Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Ontbijt voor morgen kopen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Qu'est-ce qu'on doit acheter aujourd'hui ?
kes-kon dwa a-sjee o-zjoer-dwie Wat moeten we vandaag kopen?Nous avons besoin de choses pour le petit-déjeuner de demain.
noe-za-von buh-zwèn duh sjoz poer luh puh-tie dee-zjuh-né duh duh-mèn We hebben dingen nodig voor het ontbijt van morgen.Alors, nous avons besoin de pain et de beurre.
a-lor, noe-za-von buh-zwèn duh pèn é duh beur Dan hebben we brood en boter nodig.Est-ce qu'on a aussi besoin de yaourt ?
ès-kon a oo-sie buh-zwèn duh ja-oer Hebben we ook yoghurt nodig?Je veux le manger avec de la confiture de fraises.
zjuh vuh luh man-zjee a-vek duh la kon-fi-tuur duh frez Ik wil het met aardbeienjam eten.Alors, on prend du yaourt et de la confiture.
a-lor, on pran duh ja-oer é duh la kon-fi-tuur Dan halen we yoghurt en jam.Uitleg van de zinnen
Qu'est-ce qu'on doit acheter aujourd'hui ?
Wat moeten we vandaag kopen?
- Qu'est-ce qu'on doit acheter
- Wat moeten we kopen?
- aujourd'hui
- vandaag
Uitgebreide uitleg
De zin betekent: "Wat moeten we vandaag kopen?" «Qu'est-ce que» betekent "wat", «on doit acheter» betekent "we moeten kopen", en «aujourd'hui» betekent "vandaag".
Nous avons besoin de choses pour le petit-déjeuner de demain.
We hebben dingen nodig voor het ontbijt van morgen.
- avons besoin de
- nodig hebben
- choses
- dingen
- pour
- voor
- petit-déjeuner
- ontbijt
- de demain
- van morgen
Uitgebreide uitleg
avons besoin de betekent hier ‘nodig hebben’. Het is een vaste constructie: avoir besoin de + zelfstandig naamwoord of handeling. avons is de tegenwoordige tijd van avoir bij nous; de volledige vorm is dus nous avons besoin de. Bijvoorbeeld: J’ai besoin de temps. — ‘Ik heb tijd nodig.’ choses betekent hier ‘dingen’. Het is het meervoud van chose (‘ding’). Het meervoud wordt gevormd met -s; die -s is in deze vorm normaal niet hoorbaar. Bijvoorbeeld: Nous achetons des choses utiles. — ‘We kopen nuttige dingen.’ pour betekent ‘voor’ en leidt hier het doel of de bestemming van wat nodig is in. Na pour kan bijvoorbeeld een zelfstandig naamwoord staan: un cadeau pour Marie — ‘een cadeau voor Marie’. petit-déjeuner betekent ‘ontbijt’. Dit is een samengesteld zelfstandig naamwoord; het verwijst naar de maaltijd, niet naar een klein ontbijt. Met een lidwoord krijgt het bijvoorbeeld de vorm le petit-déjeuner: ‘het ontbijt’. de demain betekent hier ‘van morgen’. demain betekent ‘morgen’; de verbindt die tijdsaanduiding met het ontbijt. Samen specificeert de woordgroep over welk ontbijt het gaat: het ontbijt dat morgen plaatsvindt. De delen worden samengevoegd als Nous avons besoin de + choses + pour + le petit-déjeuner de demain: ‘Wij hebben dingen nodig voor het ontbijt van morgen.’ De Franse zin zegt dus dat de spreker en minstens één andere persoon bepaalde dingen nodig hebben met het oog op dat ontbijt.
Alors, nous avons besoin de pain et de beurre.
Dan hebben we brood en boter nodig.
- Alors
- dan / dus
- nous avons besoin de
- we hebben nodig
- pain
- brood
- beurre
- boter
Uitgebreide uitleg
Alors staat hier vooraan als verbindend woord: “dan” of “dus”. Het sluit aan bij wat al besproken is en leidt deze conclusie of toevoeging in. Het kan ook “toen” betekenen in een tijdsverband, maar dat is hier niet de bedoelde betekenis. nous avons besoin de is de vaste Franse constructie avoir besoin de = “nodig hebben”. avons is de tegenwoordige tijd van avoir bij nous (eerste persoon meervoud): j’ai besoin de = “ik heb nodig”, nous avons besoin de = “wij hebben nodig”. Het woord de hoort bij de constructie en staat vóór datgene wat nodig is. Voorbeeld: J’ai besoin de repos. — “Ik heb rust nodig.” pain betekent hier “brood”. Het is een zelfstandig naamwoord; de vorm verandert in deze zin niet door de meervoudige vorm nous, omdat het brood het benodigde product is, niet het onderwerp van avons. Voorbeeld: Nous achetons du pain. — “We kopen brood.” beurre betekent hier “boter”. Ook dit is een zelfstandig naamwoord. In de vaste constructie staat er opnieuw de voor: avoir besoin de beurre. Voorbeeld: Il achète du beurre. — “Hij koopt boter.” De structuur is avoir besoin de + wat nodig is. Na de volgen hier twee productnamen: de pain en de beurre; de tweede de wordt herhaald vóór beurre. Samen betekent nous avons besoin de pain et de beurre: “we hebben brood en boter nodig”. Met Alors ervoor wordt de volledige uiting: “Dan hebben we brood en boter nodig.”
Est-ce qu'on a aussi besoin de yaourt ?
Hebben we ook yoghurt nodig?
- Est-ce qu'on
- is het zo dat we …?
- aussi
- ook
- a … besoin de
- nodig hebben
- yaourt
- yoghurt
Uitgebreide uitleg
Est-ce qu'on opent een ja-neevraag: letterlijk is het een vaste vraagconstructie, vergelijkbaar met “is het zo dat …?”. on is hier volgens de vaste vertaling het onderwerp “we”. In andere contexten kan on ook een onbepaalde persoon of mensen in het algemeen aanduiden; die lezing past hier niet bij de gegeven vertaling. De spelling qu'on gebruikt elisie: que wordt vóór de klinker van on tot qu'. aussi betekent hier “ook”. Het voegt yoghurt toe aan iets wat al nodig is; de eerdere zin noemt brood en boter. De plaats van aussi tussen het onderwerp en de rest van de vraag is een gewone manier om dat aanvullende element te markeren. a besoin de hoort bij de herbruikbare constructie avoir besoin de — “nodig hebben”. a is de vorm van avoir bij il, elle of on; in deze zin staat die bij on. De uitdrukking gebruikt dus niet alleen het zelfstandige werkwoord avoir: avoir besoin de + zelfstandig naamwoord betekent dat iets nodig is. Vergelijk: J'ai besoin de repos. — “Ik heb rust nodig.” In de eerdere context staat nous avons besoin de, met de meervoudsvorm avons bij nous. yaourt is het zelfstandig naamwoord voor “yoghurt”. Na besoin de staat het hier als het ding dat nodig is. In de volledige zin verschijnt het zonder lidwoord na de: avoir besoin de yaourt betekent “yoghurt nodig hebben” zonder een exact aantal te noemen. Een mogelijke volledige voorbeeldzin is J'achète du yaourt. — “Ik koop yoghurt”; daar gebruikt de Franse zin een ander lidwoord omdat het om kopen gaat, niet om de constructie avoir besoin de. Samen vormen de delen Est-ce qu'on a aussi besoin de yaourt ?: “Hebben we ook yoghurt nodig?” De vraagconstructie maakt er een ja-neevraag van, on is hier “we”, a besoin de geeft de behoefte aan en aussi voegt yoghurt toe aan de eerder genoemde benodigdheden.
Je veux le manger avec de la confiture de fraises.
Ik wil het met aardbeienjam eten.
- Je veux
- ik wil
- le
- het
- manger
- eten
- avec
- met
- confiture
- jam
- fraises
- aardbeien
Uitgebreide uitleg
Je veux betekent hier “ik wil”. veux is de vorm van vouloir voor je in de tegenwoordige tijd: je veux, tu veux, il/elle veut. Na vouloir volgt vaak een infinitief: Je veux manger. = “Ik wil eten.” le betekent hier “het” en is een enkelvoudig mannelijk lijdend voornaamwoord. Het verwijst in deze zin naar iets dat gegeten wordt; de vertaling bevestigt alleen die rol, niet een specifieker zelfstandig naamwoord. In het Frans staat zo’n voornaamwoord vóór het werkwoord: Je veux le manger. manger betekent “eten”. Dit is de infinitief, de vorm die na veux wordt gebruikt. Voorbeelden: Je mange. = “Ik eet.”; Je veux manger. = “Ik wil eten.” In Je veux le manger staat le vóór de infinitief manger. avec betekent “met” en leidt hier de toevoeging in die beschrijft waarmee het eten wordt gegeten. Voorbeeld: Je mange avec du pain. = “Ik eet met brood.” confiture betekent “jam”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier de la: de la confiture. De la duidt hier een niet-afgebakende hoeveelheid van een vrouwelijke stof of substantie aan, niet noodzakelijk één pot of één portie. Voorbeeld: Je veux de la confiture. = “Ik wil jam.” fraises betekent “aardbeien”. Dit is het meervoud van fraise (“aardbei”). In confiture de fraises geeft de fraises aan waarvan de jam gemaakt is: “aardbeienjam”. Voorbeeld: J’aime les fraises. = “Ik houd van aardbeien.” Samen vormen de delen Je veux + le manger + avec de la confiture de fraises: “Ik wil het met aardbeienjam eten.” De infinitief manger hangt af van veux, le is het lijdend voorwerp van manger, en avec de la confiture de fraises voegt toe waarmee het wordt gegeten.
Alors, on prend du yaourt et de la confiture.
Dan halen we yoghurt en jam.
- Alors
- dan
- on
- we
- prend
- halen
- yaourt
- yoghurt
- confiture
- jam
Uitgebreide uitleg
Alors betekent hier “dan” en markeert een overgang naar wat er vervolgens gebeurt. Het kan in andere contexten ook “dus” of “nou” betekenen; hier past de opeenvolgende betekenis bij de vertaling. on betekent hier “we”: de spreker rekent zichzelf bij de groep. In het Frans krijgt on grammaticaal een werkwoordsvorm van de derde persoon enkelvoud, ook wanneer het naar meerdere mensen verwijst. Voorbeeld: On arrive. — “We komen eraan.” prend hoort bij het werkwoord prendre, hier in de tegenwoordige tijd. De vorm betekent in deze zin “halen” of “nemen”, zoals de vaste vertaling aangeeft. De vormen zijn onder andere je prends, tu prends en il/on prend; bij on staat dus prend, niet de meervoudsvorm prenons. Voorbeeld: On prend le bus. — “We nemen de bus.” yaourt betekent “yoghurt”. Het zelfstandig naamwoord is hier niet voorzien van een meervoudsuitgang; du yaourt verwijst naar yoghurt als niet-afgebakende hoeveelheid. du is in deze combinatie de partitivische vorm vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Je prends du yaourt. — “Ik neem yoghurt.” confiture betekent “jam”. In de la confiture wordt een niet-afgebakende hoeveelheid jam aangeduid; de la is hier de partitivische vorm vóór dit vrouwelijke zelfstandig naamwoord. De vorige zin noemt de la confiture de fraises, dus “aardbeienjam”, maar in de huidige zin staat alleen confiture en wordt de smaak niet opnieuw genoemd. Voorbeeld: Elle achète de la confiture. — “Zij koopt jam.” et verbindt de twee genoemde dingen: du yaourt et de la confiture betekent “yoghurt en jam”. De verschillende vormen du en de la volgen de grammaticale vorm van het daaropvolgende zelfstandig naamwoord en drukken hier allebei een niet-afgebakende hoeveelheid uit. Samen betekent Alors, on prend du yaourt et de la confiture.: “Dan halen we yoghurt en jam.” Alors geeft de overgang aan, on prend vormt “we halen”, en daarna worden de twee dingen met et verbonden. De zin gebruikt een gewone, informele formulering; on is daarbij een gebruikelijke manier om “we” te zeggen.
Grammatica
avoir besoin de + nom
Nous avons besoin de pain.
noe-za-von duh pènWe hebben brood nodig.
Na avoir besoin staat altijd de vóór een zelfstandig naamwoord.
vouloir + infinitif
On veut manger.
on vuh man-zjeeWe willen eten.
Na vouloir volgt een werkwoord in de infinitief, zoals manger.
Frans woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wat moeten we vandaag kopen?
Antwoord tonen
Qu'est-ce qu'on doit acheter aujourd'hui ?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
morgen
Antwoord tonen
demainbrood
Antwoord tonen
painkopen
Antwoord tonen
acheterdan