Je
In "Je ne suis jamais entré dans cette mairie" en "que je ne pensais" betekent "Je": ik. Het is de vorm waarmee de spreker zichzelf als onderwerp aanduidt.
ne
In "Je ne suis jamais entré" is "ne" een deel van de ontkenning samen met "jamais". Gebruik deze combinatie om te zeggen dat iets nooit is gebeurd.
suis
In "Je ne suis jamais entré" betekent "suis": ben. Het is hier de vorm van être die samen met "entré" de mededeling over het binnengaan vormt.
jamais
In "Je ne suis jamais entré" betekent "jamais": nooit. Samen met "ne" maakt het de uitspraak ontkennend en drukt het uit dat dit vóór nu geen enkele keer gebeurde.
entré
In "Je ne suis jamais entré dans cette mairie" verwijst "entré" naar het naar binnen gaan en vervolgens binnen zijn. Het staat samen met "suis" in de uitdrukking voor iets dat de spreker nog nooit heeft gedaan.
dans
In "entré dans cette mairie" betekent "dans": in. Het geeft aan naar welke ruimte of welk gebouw de beweging gericht is.
cette
In "cette mairie" betekent "cette": deze. Het wijst het specifieke stadhuis aan waar de gesprekspartners zich bevinden.
mairie
In "cette mairie" betekent "mairie": stadhuis. Het woord duidt hier het gemeentelijke gebouw aan dat de spreker nog niet eerder is binnengegaan.
Le
In "Le bâtiment est plus beau que je ne pensais" betekent "Le": de. Het staat vóór "bâtiment" en maakt daarvan het onderwerp van de zin.
bâtiment
In "Le bâtiment est plus beau" betekent "bâtiment": gebouw. Hier gaat het om het gebouw waarin het juiste loket te vinden is.
est
In "Le bâtiment est plus beau" betekent "est": is. Het verbindt het gebouw met de beschrijving "plus beau".
plus
In "plus beau que je ne pensais" geeft "plus" een hogere graad aan: mooier. Samen met "que" maakt het een vergelijking met wat de spreker dacht.
beau
In "Le bâtiment est plus beau" betekent "beau": mooi. Het beschrijft het gebouw en wordt door "plus" gebruikt om het met de verwachting van de spreker te vergelijken.
que
In "plus beau que je ne pensais" leidt "que" het tweede deel van de vergelijking in: dan wat ik dacht. Het verbindt de beschrijving van het gebouw met de eerdere gedachte van de spreker.
pensais
In "que je ne pensais" verwijst "pensais" naar wat de spreker eerder dacht of verwachtte. De hele bijzin vormt het vergelijkingspunt voor "plus beau".
L'entrée
In "L'entrée est à côté du parking à vélos" betekent "L'entrée": de ingang. De vorm bevat "l'" vóór het klinkerbegin van "entrée" en is het onderwerp van de zin.
à
In "à côté du parking à vélos" maakt "à" deel uit van de plaatsaanduiding voor naast. In "à vélo" geeft het aan waarmee of op welke manier iemand komt: per fiets.
côté
In "à côté du parking à vélos" betekent "côté": kant of zijde. Samen met "à" en de daaropvolgende plaatsbepaling geeft het aan dat de ingang ernaast ligt.
de
In "Beaucoup de gens" verbindt "de" een hoeveelheid met het zelfstandig naamwoord dat volgt. In "du parking" is de combinatie van de en het lidwoord le samengevoegd, en in "près de l'entrée" verbindt het de plaatsaanduiding met de referentie.
parking
In "le parking à vélos" betekent "parking": parkeerplaats of parkeerterrein. Hier gaat het specifiek om de plaats waar fietsen worden gestald.
vélos
In "le parking à vélos" betekent "vélos": fietsen en verwijst het naar meerdere fietsen. Dat verschilt van "à vélo", waar "vélo" deel is van de uitdrukking voor vervoer per fiets.
Beaucoup
In "Beaucoup de gens sont venus" betekent "Beaucoup": veel of een groot aantal. Het staat vóór "de gens" om de hoeveelheid mensen aan te geven.
gens
In "Beaucoup de gens sont venus" betekent "gens": mensen. De woordgroep "Beaucoup de gens" is het onderwerp van de mededeling over wie er per fiets kwamen.
sont
In "Beaucoup de gens sont venus" is "sont" de vorm van être die samen met "venus" de komst van de mensen uitdrukt. Het hoort bij het meervoudige onderwerp "gens".
venus
In "sont venus" betekent "venus": gekomen. Deze vorm draagt hier de betekenis van het komen en staat samen met "sont".
C'est
In "C'est logique" betekent "C'est": dat is of het is. De uitdrukking verwijst naar de zojuist besproken situatie en geeft daar een beoordeling over.
logique
In "C'est logique" betekent "logique": logisch of begrijpelijk. De spreker gebruikt het om te zeggen dat de keuze om per fiets te komen een redelijke conclusie is.
facile
In "C'est plus facile que d'attendre le bus" betekent "facile": gemakkelijk. Met "plus" beschrijft het dat per fiets komen gemakkelijker is dan op de bus wachten.
d'attendre
In "que d'attendre le bus" noemt "d'attendre" de activiteit waarmee de spreker vergelijkt: op de bus wachten. De vorm begint met "d'", de verkorte vorm van de vóór de klinker in "attendre"; "attendre" krijgt hier rechtstreeks "le bus" als object.
bus
In "attendre le bus" betekent "bus": bus. Het is datgene waarop de gesprekspartners zouden moeten wachten als ze niet met de fiets komen.
La
In "La prochaine fois" betekent "La": de. Het staat vóór "fois" in de vaste tijdsaanduiding voor een volgende gelegenheid.
prochaine
In "La prochaine fois" betekent "prochaine": volgende. Het beschrijft de keer die na de huidige gelegenheid komt.
fois
In "La prochaine fois" betekent "fois": keer of gelegenheid. De volledige uitdrukking betekent: de volgende keer.
nous
In "nous pourrions aussi venir ici" en "nous pouvons laisser les vélos" betekent "nous": wij of we. Het verwijst naar de spreker en de gesprekspartner samen.
pourrions
In "nous pourrions aussi venir ici à vélo" drukt "pourrions" een mogelijke actie of voorstel uit: zouden kunnen. Het wordt gevolgd door het hele werkwoord "venir".
aussi
In "nous pourrions aussi venir ici à vélo" betekent "aussi": ook. Het voegt het voorstel om per fiets te komen toe als een extra mogelijkheid voor de volgende keer.
venir
In "venir ici à vélo" betekent "venir": komen. Het staat na "pourrions" en krijgt met "ici" de betekenis van hierheen komen.
ici
In "venir ici à vélo" betekent "ici": hier. Het verwijst naar de plaats waar de gesprekspartners nu zijn, het stadhuis.
Alors
In "Alors, nous pouvons laisser les vélos" betekent "Alors": dan of dus. Het verbindt de eerdere suggestie met het gevolg dat ze de fietsen bij de ingang kunnen laten.
pouvons
In "nous pouvons laisser les vélos" betekent "pouvons": kunnen. Het drukt hier uit dat het voor de gesprekspartners mogelijk is om de fietsen daar achter te laten.
laisser
In "laisser les vélos près de l'entrée" betekent "laisser": achterlaten of laten staan. Het werkwoord wordt gevolgd door het object "les vélos" en de plaatsaanduiding "près de l'entrée".
les
In "les vélos" betekent "les": de. Het is het meervoudige bepaalde lidwoord vóór de fietsen die ze bij de ingang willen laten.
près
In "près de l'entrée" betekent "près": dichtbij. Het wordt gevolgd door "de" en geeft aan dat de fietsen niet ver van de ingang staan.
Pour
In "Pour l'instant" draagt "Pour" de betekenis van voor binnen een tijdsaanduiding. De volledige uitdrukking betekent: voorlopig of voor nu.
l'instant
In "Pour l'instant" verwijst "l'instant" letterlijk naar het moment. Samen met "Pour" betekent de uitdrukking dat iets nu geldt, maar slechts voorlopig.
entrons
In "entrons et trouvons le bon guichet" stelt "entrons" voor dat de spreker en de luisteraar samen naar binnen gaan: laten we binnengaan. Het richt zich dus op beide gesprekspartners.
et
In "entrons et trouvons" betekent "et": en. Het verbindt de twee gezamenlijke voorstellen om naar binnen te gaan en het juiste loket te vinden.
trouvons
In "entrons et trouvons le bon guichet" stelt "trouvons" voor dat ze samen het juiste loket zoeken of vinden: laten we vinden. Het krijgt zijn doel door het object "le bon guichet".
bon
In "le bon guichet" betekent "bon" hier juist of geschikt, niet alleen goed. Het helpt het bedoelde loket te onderscheiden van andere loketten.
guichet
In "le bon guichet" betekent "guichet": loket of balie. In deze situatie zoeken de gesprekspartners de juiste servicebalie in het stadhuis.