Brood en sinaasappelsap zoeken | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a grocery shop, two adults choose bread for breakfast and look for orange juice..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Brood en sinaasappelsap zoeken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Hoeveel tranches de pain devons-nous acheter ?

kõ-bjẽ trãsj duh pẽ duh-võ noe asj-tee? Hoeveel sneetjes brood moeten we kopen?
B

Quatre tranches en tout.

katr trãsj ã toe. Vier sneetjes in totaal.
B

Deux pour moi et deux pour toi.

deu poer mwa ee deu poer twa. Twee voor mij en twee voor jou.
A

Cela devrait suffire. Nous avons encore besoin de jus d'orange.

suh-la duh-vrè suu-fie. Noe za-võ ã-kor buh-zwẽ duh zju do-rãzj. Dat zou genoeg moeten zijn. We hebben nog sinaasappelsap nodig.
B

Tu peux trouver le jus d'orange ?

Tuu peu troe-vee luh zju do-rãzj? Kun je het sinaasappelsap vinden?
A

Pas encore. Regardons l'étagère suivante.

Paa zã-kor. Ruh-gar-dõ lee-ta-zjèr swi-vãt. Nog niet. Laten we het volgende schap bekijken.
B

Demandons à quelqu'un qui travaille ici.

Duh-mã-dõ a kel-keũ kie tra-va-jee ie-see. Laten we iemand vragen die hier werkt.

Woord voor woord

Hoeveel “Hoeveel” vraagt hier naar het aantal sneetjes brood dat men moet kopen. Het staat vooraan in de vraag “Hoeveel tranches de pain devons-nous acheter ?” en is een bruikbare vorm om naar een hoeveelheid te vragen.
tranches “Tranches” betekent hier sneetjes, namelijk sneetjes brood. In “tranches de pain” staat het na een hoeveelheid en vóór “de pain”; je gebruikt deze uitdrukking wanneer je naar gesneden porties brood verwijst.
de In “de pain” verbindt “de” het soort sneetjes met het zelfstandig naamwoord “pain”: sneetjes brood. Het patroon “tranches de + zelfstandig naamwoord” is bruikbaar om aan te geven waarvan iets een snee of plak is.
pain “Pain” betekent hier brood in de uitdrukking “tranches de pain”. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je in een winkel naar brood of sneetjes brood vraagt.
devons “Devons” drukt in “devons-nous acheter” uit dat wij iets moeten of horen te kopen. Het is de vorm van “devoir” bij “nous” en staat hier vóór “nous” omdat het een vraag is; dit patroon gebruik je om samen een aankoop te bespreken.
nous “Nous” verwijst hier naar de spreker en de andere persoon samen: wij. In “devons-nous acheter” is het de persoon die samen met iemand anders moet kopen; in een vraag kan het na de werkwoordsvorm staan.
acheter “Acheter” betekent kopen en staat in “devons-nous acheter” na de vorm van “devoir”. Na “devoir” gebruik je hier het hele werkwoord om te zeggen wat men moet doen; dat is bruikbaar bij plannen of boodschappen doen.
Quatre “Quatre” geeft hier het aantal vier aan in “Quatre tranches”. Het staat direct vóór “tranches” om de hoeveelheid sneetjes te noemen, bijvoorbeeld wanneer je antwoordt hoeveel je nodig hebt.
en In de vaste uitdrukking “en tout” draagt “en” bij aan de betekenis in totaal. Gebruik “en tout” om een totaal aantal of totaalbedrag samen te vatten.
tout In “en tout” verwijst “tout” naar het volledige totaal: in totaal. De betekenis ontstaat samen met “en”, dus “en tout” is de bruikbare uitdrukking wanneer je het totaal noemt.
Deux “Deux” geeft hier het aantal twee aan in “Deux pour moi et deux pour toi”. Het wordt tweemaal gebruikt om twee porties voor elke persoon te verdelen.
pour “Pour” betekent hier voor en wijst in “pour moi” en “pour toi” aan voor wie de sneetjes bestemd zijn. Het patroon “pour + persoon” is bruikbaar bij het verdelen of aanwijzen van iets.
moi “Moi” betekent hier mij in “pour moi”, dus de sneetjes zijn voor de spreker. Samen met “pour” gebruik je het om de ontvanger of bestemming van iets te noemen.
et “Et” verbindt hier twee gelijke delen: “Deux pour moi” en “deux pour toi”. Je gebruikt “et” om personen, hoeveelheden of handelingen met elkaar te verbinden.
toi “Toi” betekent hier jou in “pour toi”, dus de andere persoon krijgt twee sneetjes. Samen met “pour” is het een bruikbaar patroon om iets aan een gesprekspartner toe te wijzen.
Cela “Cela” verwijst hier naar de eerder genoemde hoeveelheid van vier sneetjes en betekent dat of datgene. In “Cela devrait suffire” is het onderwerp van de beoordeling; je kunt het gebruiken om naar een eerder genoemd plan of resultaat te verwijzen.
devrait “Devrait” geeft in “Cela devrait suffire” aan dat iets naar verwachting genoeg zal zijn. Het is een vorm van “devoir” bij “cela” en wordt hier gebruikt om een voorzichtige verwachting uit te drukken.
suffire “Suffire” betekent genoeg zijn in “Cela devrait suffire”. Na “devrait” staat het als heel werkwoord; je gebruikt het om te zeggen dat een hoeveelheid of oplossing voldoende is.
avons “Avons” betekent hier hebben in “Nous avons encore besoin de jus d'orange”. Het is de vorm van “avoir” bij “nous” en vormt samen met “besoin de” de uitdrukking nodig hebben.
encore “Encore” betekent hier nog in “avons encore besoin de jus d'orange”: de behoefte bestaat nog steeds of is nog niet vervuld. Je kunt “encore” vóór een behoefte of handeling gebruiken om aan te geven dat die voortduurt.
besoin “Besoin” betekent behoefte in de vaste uitdrukking “avoir besoin de”, hier “avons encore besoin de jus d'orange”. De volledige constructie betekent nodig hebben; na “besoin de” volgt wat men nodig heeft.
jus “Jus” betekent sap in “jus d'orange”. Het benoemt de drank die de personen nog nodig hebben; samen met “d'orange” vormt het een productnaam die je in een winkel kunt gebruiken.
d'orange “D'orange” geeft in “jus d'orange” aan dat het sap van sinaasappel is. Samen met “jus” vormt het de volledige uitdrukking voor sinaasappelsap; het patroon “jus de + smaak of vrucht” is bruikbaar om een soort sap te benoemen.
Tu “Tu” betekent hier jij of je in “Tu peux trouver le jus d'orange ?”. Het verwijst naar de gesprekspartner in een informele vraag of opdracht.
peux “Peux” betekent hier kunt in “Tu peux trouver le jus d'orange ?” en vraagt of de ander iets kan doen. Het is een vorm van “pouvoir” bij “tu”; na “peux” staat hier het hele werkwoord “trouver”.
trouver “Trouver” betekent vinden in “Tu peux trouver le jus d'orange ?”. Na “peux” volgt het als heel werkwoord; je gebruikt het bijvoorbeeld om te vragen of iemand een product of voorwerp kan vinden.
le “Le” betekent het of de in “le jus d'orange” en hoort bij het genoemde sap. Het patroon “le + zelfstandig naamwoord” verwijst hier naar een bepaald product waarnaar men zoekt.
Pas In “Pas encore” maakt “Pas” samen met “encore” de ontkenning nog niet. De volledige uitdrukking gebruik je wanneer iets op dit moment nog niet is gebeurd, bijvoorbeeld wanneer je nog niets hebt gevonden.
Regardons “Regardons” betekent laten we kijken of controleren in “Regardons l'étagère suivante”. Het is de vorm van “regarder” voor een gezamenlijk voorstel; je gebruikt het om iemand uit te nodigen samen iets te bekijken.
l'étagère “L'étagère” betekent de plank of het schap in “Regardons l'étagère suivante”. De apostrof hoort bij de vorm vóór de klinker van “étagère”; samen met “suivante” verwijst het naar het volgende schap in de winkel.
suivante “Suivante” betekent volgende in “l'étagère suivante” en specificeert welk schap men moet bekijken. Het staat na “l'étagère” en verwijst naar het schap dat daarna komt; dit patroon is bruikbaar om de volgende plaats of het volgende voorwerp aan te wijzen.
Demandons “Demandons” betekent laten we vragen in “Demandons à quelqu'un”. Het is de vorm van “demander” voor een gezamenlijk voorstel; je gebruikt het wanneer je samen iemand om informatie of hulp wilt vragen.
à In “Demandons à quelqu'un” geeft “à” aan aan wie de vraag wordt gesteld. De volledige constructie “demander à quelqu'un” is bruikbaar wanneer je een persoon om informatie of hulp vraagt.
quelqu'un “Quelqu'un” betekent iemand in “à quelqu'un qui travaille ici”. Het verwijst naar een niet nader genoemde persoon; samen met “qui travaille ici” wordt duidelijk om welk soort persoon het gaat.
qui “Qui” betekent hier die of diegene die en leidt de beschrijving “qui travaille ici” in. Het verbindt “quelqu'un” met de informatie dat deze persoon hier werkt; dit patroon gebruik je om een persoon nader te omschrijven.
travaille “Travaille” betekent werkt in “qui travaille ici”. Het is een vorm van “travailler” bij de persoon die door “qui” wordt aangeduid; de uitdrukking is bruikbaar om een medewerker of iemands werkplek te beschrijven.
ici “Ici” betekent hier in “qui travaille ici” en verwijst naar de winkel waar de gesprekspartners zijn. Je gebruikt het om de huidige plaats van een persoon of handeling aan te geven.

Grammatica

pour + moi / toi

Cela suffit pour moi.

Suh-la suu-fie poer mwa.

Dat is voldoende voor mij.

Na pour gebruik je de beklemtoonde voornaamwoorden moi en toi, niet je of tu.

Regardons…

Regardons.

Ruh-gar-dõ.

Laten we kijken.

Regardons is de nous-vorm van de gebiedende wijs: je stelt een gezamenlijke actie voor.

Frans woordenschat

acheter werkwoord
asj-tee kopen
cela voornaamwoord
suh-la dat
combien bijwoord
kõ-bjẽ hoeveel
deux telwoord
deu twee
en tout uitdrukking
ã toe in totaal
moi voornaamwoord
mwa mij
pain zelfstandig naamwoord
pẽ brood
pour voorzetsel
poer voor
quatre telwoord
katr vier
suffire werkwoord
suu-fie voldoende zijn
toi voornaamwoord
twa jou
tranche zelfstandig naamwoord
trãsj plakje; snee tranches

tranches de pain

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Vier sneetjes in totaal.

Antwoord tonenQuatre tranches en tout.

Nog niet. Laten we het volgende schap bekijken.

Antwoord tonenPas encore. Regardons l'étagère suivante.

Laten we iemand vragen die hier werkt.

Antwoord tonenDemandons à quelqu'un qui travaille ici.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

voor

Antwoord tonenpour

vier

Antwoord tonenquatre

plakje; snee

Antwoord tonentranches

brood

Antwoord tonenpain