De juiste bus vinden | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At a bus stop, two passengers ask the driver whether the bus goes to the station before boarding..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met De juiste bus vinden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Le bus est là.

luh buus è la De bus is er.
B

Tu penses que c'est le bon bus ?

tuu pans kuh sè luh bon buus Denk je dat dit de juiste bus is?
A

Demandons au chauffeur avant de monter.

duh-mã-dõ o sjo-feur avan duh mon-tee Laten we het aan de chauffeur vragen voordat we instappen.
A

Excusez-moi, ce bus va à la gare ?

èks-kuu-zee-mwaa, suh buus vaa aa la gaar Pardon, gaat deze bus naar het station?
C

La gare est le dernier arrêt.

la gaar è luh der-njee-rè Het station is de laatste halte.
B

Alors, c'est le bon bus.

a-lor, sè luh bon buus Dan is dit de juiste bus.
A

Montons et allons vers le fond.

mõ-ton ee a-lõ vèr luh fon Laten we instappen en verder naar achteren gaan.
B

Je vais me mettre près du milieu.

zjeuh vè muh mètr prè duu mil-jeu Ik ga bij het midden staan.

Woord voor woord

Le In “Le bus”, “Le” betekent “de” en verwijst het naar de specifieke bus. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in “Le bus”. Je gebruikt deze vorm wanneer je in een vervoerssituatie naar een bepaalde bus verwijst.
bus In “Le bus” betekent “bus” een bus. Het woord heeft hier dezelfde betekenis als in het Nederlands en verwijst naar het voertuig waarin de reizigers willen stappen. Je gebruikt het samen met een bepaling zoals “Le bus” wanneer je over een bus praat.
est In “Le bus est là” betekent “est” “is” en verbindt het de bus met zijn plaats. Het is een vorm van “être”. Je gebruikt het na een onderwerp om te zeggen waar iets is of hoe iets is.
In “Le bus est là” betekent “là” “hier” of “daar”, namelijk op de bedoelde plek. Samen met “est” geeft het aan dat de bus aanwezig is. Je gebruikt het om in een concrete situatie naar een plaats te verwijzen.
Tu In “Tu penses que c'est le bon bus ?” betekent “Tu” “jij” voor één persoon die je informeel aanspreekt. Het is de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je een reisgenoot om zijn of haar mening vraagt.
penses In “Tu penses que c'est le bon bus ?” betekent “penses” “denkt”. Het is de vorm die hier bij “Tu” hoort en vraagt naar iemands mening. De combinatie “Tu penses que” is bruikbaar om iemand te vragen wat die van een situatie vindt.
que In “Tu penses que c'est le bon bus ?” leidt “que” de inhoud van de gedachte in: dat dit de juiste bus is. Het verbindt “Tu penses” met de daaropvolgende mededeling. Je gebruikt het na een uitdrukking van denken om de gedachte zelf te noemen.
c'est In “c'est le bon bus” betekent “c'est” “dit is” of “het is”. Hier identificeert het de bus als de juiste bus. Je gebruikt “c'est” om iets aan te wijzen of te benoemen, zoals in een bevestiging na een vraag.
bon In “le bon bus” betekent “bon” hier “juiste” of “geschikte”, niet alleen “goed”. Het beschrijft welke bus de reizigers moeten nemen. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je een passende keuze aanduidt.
Demandons In “Demandons au chauffeur” betekent “Demandons” “laten we vragen”. Het is een voorstel om samen informatie te vragen. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je met een reisgenoot besluit de chauffeur om bevestiging te vragen.
au In “Demandons au chauffeur” betekent “au” “aan de” of “aan het”. Het is de samengevoegde vorm van “à” en “le” en staat hier vóór “chauffeur”. Je gebruikt het om aan te geven aan wie je een vraag richt.
chauffeur In “au chauffeur” betekent “chauffeur” “chauffeur”, de bestuurder van de bus. De reizigers willen deze persoon om informatie vragen. Je gebruikt het in het openbaar vervoer wanneer je de bestuurder aanspreekt.
avant In “avant de monter” betekent “avant” “voordat”. Het plaatst het vragen vóór het instappen in de tijd. Je gebruikt het in de constructie “avant de monter” om een handeling te noemen die eerder moet gebeuren.
de In “avant de monter” verbindt “de” het woord “avant” met de handeling “monter”. In deze constructie betekent het niet zelfstandig “naar” of “van”. Je gebruikt “avant de” vóór een handeling die nog moet plaatsvinden.
monter In “avant de monter” betekent “monter” hier “instappen”. Het is de handeling die de reizigers nog niet uitvoeren voordat ze de chauffeur hebben gevraagd. Je gebruikt het na “avant de” om te zeggen dat iemand vóór het instappen iets doet.
Excusez-moi De uitdrukking “Excusez-moi” betekent “pardon” of “excuseer mij” en dient om beleefd de aandacht te vragen. Binnen deze uitdrukking vraagt “Excusez” om verontschuldiging en verwijst “moi” naar de spreker zelf. Je gebruikt “Excusez-moi” bijvoorbeeld voordat je een chauffeur een vraag stelt.
ce In “ce bus” betekent “ce” “deze” en wijst het naar de bus waar de spreker bij staat. Het staat vóór “bus” om het bedoelde voertuig aan te duiden. Je gebruikt het wanneer je één concreet voertuig of voorwerp aanwijst.
va In “ce bus va à la gare” betekent “va” “gaat”. Het beschrijft de bestemming van de bus. Je gebruikt het in een zin over een vervoermiddel met een bestemming, zoals wanneer je vraagt of de bus naar een bepaalde plaats gaat.
à In “va à la gare” geeft “à” de bestemming aan: naar het station. Het staat tussen “va” en de genoemde bestemming. Je gebruikt het na een werkwoord van gaan om aan te geven waar iemand of iets naartoe gaat.
la In “la gare” betekent “la” “de” en staat het vóór “gare”. Samen verwijzen ze naar het bedoelde station. Je gebruikt deze vorm vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar een specifieke plaats verwijst.
gare In “la gare” betekent “gare” “station”. Het is de bestemming waar de bus naartoe gaat en waar de laatste halte ligt. Je gebruikt het in gesprekken over reizen wanneer je naar het station verwijst.
dernier In “le dernier arrêt” betekent “dernier” “laatste”. Het geeft aan dat “arrêt” het eindpunt in de reeks haltes is. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om het laatste onderdeel of punt aan te duiden.
arrêt In “le dernier arrêt” betekent “arrêt” “halte” of “stop”. Hier gaat het om de laatste halte van de busroute. Je gebruikt het in vervoerssituaties om een plaats aan te duiden waar de bus stopt.
Alors In “Alors, c'est le bon bus” betekent “Alors” “dan” en leidt het een conclusie in. De spreker concludeert dat dit de juiste bus is nadat de chauffeur informatie heeft gegeven. Je gebruikt het aan het begin van een reactie wanneer nieuwe informatie tot een besluit leidt.
Montons In “Montons et allons vers le fond” betekent “Montons” “laten we instappen”. Het is een gezamenlijk voorstel om de bus binnen te gaan. Je gebruikt het wanneer je na bevestiging samen met iemand wilt gaan instappen.
et In “Montons et allons vers le fond” betekent “et” “en”. Het verbindt de twee voorgestelde handelingen: instappen en naar achteren gaan. Je gebruikt het om opeenvolgende of verbonden acties samen te noemen.
allons In “allons vers le fond” betekent “allons” “laten we gaan”. Het stelt een gezamenlijke verplaatsing voor. Je gebruikt het samen met een richtingsaanduiding wanneer je iemand uitnodigt om ergens naartoe te gaan.
vers In “vers le fond” betekent “vers” “naar” of “in de richting van”. Het geeft de richting van de beweging aan. Je gebruikt het vóór een plaats of gebied wanneer de bestemming als richting wordt beschreven.
fond In “vers le fond” betekent “fond” hier “achterkant” of “achterste deel”, namelijk het achterste deel van de bus. Het benoemt de plek waar de reizigers naartoe willen bewegen. Je gebruikt het met een richtingsaanduiding om naar het achterste gedeelte te verwijzen.
Je In “Je vais me mettre près du milieu” betekent “Je” “ik” en verwijst het naar de persoon die spreekt. Het is het onderwerp van de mededeling over waar die persoon wil gaan staan. Je gebruikt het om je eigen plan of handeling te beschrijven.
vais In “Je vais me mettre près du milieu” betekent “vais” “ga” of “zal”. Het geeft aan dat de spreker van plan is zich op een bepaalde plaats te zetten. Je gebruikt het in “Je vais” vóór een handeling om een voorgenomen actie uit te drukken.
me In “Je vais me mettre près du milieu” verwijst “me” naar de spreker zelf. Het maakt duidelijk dat de spreker zichzelf op een plaats gaat zetten. Je gebruikt het vóór “mettre” wanneer de handeling op de spreker zelf gericht is.
mettre In “me mettre près du milieu” betekent “mettre” “plaatsen” en hier, met “me”, “zich op een plaats zetten”. Het beschrijft hoe de spreker een plek kiest om te staan. Je gebruikt het in deze constructie om aan te geven waar je jezelf gaat plaatsen.
près In “près du milieu” betekent “près” “dicht bij” of “vlak bij”. Het beschrijft de nabijheid van de gekozen plek tot het midden. Je gebruikt het om aan te geven dat iemand of iets niet ver van een plaats of persoon is.
du In “près du milieu” betekent “du” “het” in de betekenis van “bij het midden”. Het is de samengevoegde vorm van “de” en “le” en volgt hier op “près”. Je gebruikt het na een uitdrukking van nabijheid om de plaats te noemen waar iets zich bevindt.
milieu In “près du milieu” betekent “milieu” “midden”. Het verwijst hier naar het centrale deel van de bus. Je gebruikt het om een positie in het midden aan te duiden, bijvoorbeeld wanneer je vertelt waar je wilt staan.

Grammatica

avant de + infinitif

Avant de monter, demandons au chauffeur.

avan duh mon-tee, duh-mã-dõ o sjo-feur

Voordat we instappen, vragen we het aan de chauffeur.

Na « avant de » gebruik je het hele werkwoord: « monter », niet een vervoegde vorm.

près de + zelfstandig naamwoord

Nous allons nous mettre près du milieu.

nu za-lõ nu mètr prè duu mil-jeu

We gaan bij het midden staan.

« près de » betekent « in de buurt van ». Voor « le » wordt « de + le » samen « du ».

Frans woordenschat

aller werkwoord
a-lee gaan va

Ce bus va à la gare ?

avant de voorzetsel
avan duh voordat

Demandons au chauffeur avant de monter.

bon bijvoeglijk naamwoord
bon juiste

C'est le bon bus.

bus zelfstandig naamwoord
buus bus

Le bus est là.

chauffeur zelfstandig naamwoord
sjo-feur chauffeur

Demandons au chauffeur avant de monter.

demander werkwoord
duh-mã-dee vragen Demandons

Demandons au chauffeur avant de monter.

dernier bijvoeglijk naamwoord
der-njee laatste

La gare est le dernier arrêt.

excusez-moi uitdrukking
èks-kuu-zee-mwaa pardon

Excusez-moi, ce bus va à la gare ?

gare zelfstandig naamwoord
gaar station

La gare est le dernier arrêt.

bijwoord
la hier

Le bus est là.

monter werkwoord
mon-tee instappen

Demandons au chauffeur avant de monter.

penser werkwoord
pã-see denken penses

Tu penses que c'est le bon bus ?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De bus is er.

Antwoord tonenLe bus est là.

Laten we het aan de chauffeur vragen voordat we instappen.

Antwoord tonenDemandons au chauffeur avant de monter.

Het station is de laatste halte.

Antwoord tonenLa gare est le dernier arrêt.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

chauffeur

Antwoord tonenchauffeur

vragen

Antwoord tonenDemandons

denken

Antwoord tonenpenses

instappen

Antwoord tonenmonter