Een kortere rij bij de kassa | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At a shop checkout area, two adults confirm they have everything and choose the shorter line..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een kortere rij bij de kassa oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Avons-nous besoin d'autre chose ?

a-võ noe buh-zwẽ dotr sjooz? Hebben we nog iets nodig?
B

Je pense que c'est tout.

zjeuh pãns kuh sè toe. Ik denk dat dat alles is.
A

Alors, allons à la caisse.

a-lor, a-lõ a la kès. Dan gaan we naar de kassa.
B

La file est longue.

la fiel è lõg. De rij is lang.
A

À la caisse là-bas, la file est plus courte.

a la kès laa-baa, la fiel è plu koert. Bij de kassa daar is de rij korter.
B

Faisons la queue là-bas.

fuh-zõ la keu laa-baa. Laten we daar in de rij gaan staan.

Uitleg van de zinnen

  1. Avons-nous besoin d'autre chose ?

    Hebben we nog iets nodig?

    Avons-nous
    hebben we
    besoin
    behoefte
    autre
    ander(e)
    chose
    ding; iets
    Uitgebreide uitleg

    Avons-nous betekent hier “hebben we”. Het komt van avoir (“hebben”): avons is de vorm voor nous (“wij”), en door inversie staat het onderwerp na het werkwoord. Vergelijk: Nous avons = “wij hebben”, Avons-nous ? = “hebben we?” besoin betekent hier “behoefte” en hoort in de vaste uitdrukking avoir besoin de (“nodig hebben”). Het zelfstandig naamwoord blijft in deze uitdrukking hetzelfde; de vorm van avoir geeft onder meer persoon en tijd aan. Voorbeeld: J’ai besoin d’aide. — “Ik heb hulp nodig.” autre betekent “ander(e)” en staat vóór chose. In d’autre is de vóór de klinker van autre geëlideerd tot d'; de apostrof geeft die schrijfvorm aan. In deze zin helpt d’autre chose om te vragen naar nog iets anders of extra’s. Voorbeeld: Je voudrais autre chose. — “Ik zou iets anders willen.” chose betekent “ding” of, in deze combinatie, “iets”. Het is een zelfstandig naamwoord en is vrouwelijk: une chose (“een ding”). In d’autre chose vormt het samen met autre een onbepaalde verwijzing naar iets anders, zonder dat de zin bepaalt wat dat precies is. Samen vormen Avons-nous besoin d’autre chose ? de vraag “Hebben we nog iets nodig?” De structuur is avoir besoin de + datgene wat nodig is; d’autre chose verwijst naar iets extra’s of anders.

  2. Je pense que c'est tout.

    Ik denk dat dat alles is.

    Je pense
    ik denk
    que
    dat
    c'est
    dat is
    tout
    alles
    Uitgebreide uitleg

    Je pense betekent hier “ik denk”. pense is de tegenwoordige tijd van penser bij je; de basisvorm is penser. Voorbeeld: Je pense à demain. — “Ik denk aan morgen.” que verbindt de hoofdzin met wat de spreker denkt. Hier leidt het de bijzin c'est tout in. Voorbeeld: Je pense que tu as raison. — “Ik denk dat je gelijk hebt.” c'est is de vaste samentrekking van ce + est: “dat is” of “het is”. est is de vorm van être bij de derde persoon enkelvoud. Ce is hier een aanwijzend voornaamwoord dat als onderwerp dient; in deze zin krijgt het in de vertaling de betekenis “dat”. Voorbeeld: C'est important. — “Dat is belangrijk.” tout betekent hier “alles”. In deze betekenis is het een zelfstandig gebruikt voornaamwoord dat naar het geheel verwijst, niet naar één bepaald voorwerp. Het verschilt van tous, dat onder andere als voornaamwoord naar meerdere personen of zaken kan verwijzen. Voorbeeld: Tout est prêt. — “Alles is klaar.” Samen vormt Je pense que c'est tout de structuur Je pense que + [uitspraak]: “Ik denk dat dat alles is.” De spreker zegt dat dit volgens zijn of haar beoordeling het volledige geheel is.

  3. Alors, allons à la caisse.

    Dan gaan we naar de kassa.

    Alors
    dan
    allons
    laten we gaan
    caisse
    kassa
    Uitgebreide uitleg

    Alors betekent hier “dan” en verbindt deze zin met wat eraan voorafgaat. Het kan ook “dus” of “nou” betekenen, maar in deze zin leidt het de volgende stap in. allons komt van het werkwoord aller (“gaan”). De vorm is zowel de eerste persoon meervoud van de tegenwoordige tijd als de bevelende vorm voor “laten we …”: allons = “laten we gaan”. In deze zin is het een aansporing waarin de spreker zichzelf en minstens één andere persoon insluit. Voorbeeld: Allons au parc. — “Laten we naar het park gaan.” caisse betekent hier “kassa”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is caisses. In andere contexten kan caisse bijvoorbeeld een krat of kist aanduiden, maar met à la en deze vertaling gaat het om de kassa. In à la caisse geeft à samen met la de bestemming aan: “naar de kassa”. La is hier het bepaald lidwoord bij het vrouwelijke enkelvoudige woord caisse; het drukt op zichzelf geen aantal uit. Samen betekent Alors, allons à la caisse.: “Dan gaan we naar de kassa.” De zin gebruikt dus Alors om de overgang aan te geven, allons om voor te stellen dat de groep gaat, en à la caisse om de bestemming te noemen.

  4. La file est longue.

    De rij is lang.

    file
    rij
    longue
    lang
    Uitgebreide uitleg

    file betekent hier “rij” of “wachtrij”: een reeks mensen die wachten. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk; daarom staat er la file. Het meervoud is les files. Voorbeeld: La file avance. — “De rij schuift op.” longue betekent hier “lang” en beschrijft de rij. De basisvorm van dit bijvoeglijk naamwoord is long; de vrouwelijke vorm is longue, omdat file vrouwelijk is. Voor een mannelijke enkelvoudige bepaling staat bijvoorbeeld un trajet long (“een lange reis”); bij een vrouwelijke meervoudige bepaling krijg je des files longues (“lange rijen”). De vergrotende trap is plus longue (“langer”), terwijl courte het gebruikelijke tegenovergestelde is (“kort”). In La file est longue bestaat de zin uit la file (“de rij”), est (“is”) en longue (“lang”). Het onderwerp is dus de rij, en longue geeft daarvan een eigenschap. Samen betekent de zin: “De rij is lang.”

  5. À la caisse là-bas, la file est plus courte.

    Bij de kassa daar is de rij korter.

    À la caisse
    bij de kassa
    là-bas
    daar
    la file
    de rij
    plus courte
    korter
    Uitgebreide uitleg

    À la caisse betekent hier “bij de kassa”. à drukt een plaats uit; vóór het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord caisse staat la, samen à la. Dezelfde constructie is bruikbaar in bijvoorbeeld: À la gare, il y a beaucoup de monde. — “Op het station zijn er veel mensen.” là-bas is een plaatsbijwoord met de betekenis “daar, ginds”. In deze zin specificeert het de kassa: het gaat om de kassa daar, niet om een kassa die hier is. Voor een nabijere plaats gebruikt het Frans vaak ici (“hier”): La caisse est ici. — “De kassa is hier.” la file betekent “de rij”. file is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, vandaar la. Het woord kan in deze betekenis een rij wachtende mensen aanduiden. Voorbeeld: La file est longue. — “De rij is lang.” plus courte betekent “korter”. courte is de vrouwelijke vorm van het bijvoeglijk naamwoord court (“kort”); de vorm past bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord file. De vergelijking wordt gevormd met plus + bijvoeglijk naamwoord: court → plus court, en bij een vrouwelijk woord courte → plus courte. Het tegenovergestelde is plus longue (“langer”). Voorbeeld: Cette file est plus courte. — “Deze rij is korter.” Samen vormen À la caisse là-bas en la file est plus courte de betekenis: “Bij de kassa daar is de rij korter.” est is hier de vorm van être (“zijn”) voor la file; de zin vergelijkt de lengte van deze rij met een andere, eerder bedoelde rij of een andere beschikbare optie. De zin zegt dus dat de rij bij die kassa minder lang is, zonder een specifieke lengte te noemen.

  6. Faisons la queue là-bas.

    Laten we daar in de rij gaan staan.

    Faisons la queue
    laten we in de rij gaan staan
    là-bas
    daar
    Uitgebreide uitleg

    Faisons la queue is een vaste Franse aansporing met de betekenis: laten we in de rij gaan staan. Faisons komt van faire (doen/maken) en is hier de nous-vorm van de gebiedende wijs: de spreker stelt voor dat de spreker en minstens één andere persoon samen iets doen. De vorm is gelijk aan de tegenwoordige tijd van faire bij nous, maar de aansporende context maakt de functie duidelijk. Vergelijk: Faisons une pause. — Laten we pauzeren. la queue betekent in deze vaste uitdrukking niet simpelweg alleen “de staart”, maar “de rij”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk, wat je ook ziet aan la. In een andere context kan queue wel letterlijk “staart” betekenen; hier bepaalt de uitdrukking faire la queue de bedoelde betekenis. Voorbeeld: Nous faisons la queue. — Wij staan in de rij. là-bas is een plaatsbijwoord met de betekenis “daar” of “daar ginds”. Het verwijst hier naar een plaats die niet direct bij de spreker is; de precieze plaats wordt door de zin zelf niet benoemd. là betekent “daar”, terwijl là-bas de plaats sterker als “daar ginds” kan aanduiden. Voorbeeld: Le café est là-bas. — Het café is daar. Samen vormen de delen, in dezelfde volgorde als in de Franse zin, de aansporing Faisons la queue là-bas.: laten we daar in de rij gaan staan. De plaatsbepaling là-bas specificeert waar de gezamenlijke handeling plaatsvindt.

Grammatica

Avons-nous besoin de… ?

Avons-nous besoin d'autre chose ?

a-võ noe buh-zwẽ dotr sjooz?

Hebben we nog iets anders nodig?

In een vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: avons-nous betekent ‘hebben wij’. besoin de betekent ‘nodig hebben’.

Frans woordenschat

allons werkwoord
a-lõ laten we gaan
alors bijwoord
a-lor dan; dus
avons-nous werkwoord
a-võ noe hebben wij Avons-nous
besoin zelfstandig naamwoord
buh-zwẽ behoefte; nodig hebben

avoir besoin de

d'autre chose uitdrukking
dotr sjooz iets anders
la caisse zelfstandig naamwoord
la kès de kassa
la file zelfstandig naamwoord
la fiel de rij
là-bas bijwoord
laa-baa daar; daar ginds
longue bijvoeglijk naamwoord
lõg lang
pense werkwoord
pãns denk
plus courte bijvoeglijk naamwoord
plu koert korter
tout voornaamwoord
toe alles

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Hebben we nog iets nodig?

Antwoord tonenAvons-nous besoin d'autre chose ?

Ik denk dat dat alles is.

Antwoord tonenJe pense que c'est tout.

Dan gaan we naar de kassa.

Antwoord tonenAlors, allons à la caisse.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

behoefte; nodig hebben

Antwoord tonenbesoin

denk

Antwoord tonenpense

laten we gaan

Antwoord tonenallons

alles

Antwoord tonentout