Familie en een huisdier | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a language classroom, two adults talk about living with a child and having a pet at home..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Familie en een huisdier oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Tu vis avec ta famille ?

tü vie avek taa famiej? Woon je met je familie?
B

J'habite avec mon enfant.

zja-biet avek mo(n) an-fan. Ik woon met mijn kind.
A

Il y a aussi un animal de compagnie à la maison ?

iel jaa oosie u(n) anie-mal de kom-pa-njie aa laa mè-zon? Is er thuis ook een huisdier?
B

Nous avons un petit chien.

noe za-vo(n) u(n) puh-tie sjè(n). We hebben een kleine hond.
A

Comment s'entendent-ils ?

ko-man san-tan-diel? Hoe kunnen ze met elkaar opschieten?
B

Ils jouent ensemble tous les jours.

iel zjoe an-sanbl toe le zjoer. Ze spelen elke dag samen.

Uitleg van de zinnen

  1. Tu vis avec ta famille ?

    Woon je met je familie?

    Tu
    je
    vis
    woont
    avec
    met
    ta
    je
    famille
    familie
    Uitgebreide uitleg

    Tu betekent hier het informele enkelvoudige “je” als onderwerp: je spreekt één persoon rechtstreeks aan. Het is dus niet het Nederlandse ik. Een bruikbaar contrast is tu “je” tegenover vous voor een formele aanspreking of meerdere personen. vis is de vorm van vivre “leven, wonen” voor tu in de tegenwoordige tijd. In deze zin krijgt vivre avec de concrete betekenis “samenwonen met”. De vormen zijn bijvoorbeeld je vis, tu vis en il/elle vit; let op dat de derde persoon enkelvoud vit met een andere uitgang wordt geschreven. Voorbeeld: Tu vis à Paris. — “Je woont in Parijs.” avec betekent “met” en verbindt de persoon met wie iemand samenwoont aan de rest van de zin. Het is een voorzetsel; het volgende zelfstandig naamwoord staat hier in de combinatie avec ta famille. ta is een bezittelijk woord voor één vrouwelijke bezitter? Nee: het verwijst niet naar het geslacht van de bezitter. Het stemt af op het bezeten zelfstandig naamwoord. Hier is ta de vorm bij een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord dat met een medeklinkerklank begint: ta famille — “je familie”. Vergelijk ton frère — “je broer” en ta sœur — “je zus”. famille betekent “familie” en is hier enkelvoudig en vrouwelijk. Daarom staat ervoor ta, niet ton; die keuze hangt samen met het grammaticale geslacht en getal van famille, niet met het aantal familieleden dat de familie in werkelijkheid omvat. Samen vormen Tu vis en avec ta famille de vraag naar samenwonen: “Woon je met je familie?” De woordvolgorde blijft in deze informele vraag gelijk aan die van een mededeling; de vraag wordt hier herkenbaar door de vraagintonatie en het vraagteken. De zin vraagt naar de woonsituatie van de aangesprokene en noemt de familie als de personen met wie diegene woont.

  2. J'habite avec mon enfant.

    Ik woon met mijn kind.

    J'habite
    ik woon
    avec
    met
    mon
    mijn
    enfant
    kind
    Uitgebreide uitleg

    J'habite betekent hier dat de spreker ergens woont. Het is de eerste persoon enkelvoud van habiter in de tegenwoordige tijd: j'habite = “ik woon”. Voor een klinker valt je in deze vorm samen tot j'; dat is elisie. Habiter legt de nadruk op ergens wonen of verblijven. Vivre kan ook “leven” of, afhankelijk van de context, “wonen” betekenen, maar is niet in alle gebruiken uitwisselbaar. Voorbeeld: J'habite à Bruxelles. — “Ik woon in Brussel.” avec is het voorzetsel “met”. Het verbindt de spreker hier met het kind dat samen met de spreker woont. Het verandert niet volgens persoon of getal. Voorbeeld: Elle habite avec sa sœur. — “Zij woont met haar zus.” mon is een bezittelijk bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “mijn”. Het staat hier bij het enkelvoudige zelfstandig naamwoord enfant. In het Frans stemt een bezittelijk bijvoeglijk naamwoord af op het bezeten zelfstandig naamwoord, niet op de bezitter. Bij een vrouwelijk enkelvoud staat normaal ma, maar vóór een klinker gebruikt het Frans mon voor de uitspraak: mon amie betekent “mijn vriendin”. Daarom kan mon enfant ook gebruikt worden wanneer het kind een meisje is; de vorm mon bepaalt hier dus niet zelfstandig het geslacht van het kind. Vergelijk: ma sœur — “mijn zus”, maar mon amie — “mijn vriendin”. enfant betekent “kind”. De vorm is hier enkelvoud; het meervoud is enfants. Het woord kan naar een kind van verschillend geslacht verwijzen. De vertaling identificeert het kind als de persoon over wie de spreker spreekt, maar de vorm mon enfant maakt het geslacht van dat kind niet kenbaar. Voorbeeld: L'enfant dort. — “Het kind slaapt.” Samen vormen J'habite avec mon enfant de betekenis “Ik woon met mijn kind”: J'habite geeft aan dat de spreker woont, avec introduceert de persoon die daarbij is, en mon enfant betekent “mijn kind”. De zin noemt één kind als de betreffende persoon, zonder verdere informatie over het kind te geven. In een neutrale alledaagse context is dit een gewone manier om de woonsituatie te beschrijven.

  3. Il y a aussi un animal de compagnie à la maison ?

    Is er thuis ook een huisdier?

    Il y a
    er is / er zijn
    aussi
    ook
    animal de compagnie
    huisdier
    à la maison
    thuis
    Uitgebreide uitleg

    Il y a betekent hier “er is” of “er zijn” en introduceert iets dat aanwezig is. Het is een vaste Franse presentatieve constructie: il y a + zelfstandig naamwoord. Het werkwoord blijft in deze constructie a, ook wanneer wat erop volgt meervoudig is. Voorbeeld: Il y a deux chaises. — “Er zijn twee stoelen.” aussi betekent “ook” en voegt deze aanwezigheid toe aan wat al in de context genoemd of verondersteld is. De plaatsing staat hier vóór het zelfstandig naamwoordelijk deel: Il y a aussi ... — “Er is/zijn ook ...”. animal de compagnie betekent “huisdier”. Het hoofdwoord is animal (“dier”); de compagnie specificeert dat het om een dier voor gezelschap gaat. Het meervoud is animaux de compagnie; animal verandert daarbij onregelmatig in animaux, terwijl de compagnie hetzelfde blijft. Voorbeeld: Les animaux de compagnie ont besoin de soins. — “Huisdieren hebben verzorging nodig.” à la maison betekent “thuis” en kan letterlijk naar een huis als verblijfplaats verwijzen. maison is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier de combinatie à la. Vergelijk à la maison met dans la maison: het eerste is de gebruikelijke uitdrukking voor “thuis”, het tweede betekent eerder “in het huis”, dus binnen een gebouw. Samen vormen de delen de vraag Il y a aussi un animal de compagnie à la maison ?: “Is er thuis ook een huisdier?” Het onbepaalde lidwoord un maakt het genoemde huisdier niet nader bepaald; het zegt op zichzelf niet dat er precies één is. De vraagintonatie maakt van de mededeling een vraag; in schrijftaal wordt dat hier met het vraagteken aangegeven.

  4. Nous avons un petit chien.

    We hebben een kleine hond.

    Nous avons
    wij hebben
    petit
    klein
    chien
    hond
    Uitgebreide uitleg

    Nous avons betekent hier “wij hebben”. avons is de vorm van avoir in de tegenwoordige tijd voor nous: j’ai, tu as, il/elle a, nous avons. De combinatie nous avons is een herbruikbare manier om bezit of een aanwezige persoon of zaak uit te drukken. Voorbeeld: Nous avons une voiture. — “Wij hebben een auto.” petit betekent hier “klein” en beschrijft chien. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord; de vorm stemt hier overeen met het mannelijke enkelvoud van chien. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is petite, zoals in une petite maison — “een klein huis” (in het Frans is maison vrouwelijk). De vergelijkende vorm is plus petit — “kleiner”. chien betekent “hond”. Het is hier een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het meervoud is chiens; de eind-s wordt normaal niet uitgesproken. Voorbeeld: Le chien dort. — “De hond slaapt.” Samen vormen de woorden Nous avons un petit chien de betekenis “Wij hebben een kleine hond.” un is hier het onbepaalde lidwoord bij het mannelijke enkelvoud chien; petit staat ervoor en beschrijft die hond. De volledige zin stelt dus vast dat de spreker en anderen samen een kleine hond hebben.

  5. Comment s'entendent-ils ?

    Hoe kunnen ze met elkaar opschieten?

    Comment
    hoe
    s'entendent
    met elkaar kunnen opschieten
    ils
    ze
    Uitgebreide uitleg

    Comment vraagt naar de manier waarop iets gebeurt: “hoe?”. Het is hier een vraagbijwoord. Het staat aan het begin van de vraag en vraagt dus naar de manier waarop de betrokkenen met elkaar omgaan. s'entendent komt van s'entendre. In deze zin is het de tegenwoordige tijd, derde persoon meervoud: ils s'entendent. De wederkerende vorm s'entendre betekent hier “met elkaar kunnen opschieten” of “goed met elkaar overweg kunnen”. Het gewone werkwoord entendre kan onder andere “horen” betekenen; de vorm met se heeft in deze context de betekenis van een verhouding tussen meerdere betrokkenen. Het voornaamwoord se is vóór een klinker verkort tot s'. Voorbeeld: Ils s'entendent bien. — “Ze kunnen goed met elkaar opschieten.” Het bijwoord bien maakt de beoordeling expliciet; in de vaste zin wordt alleen gevraagd hoe de verhouding is. ils is een persoonlijk voornaamwoord in het meervoud. Het kan grammaticaal naar een mannelijke meervoudige groep of naar een gemengde groep verwijzen. De vaste vertaling ondersteunt hier “ze”, maar identificeert niet zelfstandig welke personen of dieren ermee bedoeld zijn. In s'entendent-ils staat ils na het werkwoord door de Franse vraaginversie; het blijft het onderwerp van s'entendent. De zin wordt opgebouwd als vraagwoord + werkwoord + onderwerp: Comment s'entendent-ils ? Letterlijk vraagt hij hoe ils met elkaar overweg kunnen; natuurlijk Nederlands is: “Hoe kunnen ze met elkaar opschieten?” De vraag gaat om de kwaliteit of manier van hun onderlinge verhouding.

  6. Ils jouent ensemble tous les jours.

    Ze spelen elke dag samen.

    Ils
    zij
    jouent
    spelen
    ensemble
    samen
    tous les jours
    elke dag
    Uitgebreide uitleg

    Ils betekent hier “ze” en is een persoonlijk voornaamwoord in het meervoud. De vorm ils verwijst naar een mannelijke groep of naar een gemengde groep; de zin zelf geeft niet nader aan wie dat zijn. Een vrouwelijke meervoudsgroep krijgt in het Frans elles. jouent komt van jouer (“spelen”). Dit is de tegenwoordige tijd, derde persoon meervoud: ils jouent. Bij andere personen verandert de vorm, bijvoorbeeld je joue (“ik speel”) en ils jouent (“zij spelen”). De uitgang wordt geschreven, maar de slotmedeklinker wordt in deze vorm niet uitgesproken. Voorbeeld: Ils jouent au football. — “Ze voetballen.” ensemble is een bijwoord en betekent “samen”. Het zegt hier dat de personen uit ils gezamenlijk spelen. Het staat vaak na het werkwoord: Nous travaillons ensemble. — “We werken samen.” tous les jours is een vaste tijdsbepaling met de betekenis “elke dag” of “iedere dag”. tous staat hier bij het meervoudige les jours; samen drukt de uitdrukking herhaling op iedere afzonderlijke dag uit. Vergelijk tous les matins — “elke ochtend”. Samen vormen de delen: Ils jouent (“Ze spelen”) + ensemble (“samen”) + tous les jours (“elke dag”). De volledige betekenis is dus: “Ze spelen elke dag samen.”

Grammatica

Il y a + zelfstandig naamwoord

Il y a un petit chien.

iel jaa u(n) puh-tie sjè(n).

Er is een kleine hond.

Il y a betekent ‘er is’ of ‘er zijn’ en blijft hetzelfde bij enkelvoud en meervoud.

s'entendre + onderwerp

Ils s'entendent et jouent ensemble tous les jours.

iel san-tand ee zjoe an-sanbl toe le zjoer.

Ze kunnen goed met elkaar opschieten en spelen elke dag samen.

S'entendre is een wederkerend werkwoord: bij ils staat het voornaamwoord s' voor het werkwoord.

Frans woordenschat

animal de compagnie uitdrukking
anie-mal de kom-pa-njie huisdier

un animal de compagnie

aussi bijwoord
oo-sie ook

Il y a aussi un animal de compagnie à la maison ?

avec voorzetsel
a-vek met

Tu vis avec ta famille ?

avoir werkwoord
a-vwaar hebben avons

Nous avons un petit chien.

chien zelfstandig naamwoord
sjè(n) hond

un petit chien

enfant zelfstandig naamwoord
an-fan kind

mon enfant

famille zelfstandig naamwoord
fa-miej familie

ta famille

habiter werkwoord
a-bie-tee wonen habite

J'habite avec mon enfant.

il y a uitdrukking
iel jaa er is, er zijn

Il y a aussi un animal de compagnie à la maison ?

maison zelfstandig naamwoord
mè-zon huis

à la maison

petit bijvoeglijk naamwoord
puh-tie klein

un petit chien

vivre werkwoord
vie-vr wonen, leven vis

Tu vis avec ta famille ?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Woon je met je familie?

Antwoord tonenTu vis avec ta famille ?

Ik woon met mijn kind.

Antwoord tonenJ'habite avec mon enfant.

We hebben een kleine hond.

Antwoord tonenNous avons un petit chien.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

met

Antwoord tonenavec

ook

Antwoord tonenaussi

kind

Antwoord tonenenfant

wonen

Antwoord tonenhabite