Zitplaatsen vinden in de trein | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: Inside a train, two adults find seats, check the station display, and rest before getting off..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Zitplaatsen vinden in de trein oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Il fait frais dans le train.

iel fè frè dan luh trèn Binnen in de trein voelt het koel aan.
B

Plus loin, il y a des places libres.

pluus lwèn, iel ja dè plas liebr Verderop zijn er vrije plaatsen.
A

Je veux m'asseoir après toute cette marche.

zjuh vuh maswaar aprè toet set marsj Ik wil gaan zitten na al dat lopen.
B

Ces sièges sont confortables.

see sjèzj son kon-for-taabl Deze stoelen zijn comfortabel.
A

Le trajet semble calme aussi.

luh tra-zjè sambl kalm o-sie De rit voelt ook rustig aan.
B

Tu peux voir le panneau de la gare depuis là-bas ?

tuu puh vwar luh panoo duh la gaar duh-pwie laa-baa? Kun je vanaf daar het stationsbord zien?
A

Il nous reste trois arrêts.

iel noe rest trwaa a-rè We hebben nog drie haltes.
B

Ensuite, nous pouvons nous reposer un peu avant de descendre.

an-swiet, noe poe-von noe ruh-poo-zee uhn puh a-van duh de-san-dr Dan kunnen we even uitrusten voordat we uitstappen.

Uitleg van de zinnen

  1. Il fait frais dans le train.

    Binnen in de trein voelt het koel aan.

    Il fait frais
    het is koel
    frais
    koel, fris
    dans
    in
    train
    trein
    Uitgebreide uitleg

    Il fait frais is een vaste weers- en temperatuuruitdrukking: letterlijk staat er een onpersoonlijk il met faire, maar er is geen concrete handelende persoon. In deze zin betekent de constructie dat het koel aanvoelt. Vergelijkbare patronen zijn Il fait chaud = “Het is warm” en Il fait froid = “Het is koud”. frais betekent hier “koel” of “fris”. Het is de vorm die in deze uitdrukking bij het onpersoonlijke il staat; het woord beschrijft de temperatuur, niet de trein als zelfstandig naamwoord. Het gewone vergelijkingspatroon is frais – plus frais – le plus frais: koel – koeler – het koelst. dans is een voorzetsel met de betekenis “in” en geeft hier de plaats aan. Het verbindt de temperatuurwaarneming met de binnenruimte van de trein. Een herbruikbaar patroon is dans + plaats, bijvoorbeeld dans la maison = “in het huis”. train betekent “trein”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord en verschijnt hier met het bepaalde lidwoord le: le train. Het volledige voorzetselstuk dans le train betekent dus “in de trein”. Samen betekent Il fait frais dans le train: “Binnen in de trein voelt het koel aan.” De uitdrukking Il fait frais geeft de temperatuurindruk weer; dans le train beperkt die indruk tot de plaats in de trein.

  2. Plus loin, il y a des places libres.

    Verderop zijn er vrije plaatsen.

    Plus loin
    verderop
    il y a
    er is / er zijn
    places
    plaatsen
    libres
    vrij
    Uitgebreide uitleg

    Plus loin betekent hier ‘verderop’, dus op een verder gelegen plek. loin betekent ‘ver weg’; plus loin is de vergelijkende vorm met de betekenis ‘verder weg/verderop’. Voorbeeld: La gare est plus loin. — ‘Het station is verderop.’ il y a is een vaste Franse bestaansconstructie: ‘er is’ of ‘er zijn’. De vorm blijft il y a, terwijl het enkelvoud of meervoud uit het zelfstandig naamwoord blijkt. Voorbeeld: Il y a une chaise. — ‘Er is een stoel.’ places is het meervoud van place, hier met de betekenis ‘plaatsen’ of ‘zitplaatsen’. Het meervoud wordt in deze vorm door -s aangegeven; het lidwoord des ervoor hoort ook bij het meervoud. Voorbeeld: Il y a des places. — ‘Er zijn plaatsen.’ libres betekent hier ‘vrij’ in de zin van ‘niet bezet’. Het bijvoeglijk naamwoord is libre in het enkelvoud en krijgt hier -s omdat het bij het meervoudige vrouwelijke zelfstandig naamwoord places hoort: une place libre, maar des places libres. Voorbeeld: Les sièges sont libres. — ‘De zitplaatsen zijn vrij.’ Samen vormt de zin: Plus loin + il y a + des places libres: ‘Verderop zijn er vrije plaatsen.’ De plaatsaanduiding staat vooraan; daarna noemt de bestaansconstructie wat daar aanwezig is. De zin zegt dus dat er verderop vrije plaatsen zijn.

  3. Je veux m'asseoir après toute cette marche.

    Ik wil gaan zitten na al dat lopen.

    Je veux
    ik wil
    m'asseoir
    gaan zitten
    après
    na
    toute
    al / hele
    cette
    dat / deze
    marche
    lopen; wandeling
    Uitgebreide uitleg

    Je veux betekent hier: ik wil. veux is de vorm van vouloir in de tegenwoordige tijd voor je: je veux. Met een infinitief erna drukt vouloir de wens of bedoeling van de spreker uit. Vergelijk: Je veux partir. = Ik wil vertrekken. De vorm veux hoort bij je; bij nous staat bijvoorbeeld nous voulons. m'asseoir betekent hier: gaan zitten. Dit is de infinitief van het wederkerende werkwoord s'asseoir. Voor de eerste persoon wordt het wederkerende voornaamwoord me; vóór de klinker van asseoir wordt dat in deze spelling m'. De combinatie veux m'asseoir is dus wil gaan zitten, waarbij veux het vervoegde werkwoord is en m'asseoir de infinitief. Voorbeeld: Elle veut s'asseoir. = Zij wil gaan zitten. après betekent na en geeft aan dat iets later gebeurt dan wat erop volgt. Hier staat het vóór toute cette marche: het willen gaan zitten komt na het lopen. Het kan ook vóór een gebeurtenis staan, bijvoorbeeld après le repas = na de maaltijd. toute betekent hier al of hele. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van tout en stemt overeen met het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord marche. In toute cette marche versterkt het de omvang van de genoemde wandeling of het genoemde lopen; het is hier niet zelfstandig een telwoord. Andere vormen zijn bijvoorbeeld tout bij een mannelijk enkelvoudig woord en tous bij een mannelijk meervoudig woord. cette betekent hier deze of, in de Nederlandse vertaling, dat. Het is een aanwijzend woord voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; hier hoort het bij marche. De keuze voor deze vorm komt dus door het grammaticale geslacht en getal van marche, niet doordat het woord noodzakelijk letterlijk dichtbij staat. Een voorbeeld met een ander vrouwelijk enkelvoudig woord is cette chaise = deze stoel. marche is hier een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent in deze context het lopen of de wandeling. Dat blijkt ook uit toute en cette, die ermee overeenkomen. De vorm marche kan in andere zinnen een andere functie hebben, maar hier is de bedoelde betekenis het lopen/de wandeling na afloop waarvan de spreker wil gaan zitten. Voorbeeld: Après une longue marche, je veux m'asseoir. = Na een lange wandeling wil ik gaan zitten. Samen vormt Je veux m'asseoir de wens van de spreker om te gaan zitten. après toute cette marche bepaalt wanneer die handeling gewenst is: na al dit lopen of na deze hele wandeling. De volledige betekenis is daarom: Ik wil gaan zitten na al dat lopen.

  4. Ces sièges sont confortables.

    Deze stoelen zijn comfortabel.

    Ces
    deze
    sièges
    stoelen
    sont
    zijn
    confortables
    comfortabel
    Uitgebreide uitleg

    Ces betekent hier “deze” en staat vóór een zelfstandig naamwoord in het meervoud. Het is een aanwijzende bepaler: in het enkelvoud bestaan onder meer ce en cette, maar ces wordt zowel bij mannelijke als vrouwelijke meervoudige zelfstandige naamwoorden gebruikt. Voorbeeld: ces maisons = “deze huizen”. sièges betekent hier “stoelen”. Het enkelvoud is siège; de vorm sièges heeft een meervoudsuitgang. In andere contexten kan siège ook een zitplaats of zetel betekenen, maar hier past “stoelen” bij de vaste vertaling. Voorbeeld: Un siège est libre. = “Een stoel is vrij.” sont is de vorm van être (“zijn”) in de tegenwoordige tijd voor de derde persoon meervoud: ils/elles sont. Het onderwerp is hier meervoud, namelijk ces sièges. Voorbeeld: Les portes sont ouvertes. = “De deuren zijn open.” confortables betekent “comfortabel” en beschrijft sièges. De basisvorm is confortable; confortables draagt de meervoudsuitgang. Bij dit bijvoeglijk naamwoord is er in de spelling geen afzonderlijk verschil tussen mannelijk en vrouwelijk meervoud. Voorbeeld: Ces chaises sont confortables. = “Deze stoelen zijn comfortabel.” Samen vormen Ces sièges het onderwerp: “deze stoelen”. sont confortables zegt dat ze comfortabel zijn. De volledige betekenis is dus: “Deze stoelen zijn comfortabel.”

  5. Le trajet semble calme aussi.

    De rit voelt ook rustig aan.

    trajet
    rit; reis
    semble
    lijkt
    calme
    rustig
    aussi
    ook
    Uitgebreide uitleg

    trajet betekent hier ‘rit’ of ‘reis’: de verplaatsing zelf, niet bijvoorbeeld een voertuig. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor Le. Dat lidwoord maakt de rit bepaald, maar drukt op zichzelf geen aantal uit. semble komt van sembler (‘lijken’). Dit is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, passend bij het enkelvoudige onderwerp Le trajet. Een bruikbaar patroon is X semble + bijvoeglijk naamwoord: ‘X lijkt …’. Voorbeeld: Le trajet semble long. — ‘De rit lijkt lang.’ calme betekent hier ‘rustig’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat het traject beschrijft. In deze zin is het mannelijk enkelvoud en heeft het dezelfde vorm als de vrouwelijke enkelvoudsvorm; in het meervoud is de vorm calmes. Voorbeeld: La gare semble calme. — ‘Het station lijkt rustig.’ aussi betekent ‘ook’ en voegt deze rit toe aan iets dat eveneens zo wordt beschreven. Het verandert de vorm van de andere woorden niet. Voorbeeld: Le trajet est agréable aussi. — ‘De rit is ook aangenaam.’ Samen vormt Le trajet semble calme de betekenis ‘De rit lijkt rustig’. Aussi voegt ‘ook’ toe: Le trajet semble calme aussi. betekent dus ‘De rit voelt ook rustig aan’ of letterlijker ‘De rit lijkt ook rustig.’

  6. Tu peux voir le panneau de la gare depuis là-bas ?

    Kun je vanaf daar het stationsbord zien?

    Tu peux
    je kunt
    voir
    zien
    panneau
    bord; paneel
    gare
    station
    depuis là-bas
    vanaf daar
    Uitgebreide uitleg

    Tu peux bestaat uit het onderwerp tu (“jij”) en peux, de vorm van pouvoir (“kunnen”) voor tu in de tegenwoordige tijd. Samen drukken ze hier mogelijkheid of vermogen uit: “je kunt”. Pouvoir wordt gevolgd door een infinitief: Tu peux voir... = “Je kunt ... zien”. Vergelijk: Je peux voir = “Ik kan zien”; Tu ne peux pas voir = “Je kunt niet zien”. voir betekent hier “zien”. Het is de infinitief van een onregelmatig werkwoord; na peux blijft het onveranderd. Andere tegenwoordige vormen zijn bijvoorbeeld je vois (“ik zie”) en tu vois (“jij ziet”). Voorbeeld: Je peux voir le train. — “Ik kan de trein zien.” panneau betekent hier “bord”, in de zin van een zichtbaar informatie- of aanduidingsbord. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: un panneau, meervoud des panneaux. Het meervoud wordt in de spelling geschreven met -x, terwijl de uitspraak doorgaans hetzelfde blijft. Voorbeeld: Je lis le panneau. — “Ik lees het bord.” gare betekent “station”, hier in de samenstelling la gare (“het station”). Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, dus het bepaalde lidwoord is la. Een nuttig contrast is la gare (“het station”) tegenover le panneau (“het bord”): het grammaticale geslacht hoort bij elk zelfstandig naamwoord afzonderlijk en volgt niet uit de betekenis alleen. depuis là-bas betekent “vanaf daar”. Depuis geeft hier het vertrekpunt aan; là-bas is een plaatsaanduiding voor een plek op enige afstand (“daar/ginds”). Samen bepaalt deze woordgroep vanuit welke plaats het zien mogelijk is. Voorbeeld: Depuis là-bas, je vois la gare. — “Vanaf daar zie ik het station.” De bezitsrelatie le panneau de la gare betekent “het stationsbord”, letterlijk “het bord van het station”. De verbindt het bezit of de bijbehorende relatie met la gare; het bord wordt dus aan het station gekoppeld. In de vraag staat eerst wat men kan zien (voir le panneau de la gare) en daarna waarvandaan (depuis là-bas). De volledige zin Tu peux voir le panneau de la gare depuis là-bas ? is daarom: “Kun je vanaf daar het stationsbord zien?” De vraagvorm ontstaat hier door de intonatie; er staat geen apart vraagwoord of omkering.

  7. Il nous reste trois arrêts.

    We hebben nog drie haltes.

    Il nous reste
    we hebben nog over
    trois
    drie
    arrêts
    haltes
    Uitgebreide uitleg

    Il nous reste vormt hier een vaste manier om uit te drukken wat er nog over is: letterlijk blijft er iets aan ons over, natuurlijk vertaald als “we hebben nog … over”. Il is in deze constructie een onpersoonlijk onderwerp en verwijst niet naar een bepaalde persoon. reste is de tegenwoordige tijd van rester (“overblijven”, ook “blijven”), in de derde persoon enkelvoud; bij dit onpersoonlijke il blijft het werkwoord enkelvoudig. Nous betekent hier “aan/voor ons” en geeft aan voor wie de resterende hoeveelheid geldt. Voorbeeld: Il nous reste deux arrêts. — “We hebben nog twee haltes over.” trois is het hoofdtelwoord “drie”. Het verandert niet van vorm volgens het geslacht of getal van het zelfstandig naamwoord: trois arrêts betekent “drie haltes”, en bijvoorbeeld trois minutes “drie minuten”. Het is hier een concrete hoeveelheid, niet alleen een algemene aanduiding van wat er nog is. arrêts is het meervoud van het zelfstandig naamwoord arrêt, hier “halte” of “stop”. De uitgang -s markeert het meervoud; het enkelvoud is un arrêt. In deze reiscontext gaat het om haltes die nog komen. Voorbeeld: Nous descendons après quatre arrêts. — “We stappen na vier haltes uit.” Samen betekent Il nous reste trois arrêts.: “We hebben nog drie haltes.” De onpersoonlijke constructie il nous reste geeft aan dat er voor ons nog iets overblijft; trois bepaalt de hoeveelheid en arrêts benoemt wat er nog over is. De volgende handeling of bestemming wordt door deze zin op zichzelf niet verder gespecificeerd.

  8. Ensuite, nous pouvons nous reposer un peu avant de descendre.

    Dan kunnen we even uitrusten voordat we uitstappen.

    Ensuite
    daarna
    nous pouvons
    we kunnen
    nous reposer
    uitrusten
    un peu
    even; een beetje
    avant de
    voordat
    descendre
    uitstappen
    Uitgebreide uitleg

    Ensuite betekent hier “daarna” en plaatst deze handeling na wat eerder is genoemd. Het is een bijwoord; vergelijk bijvoorbeeld Ensuite, je rentre. — “Daarna ga ik naar huis.” nous pouvons betekent “we kunnen”. pouvons is de tegenwoordige tijd van pouvoir bij nous: nous pouvons. Deze vorm drukt hier mogelijkheid of gelegenheid uit. De combinatie nous pouvons krijgt daarna een infinitief: nous pouvons nous reposer — “we kunnen uitrusten”. nous reposer betekent hier “uitrusten”. Het werkwoord is se reposer, een pronominale vorm met de betekenis “rusten” of “uitrusten”; na pouvons staat het in de infinitief. Het voornaamwoord past bij nous: nous nous reposons betekent “we rusten uit”, terwijl na een ander onderwerp bijvoorbeeld je me repose staat. un peu betekent hier “even” of “een beetje” en beperkt de duur of mate van het uitrusten. Het is geen zelfstandig onderdeel van het werkwoord; samen met nous reposer geeft het aan dat de rust kort of beperkt is. Voorbeeld: Attends un peu. — “Wacht even.” avant de betekent “voordat” wanneer er daarna een infinitief komt. De vaste bruikbare structuur is avant de + infinitief: avant de partir — “voordat [iemand] vertrekt”. Hier leidt avant de het gebeuren in dat later plaatsvindt dan het uitrusten. descendre is de infinitief van “afdalen” of, in deze vervoerscontext, “uitstappen”. De vertaling en de voorafgaande context over haltes ondersteunen hier de betekenis “uitstappen”. Voorbeeld: Nous allons descendre à la prochaine station. — “We stappen bij de volgende halte uit.” Samen betekent Ensuite, nous pouvons nous reposer un peu avant de descendre: “Dan kunnen we even uitrusten voordat we uitstappen.” De betekenisvolle volgorde is: daarna kunnen we kort uitrusten, en vervolgens stappen we uit.

Grammatica

pouvoir + infinitif

Nous pouvons nous reposer après le trajet.

noe poe-von noe ruh-poo-zee aprè luh tra-zjè

We kunnen uitrusten na de rit.

Na een vervoeging van pouvoir volgt een infinitief: pouvons nous reposer.

avant de + infinitif

Avant de descendre, nous pouvons nous reposer.

a-van duh de-san-dr, noe poe-von noe ruh-poo-zee

Voordat we uitstappen, kunnen we uitrusten.

Voor een werkwoord gebruik je avant de + infinitief: avant de descendre.

Frans woordenschat

après voorzetsel
aprè na

Je veux m'asseoir après toute cette marche.

confortable bijvoeglijk naamwoord
kon-for-taabl comfortabel confortables

Ces sièges sont confortables.

frais bijvoeglijk naamwoord
frè koel

Il fait frais dans le train.

libre bijvoeglijk naamwoord
liebr vrij libres

Plus loin, il y a des places libres.

marche zelfstandig naamwoord
marsj lopen

Je veux m'asseoir après toute cette marche.

place zelfstandig naamwoord
plas plaats places

Plus loin, il y a des places libres.

plus loin bijwoord
pluus lwèn verderop Plus loin

Plus loin, il y a des places libres.

s'asseoir werkwoord
sa-swaar gaan zitten m'asseoir

Je veux m'asseoir après toute cette marche.

sembler werkwoord
sam-blee lijken semble

Le trajet semble calme aussi.

siège zelfstandig naamwoord
sjèzj stoel sièges

Ces sièges sont confortables.

train zelfstandig naamwoord
trèn trein

Il fait frais dans le train.

trajet zelfstandig naamwoord
tra-zjè rit

Le trajet semble calme aussi.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Binnen in de trein voelt het koel aan.

Antwoord tonenIl fait frais dans le train.

Deze stoelen zijn comfortabel.

Antwoord tonenCes sièges sont confortables.

De rit voelt ook rustig aan.

Antwoord tonenLe trajet semble calme aussi.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

na

Antwoord tonenaprès

koel

Antwoord tonenfrais

stoel

Antwoord tonensièges

lopen

Antwoord tonenmarche