Een treinkaartje kopen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At a station entrance, two adults coordinate buying a train ticket and meeting again near the ticket machines..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een treinkaartje kopen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Tu as déjà un billet de train ?

tuu aa dee-zjaa uh(n) bie-jè duh trè(n)? Heb je al een treinkaartje?
B

Pas encore. Je dois en acheter un.

paa-zan-kor. zjuh dwaa-zan aa-sjee-tee uh(n). Nog niet. Ik moet er een kopen.
A

Il y a des machines à billets près de l'entrée.

iel ja dee ma-sjien aa bie-jè prè duh lan-tree. Bij de ingang staan kaartjesautomaten.
B

J'achèterai mon billet là-bas.

zja-sj-trè mon bie-jè laa-baa. Daar koop ik mijn ticket.
A

J'ai mon billet sur mon téléphone.

zjee mon bie-jè suur mon tee-lee-fon. Ik heb mijn ticket op mijn telefoon.
B

Alors, je te retrouve ici après avoir acheté mon billet.

aa-lor, zjuh tuh ruh-troev ie-sie aa-prè a-vwaar aa-sjee-tee mon bie-jè. Dan zie ik je hier weer nadat ik mijn ticket heb gekocht.
A

J'attendrai près des machines.

zja-tan-drè prè dee ma-sjien. Ik wacht bij de automaten.
B

Cherche-moi à côté des machines.

sjèr-sj-mwaa aa koo-tee dee ma-sjien. Zoek me naast de automaten.

Uitleg van de zinnen

  1. Tu as déjà un billet de train ?

    Heb je al een treinkaartje?

    Tu as
    je hebt
    déjà
    al
    billet
    kaartje; ticket
    train
    trein
    Uitgebreide uitleg

    Tu as betekent hier “je hebt”. Het is de tegenwoordige tijd van avoir (“hebben”) met tu (“je/jij”): tu as. In deze uiting wordt de combinatie door de vraagintonatie en het vraagteken als vraag gebruikt; dezelfde woordvolgorde kan ook in een mededeling voorkomen. Voorbeeld: Tu as un livre. — “Je hebt een boek.” déjà betekent hier “al” of “reeds”. Het verwijst naar iets dat op het relevante moment al het geval is. Een bruikbaar patroon is Tu as déjà ... ? — “Heb je al ...?” billet betekent hier “kaartje” of “ticket”. Het meervoud is billets. Voorbeelden: un billet — “een kaartje”; deux billets — “twee kaartjes”. train betekent “trein”; het meervoud is trains. In billet de train verbindt de train het kaartje met de trein: in deze context betekent de volledige woordgroep “treinkaartje”. Het voorzetsel de maakt dus de relatie tussen billet en train duidelijk. Samen vormen Tu as déjà en un billet de train de vraag: “Heb je al een treinkaartje?” Het onbepaalde lidwoord un markeert hier een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; op zichzelf beweert het geen specifiek numeriek aantal. In de aansluitende context verwijst en acheter un naar het kopen van zo’n kaartje: “er een kopen”.

  2. Pas encore. Je dois en acheter un.

    Nog niet. Ik moet er een kopen.

    Pas encore
    Nog niet
    Je dois
    Ik moet
    acheter
    kopen
    en
    ervan; er ... van
    un
    een; één exemplaar
    Uitgebreide uitleg

    Pas encore betekent hier ‘nog niet’. encore kan in andere contexten ook ‘weer’ betekenen, maar met pas geeft het hier aan dat iets tot nu toe niet het geval is. Voorbeeld: Il n’est pas encore arrivé. — ‘Hij is nog niet aangekomen.’ Je dois komt van devoir en betekent hier dat de spreker iets moet doen: er is een noodzaak of verplichting. dois is de tegenwoordige tijd bij je; vergelijk je dois, tu dois en il doit. Na devoir volgt een infinitief, dus de handeling zelf wordt uitgedrukt door het volgende werkwoord. acheter is de infinitief ‘kopen’. De combinatie je dois acheter betekent ‘ik moet kopen’. Voorbeeld: Je dois acheter un billet. — ‘Ik moet een kaartje kopen.’ en verwijst hier naar het eerder genoemde soort voorwerp, een treinkaartje, en vermijdt herhaling van dat zelfstandig naamwoord. In deze constructie vervangt en een verwijzing met de; natuurlijk Nederlands is hier ‘er ... van’ of eenvoudiger ‘er’. Het staat vóór de infinitief: en acheter — ‘er kopen’ in de volledige constructie. un wordt hier zelfstandig gebruikt, niet als lidwoord vóór een genoemd zelfstandig naamwoord. Het betekent ‘een’ of ‘één exemplaar’ en neemt de mannelijke vorm aan die past bij het bedoelde billet. Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord staat in een overeenkomstige constructie bijvoorbeeld en acheter une — ‘er een kopen’. Het woord un zelf draagt hier dus de enkelvoudige, mannelijke vorm; acheter verandert daardoor niet. Samen betekent Je dois en acheter un: ‘Ik moet er een kopen’. Pas encore zegt in deze context dat de spreker er nog geen heeft; Je dois en acheter un geeft de nog uit te voeren noodzakelijke handeling. De volledige vertaling is daarom: ‘Nog niet. Ik moet er een kopen.’

  3. Il y a des machines à billets près de l'entrée.

    Bij de ingang staan kaartjesautomaten.

    Il y a
    er zijn
    machines
    automaten
    à billets
    voor kaartjes
    près de
    vlak bij
    l'entrée
    de ingang
    Uitgebreide uitleg

    Il y a is een vaste Franse constructie om het bestaan of de aanwezigheid van iets te vermelden: “er is/zijn”. Het werkwoord a verandert hier niet mee met het genoemde zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: Il y a une gare ici. — “Er is hier een station.” machines betekent hier “automaten” en is het meervoud van machine (“automaat” of “machine”). Het meervoud wordt in de geschreven vorm meestal met -s aangegeven; het bijbehorende lidwoord zou bijvoorbeeld des machines zijn. In deze zin gaat het om meer dan één automaat. à billets vormt met machines de vaste woordgroep machines à billets: automaten voor kaartjes of tickets. à verbindt een voorwerp met zijn functie of doel, zoals in une machine à café — “een koffiemachine”. Het is dus niet nodig om à hier als een plaatsaanduiding te begrijpen. près de betekent “vlak bij” of “in de buurt van” en geeft een nabije plaats aan. Deze voorzetselgroep wordt gevolgd door het bepaalde element dat de plaats aanduidt. Bijvoorbeeld: Le café est près de la gare. — “Het café is vlak bij het station.” l'entrée betekent “de ingang”. Dit is de vorm van la entrée na klinkerelisie: la wordt vóór een klinker l'. Het zelfstandig naamwoord entrée is vrouwelijk; de apostrof in l'entrée maakt het bepaalde lidwoord korter, maar verandert het woord zelf niet. Samen betekent Il y a des machines à billets près de l'entrée: “Bij de ingang staan kaartjesautomaten.” De constructie Il y a introduceert de aanwezige dingen, des machines à billets benoemt de kaartjesautomaten, en près de l'entrée plaatst ze vlak bij de ingang.

  4. J'achèterai mon billet là-bas.

    Daar koop ik mijn ticket.

    J'achèterai
    zal kopen
    billet
    ticket
    là-bas
    daar
    Uitgebreide uitleg

    J'achèterai betekent hier dat de spreker het ticket later zal kopen. Het is de eerste persoon enkelvoud van het futur simple van acheter (“kopen”): j'achète = ik koop, j'achèterai = ik zal kopen. De vorm bestaat uit je, dat voor een klinker wordt verkort tot j', plus de toekomstige vorm achèterai. Voorbeeld: J'achèterai le billet demain. — “Ik zal het ticket morgen kopen.” billet betekent hier “ticket/kaartje”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het bezittelijk woord ervoor als mon billet (“mijn ticket”). Mon drukt bezit uit, niet een aantal. Voorbeeld: J'ai mon billet. — “Ik heb mijn ticket.” là-bas is een plaatsbijwoord met de betekenis “daar” of “daar ginds”, dus een plaats die van de spreker verwijderd is. Het contrasteert nuttig met ici (“hier”). Voorbeeld: Le billet est là-bas. — “Het ticket is daar.” Samen vormt de zin: J'achèterai (“ik zal kopen”) + mon billet (“mijn ticket”) + là-bas (“daar”). De volledige betekenis is: “Daar zal ik mijn ticket kopen.” Het Franse futur simple staat hier voor een toekomstige handeling; là-bas geeft de plaats van het kopen aan.

  5. J'ai mon billet sur mon téléphone.

    Ik heb mijn ticket op mijn telefoon.

    J'ai
    ik heb
    billet
    ticket
    sur
    op
    téléphone
    telefoon
    Uitgebreide uitleg

    J'ai is de vorm van avoir (“hebben”) in de eerste persoon enkelvoud: j'ai = “ik heb”. Je wordt vóór een klinker verkort tot j'; ai is dus de vervoegde vorm van avoir, niet een apart bezittelijk woord. Voorbeeld: J'ai une clé. = “Ik heb een sleutel.” billet betekent hier “ticket”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor mon (“mijn”), niet ma. De vorm billet blijft in het enkelvoud; het meervoud is billets. Voorbeeld: J'ai mon billet. = “Ik heb mijn ticket.” sur betekent hier “op”, met de betekenis dat iets zich op een oppervlak of in een apparaat bevindt. In deze zin introduceert het de plaats van het ticket: sur mon téléphone = “op mijn telefoon”. Voorbeeld: Le billet est sur la table. = “Het ticket ligt op tafel.” téléphone betekent “telefoon”. In de volledige woordgroep staat mon téléphone: “mijn telefoon”. Téléphone is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom is de bezittelijke vorm hier mon. Het woord kan ook in andere contexten naar een telefoontoestel als apparaat verwijzen. De zin wordt opgebouwd als J'ai + mon billet + sur mon téléphone: eerst wordt gezegd dat de spreker het ticket heeft, daarna waar het ticket zich bevindt. Samen betekent J'ai mon billet sur mon téléphone.: “Ik heb mijn ticket op mijn telefoon.” De tegenwoordige tijd presenteert dit als de huidige situatie.

  6. Alors, je te retrouve ici après avoir acheté mon billet.

    Dan zie ik je hier weer nadat ik mijn ticket heb gekocht.

    Alors
    dan
    retrouve
    zie weer terug
    ici
    hier
    après
    nadat
    acheté
    gekocht
    billet
    ticket
    Uitgebreide uitleg

    Alors betekent hier “dan” en leidt de volgende mededeling in. Het kan ook “dus” of “nou” betekenen, afhankelijk van de context. Voorbeeld: Alors, on commence. — “Dan beginnen we.” retrouve komt van retrouver en is hier de tegenwoordige tijd bij je: je retrouve. In combinatie met te betekent het “jou weer zien/terugvinden”; de vaste vertaling maakt duidelijk dat “jou hier weer zien” de bedoelde betekenis is. Het voornaamwoord te is het lijdend voorwerp en staat vóór het vervoegde werkwoord: je te retrouve. Voorbeeld: Je te retrouve demain. — “Ik zie je morgen weer.” ici betekent “hier” en duidt de plaats van de handeling aan. In je te retrouve ici staat het na het werkwoordelijke deel en specificeert het waar de spreker de ander weer ziet. Voorbeeld: Nous attendons ici. — “Wij wachten hier.” après betekent “na” of “nadat”. Voor een werkwoord gebruikt Frans hier de constructie après avoir + voltooid deelwoord: après avoir acheté. Die constructie geeft aan dat de aankoop eerst voltooid is en het weerzien daarna plaatsvindt. Voorbeeld: Après avoir mangé, je pars. — “Nadat ik heb gegeten, vertrek ik.” acheté is het voltooid deelwoord van acheter (“kopen”). Met avoir vormt het hier de voltooide infinitief avoir acheté, letterlijk “gekocht hebben”. Het deelwoord verwijst in deze constructie naar de aankoop van de spreker; mon billet is wat gekocht wordt. Voorbeeld: J’ai acheté le billet. — “Ik heb het ticket gekocht.” billet betekent hier “ticket”. Het is een zelfstandig naamwoord; mon ervoor betekent “mijn” en stemt in deze vorm af op billet. Samen vormen mon billet dus “mijn ticket”. Voorbeeld: Voici mon billet. — “Hier is mijn ticket.” De delen worden gecombineerd als Alors, je te retrouve ici — “Dan zie ik je hier weer”, gevolgd door après avoir acheté mon billet — “nadat ik mijn ticket heb gekocht”. De volledige zin betekent: “Dan zie ik je hier weer nadat ik mijn ticket heb gekocht.”

  7. J'attendrai près des machines.

    Ik wacht bij de automaten.

    J'attendrai
    ik zal wachten
    près de
    in de buurt van
    machines
    automaten
    Uitgebreide uitleg

    J'attendrai komt van attendre (“wachten”). De vorm j'attendrai is de toekomende tijd voor de eerste persoon enkelvoud: “ik zal wachten”. je wordt vóór een klinker verkort tot j'. Vergelijk: j'attends = “ik wacht” en j'attendrai = “ik zal wachten”. près de betekent “in de buurt van” of “vlak bij” en wordt gebruikt om een plaatsrelatie uit te drukken. Voor een zelfstandig naamwoord met een bepaald meervoudig lidwoord versmelt de met les tot des; daarom staat hier près des machines, niet près de les machines. machines is het meervoud van het vrouwelijke zelfstandig naamwoord machine. In deze vaste zin krijgt het, overeenkomstig de vertaling en context, de betekenis “automaten”. Het meervoud verwijst naar meer dan één automaat; het grammaticale geslacht is vrouwelijk, maar verandert de vorm van machines hier niet. Samen betekent J'attendrai près des machines dus: “Ik zal bij de automaten wachten.”

  8. Cherche-moi à côté des machines.

    Zoek me naast de automaten.

    Cherche-moi
    zoek me
    à côté de
    naast
    machines
    automaten
    Uitgebreide uitleg

    Cherche-moi is een bevel aan één persoon: cherche is de gebiedende wijs van chercher (“zoeken”), voor de tweede persoon enkelvoud. Het onderwerp “jij” staat niet apart. moi is hier de beklemtoonde vorm van het voornaamwoord “mij”, als lijdend voorwerp. In een bevestigend bevel komt zo’n voornaamwoord in het Frans na het werkwoord en wordt het met een koppelteken verbonden: Cherche-moi ! = “Zoek me!” à côté de is een vaste voorzetseluitdrukking met de betekenis “naast” of “aan de zijkant van”. Het volgende zelfstandig naamwoord noemt waar iets of iemand zich bevindt. Bijvoorbeeld: Le sac est à côté de la porte. = “De tas staat naast de deur.” machines is het meervoud van het vrouwelijke zelfstandig naamwoord machine, hier in de betekenis “automaten” volgens de vaste vertaling. Het meervoud wordt in de spelling met -s gevormd; die slot-s wordt in deze context niet uitgesproken. In des machines is des de samentrekking van de + les; de volledige groep betekent hier “naast de machines”, niet een afzonderlijk numeriek aantal. Een enkelvoudig voorbeeld is à côté de la machine = “naast de automaat”. Samen bestaat de zin uit het bevel Cherche-moi plus de plaatsbepaling à côté des machines: “Zoek me naast de automaten.” De vorige zin noemt eveneens des machines, zodat de locatie in deze korte context aansluit bij de eerder genoemde automaten.

Grammatica

acheter → j’achèterai (futur simple)

J’achèterai un billet.

zja-sj-trè uh(n) bie-jè.

Ik zal een kaartje kopen.

De uitgang -ai maakt de eerste persoon enkelvoud in de Franse toekomende tijd: ‘ik zal kopen’.

il y a + zelfstandig naamwoord

Il y a une machine.

iel jaa uun ma-sjien.

Er is een automaat.

Il y a betekent ‘er is’ of ‘er zijn’ en wordt gebruikt om het bestaan of de aanwezigheid van iets aan te geven.

Frans woordenschat

acheter werkwoord
aa-sjee-tee kopen
avoir werkwoord
a-vwaar hebben as
billet zelfstandig naamwoord
bie-jè kaartje
déjà bijwoord
dee-zjaa al
devoir werkwoord
duh-vwaar moeten dois
entrée zelfstandig naamwoord
an-tree ingang l'entrée
il y a uitdrukking
iel jaa er is / er zijn
là-bas bijwoord
laa-baa daar
machine zelfstandig naamwoord
ma-sjien automaat machines
pas encore uitdrukking
paa-zan-kor nog niet
près de voorzetsel
prè duh vlak bij
train zelfstandig naamwoord
trè(n) trein

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Daar koop ik mijn ticket.

Antwoord tonenJ'achèterai mon billet là-bas.

Ik heb mijn ticket op mijn telefoon.

Antwoord tonenJ'ai mon billet sur mon téléphone.

Ik wacht bij de automaten.

Antwoord tonenJ'attendrai près des machines.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

automaat

Antwoord tonenmachines

moeten

Antwoord tonendois

trein

Antwoord tonentrain

kaartje

Antwoord tonenbillet