Het juiste perron vinden | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At a train station, two adults check the platform sign, manage bags, and watch for changes before boarding..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Het juiste perron vinden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Sur quel quai devons-nous aller ?

Suur kel kee duh-von noe-zalee? Naar welk perron moeten we gaan?
B

Le panneau indique le quai numéro deux.

Luh pano èndiek luh kee nümeeghoo deu. Het bord wijst naar perron twee.
A

Je ne peux pas lire les petites lettres d'ici.

Zjuh nuh puh pa liegh lay puh-teet letr die-sie. Ik kan de kleine letters vanaf hier niet lezen.
B

Il dit que le train part dans dix minutes.

Iel die kuh luh trè(n) pahr don dies mie-nuut. Er staat dat de trein over tien minuten vertrekt.
A

Je vais aux toilettes avant de monter dans le train.

Zjuh vè oo twa-let a-von duh mon-tee don luh trè(n). Ik ga naar het toilet voordat we instappen.
B

Je garde les sacs avec moi.

Zjuh gard lay sak a-vek mwa. Ik houd de tassen bij me.
A

Reste près de ce panneau, s'il te plaît.

Ghehst preh duh suh pano, siel tuh pleh. Blijf alsjeblieft bij dit bord.
B

Je regarderai le tableau si le quai change.

Zjuh guh-gar-duh-rè luh ta-bloo sie luh kee sjon-zj. Ik houd het bord in de gaten als het perron verandert.

Woord voor woord

Sur In „Sur quel quai devons-nous aller ?” betekent „Sur” hier „naar” in de vraag naar een perron. Het staat vóór „quel quai” in de vaste vraagstructuur „Sur quel quai... ?”.
quel „Quel” betekent hier „welk” en vraagt samen met „quai” naar het juiste perron. Een bruikbaar patroon is „quel + zelfstandig naamwoord” om naar één keuze te vragen.
quai „Quai” betekent hier „perron”, de plaats waar je op de trein wacht. Je gebruikt het met een nummer, zoals in „le quai numéro deux”, of in de vraag „Sur quel quai... ?”.
devons „Devons” betekent hier „moeten” in „devons-nous aller”. Het is een vorm van „devoir” en staat door de vraagvolgorde vóór „nous”; samen drukken ze uit dat we moeten gaan.
nous „Nous” verwijst hier naar „wij”: de spreker en de aangesprokene samen. In „devons-nous aller” staat het na de werkwoordsvorm omdat de zin als vraag is opgebouwd.
aller „Aller” betekent „gaan” en staat hier na „devons” in „devons-nous aller”. Na „devoir” volgt in deze zin de infinitief „aller”; het patroon is „devoir + infinitief”.
Le „Le” betekent hier „de” in „Le panneau”; het verwijst naar één bepaald informatiepaneel. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord „panneau”.
panneau „Panneau” betekent hier „bord” of „informatiepaneel”, namelijk het bord dat het perron aanduidt. In „Le panneau indique...” is het bord degene die de informatie aangeeft.
indique „Indique” betekent hier „geeft aan” of „vermeldt” in „Le panneau indique le quai numéro deux”. Het is een vorm van „indiquer”; een bruikbaar patroon is „indiquer + informatie”.
numéro „Numéro” betekent hier „nummer” in „le quai numéro deux”. De uitdrukking „numéro + getal” geeft aan welk nummer iets heeft.
deux „Deux” betekent „twee” en specificeert in „le quai numéro deux” het nummer van het perron. Je kunt „numéro deux” gebruiken om naar nummer twee te verwijzen.
Je „Je” betekent hier „ik” in „Je ne peux pas lire...”. Het staat vóór de werkwoorden om de spreker aan te geven.
ne „Ne” is hier het eerste deel van de Franse ontkenning „ne... pas” in „Je ne peux pas lire”. Samen met „pas” maakt het duidelijk dat de spreker niet kan lezen.
peux „Peux” betekent hier „kan” in „Je ne peux pas lire”. Het is een vorm van „pouvoir”; na deze vorm volgt de infinitief „lire”.
pas „Pas” is hier het tweede deel van de ontkenning „ne... pas”. In „Je ne peux pas lire” maakt „ne... pas” van „peux lire” de betekenis „kan niet lezen”.
lire „Lire” betekent „lezen” in „lire les petites lettres”. Het staat na „peux” als infinitief; een bruikbaar patroon is „pouvoir + infinitief”.
les „Les” betekent hier „de” vóór het meervoud „petites lettres”. Het staat vóór de hele woordgroep „les petites lettres”.
petites „Petites” betekent hier „kleine” en beschrijft „lettres” in „les petites lettres”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en past zich aan de meervoudige woordgroep aan.
lettres „Lettres” betekent hier „letters”, de kleine letters die de spreker vanaf de huidige plaats niet kan lezen. In „lire les petites lettres” is het wat iemand leest.
d'ici „D'ici” betekent hier „vanaf hier” in „Je ne peux pas lire les petites lettres d'ici”. Het geeft het vertrekpunt van waaruit de spreker probeert te lezen aan.
Il „Il” verwijst hier naar het bord of de informatie daarop in „Il dit que le train part...”. Het staat aan het begin van de zin als onderwerp dat de vermelde informatie doorgeeft.
dit „Dit” betekent hier „zegt” of „vermeldt” in „Il dit que le train part...”. Het is een vorm van „dire”; met „que” leidt het de meegedeelde informatie in.
que „Que” betekent hier „dat” en verbindt „Il dit” met de informatie „le train part dans dix minutes”. Een bruikbaar patroon is „dire que + zin” om te zeggen wat iemand of iets vermeldt.
train „Train” betekent „trein” in „le train part dans dix minutes”. Het staat na „le” en is het onderwerp van „part”.
part „Part” betekent hier „vertrekt” in „le train part dans dix minutes”. Het is een vorm van „partir”; je gebruikt het hier met „dans” en een tijdsduur om het vertrekmoment aan te geven.
dans „Dans” betekent hier „over” in „dans dix minutes”: het vertrek gebeurt na een tijdsduur van tien minuten. Een bruikbaar patroon is „dans + tijdsduur” voor iets dat later plaatsvindt.
dix „Dix” betekent „tien” in „dix minutes”. Het specificeert samen met „minutes” de tijdsduur tot het vertrek.
minutes „Minutes” betekent „minuten” in „dans dix minutes”. Samen met „dans” geeft deze woordgroep aan dat de trein over tien minuten vertrekt.
vais „Vais” betekent hier „ga” in „Je vais aux toilettes”. Het is een vorm van „aller”; met de plaats „aux toilettes” zegt de spreker waar die naartoe gaat.
aux „Aux” betekent hier „naar de” in „Je vais aux toilettes”. Het is de samentrekking van „à” en „les”, en staat vóór het meervoud „toilettes”.
toilettes „Toilettes” betekent hier „toilet” in „Je vais aux toilettes”. De uitdrukking „aller aux toilettes” wordt gebruikt om te zeggen dat je naar het toilet gaat.
avant „Avant” betekent hier „voordat” in „avant de monter dans le train”. Het plaatst het toiletbezoek vóór het instappen; vóór een infinitief volgt hier de structuur „avant de + infinitief”.
de In „avant de monter dans le train” verbindt „de” „avant” met de infinitief „monter”. De volledige betekenis „voordat we instappen” komt uit de hele uitdrukking „avant de monter”, niet uit „de” alleen.
monter „Monter” betekent hier „instappen” in „avant de monter dans le train”. Na „avant de” staat de infinitief „monter”; met „dans le train” wordt aangegeven waarin je instapt.
garde „Garde” betekent hier „houdt bij zich” in „Je garde les sacs avec moi”. Het is een vorm van „garder”; een bruikbaar patroon is „garder + voorwerp + avec moi” om te zeggen dat je iets bij je houdt.
sacs „Sacs” betekent „tassen” in „Je garde les sacs avec moi”. Het is het voorwerp van „garde” en staat na het werkwoord.
avec „Avec” betekent „met” in „avec moi”. Het verbindt de tassen met de persoon die ze bij zich houdt.
moi „Moi” betekent hier „mij” of „me” in „avec moi”. Na het voorzetsel „avec” wordt deze vorm gebruikt om de persoon aan te geven met wie of bij wie iets is.
Reste „Reste” betekent hier „blijf” in „Reste près de ce panneau”. Het is een vorm van „rester” en wordt hier gebruikt om iemand rechtstreeks te vragen op een plaats te blijven.
près „Près” betekent „dicht bij” of „in de buurt van” in „près de ce panneau”. Het wordt in deze uitdrukking gevolgd door „de” en daarna door de plaats of het voorwerp.
ce „Ce” betekent hier „dit” in „ce panneau” en wijst naar het bord waarover de gesprekspartners spreken. Het staat direct vóór „panneau”.
s'il te plaît „S'il te plaît” betekent als geheel „alsjeblieft” en maakt „Reste près de ce panneau” beleefder. De uitdrukking bevat „si” („als”), „il” in de samentrekking „s'il”, „te” voor de aangesprokene en „plaît” („bevalt” of „pleziert”); samen betekent ze letterlijk ongeveer „als het je bevalt”.
regarderai „Regarderai” betekent hier „zal kijken” of „zal in de gaten houden” in „Je regarderai le tableau”. Het is een vorm van „regarder” en staat met „je” voor een voornemen in de toekomst; daarna volgt het object „le tableau”.
tableau „Tableau” betekent hier „bord” of „informatiebord”, namelijk het bord waarop veranderingen kunnen verschijnen. In „regarder le tableau” is het wat de spreker in de gaten houdt.
si „Si” betekent hier „als” in „si le quai change”. Het leidt de voorwaarde in waaronder de spreker het bord zal bekijken.
change „Change” betekent hier „verandert” in „si le quai change”. Het is een vorm van „changer”; een bruikbaar patroon is „si + zin” om een voorwaarde te noemen.

Grammatica

avant de + infinitif

Avant de monter, reste près du tableau.

A-von duh mon-tee, ghehst preh dü ta-bloo.

Voordat je instapt, blijf bij het bord.

Na « avant de » staat een werkwoord in de infinitief: « monter », niet een vervoegde vorm.

quel + nom

Quel quai devons-nous regarder ?

Kel kee duh-von noe guh-gar-dee?

Naar welk perron moeten we kijken?

« Quel » staat vóór een zelfstandig naamwoord en past zich aan het geslacht en getal daarvan aan.

Frans woordenschat

aller werkwoord
aa-lee gaan

aller

devoir werkwoord
duh-vwaar moeten devons

devons-nous aller

dire werkwoord
diegh zeggen dit

Il dit que

indiquer werkwoord
èn-die-kee aangeven indique

Le panneau indique le quai

lettre zelfstandig naamwoord
letr letter lettres

les petites lettres

lire werkwoord
liegh lezen

lire les petites lettres

numéro zelfstandig naamwoord
nüü-mee-ghoo nummer

le quai numéro deux

panneau zelfstandig naamwoord
pa-no bord

Le panneau indique

petit bijvoeglijk naamwoord
puh-tie klein petites

les petites lettres

pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen peux

Je ne peux pas lire

quai zelfstandig naamwoord
kee perron

Sur quel quai devons-nous aller ?

quel bepaler
kel welk

Sur quel quai

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Naar welk perron moeten we gaan?

Antwoord tonenSur quel quai devons-nous aller ?

Ik houd de tassen bij me.

Antwoord tonenJe garde les sacs avec moi.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gaan

Antwoord tonenaller

bord

Antwoord tonenpanneau

welk

Antwoord tonenquel

nummer

Antwoord tonennuméro