De juiste bus vinden | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At a bus stop, two passengers ask the driver whether the bus goes to the station before boarding..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met De juiste bus vinden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Le bus est là.

luh buus è la De bus is er.
B

Tu penses que c'est le bon bus ?

tuu pans kuh sè luh bon buus Denk je dat dit de juiste bus is?
A

Demandons au chauffeur avant de monter.

duh-mã-dõ o sjo-feur avan duh mon-tee Laten we het aan de chauffeur vragen voordat we instappen.
A

Excusez-moi, ce bus va à la gare ?

èks-kuu-zee-mwaa, suh buus vaa aa la gaar Pardon, gaat deze bus naar het station?
C

La gare est le dernier arrêt.

la gaar è luh der-njee-rè Het station is de laatste halte.
B

Alors, c'est le bon bus.

a-lor, sè luh bon buus Dan is dit de juiste bus.
A

Montons et allons vers le fond.

mõ-ton ee a-lõ vèr luh fon Laten we instappen en verder naar achteren gaan.
B

Je vais me mettre près du milieu.

zjeuh vè muh mètr prè duu mil-jeu Ik ga bij het midden staan.

Uitleg van de zinnen

  1. Le bus est là.

    De bus is er.

    bus
    bus
    est là
    is er / is aanwezig
    Uitgebreide uitleg

    bus betekent hier “bus”. Het Franse zelfstandig naamwoord is mannelijk; daarom staat ervoor le in le bus wanneer naar de bus als bepaald, enkelvoudig geheel wordt verwezen. Het woord heeft in deze zin geen aparte meervoudsvorm in de spelling: les bus betekent “de bussen”. est là bevat de vorm est van être (“zijn”) en het bijwoord là (“daar” of, afhankelijk van de context, “hier”). est is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: je suis, tu es, il/elle est. In deze zin geeft là volgens de vaste vertaling de aanwezigheid aan: “er”. Samen vormt Le bus est là de structuur Le + zelfstandig naamwoord + est + plaatsbijwoord: “De bus is er.” De zin stelt vast dat de bus aanwezig is; là geeft de plaats of aanwezigheid aan.

  2. Tu penses que c'est le bon bus ?

    Denk je dat dit de juiste bus is?

    Tu
    je (informeel enkelvoud)
    penses
    denkt
    que
    dat
    c'est
    het is
    bon
    juiste
    bus
    bus
    Uitgebreide uitleg

    Tu is the informal singular subject pronoun: “jij”. It is used for one person addressed familiarly. The choice of tu does not by itself identify the person; here the translation confirms that the question addresses one person. penses is the form of penser (“denken”) with tu in the present tense: je pense, tu penses, il/elle pense. The ending -es belongs to the verb, not to the pronoun. Penser que introduces what someone thinks: Je pense que c'est correct. — “Ik denk dat het correct is.” que means “dat” here and links tu penses to the content of the thought. In this use, it introduces a clause rather than functioning as the question word “wat”. c'est is the contraction of ce and est, literally “dit/het is”. Ce is a demonstrative subject form used with être; est is the third-person singular present form of être. In this sentence, c'est introduces the bus being evaluated as suitable or correct. bon is the masculine singular form of the adjective bon (“goed”). In le bon bus, it agrees with the masculine singular noun bus; here its concrete meaning is “de juiste/geschikte”, not simply a judgment that the bus is pleasant or high-quality. Useful forms include bon (masculine singular), bonne (feminine singular), bons (masculine plural), and bonnes (feminine plural). For example: C'est la bonne porte. — “Dat is de juiste deur.” bus is the noun “bus”. The form is singular here, marked by the preceding masculine singular article le. A reusable pattern is le bon + zelfstandig naamwoord: le bon train — “de juiste trein”. Together, Tu penses que asks for the addressee’s opinion, and c'est le bon bus states the content being evaluated: whether this is the suitable bus. The whole utterance therefore means: “Denk je dat dit de juiste bus is?” It is an informal singular yes-or-no question; the question intonation is represented by the question mark.

  3. Demandons au chauffeur avant de monter.

    Laten we het aan de chauffeur vragen voordat we instappen.

    Demandons
    laten we vragen
    chauffeur
    chauffeur
    avant de monter
    voordat we instappen
    Uitgebreide uitleg

    Demandons is de nous-vorm van de impératif présent van demander (“vragen”). Het onderwerp nous staat niet apart: de vorm betekent hier “laten we vragen”. Vergelijk: Demandons notre chemin. — “Laten we de weg vragen.” Dit is niet dezelfde vorm als een gewone tegenwoordige-tijdsvorm met een uitgedrukt onderwerp, zoals nous demandons; de gebiedende wijs geeft hier een voorstel voor een gezamenlijke handeling. chauffeur betekent hier “chauffeur”. Het is een zelfstandig naamwoord; in het Frans is chauffeur mannelijk, bijvoorbeeld un chauffeur. In au chauffeur is au de samentrekking van à en le: de vraag is gericht aan de chauffeur. Het lidwoord staat dus niet los vóór chauffeur. avant de monter betekent hier “voordat we instappen”. avant de wordt gevolgd door een infinitief en drukt uit dat de ene handeling eerder plaatsvindt dan de andere. monter betekent hier, in de context van een bus, “instappen” of “aan boord gaan”; het kan in andere contexten ook “omhooggaan” of “naar boven gaan” betekenen. Een vergelijkbaar patroon is avant de partir — “voordat we vertrekken.” Het onderwerp van monter wordt hier begrepen als dezelfde groep als bij Demandons, namelijk de spreker en anderen. Samen stelt de zin voor om de chauffeur eerst iets te vragen en pas vóór het instappen te handelen: “Laten we het aan de chauffeur vragen voordat we instappen.” De zin beweert daarmee niet op zichzelf dat de groep uiteindelijk zeker zal instappen. Het patroon Demandons à [persoon] avant de [infinitief] is herbruikbaar voor een voorstel om iets aan iemand te vragen vóór een volgende handeling.

  4. Excusez-moi, ce bus va à la gare ?

    Pardon, gaat deze bus naar het station?

    Excusez-moi
    pardon
    ce
    deze
    bus
    bus
    va
    gaat
    gare
    station
    Uitgebreide uitleg

    Excusez-moi betekent hier “pardon” of “neemt u mij niet kwalijk”. Het is de beleefde gebiedende vorm van excuser met moi als lijdend voorwerp: letterlijk ongeveer “verontschuldig mij”. Excuse-moi is de overeenkomstige vorm bij één vertrouwde persoon; excusez-moi gebruikt u bij vous, dus bij meerdere personen of in een formele aanspreekvorm. Voorbeeld: Excusez-moi, où est la gare ? — “Pardon, waar is het station?” ce is het aanwijzende woord “deze” bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het staat hier samen met bus voor “deze bus”; de vorm alleen zegt niet hoeveel bussen er zijn. Vergelijkbare vormen zijn cette bij vrouwelijk enkelvoud en ces bij meervoud. Voor een mannelijk enkelvoudig woord vóór een klinkerklank staat vaak cet, bijvoorbeeld cet arrêt — “deze halte”. bus betekent “bus”. Het is hier een zelfstandig naamwoord in het mannelijk enkelvoud, wat de vorm ce ervoor ondersteunt. Het patroon ce bus betekent “deze bus”. va is de derde persoon enkelvoud van aller, “gaan”: aller — va — “gaan” — “gaat”. Het onderwerp is hier ce bus, niet een persoon. Voor een bestemming gebruikt het Frans vaak aller à: Le bus va à Paris. — “De bus gaat naar Parijs.” gare betekent “station”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat in de volledige uiting la gare, “het station”. Afhankelijk van de context kan gare bijvoorbeeld een treinstation of een busstation aanduiden; hier is de ondersteunde betekenis eenvoudig “het station”. De combinatie aller à la gare betekent “naar het station gaan”. De delen worden dus samengevoegd als ce bus (“deze bus”) + va à la gare (“gaat naar het station”). De vraagintonatie maakt er een controle- of informatievraag van: “Pardon, gaat deze bus naar het station?”

  5. La gare est le dernier arrêt.

    Het station is de laatste halte.

    gare
    station
    est
    is
    dernier
    laatste
    arrêt
    halte
    Uitgebreide uitleg

    gare betekent hier “station” en is een zelfstandig naamwoord. Het is vrouwelijk: la gare; in het meervoud wordt dat les gares. Voorbeeld: La gare est proche. — “Het station is dichtbij.” est is de vorm van être (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: il/elle est — “hij/zij is”. Deze vorm verbindt hier La gare met een kenmerk of identificatie. Voorbeeld: La gare est grande. — “Het station is groot.” dernier betekent hier “laatste” en beschrijft arrêt. Het is daarom mannelijk enkelvoud. De vorm past zich aan het beschreven woord aan: dernier (mannelijk enkelvoud), dernière (vrouwelijk enkelvoud), derniers (mannelijk meervoud), dernières (vrouwelijk meervoud). Voorbeeld: C’est la dernière gare. — “Dat is het laatste station.” arrêt betekent hier “halte” of “stopplaats” en is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un arrêt. Het meervoud is des arrêts. In deze zin is het de halte die als dernier wordt beschreven. Voorbeeld: Cet arrêt est important. — “Deze halte is belangrijk.” Samen vormen de woorden La gare est (“Het station is”) en le dernier arrêt (“de laatste halte”) een identificerende zin. Het lidwoord le en de vorm dernier passen bij het mannelijke enkelvoud van arrêt; la past bij het vrouwelijke enkelvoud van gare. De volledige betekenis is: “Het station is de laatste halte.”

  6. Alors, c'est le bon bus.

    Dan is dit de juiste bus.

    Alors
    dan
    c'est
    dit is
    bon
    juiste
    bus
    bus
    Uitgebreide uitleg

    Alors betekent hier “dan” en leidt de conclusie of overgang in: “Dan …”. In andere contexten kan het ook bijvoorbeeld “toen” betekenen; de precieze betekenis hangt van de context af. c'est is de samentrekking van ce + est, vormen van ce (“dit/dat”) en être (“zijn”). Est is de vorm voor de derde persoon enkelvoud van être. De constructie c'est + zelfstandig naamwoord is een veelgebruikt patroon om iets te identificeren: C'est un train. — “Dat is een trein.” bon betekent hier “juist” of “de goede”, niet “lekker”. Het is een bijvoeglijk naamwoord. De basisvorm is bon; bij een vrouwelijk enkelvoud wordt het bonne, zoals in la bonne route (“de juiste weg”). In deze zin staat de mannelijke enkelvoudsvorm, passend bij bus, dat in het Frans een mannelijk zelfstandig naamwoord is: le bon bus. bus is het zelfstandig naamwoord “bus”. Het meervoud heeft dezelfde spelling: un bus — “een bus”, des bus — “bussen”. Samen vormt le bon bus de naamwoordgroep “de juiste bus”. c'est le bon bus betekent “dit is de juiste bus”, en Alors plaatst die vaststelling als conclusie of overgang: “Dan is dit de juiste bus.”

  7. Montons et allons vers le fond.

    Laten we instappen en verder naar achteren gaan.

    Montons
    laten we instappen
    allons
    laten we gaan
    vers
    naar
    fond
    achterkant
    Uitgebreide uitleg

    Montons komt hier van monter, “omhoog gaan” of “instappen”. De vorm op -ons is de eerste persoon meervoud van het presens, maar in deze zin wordt die gebruikt als aansporing: “laten we …”. In de buscontext betekent monter specifiek “instappen”. Vergelijk: Montons dans le bus. — “Laten we in de bus stappen.” allons komt van aller, “gaan”. Ook dit is de vorm voor de eerste persoon meervoud in de aansporende gebiedende wijs: allons = “laten we gaan”. De twee vormen staan naast elkaar en verbinden twee handelingen: eerst instappen en vervolgens gaan. vers is een voorzetsel dat een richting naar een doel of gebied aangeeft. Het betekent hier “naar” of “in de richting van”; het beschrijft dus de bewegingsrichting, niet noodzakelijk het bereiken van het eindpunt. Bijvoorbeeld: Marchez vers la sortie. — “Loop naar de uitgang.” fond is een zelfstandig naamwoord met de betekenis “achterkant” of “achterste gedeelte” in deze context. Het heeft hier het mannelijke lidwoord le: le fond. In een bus verwijst le fond naar het achterste gedeelte van de bus. Hetzelfde woord kan in andere contexten ook “bodem” of “diepte” betekenen, maar die betekenissen passen hier niet bij de bedoelde richting. Samen vormen Montons et allons vers le fond twee verbonden aansporingen: “Laten we instappen en naar achteren gaan.” et verbindt de twee werkwoordelijke delen, terwijl vers le fond de richting van het gaan specificeert. De vertaling drukt daarmee uit dat de groep eerst instapt en daarna verder naar het achterste deel van de bus gaat.

  8. Je vais me mettre près du milieu.

    Ik ga bij het midden staan.

    Je vais
    ik ga …
    me mettre
    gaan staan / zich plaatsen
    près du
    vlak bij het
    milieu
    midden
    Uitgebreide uitleg

    Je vais bevat vais, de vorm van aller voor de eerste persoon enkelvoud: je vais. Samen met een infinitief vormt aller + infinitif vaak de nabije toekomst. Hier kondigt je vais de handeling aan die volgt; het betekent dus niet op zichzelf al dat de spreker ergens naartoe gaat. Vergelijk: Je vais partir. — “Ik ga vertrekken.” me mettre bestaat uit het wederkerend voornaamwoord me en het infinitief mettre. In deze zin betekent se mettre “zich plaatsen” of “ergens gaan staan”; me past bij het onderwerp je. De infinitief blijft na vais onveranderd. Voorbeeld: Je vais me mettre ici. — “Ik ga hier staan.” près du is de combinatie près de (“dicht bij”) met het bepaalde lidwoord le: de + le wordt du. Het geeft hier een plaatsrelatie aan. Voorbeeld: Elle est près du mur. — “Ze staat dicht bij de muur.” milieu is een zelfstandig naamwoord en betekent hier “midden”. Het staat na du, dus de volledige woordgroep is près du milieu: “dicht bij het midden”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: le milieu; daarom verschijnt na près de de vorm du. Samen vormen de delen: Je vais + me mettre = “ik ga staan / ik ga me plaatsen”, en près du milieu geeft de plaats aan. De volledige betekenis is daarom: “Ik ga bij het midden staan.”

Grammatica

avant de + infinitif

Avant de monter, demandons au chauffeur.

avan duh mon-tee, duh-mã-dõ o sjo-feur

Voordat we instappen, vragen we het aan de chauffeur.

Na « avant de » gebruik je het hele werkwoord: « monter », niet een vervoegde vorm.

près de + zelfstandig naamwoord

Nous allons nous mettre près du milieu.

nu za-lõ nu mètr prè duu mil-jeu

We gaan bij het midden staan.

« près de » betekent « in de buurt van ». Voor « le » wordt « de + le » samen « du ».

Frans woordenschat

aller werkwoord
a-lee gaan va

Ce bus va à la gare ?

avant de voorzetsel
avan duh voordat

Demandons au chauffeur avant de monter.

bon bijvoeglijk naamwoord
bon juiste

C'est le bon bus.

bus zelfstandig naamwoord
buus bus

Le bus est là.

chauffeur zelfstandig naamwoord
sjo-feur chauffeur

Demandons au chauffeur avant de monter.

demander werkwoord
duh-mã-dee vragen Demandons

Demandons au chauffeur avant de monter.

dernier bijvoeglijk naamwoord
der-njee laatste

La gare est le dernier arrêt.

excusez-moi uitdrukking
èks-kuu-zee-mwaa pardon

Excusez-moi, ce bus va à la gare ?

gare zelfstandig naamwoord
gaar station

La gare est le dernier arrêt.

là bijwoord
la hier

Le bus est là.

monter werkwoord
mon-tee instappen

Demandons au chauffeur avant de monter.

penser werkwoord
pã-see denken penses

Tu penses que c'est le bon bus ?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De bus is er.

Antwoord tonenLe bus est là.

Laten we het aan de chauffeur vragen voordat we instappen.

Antwoord tonenDemandons au chauffeur avant de monter.

Het station is de laatste halte.

Antwoord tonenLa gare est le dernier arrêt.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

chauffeur

Antwoord tonenchauffeur

vragen

Antwoord tonenDemandons

denken

Antwoord tonenpenses

instappen

Antwoord tonenmonter