Een treinkaartje kopen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At a station entrance, two adults coordinate buying a train ticket and meeting again near the ticket machines..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Een treinkaartje kopen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Tu as déjà un billet de train ?

tuu aa dee-zjaa uh(n) bie-jè duh trè(n)? Heb je al een treinkaartje?
B

Pas encore. Je dois en acheter un.

paa-zan-kor. zjuh dwaa-zan aa-sjee-tee uh(n). Nog niet. Ik moet er een kopen.
A

Il y a des machines à billets près de l'entrée.

iel ja dee ma-sjien aa bie-jè prè duh lan-tree. Bij de ingang staan kaartjesautomaten.
B

J'achèterai mon billet là-bas.

zja-sj-trè mon bie-jè laa-baa. Daar koop ik mijn ticket.
A

J'ai mon billet sur mon téléphone.

zjee mon bie-jè suur mon tee-lee-fon. Ik heb mijn ticket op mijn telefoon.
B

Alors, je te retrouve ici après avoir acheté mon billet.

aa-lor, zjuh tuh ruh-troev ie-sie aa-prè a-vwaar aa-sjee-tee mon bie-jè. Dan zie ik je hier weer nadat ik mijn ticket heb gekocht.
A

J'attendrai près des machines.

zja-tan-drè prè dee ma-sjien. Ik wacht bij de automaten.
B

Cherche-moi à côté des machines.

sjèr-sj-mwaa aa koo-tee dee ma-sjien. Zoek me naast de automaten.

Woord voor woord

Tu «Tu» betekent hier «jij» en spreekt één persoon rechtstreeks aan in «Tu as déjà un billet de train ?». Deze vorm gebruik je in een informele vraag aan iemand die je kent, bijvoorbeeld in een nieuwe zin: «Tu viens ?».
as «As» betekent hier «hebt» in «Tu as déjà un billet de train ?». Het is de vorm die bij «tu» hoort in de uitdrukking «tu as»; je gebruikt «tu as» bijvoorbeeld om te vragen of iemand iets heeft.
déjà «Déjà» betekent hier «al» in «Tu as déjà un billet de train ?». Het geeft aan dat je vraagt of iets op dit moment al gebeurd of geregeld is; het staat vaak vóór het zelfstandig naamwoord of de rest van de informatie.
un «Un» is hier het onbepaalde lidwoord bij «billet» en betekent «een» in «un billet de train». Je gebruikt «un» vóór een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord, zoals in een nieuwe voorbeeldzin «un café».
billet «Billet» betekent hier «kaartje» of «ticket» in «un billet de train». In deze scène gaat het om een vervoersbewijs; je kunt «un billet de train» als vaste woordgroep gebruiken wanneer je over een treinkaartje praat.
de «De» verbindt in «billet de train» het kaartje met het soort vervoer: een treinkaartje. In dezelfde dialoog staat «de» ook in «près de» en «à côté de» om een plaats ten opzichte van iets aan te geven.
train «Train» betekent hier «trein» in «un billet de train». Samen met «billet de» vormt het de gebruikelijke aanduiding voor een treinkaartje; je gebruikt het in een vervoerscontext.
Pas «Pas» draagt in «Pas encore» bij aan de ontkenning «nog niet». De betekenis ontstaat samen met «encore», en de korte uitdrukking is bruikbaar als antwoord wanneer iets tot nu toe niet is gebeurd.
encore «Encore» betekent in «Pas encore» «nog», zodat de hele uitdrukking «nog niet» betekent. Je gebruikt «Pas encore» bijvoorbeeld wanneer iemand vraagt of je iets al hebt gedaan of geregeld.
Je «Je» betekent hier «ik» en is het onderwerp in «Je dois en acheter un». Deze vorm staat vóór het werkwoord wanneer je over je eigen handeling, behoefte of verplichting spreekt.
dois «Dois» betekent hier «moet» in «Je dois en acheter un». De combinatie «Je dois» geeft aan dat de spreker iets nodig vindt of verplicht is te doen; daarna volgt hier «acheter».
en «En» verwijst in «Je dois en acheter un» naar het eerder genoemde kaartje, zodat de betekenis «er een van kopen» is. Het staat vóór «acheter» en voorkomt dat «billet» opnieuw wordt herhaald; dit patroon gebruik je wanneer het bedoelde ding al bekend is.
acheter «Acheter» betekent hier «kopen» in «en acheter un». Het is de vorm die na «Je dois» wordt gebruikt en staat in de woordgroep «en acheter un»; je kunt de vorm ook gebruiken in een nieuwe voorbeeldzin «acheter un billet».
Il «Il» heeft in «Il y a des machines à billets près de l'entrée» geen zelfstandige betekenis als persoon; het hoort bij de vaste uitdrukking «Il y a», die hier «er zijn» betekent. Je gebruikt «Il y a» om aan te geven dat iets ergens aanwezig is.
y «Y» is hier onderdeel van «Il y a», waarmee je zegt dat er ticketmachines zijn. Alleen «y» betekent in deze zin niet zelfstandig «er»; gebruik de volledige structuur «Il y a» om aanwezigheid of bestaan aan te geven.
a «A» is hier onderdeel van «Il y a», de uitdrukking voor «er is» of «er zijn». In deze dialoog introduceert «Il y a» de nieuwe informatie «des machines à billets»; je kunt ermee een plaats of situatie beschrijven.
des «Des» is hier een onbepaald meervoudig lidwoord bij «machines» in «des machines à billets». Het verwijst naar meerdere ticketmachines zonder ze al eerder precies aan te wijzen; het patroon is «des» plus een meervoudig zelfstandig naamwoord.
machines «Machines» betekent hier «automaten» in «des machines à billets». Samen met «à billets» gaat het om apparaten waar je kaartjes koopt; je gebruikt het woord in deze scène voor de ticketautomaten op het station.
à «À» verbindt in «machines à billets» de machines met hun functie: machines voor kaartjes. Het staat ook in de vaste plaatsaanduiding «à côté de»; de precieze betekenis hangt dus af van de woordgroep waarin het staat.
près «Près» betekent hier «dichtbij» in «près de l'entrée». Samen met «de» vormt het «près de», waarmee je de nabijheid van een plaats of voorwerp aangeeft; je gebruikt het bijvoorbeeld om te zeggen waar je wacht.
l'entrée «L'entrée» betekent hier «de ingang» in «près de l'entrée». De vorm bevat «l'» vóór «entrée» omdat het lidwoord voor een klinker wordt verkort; je gebruikt de hele vorm om naar een ingang te verwijzen.
J'achèterai «J'achèterai» betekent hier «ik zal kopen» in «J'achèterai mon billet là-bas». De vorm geeft aan dat de spreker het kaartje later op die plek zal kopen; je gebruikt haar met een bezittelijk of ander object, zoals «mon billet».
mon «Mon» betekent hier «mijn» en hoort bij «billet» in «mon billet». Het geeft aan dat het kaartje van de spreker is of voor de spreker bedoeld is; je zet «mon» vóór het zelfstandig naamwoord.
là-bas «Là-bas» betekent hier «daar» of «daar ginds» in «J'achèterai mon billet là-bas». Het verwijst naar de eerder genoemde plek bij de ticketmachines; je gebruikt het om naar een plek op enige afstand te wijzen.
J'ai «J'ai» betekent hier «ik heb» in «J'ai mon billet sur mon téléphone». Het is de verkorte vorm van «Je» plus «ai» en wordt gebruikt om bezit of beschikbaarheid aan te geven, hier met «mon billet».
sur «Sur» betekent hier «op» in «sur mon téléphone». Het geeft aan waar het kaartje beschikbaar is, namelijk op de telefoon; je gebruikt «sur» ook met een apparaat of oppervlak wanneer informatie daarop staat.
téléphone «Téléphone» betekent hier «telefoon» in «mon téléphone». In deze zin is de telefoon de plaats waarop het kaartje staat; samen met «sur mon» vormt het de woordgroep «sur mon téléphone».
Alors «Alors» betekent hier «dan» of «dus» aan het begin van «Alors, je te retrouve ici». Het verbindt de informatie over het kaartje met de volgende afspraak; je gebruikt het om een gevolgtrekking of reactie in te leiden.
te «Te» betekent hier «jou» in «je te retrouve». Het verwijst naar de persoon die de spreker opnieuw zal ontmoeten en staat vóór «retrouve»; dit patroon gebruik je wanneer iemand het lijdend voorwerp van de handeling is.
retrouve «Retrouve» betekent hier «opnieuw tref» of «weer ontmoet» in «je te retrouve ici». Samen met «te» en «ici» beschrijft het de afspraak om elkaar op dezelfde plek weer te zien; je gebruikt «retrouver» met de persoon die je opnieuw ontmoet.
ici «Ici» betekent hier «hier» in «je te retrouve ici». Het verwijst naar de huidige of afgesproken plek bij het station; je gebruikt het om de plaats van een handeling of ontmoeting aan te geven.
après «Après» betekent hier «na» in «après avoir acheté mon billet». Het geeft aan dat de ontmoeting volgt nadat het kaartje is gekocht; in deze structuur staat het vóór «avoir acheté».
avoir «Avoir» betekent hier «hebben» als onderdeel van «après avoir acheté mon billet». Samen met «acheté» vormt het een constructie voor een handeling die eerst is afgerond; na «après» kan zo een eerdere handeling worden genoemd.
acheté «Acheté» betekent hier «gekocht» in «après avoir acheté mon billet». Samen met «avoir» verwijst het naar het kopen van het kaartje vóór de ontmoeting; de volledige woordgroep is «après avoir acheté mon billet».
J'attendrai «J'attendrai» betekent hier «ik zal wachten» in «J'attendrai près des machines». De vorm beschrijft wat de spreker later op de afgesproken plek zal doen; je gebruikt haar hier met de plaatsaanduiding «près des machines».
Cherche-moi «Cherche-moi» betekent hier «zoek mij» in «Cherche-moi à côté des machines». Het is een directe opdracht waarbij «moi» aangeeft wie gezocht moet worden; je gebruikt de volledige vorm wanneer je iemand zegt waar die je kan vinden.
côté «Côté» betekent hier «kant» in de vaste plaatsaanduiding «à côté de», die «naast» betekent. In «à côté des machines» geeft de woordgroep aan dat de persoon zich naast de automaten bevindt; gebruik de volledige uitdrukking met «de» en het referentiepunt.

Grammatica

acheter → j’achèterai (futur simple)

J’achèterai un billet.

zja-sj-trè uh(n) bie-jè.

Ik zal een kaartje kopen.

De uitgang -ai maakt de eerste persoon enkelvoud in de Franse toekomende tijd: ‘ik zal kopen’.

il y a + zelfstandig naamwoord

Il y a une machine.

iel jaa uun ma-sjien.

Er is een automaat.

Il y a betekent ‘er is’ of ‘er zijn’ en wordt gebruikt om het bestaan of de aanwezigheid van iets aan te geven.

Frans woordenschat

acheter werkwoord
aa-sjee-tee kopen
avoir werkwoord
a-vwaar hebben as
billet zelfstandig naamwoord
bie-jè kaartje
déjà bijwoord
dee-zjaa al
devoir werkwoord
duh-vwaar moeten dois
entrée zelfstandig naamwoord
an-tree ingang l'entrée
il y a uitdrukking
iel jaa er is / er zijn
là-bas bijwoord
laa-baa daar
machine zelfstandig naamwoord
ma-sjien automaat machines
pas encore uitdrukking
paa-zan-kor nog niet
près de voorzetsel
prè duh vlak bij
train zelfstandig naamwoord
trè(n) trein

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Daar koop ik mijn ticket.

Antwoord tonenJ'achèterai mon billet là-bas.

Ik heb mijn ticket op mijn telefoon.

Antwoord tonenJ'ai mon billet sur mon téléphone.

Ik wacht bij de automaten.

Antwoord tonenJ'attendrai près des machines.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

automaat

Antwoord tonenmachines

moeten

Antwoord tonendois

trein

Antwoord tonentrain

kaartje

Antwoord tonenbillet