Brood en sinaasappelsap zoeken | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a grocery shop, two adults choose bread for breakfast and look for orange juice..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Brood en sinaasappelsap zoeken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Hoeveel tranches de pain devons-nous acheter ?

kõ-bjẽ trãsj duh pẽ duh-võ noe asj-tee? Hoeveel sneetjes brood moeten we kopen?
B

Quatre tranches en tout.

katr trãsj ã toe. Vier sneetjes in totaal.
B

Deux pour moi et deux pour toi.

deu poer mwa ee deu poer twa. Twee voor mij en twee voor jou.
A

Cela devrait suffire. Nous avons encore besoin de jus d'orange.

suh-la duh-vrè suu-fie. Noe za-võ ã-kor buh-zwẽ duh zju do-rãzj. Dat zou genoeg moeten zijn. We hebben nog sinaasappelsap nodig.
B

Tu peux trouver le jus d'orange ?

Tuu peu troe-vee luh zju do-rãzj? Kun je het sinaasappelsap vinden?
A

Pas encore. Regardons l'étagère suivante.

Paa zã-kor. Ruh-gar-dõ lee-ta-zjèr swi-vãt. Nog niet. Laten we het volgende schap bekijken.
B

Demandons à quelqu'un qui travaille ici.

Duh-mã-dõ a kel-keũ kie tra-va-jee ie-see. Laten we iemand vragen die hier werkt.

Uitleg van de zinnen

  1. Hoeveel tranches de pain devons-nous acheter ?

    Hoeveel sneetjes brood moeten we kopen?

    Hoeveel
    hoeveel
    tranches de pain
    sneetjes brood
    devons-nous
    moeten we
    acheter
    kopen
    Uitgebreide uitleg

    Hoeveel is hier het Nederlandse vraagwoord voor een onbepaald aantal: “hoeveel?”. Het staat vóór het telbare naamwoord of de naamwoordgroep waarnaar je vraagt. Voorbeeld: Hoeveel appels koop je? — “Hoeveel appels koop je?” tranches de pain is een Franse naamwoordgroep: tranche betekent “plakje” of “sneetje”, en tranches is het meervoud; de pain betekent “brood”. In de gegeven tekst is dit dus een Franse woordgroep, terwijl Hoeveel Nederlands is. De vorm tranches is niet de Nederlandse meervoudsvorm van een Nederlands woord, maar het Franse meervoud van tranche. devons-nous is Franse inversie in een vraag: devons is de vorm van devoir voor “wij” in de tegenwoordige tijd, en nous is “wij”. Samen betekent dit hier “moeten we”. De volgorde verschilt van een gewone mededelende zin: Nous devons acheter... — “We moeten ... kopen”; in de vraag staat Devons-nous acheter...? — “Moeten we ... kopen?” acheter is de Franse infinitief “kopen”. Na devoir blijft het volgende werkwoord in de infinitief: Nous devons acheter — “We moeten kopen”. De infinitief heeft hier geen aparte persoonsuitgang. De volledige zin combineert dus het Nederlandse Hoeveel met de Franse woordgroepen tranches de pain en devons-nous acheter. Op basis van de vaste vertaling betekent hij: “Hoeveel sneetjes brood moeten we kopen?” De vervolgzinsnede Quatre tranches en tout (“Vier sneetjes in totaal”) bevestigt dat er naar het aantal sneetjes wordt gevraagd.

  2. Quatre tranches en tout.

    Vier sneetjes in totaal.

    Quatre
    vier
    tranches
    sneetjes
    en tout
    in totaal
    Uitgebreide uitleg

    Quatre betekent hier het aantal vier. Het is een hoofdtelwoord en verandert niet voor grammaticaal geslacht: quatre tranches en bijvoorbeeld quatre pommes. Het zelfstandig naamwoord erna staat daarom in het meervoud. Tranches betekent hier sneetjes. De enkelvoudsvorm is tranche; de uitgang -s markeert hier het meervoud, terwijl de uitspraak niet verandert. In de gegeven context gaat het om sneetjes brood: une tranche de pain = één sneetje brood. Let op dat tranche een vrouwelijk zelfstandig naamwoord is, maar dat het telwoord quatre daar niet door verandert. En tout is een vaste uitdrukking met de betekenis ‘in totaal’. Ze vat het genoemde aantal samen. Vergelijk: Trois en tout. = ‘Drie in totaal.’ Samen vormt de zin: Quatre tranches en tout. = ‘Vier sneetjes in totaal.’ De zin noemt dus het totale aantal sneetjes; en tout staat na het zelfstandig naamwoord en verduidelijkt dat quatre het eindtotaal aanduidt.

  3. Deux pour moi et deux pour toi.

    Twee voor mij en twee voor jou.

    Deux
    twee
    pour moi
    voor mij
    et
    en
    deux
    twee
    pour toi
    voor jou
    Uitgebreide uitleg

    Deux betekent hier het aantal twee. Het is een hoofdtelwoord en verandert niet naar geslacht of getal. Bijvoorbeeld: Deux cafés, s’il vous plaît. = Twee koffie, alstublieft. pour moi betekent voor mij. pour geeft hier aan voor wie iets bestemd is; moi is de beklemtoonde vorm van het persoonlijke voornaamwoord na een voorzetsel. Vergelijk: pour toi = voor jou. Voorbeelden: C’est pour moi. = Dat is voor mij. Un cadeau pour moi. = Een cadeau voor mij. et betekent en en verbindt hier twee gelijksoortige delen. Het verbindt de eerste toewijzing met de tweede. Het tweede deux betekent opnieuw het aantal twee. Door de herhaling ontstaat samen met de context het patroon deux ... et deux ...: twee voor de ene persoon en twee voor de andere persoon. pour toi betekent voor jou. toi is, net als moi, de beklemtoonde vorm die na een voorzetsel wordt gebruikt. toi verwijst hier naar de aangesproken persoon, zoals de vaste vertaling bevestigt. Voorbeeld: Ce livre est pour toi. = Dit boek is voor jou. Samenstelling: Deux pour moi geeft aan dat twee stuks voor de spreker bestemd zijn. et deux pour toi voegt daaraan toe dat twee stuks voor de aangesproken persoon bestemd zijn. De volledige betekenis is dus: Twee voor mij en twee voor jou.

  4. Cela devrait suffire. Nous avons encore besoin de jus d'orange.

    Dat zou genoeg moeten zijn. We hebben nog sinaasappelsap nodig.

    Cela
    dat
    devrait
    zou moeten
    suffire
    voldoende zijn
    Nous avons
    wij hebben
    encore
    nog
    besoin de
    nodig hebben
    jus d'orange
    sinaasappelsap
    Uitgebreide uitleg

    Cela betekent hier “dat” en is een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord. Het verwijst naar iets dat als geheel bedoeld wordt; de concrete referent wordt in deze zin niet benoemd. Cela heeft hier geen afzonderlijke mannelijke of vrouwelijke vorm en verandert ook niet naar het meervoud. Een nuttig contrast is ce vóór een zelfstandig naamwoord, terwijl cela zelfstandig als voornaamwoord kan staan. Voorbeeld: Cela est important. — “Dat is belangrijk.” devrait is de vorm van devoir voor de derde persoon enkelvoud in de conditionnel présent. Hier drukt devoir geen verplichting uit, maar een verwachting: “zou moeten”. Vergelijk doit (“moet” of, afhankelijk van de context, “zal vermoedelijk”) met devrait (“zou moeten”). Voorbeeld: Cela devrait marcher. — “Dat zou moeten werken.” Suffire is de infinitief en betekent “voldoende zijn” of “genoeg zijn”. Na devrait staat de infinitief: devrait suffire betekent “zou genoeg moeten zijn”. De infinitief draagt hier niet de persoonsvorming van het onderwerp. Voorbeeld: Un verre devrait suffire. — “Eén glas zou genoeg moeten zijn.” Nous avons bestaat uit het onderwerp nous (“wij”) en de tegenwoordige tijd van avoir (“hebben”): j’ai, tu as, il/elle a, nous avons. In deze zin is nous de groep die iets nodig heeft. Voorbeeld: Nous avons du pain. — “Wij hebben brood.” Encore betekent hier “nog”: de behoefte bestaat nog op het bedoelde moment. Voorbeeld: Nous avons encore du temps. — “We hebben nog tijd.” Besoin de hoort bij de constructie avoir besoin de, die “nodig hebben” betekent. Na de volgt wat nodig is. Voor een klinker wordt de vaak verkort tot d', zoals in d'orange. Voorbeeld: J’ai besoin d’eau. — “Ik heb water nodig.” Jus d'orange betekent “sinaasappelsap”. Jus betekent “sap”; d'orange geeft aan van welke vrucht het sap is. De apostrof in d' markeert de verkorte vorm van de vóór de klinker aan het begin van orange. Voorbeeld: Elle boit du jus d'orange. — “Zij drinkt sinaasappelsap.” Samen vormen Cela devrait suffire de betekenis “Dat zou genoeg moeten zijn”: cela is het onderwerp en devrait suffire drukt een verwachting uit. Daarna betekent Nous avons encore besoin de jus d'orange: “We hebben nog sinaasappelsap nodig.” De volledige boodschap is dus: “Dat zou genoeg moeten zijn. We hebben nog sinaasappelsap nodig.”

  5. Tu peux trouver le jus d'orange ?

    Kun je het sinaasappelsap vinden?

    Tu peux
    je kunt
    trouver
    vinden
    jus
    sap
    orange
    sinaasappel
    Uitgebreide uitleg

    Tu peux betekent hier dat de aangesproken persoon iets kan doen. peux is de tegenwoordige tijd van pouvoir bij tu; de vormen zijn bijvoorbeeld je peux, tu peux, maar il/elle peut. Het werkwoord drukt hier mogelijkheid of beschikbaarheid uit, niet een bevel. Voorbeeld: Tu peux m'aider ? — “Kun je me helpen?” trouver is een infinitief en betekent “vinden”. Na pouvoir staat het volgende werkwoord in de infinitief: Tu peux trouver... — “Je kunt ... vinden”. De infinitief verandert niet mee met de persoon; de persoonsinformatie staat hier in peux. Voorbeeld: Je peux trouver la clé. — “Ik kan de sleutel vinden.” jus betekent hier “sap”. Het is een zelfstandig naamwoord; in le jus, dat in de volledige zin staat, verwijst le naar het bepaalde sap dat gezocht wordt. Voorbeeld: Le jus est froid. — “Het sap is koud.” orange betekent hier “sinaasappel” in de vaste combinatie jus d'orange, letterlijk “sap van sinaasappel” en natuurlijk vertaald als “sinaasappelsap”. orange is in deze combinatie een zelfstandig naamwoord na de; het is niet de vorm van het woord jus die wordt aangepast. Vergelijk als voorbeeld: du jus de pomme — “appelsap”. Samen vormen Tu peux trouver le jus d'orange ? een vraag met de structuur Tu peux + infinitief: “Kun je het sinaasappelsap vinden?” De vraag gebruikt dezelfde woordvolgorde als een mededeling, met vraagintonatie en een vraagteken. Het bepaalde lidwoord le maakt duidelijk dat het om het bedoelde sinaasappelsap gaat; d'orange specificeert welk soort sap.

  6. Pas encore. Regardons l'étagère suivante.

    Nog niet. Laten we het volgende schap bekijken.

    Pas encore
    nog niet
    Regardons
    bekijken
    l'étagère
    het schap
    suivante
    volgende
    Uitgebreide uitleg

    Pas encore betekent hier “nog niet”. pas draagt de ontkenning en encore betekent in deze combinatie “nog” of “tot nu toe”. Samen vormt dit een korte vaste uitdrukking: pas encore = “nog niet”. Voorbeeld: Pas encore prêt. = “Nog niet klaar.” Regardons komt van regarder (“bekijken”, “kijken”). De vorm regardons is hier de gebiedende wijs voor de eerste persoon meervoud en betekent “laten we bekijken/kijken”. Dezelfde vorm kan in een andere context ook de tegenwoordige tijd zijn, maar hier drukt zij een voorstel uit. Voorbeeld: Regardons la carte. = “Laten we de kaart bekijken.” l'étagère betekent “het schap”. Het zelfstandig naamwoord is étagère, vrouwelijk enkelvoud. l' is de weggelaten vorm van het bepaalde lidwoord vóór een klinker; het woord blijft dus vrouwelijk, ook al zie je niet la. Voorbeeld: L'étagère est pleine. = “Het schap is vol.” suivante betekent hier “volgende” en beschrijft étagère. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord suivant: suivant bij een mannelijk enkelvoudig woord, suivante bij een vrouwelijk enkelvoudig woord. De vorm past zich dus aan het beschreven zelfstandig naamwoord aan. Voorbeeld: la page suivante = “de volgende pagina”. Samen vormen de twee delen Pas encore. en Regardons l'étagère suivante. de betekenis: “Nog niet. Laten we het volgende schap bekijken.” Regardons geeft het voorstel, l'étagère is wat men bekijkt, en suivante geeft aan dat dit schap het volgende in de bedoelde volgorde is.

  7. Demandons à quelqu'un qui travaille ici.

    Laten we iemand vragen die hier werkt.

    Demandons
    laten we vragen
    à quelqu'un
    aan iemand
    qui travaille ici
    die hier werkt
    Uitgebreide uitleg

    Demandons is de eerste persoon meervoud van de gebiedende wijs van demander (vragen): letterlijk een aansporing als “laten we vragen”. Het onderwerp “wij” zit in de werkwoordsvorm; het wordt hier niet als afzonderlijk voornaamwoord uitgesproken. Vergelijk als bruikbaar patroon: Demandons ... = “Laten we ... vragen.” à quelqu'un betekent hier “aan iemand”. quelqu'un is een onbepaald voornaamwoord voor één niet nader genoemde persoon; de zin zegt niet wie die persoon is. Het voorzetsel à markeert bij demander de persoon aan wie je iets vraagt. Voorbeeld: Je demande à quelqu'un. — “Ik vraag het aan iemand.” qui travaille ici betekent “die hier werkt”. qui verwijst in deze bijzin naar de eerder genoemde, onbepaalde persoon en is daar het onderwerp. travaille is de derde persoon enkelvoud van travailler in de tegenwoordige tijd: “werkt”. ici betekent “hier”. Voorbeeld: Je connais quelqu'un qui travaille ici. — “Ik ken iemand die hier werkt.” Samen vormen de delen: Demandons + à quelqu'un + qui travaille ici: “Laten we iemand vragen die hier werkt.” De relatieve bijzin qui travaille ici specificeert welke persoon bedoeld wordt, zonder diens identiteit te noemen.

Grammatica

pour + moi / toi

Cela suffit pour moi.

Suh-la suu-fie poer mwa.

Dat is voldoende voor mij.

Na pour gebruik je de beklemtoonde voornaamwoorden moi en toi, niet je of tu.

Regardons…

Regardons.

Ruh-gar-dõ.

Laten we kijken.

Regardons is de nous-vorm van de gebiedende wijs: je stelt een gezamenlijke actie voor.

Frans woordenschat

acheter werkwoord
asj-tee kopen
cela voornaamwoord
suh-la dat
combien bijwoord
kõ-bjẽ hoeveel
deux telwoord
deu twee
en tout uitdrukking
ã toe in totaal
moi voornaamwoord
mwa mij
pain zelfstandig naamwoord
pẽ brood
pour voorzetsel
poer voor
quatre telwoord
katr vier
suffire werkwoord
suu-fie voldoende zijn
toi voornaamwoord
twa jou
tranche zelfstandig naamwoord
trãsj plakje; snee tranches

tranches de pain

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Vier sneetjes in totaal.

Antwoord tonenQuatre tranches en tout.

Nog niet. Laten we het volgende schap bekijken.

Antwoord tonenPas encore. Regardons l'étagère suivante.

Laten we iemand vragen die hier werkt.

Antwoord tonenDemandons à quelqu'un qui travaille ici.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

voor

Antwoord tonenpour

vier

Antwoord tonenquatre

plakje; snee

Antwoord tonentranches

brood

Antwoord tonenpain