Boodschappen betalen met een tas | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At a shop checkout, a customer asks for a shopping bag, pays by card, and asks for the receipt in the bag..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Boodschappen betalen met een tas oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai oublié mon sac de courses.

zjee oebliejee mon sak duh koers. Ik ben mijn boodschappentas vergeten.
B

Vous pouvez acheter un sac ici.

voe poevee asjtee uhn sak iesie. U kunt hier een tas kopen.
A

Un sac de courses m'aiderait.

uhn sak duh koers mèdrè. Een boodschappentas zou helpen.
B

Vous payez par carte ou en espèces ?

voe peejee par kart oe an nespès? Betaalt u met de kaart of contant?
A

Je paie par carte.

zjuh pè par kart. Ik betaal met de kaart.
B

Vous avez besoin d'un ticket ?

voe zaavee buhzwèn duhn tikè? Hebt u een bonnetje nodig?
A

Mettez le ticket dans le sac, s'il vous plaît.

mèttè luh tikè dan luh sak, sil voe plè. Leg het bonnetje alstublieft in de tas.
B

Voici vos courses.

vwasie vo koers. Hier zijn uw boodschappen.
A

Je peux les porter maintenant.

zjuh peu lee portè mèntenan. Ik kan ze nu dragen.

Woord voor woord

J'ai « J'ai » betekent hier « ik heb » en vormt samen met « oublié » de uitdrukking voor iets dat vergeten is. Het is de vorm van « avoir » bij « je ». Gebruik « J'ai » als onderwerp aan het begin van een zin over jezelf.
oublié « oublié » betekent hier « vergeten » in « J'ai oublié mon sac de courses ». Deze vorm komt van « oublier » en drukt samen met « J'ai » een afgeronde handeling uit. Gebruik het patroon « J'ai oublié + object » wanneer je zegt dat je iets vergeten bent.
mon « mon » betekent hier « mijn » en verwijst naar de tas van de spreker in « mon sac de courses ». Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat bezit aanduidt. Gebruik « mon » vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord dat bij jezelf hoort.
sac « sac » betekent hier « tas », in « mon sac de courses » een tas voor boodschappen. In deze zin is het het voorwerp dat de spreker vergeten is. Gebruik « sac » voor een tas die je draagt of waarin je iets meeneemt.
de « de » verbindt « sac » met « courses » in « sac de courses » en geeft aan waarvoor de tas bedoeld is. Het betekent hier ongeveer « voor » of « van ». Gebruik het patroon « sac de + soort of doel » om een type tas te benoemen.
courses « courses » betekent hier « boodschappen » in « sac de courses ». Het woord staat in het meervoud omdat het om boodschappen als geheel gaat. Gebruik « courses » in de context van boodschappen doen of boodschappen meenemen.
Vous « Vous » betekent hier « u » in de aanspreekvorm van de winkelmedewerker; dezelfde vorm kan ook « jullie » betekenen. In « Vous pouvez acheter » is het het onderwerp van de zin. Gebruik « Vous » als onderwerp wanneer je één persoon beleefd of meerdere personen aanspreekt.
pouvez « pouvez » betekent hier « kunt » in « Vous pouvez acheter un sac ici ». Het is de vorm van « pouvoir » bij « vous » en wordt gevolgd door een infinitief. Gebruik het patroon « Vous pouvez + infinitief » om iemand beleefd een mogelijkheid te geven of toestemming te noemen.
acheter « acheter » betekent hier « kopen » in « pouvez acheter un sac ». Het is de infinitief die volgt op « pouvez ». Gebruik « acheter » na een vorm van « pouvoir » wanneer je zegt wat iemand kan kopen of doen.
un « un » betekent hier « een » in « un sac ». Het introduceert één niet nader bepaalde tas. Gebruik « un » vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je naar één exemplaar verwijst.
ici « ici » betekent hier « hier » en verwijst naar de winkel in « acheter un sac ici ». Het geeft de plaats van de mogelijkheid of handeling aan. Gebruik « ici » om de plek waar iets gebeurt direct aan te wijzen.
m'aiderait « m'aiderait » betekent hier « zou me helpen » in « Un sac de courses m'aiderait ». « m' » verwijst naar de spreker en hoort bij « aider », terwijl « aiderait » de voorwaardelijke betekenis « zou helpen » draagt. Gebruik het patroon « [iets] m'aiderait » om beleefd te zeggen dat iets voor jou nuttig zou zijn.
payez « payez » betekent hier « betaalt u » in « Vous payez par carte ou en espèces ? ». Het is de vorm van « payer » bij « vous » en vraagt naar de gekozen betaalwijze. Gebruik « Vous payez + betaalwijze » bij een vraag aan een klant over betalen.
par « par » betekent hier « met » in de vaste betaaluitdrukking « par carte ». Het geeft het middel aan waarmee iemand betaalt. Gebruik « par » vóór een betaalmiddel in uitdrukkingen zoals « par carte ».
carte « carte » betekent hier « kaart » in « par carte », dus betalen met een kaart. Het woord benoemt het betaalmiddel en staat na « par ». Gebruik « carte » in de vaste combinatie « par carte » wanneer je kaartbetaling bedoelt.
ou « ou » betekent hier « of » en verbindt de twee betaalmogelijkheden in « par carte ou en espèces ». Het markeert een keuze tussen alternatieven. Gebruik « ou » tussen twee opties waaruit iemand kan kiezen.
en « en » maakt deel uit van de vaste betaaluitdrukking « en espèces » en helpt hier « contant » uit te drukken. In deze combinatie verwijst het naar betalen met contant geld. Gebruik « en espèces » als betaalwijze bij een gesprek over betalen.
espèces « espèces » betekent hier « contant geld » in « en espèces ». Het woord wordt in deze vaste combinatie gebruikt om contante betaling aan te duiden. Gebruik « en espèces » wanneer je zegt dat je contant betaalt.
Je « Je » betekent hier « ik » en is het onderwerp van « Je paie par carte ». Het verwijst naar de persoon die spreekt. Gebruik « Je » vóór een werkwoord wanneer je over je eigen handeling of keuze spreekt.
paie « paie » betekent hier « betaal » in « Je paie par carte ». Het is de vorm van « payer » die bij « je » hoort. Gebruik het patroon « Je paie par + betaalmiddel » om je betaalwijze te zeggen.
avez « avez » betekent hier « hebt u » in « Vous avez besoin d'un ticket ? ». Het is de vorm van « avoir » bij « vous » en staat in de vaste uitdrukking « avoir besoin de ». Gebruik « Vous avez besoin de + iets? » om te vragen of iemand iets nodig heeft.
besoin « besoin » betekent hier « behoefte » en draagt in « avez besoin d'un ticket » de betekenis « nodig hebben ». Het hoort bij de vaste constructie « avoir besoin de », waarin « besoin » het idee van noodzaak uitdrukt. Gebruik « avoir besoin de + zelfstandig naamwoord » om een behoefte aan iets te benoemen.
d'un « d'un » betekent hier « van een » in de constructie « besoin d'un ticket ». Het is de samengevoegde vorm van « de » en « un ». Gebruik « besoin d'un + enkelvoudig zelfstandig naamwoord » wanneer je zegt dat iemand één bepaald soort ding nodig heeft.
ticket « ticket » betekent hier « bonnetje » in « besoin d'un ticket ». Het is het voorwerp waarnaar de winkelmedewerker vraagt. Gebruik « ticket » in een winkelgesprek wanneer je naar het betalingsbewijs verwijst.
Mettez « Mettez » betekent hier « leg » of « zet » in de beleefde instructie « Mettez le ticket dans le sac ». Het is de gebiedende vorm waarmee de spreker vraagt om iets ergens te plaatsen. Gebruik het patroon « Mettez + voorwerp + dans + plaats » voor een beleefd plaatsingsverzoek.
le « le » betekent hier « het » in « le ticket » en verwijst naar het bonnetje als bepaald voorwerp. Het staat vóór « ticket ». Gebruik « le » vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je naar een bepaald ding verwijst.
dans « dans » betekent hier « in » en geeft in « dans le sac » aan waar het bonnetje geplaatst moet worden. Het wordt gevolgd door de plaats « le sac ». Gebruik « dans + plaats » om te zeggen dat iets ergens in of binnenin komt.
s'il vous plaît « s'il vous plaît » betekent als geheel « alstublieft » en maakt het verzoek « Mettez le ticket dans le sac » beleefd. « s'il » vormt het begin van de vaste uitdrukking, « vous » verwijst naar de aangesproken persoon en « plaît » voltooit de uitdrukking. Gebruik « s'il vous plaît » bij een beleefd verzoek, vaak aan het einde van de zin.
Voici « Voici » betekent hier « hier zijn » en kondigt de boodschappen aan die de winkelmedewerker laat zien of overhandigt. Het wijst iets aan dat direct beschikbaar of aanwezig is. Gebruik het patroon « Voici + zelfstandig naamwoord » om iets aan iemand te presenteren.
vos « vos » betekent hier « uw » of « jullie » in « vos courses » en verwijst naar de boodschappen van de aangesproken persoon of personen. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord « courses ». Gebruik « vos » vóór meerdere dingen die bij « vous » horen.
peux « peux » betekent hier « kan » in « Je peux les porter maintenant ». Het is de vorm van « pouvoir » bij « je » en wordt gevolgd door een infinitief. Gebruik het patroon « Je peux + infinitief » om te zeggen wat je kunt of in staat bent te doen.
les « les » betekent hier « ze » en verwijst naar « vos courses » in « Je peux les porter maintenant ». Het staat vóór het werkwoord « porter » als voornaamwoord voor het eerder genoemde meervoudige voorwerp. Gebruik « les » om meerdere al genoemde dingen als voorwerp van een handeling aan te duiden.
porter « porter » betekent hier « dragen » in « Je peux les porter maintenant ». Het is de infinitief na « peux » en beschrijft wat de spreker met de boodschappen kan doen. Gebruik « porter » voor het dragen van een voorwerp of meerdere voorwerpen.
maintenant « maintenant » betekent hier « nu » en geeft aan dat de spreker de boodschappen op dit moment kan dragen. Het bepaalt wanneer de handeling plaatsvindt. Gebruik « maintenant » om een handeling aan het huidige moment te koppelen.

Grammatica

Mettez + zelfstandig naamwoord + dans ..., s'il vous plaît

Mettez le ticket dans le sac, s'il vous plaît.

mèttè luh tikè dan luh sak, sil voe plè.

Leg het bonnetje in de tas, alstublieft.

Mettez is de gebiedende wijs van mettre voor vous. s'il vous plaît maakt het verzoek beleefd.

Frans woordenschat

acheter werkwoord
asjtee kopen
aider werkwoord
eedee helpen aiderait
besoin zelfstandig naamwoord
buhzwèn behoefte
carte zelfstandig naamwoord
kart kaart
en espèces uitdrukking
an nespès contant
ici bijwoord
iesie hier
oublier werkwoord
oebliejee vergeten oublié
par carte uitdrukking
par kart met de kaart
payer werkwoord
peejee betalen
sac zelfstandig naamwoord
sak tas
sac de courses uitdrukking
sak duh koers boodschappentas
ticket zelfstandig naamwoord
tikè bonnetje

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ben mijn boodschappentas vergeten.

Antwoord tonenJ'ai oublié mon sac de courses.

U kunt hier een tas kopen.

Antwoord tonenVous pouvez acheter un sac ici.

Een boodschappentas zou helpen.

Antwoord tonenUn sac de courses m'aiderait.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

betalen

Antwoord tonenpayer

helpen

Antwoord tonenaiderait

kopen

Antwoord tonenacheter

vergeten

Antwoord tonenoublié