkwoord
aa hebben

Tu as besoin de sucre ?

besoin zelfstandig naamwoord
buh-zwan behoefte

Tu as besoin de sucre ?

bon bijvoeglijk naamwoord
bon lekker

Ça sent bon.

café zelfstandig naamwoord
kafee koffie

Tu veux du café ?

juste bijwoord
zjuust alleen

Juste une petite tasse.

oui tussenwerpsel
wie ja

Oui, s'il te plaît.

petite bijvoeglijk naamwoord
puh-tiet klein

Juste une petite tasse.

s'il te plaît uitdrukking
sil te plee alsjeblieft

Oui, s'il te plaît.

sent werkwoord
san ruiken

Ça sent bon.

tasse zelfstandig naamwoord
tass kopje

Juste une petite tasse.

veux werkwoord
veu willen

Tu veux du café ?

voilà tussenwerpsel
vwaa-laa hier is het

Voilà.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wil je koffie?

Antwoord tonenTu veux du café ?

Het ruikt lekker.

Antwoord tonenÇa sent bon.

Heb je suiker nodig?

Antwoord tonenTu as besoin de sucre ?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

klein

Antwoord tonenpetite

hier is het

Antwoord tonenvoilà

willen

Antwoord tonenveux

alleen

Antwoord tonenjuste