Met de fiets naar het juiste loket | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At a city hall entrance, two adults talk about arriving by bike and going inside to find the right counter..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Met de fiets naar het juiste loket oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je ne suis jamais entré dans cette mairie.

zje nu swie zja-mè an-tré dan set mè-rie. Ik ben nog nooit eerder in dit stadhuis geweest.
B

Le bâtiment est plus beau que je ne pensais.

le ba-tie-man è pluu bo kuh zje nu pan-sè. Het gebouw is mooier dan ik had verwacht.
A

L'entrée est à côté du parking à vélos.

lan-tré è aa koo-té duu par-king aa vee-lo. De ingang is naast de fietsenstalling.
B

Beaucoup de gens sont venus à vélo.

bo-koo duh zjan son vuh-nuu aa vee-lo. Veel mensen zijn met de fiets gekomen.
A

C'est logique.

sè lo-zjiek. Dat is logisch.
A

C'est plus facile que d'attendre le bus.

sè pluu fa-siel kuh da-tan-dr luh buus. Dat is makkelijker dan op de bus wachten.
B

La prochaine fois, nous pourrions aussi venir ici à vélo.

la proo-sjen fwaa, noe poe-rie-jon oo-sie vuh-nier ie-sie aa vee-lo. De volgende keer zouden we hier ook naartoe kunnen fietsen.
A

Alors, nous pouvons laisser les vélos près de l'entrée.

aa-lor, noe poe-von lè-sé lè vee-lo prè duh lan-tré. Dan kunnen we de fietsen dicht bij de ingang zetten.
B

Pour l'instant, entrons et trouvons le bon guichet.

poer len-stan, an-tron ee troe-von luh bon gie-sjè. Laten we nu naar binnen gaan en het juiste loket zoeken.

Uitleg van de zinnen

  1. Je ne suis jamais entré dans cette mairie.

    Ik ben nog nooit eerder in dit stadhuis geweest.

    ne … jamais
    nooit
    entré
    binnengegaan
    cette
    deze
    mairie
    stadhuis
    Uitgebreide uitleg

    ne ... jamais vormt hier samen de Franse ontkenning “nooit”. In deze voltooide verleden tijd staat ne vóór het hulpwerkwoord en jamais erna: ne suis jamais .... Het is dus de combinatie, niet alleen ne of alleen jamais, die de ontkenning uitdrukt. In een ervaringszin vertaal je dit natuurlijk als “nog nooit”. entré komt van entrer, “binnengaan” of “naar binnen gaan”. In deze zin staat het als voltooid deelwoord in de voltooide tijd met être: suis entré. Omdat de spreker met Je mannelijk enkelvoud wordt weergegeven, heeft het deelwoord hier de vorm entré; bij een vrouwelijke enkelvoudige spreker is de vorm entrée, en bij meervoud zijn er andere uitgangen. De vaste betekenis maakt duidelijk dat het om eerder naar binnen gaan/in dit gebouw zijn gaat, niet om een algemene eigenschap. cette betekent “deze” en staat bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het woord zelf drukt geen aantal uit. Het past hier bij mairie; de keuze voor deze vorm hangt dus samen met het grammaticale geslacht en getal van dat zelfstandig naamwoord. mairie betekent “stadhuis” en is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Het is bruikbaar in het patroon dans cette mairie, “in dit stadhuis”. Het voorzetsel dans geeft hier de plaats binnen het gebouw aan. Samen bestaat de zin uit Je (“ik”), de ontkenning ne ... jamais, de voltooide vorm suis entré en de plaatsbepaling dans cette mairie. De volledige betekenis is: “Ik ben nog nooit eerder in dit stadhuis geweest.”

  2. Le bâtiment est plus beau que je ne pensais.

    Het gebouw is mooier dan ik had verwacht.

    bâtiment
    gebouw
    plus beau
    mooier
    que je ne pensais
    dan ik verwachtte
    Uitgebreide uitleg

    bâtiment betekent hier “gebouw”. Het is een zelfstandig naamwoord met mannelijk grammaticaal geslacht: un bâtiment, le bâtiment. Het meervoud is des bâtiments. In deze zin verwijst Le naar het gebouw dat als onderwerp wordt beschreven; het lidwoord maakt het zelfstandig naamwoord bepaald. plus beau betekent “mooier”. beau is de basisvorm; de vergrotende trap wordt gevormd met plus: beau → plus beau. Het bijvoeglijk naamwoord staat hier in de mannelijke enkelvoudsvorm, passend bij bâtiment. Andere vormen zijn bijvoorbeeld belle bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord en beaux bij een mannelijk meervoudig zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Cette maison est plus belle. — “Dit huis is mooier.” que je ne pensais leidt de vergelijking in: “dan ik verwachtte”. pensais is de vorm van penser in de imparfait bij je; in deze context gaat het om wat de spreker eerder dacht of verwachtte. De reeks is penser → je pensais (imparfait). In een vergelijking kan vóór de bijzin ne staan zonder dat de hele bijzin hier een gewone ontkenning wordt: plus ... que je ne pensais betekent “mooier dan ik verwachtte”. Dit ne wordt vaak een explétief ne genoemd en is vooral in verzorgder taal gebruikelijk; het verandert de bedoelde vergelijking niet in “mooier dan ik niet dacht”. Samen bestaat de zin uit Le bâtiment (“het gebouw”), est plus beau (“is mooier”) en que je ne pensais (“dan ik verwachtte”). De volledige betekenis is dus: “Het gebouw is mooier dan ik had verwacht.”

  3. L'entrée est à côté du parking à vélos.

    De ingang is naast de fietsenstalling.

    L'entrée
    de ingang
    est
    is
    à côté du
    naast
    parking
    parkeerterrein
    vélos
    fietsen
    Uitgebreide uitleg

    L'entrée betekent hier “de ingang”. entrée is het vrouwelijke zelfstandig naamwoord voor een ingang; het lidwoord la wordt vóór een klinker verkort tot l'. Een nuttig contrast is la sortie (“de uitgang”). Voorbeeld: L'entrée est ouverte. — “De ingang is open.” est is de tegenwoordige tijd van être (“zijn”) bij een derde persoon enkelvoud. Het onderwerp hier is L'entrée, dus de vorm is est; bij een meervoudig onderwerp staat bijvoorbeeld sont. Voorbeeld: La sortie est là. — “De uitgang is daar.” à côté du is een vaste plaatsaanduidende combinatie met de betekenis “naast”. De basis is à côté de; vóór het mannelijke enkelvoudige lidwoord le smelten de en le samen tot du. Het zelfstandig naamwoord na deze combinatie kan dus bijvoorbeeld volgen in à côté du bâtiment — “naast het gebouw”. parking is hier een zelfstandig naamwoord voor een parkeerterrein of parkeerplaats. In parking à vélos wordt het nader bepaald door à vélos, zodat de hele woordgroep “fietsenstalling” betekent. Voorbeeld: Le parking est fermé. — “Het parkeerterrein is gesloten.” vélos is het meervoud van vélo (“fiets”). De uitgang -s markeert hier het meervoud; de uitspraak verandert daardoor niet noodzakelijk. In à vélos beschrijft het meervoud waarvoor het parkeerterrein bestemd is: voor fietsen. Voorbeeld: Les vélos sont dehors. — “De fietsen zijn buiten.” Samen bestaat de zin uit L'entrée (“de ingang”) + est (“is”) + à côté du parking à vélos (“naast de fietsenstalling”). De volledige betekenis is dus: “De ingang is naast de fietsenstalling.”

  4. Beaucoup de gens sont venus à vélo.

    Veel mensen zijn met de fiets gekomen.

    Beaucoup
    veel
    gens
    mensen
    sont venus
    zijn gekomen
    à vélo
    met de fiets
    Uitgebreide uitleg

    Beaucoup betekent hier “veel” en geeft een grote hoeveelheid aan. In beaucoup de + zelfstandig naamwoord staat de vóór het zelfstandig naamwoord: beaucoup de livres = “veel boeken”. Het woord zelf verandert niet voor enkelvoud of meervoud. gens betekent “mensen”. Het is een meervoudig zelfstandig naamwoord; het enkelvoudige woord is personne, maar gens is de gebruikelijke vorm in deze uitdrukking. Samen vormen beaucoup de gens de hoeveelheid “veel mensen”. Sont venus is de vorm van venir (“komen”) in de voltooide verleden tijd. sont is de tegenwoordige tijd van het hulpwerkwoord être bij een meervoudig onderwerp; venus is het voltooid deelwoord van venir. Omdat venir hier met être wordt vervoegd, stemt het deelwoord af met het onderwerp: venus is hier meervoud en mannelijk, passend bij gens in deze zin. Voorbeeld: Elle est venue. — “Zij is gekomen.” À vélo betekent “met de fiets” of “per fiets”. Frans gebruikt à in deze vaste vervoersuitdrukking. Voorbeeld: Je vais à vélo. — “Ik ga met de fiets.” De zin wordt dus opgebouwd als beaucoup de gens (“veel mensen”) + sont venus (“zijn gekomen”) + à vélo (“met de fiets”). De volledige betekenis is: “Veel mensen zijn met de fiets gekomen.”

  5. C'est logique.

    Dat is logisch.

    C'est
    Dat is
    logique
    logisch
    Uitgebreide uitleg

    C’est is de samentrekking van ce en est (être). In deze zin betekent ce “dat/dit” als aanwijzend voornaamwoord; de vertaling ondersteunt hier de betekenis “dat”, maar specificeert niet waarnaar precies wordt verwezen. Est is de derde persoon enkelvoud van être in de tegenwoordige tijd. Voorbeeld: C’est simple. — “Dat is eenvoudig.” Logique is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “logisch”. De vorm staat in het enkelvoud. Bij dit woord zijn mannelijk en vrouwelijk in het enkelvoud schriftelijk gelijk: un raisonnement logique en une idée logique; in het meervoud wordt het logiques. Samen vormen de delen C’est logique.: “Dat is logisch.” De constructie c’est + bijvoeglijk naamwoord is een herbruikbaar patroon om een oordeel of beoordeling over iets uit te drukken.

  6. C'est plus facile que d'attendre le bus.

    Dat is makkelijker dan op de bus wachten.

    C'est
    dat is
    plus facile
    makkelijker
    d'attendre
    wachten
    le bus
    de bus
    Uitgebreide uitleg

    C'est bevat de elisie van ce vóór est: ce wordt c'. Samen betekent het hier “dat is”; wat ce precies aanduidt, wordt in deze zin niet specifieker benoemd. Het patroon c'est + bijvoeglijk naamwoord is een veelgebruikte manier om iets te beschrijven. Voorbeeld: C'est simple. = “Dat is eenvoudig.” plus facile betekent hier “makkelijker”. facile is de basisvorm; plus facile is de vergrotende trap met plus ..., meestal gevolgd door que wanneer er een vergelijking wordt gemaakt. Facile heeft in het Frans dezelfde geschreven vorm voor mannelijk en vrouwelijk; de vorm wordt hier dus niet bepaald door le bus, want le bus hoort bij het infinitiefgedeelte en is het voorwerp van attendre. Voorbeeld: Ce chemin est plus facile que l'autre. = “Deze weg is makkelijker dan de andere.” d'attendre bestaat uit de vóór de infinitief attendre (“wachten”). De apostrof markeert de elisie van de slot-e van de vóór de klinker van attendre. Na een vergelijking zoals plus facile que kan que de + infinitief de handeling in de vergelijking inleiden. Attendre is de infinitief; bijvoorbeeld Nous attendons le bus. = “Wij wachten op de bus.” le bus betekent “de bus”. le is het bepaald lidwoord bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; bus is hier het zelfstandig naamwoord. In attendre le bus is le bus datgene waarop men wacht. Het lidwoord geeft hier bepaaldheid aan, niet op zichzelf een aantal. Samen betekent C'est plus facile que d'attendre le bus: “Dat is makkelijker dan op de bus wachten.” C'est geeft de beschrijving, plus facile que maakt de vergelijking en d'attendre le bus noemt de handeling waarmee wordt vergeleken. De constructie C'est plus ... que ... is herbruikbaar: C'est plus rapide que de marcher. = “Dat is sneller dan lopen.”

  7. La prochaine fois, nous pourrions aussi venir ici à vélo.

    De volgende keer zouden we hier ook naartoe kunnen fietsen.

    prochaine
    volgende
    fois
    keer
    nous pourrions
    zouden we kunnen
    aussi
    ook
    venir
    komen
    ici
    hier
    à vélo
    met de fiets
    Uitgebreide uitleg

    prochaine betekent hier “volgende” en beschrijft fois. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van prochain; de vorm stemt dus af op het zelfstandig naamwoord fois, niet andersom. Vergelijk bijvoorbeeld le prochain jour (“de volgende dag”) met la prochaine semaine (“de volgende week”). fois betekent hier “keer” of “gelegenheid”. De vaste combinatie la prochaine fois betekent “de volgende keer”. In fois zit geen aanduiding van het aantal deelnemers; het verwijst naar een volgende gelegenheid. nous pourrions bestaat uit het onderwerp nous (“wij”) en pourrions, de nous-vorm van pouvoir in de conditionnel présent. pouvoir betekent “kunnen”; pourrions drukt hier een mogelijke toekomstige optie uit: “zouden kunnen”. De infinitief venir volgt daarop. Vergelijk nous pouvons venir (“we kunnen komen”, directer) met nous pourrions venir (“we zouden kunnen komen”, voorzichtiger of als mogelijkheid). aussi betekent “ook” en voegt deze mogelijkheid toe aan iets anders dat al relevant is. Het verandert niet wie de handeling uitvoert: dat blijft nous. venir is de infinitief “komen”. Na een vervoegd werkwoord zoals pourrions blijft het in de infinitief: nous pourrions venir = “we zouden kunnen komen”. Het werkwoord beschrijft hier beweging naar de plaats die met ici wordt aangeduid. ici betekent “hier”: de plaats van spreken of de plaats die in de situatie als “hier” wordt aangewezen. De zin specificeert niet verder welke concrete locatie dat is. à vélo is de gebruikelijke Franse manier om het vervoermiddel “met de fiets” of “per fiets” uit te drukken. In deze zin beschrijft het hoe nous naar hier zouden komen. Het is dus geen afzonderlijk werkwoord; de volledige combinatie venir ici à vélo betekent “hiernaartoe komen met de fiets”. Samen vormt la prochaine fois de tijdsaanduiding “de volgende keer”. Daarna geeft nous pourrions venir de mogelijkheid “zouden we kunnen komen”, aussi voegt “ook” toe, en ici à vélo specificeert de bestemming en het vervoermiddel. De volledige betekenis is: “De volgende keer zouden we hier ook naartoe kunnen fietsen.”

  8. Alors, nous pouvons laisser les vélos près de l'entrée.

    Dan kunnen we de fietsen dicht bij de ingang zetten.

    Alors
    Dan
    nous pouvons
    we kunnen
    laisser
    zetten
    les vélos
    de fietsen
    près de
    dicht bij
    l'entrée
    de ingang
    Uitgebreide uitleg

    Alors staat hier aan het begin en betekent in deze context dan of dus. Het kan een overgang naar een gevolg of een volgende stap markeren. Voorbeeld: Alors, on commence. — Dan beginnen we. nous pouvons betekent we kunnen. pouvons is de vervoegde vorm van pouvoir in de tegenwoordige tijd voor nous; het onderwerp nous bepaalt deze vorm. Na pouvoir volgt hier een infinitief: nous pouvons laisser — we kunnen laten staan/neerzetten. Voorbeeld: Nous pouvons entrer. — We kunnen naar binnen gaan. laisser is hier een infinitief met de concrete betekenis laten staan of achterlaten; in combinatie met les vélos gaat het om de fietsen op een plaats laten staan. Het is niet de vervoegde werkwoordsvorm: pouvons draagt de tijd en persoon, terwijl laisser onveranderd blijft na pouvoir. Voorbeeld: Je laisse mon sac ici. — Ik laat mijn tas hier. les vélos betekent de fietsen. vélos is het meervoud van vélo; les is het bepaalde lidwoord voor een meervoudig zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Les vélos sont dehors. — De fietsen zijn buiten. près de is een vaste voorzetselcombinatie voor dicht bij of in de buurt van. Het volgende zelfstandig naamwoord geeft de plaats aan. Voorbeeld: Le café est près de la gare. — Het café is dicht bij het station. l'entrée betekent hier de ingang. entrée is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het bepaalde lidwoord la wordt vóór een klinker ingekort tot l', waardoor la entrée de vorm l'entrée krijgt. Voorbeeld: L'entrée est à droite. — De ingang is rechts. Samen vormen de delen: Alors + nous pouvons + laisser les vélos + près de l'entrée. De zin betekent dus: Dan kunnen we de fietsen dicht bij de ingang zetten. Pouvons maakt er een mogelijkheid van, en laisser geeft aan wat er met de fietsen kan gebeuren. De daaropvolgende context maakt duidelijk dat de ingang de bedoelde plaats is.

  9. Pour l'instant, entrons et trouvons le bon guichet.

    Laten we nu naar binnen gaan en het juiste loket zoeken.

    Pour l'instant
    voorlopig; op dit moment
    entrons
    laten we naar binnen gaan
    trouvons
    laten we zoeken
    bon
    juist; geschikt
    guichet
    loket
    Uitgebreide uitleg

    Pour l'instant betekent hier «voorlopig» of «op dit moment». Het gaat om de huidige situatie en niet noodzakelijk om een blijvende toestand. Voorbeeld: Pour l'instant, je reste ici. — «Voorlopig blijf ik hier.» entrons komt van het werkwoord entrer («binnenkomen» of «naar binnen gaan»). Dit is de gebiedende wijs voor nous, dus de vorm voor een voorstel aan «wij»: «laten we naar binnen gaan». Bij werkwoorden op -er valt de vorm van de gebiedende wijs voor nous hier samen met de nous-vorm van de tegenwoordige tijd: nous entrons / entrons. Voorbeeld: Entrons dans la salle. — «Laten we de zaal binnengaan.» trouvons komt van trouver («vinden»), maar betekent in deze zin volgens de vertaling «zoeken». Ook dit is de gebiedende wijs voor nous: «laten we zoeken». De vorm kan afhankelijk van de context zowel «vinden» als «zoeken» uitdrukken; hier gaat het om de handeling die naar het juiste loket leidt. Voorbeeld: Trouvons une solution. — «Laten we een oplossing zoeken.» bon is een bijvoeglijk naamwoord. In le bon guichet betekent het «het juiste» of «geschikte», niet simpelweg «lekker» of «goed» in morele zin. Het staat hier in de mannelijke enkelvoudsvorm, passend bij guichet, een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. De basisvorm is bon; een belangrijke vrouwelijke vorm is bonne, bijvoorbeeld in une bonne réponse — «een goed antwoord». guichet is een zelfstandig naamwoord voor een loket of balie waar men geholpen wordt. In deze zin is het het loket dat men wil zoeken. Voorbeeld: Le guichet est ouvert. — «Het loket is open.» Samen vormt Pour l'instant de tijdsaanduiding «voorlopig/nu». Daarna volgen twee voorstellen in de nous-gebiedende wijs: entrons et trouvons — «laten we naar binnen gaan en zoeken». le bon guichet betekent «het juiste loket». De volledige zin betekent dus: «Laten we nu naar binnen gaan en het juiste loket zoeken.»

Grammatica

à côté du + nom

à côté du bâtiment

aa koo-té duu ba-tie-man

naast het gebouw

Na à côté de wordt de + le samengevoegd tot du.

plus + adjectif

plus facile

pluu fa-siel

gemakkelijker

plus voor een bijvoeglijk naamwoord vormt de vergrotende trap: gemakkelijker.

Frans woordenschat

à côté de voorzetsel
aa koo-té duh naast à côté du
à vélo uitdrukking
aa vee-lo met de fiets
bâtiment zelfstandig naamwoord
ba-tie-man gebouw
beau bijvoeglijk naamwoord
bo mooi
entrée zelfstandig naamwoord
an-tré ingang L'entrée
gens zelfstandig naamwoord
zjan mensen
logique bijvoeglijk naamwoord
lo-zjiek logisch
mairie zelfstandig naamwoord
mè-rie stadhuis
parking à vélos uitdrukking
par-king aa vee-lo fietsenstalling
penser werkwoord
pan-sé denken pensais
vélo zelfstandig naamwoord
vee-lo fiets vélos
venir werkwoord
vuh-nier komen venus

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dat is logisch.

Antwoord tonenC'est logique.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

mooi

Antwoord tonenbeau

gebouw

Antwoord tonenbâtiment

stadhuis

Antwoord tonenmairie

denken

Antwoord tonenpensais