De inschrijfbalie vinden | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: On the stairs inside a public building, two adults follow the event sign and prepare to reach the registration desk..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met De inschrijfbalie vinden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je vois le panneau de l'événement sur le mur.

Zje vwa luh panoo duh lee-vuh-nuh-mahn syr luh muur. Ik zie het bord voor het evenement op de muur.
B

Il dit que le bureau est à l'étage.

Iel die kuh luh buu-roo eh aa lay-taazj. Er staat dat de balie boven is.
A

Le chemin pour monter est facile à suivre.

Luh sju-mehng poor mon-tay eh fa-siel aa swie-vr. De weg naar boven is makkelijk te volgen.
B

Le panneau nous aide beaucoup.

Luh panoo noo-zed boo-koo. Het bord helpt ons veel.
A

Le palier est juste devant nous.

Luh pa-lyay eh zjust duh-vahng noo. De overloop is vlak voor ons.
B

Alors, le bureau d'inscription doit être tout près.

Ah-lor, luh buu-roo dan-skrip-syon dwa ehtr too preh. Dan moet de inschrijfbalie dichtbij zijn.
A

Allons-y avant que la file ne devienne plus longue.

Ah-long-zie ah-vahng kuh la feel nuh duh-vyenn pluu long. Laten we gaan voordat de rij langer wordt.
B

Je garde le formulaire prêt.

Zje gard luh for-muu-lehr preh. Ik houd het formulier klaar.

Uitleg van de zinnen

  1. Je vois le panneau de l'événement sur le mur.

    Ik zie het bord voor het evenement op de muur.

    vois
    zie
    panneau
    bord
    événement
    evenement
    mur
    muur
    Uitgebreide uitleg

    vois komt hier van voir (zien). Je vois is de tegenwoordige tijd in de eerste persoon enkelvoud: “ik zie”. In dezelfde tijd heeft voir bijvoorbeeld tu vois voor “jij ziet” en il/elle voit voor “hij/zij ziet”; de spelling van vois hoort dus bij je of tu, terwijl voit bij il/elle hoort. panneau betekent hier een bord of paneel: een voorwerp met informatie dat iemand kan bekijken. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk; daarom staat ervoor le: le panneau. Het meervoud is les panneaux. Voorbeeld: Je vois un panneau. — “Ik zie een bord.” événement betekent “evenement”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un événement, l'événement. De vorm l' is hier het lidwoord le, dat vóór een klinker wordt verkort; het hoort bij événement en betekent op zichzelf niet “één”. mur betekent “muur”. Ook dit zelfstandig naamwoord is mannelijk: le mur, meervoud les murs. Voorbeeld: Le panneau est sur le mur. — “Het bord hangt op de muur.” In Je vois le panneau de l'événement sur le mur geeft Je vois de handeling en le panneau het voorwerp dat wordt gezien. de l'événement specificeert welk bord bedoeld wordt: het bord dat bij of voor het evenement hoort. sur le mur geeft de plaats van het bord aan. Samen betekent de zin: “Ik zie het bord voor het evenement op de muur.”

  2. Il dit que le bureau est à l'étage.

    Er staat dat de balie boven is.

    Il
    hij
    dit
    zegt
    bureau
    balie
    est
    is
    à l'étage
    boven
    Uitgebreide uitleg

    Il is een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud. Hier is het de uitvoerder van dit: “hij”. De vorm is mannelijk enkelvoud; het concrete antecedent wordt in de gegeven zinnen niet benoemd. dit is de tegenwoordige tijd van dire (“zeggen”): dire → il dit. Het onderwerp staat hier vóór de werkwoordsvorm. Voorbeeld: Elle dit la vérité. = “Zij zegt de waarheid.” bureau betekent hier, volgens de vaste vertaling, “balie”. Het woord kan in andere contexten ook “kantoor” of “bureau/schrijftafel” betekenen; de context en vertaling bepalen hier de bedoelde betekenis. Het is een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Le bureau est ouvert. = “De balie is open.” est is de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”): être → il est. Het verbindt le bureau met de plaatsbepaling à l'étage. Voorbeeld: Le magasin est ici. = “De winkel is hier.” à l'étage is een vaste plaatsbepaling met de betekenis “boven” of “op de verdieping erboven”. à staat hier voor een plaatsrelatie en l'étage betekent “de verdieping”; de apostrof in l'étage ontstaat doordat le vóór een klinker wordt verkort tot l'. que verbindt na dit de meegedeelde inhoud met de hoofdzin. Het patroon is Il dit que + zin: “Hij zegt dat + zin”. In het tweede deel staat le bureau als onderwerp vóór est, gevolgd door de plaatsbepaling à l'étage. Samen betekent Il dit que le bureau est à l'étage.: “Hij zegt dat de balie boven is.”

  3. Le chemin pour monter est facile à suivre.

    De weg naar boven is makkelijk te volgen.

    chemin
    weg
    monter
    omhooggaan
    facile
    makkelijk
    suivre
    volgen
    Uitgebreide uitleg

    chemin betekent hier een weg of route. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un chemin = een weg, le chemin = de weg. Het meervoud is les chemins. In deze zin gaat het om de route die naar boven leidt. monter is de infinitief voor ‘omhooggaan’ of ‘naar boven gaan’. Na pour staat hier een infinitief: pour monter betekent ‘om omhoog te gaan’ of, in deze context, ‘naar boven’. De infinitief blijft onveranderd; met een vervoegd onderwerp krijg je bijvoorbeeld je monte = ‘ik ga omhoog’. facile betekent ‘makkelijk’ of ‘gemakkelijk’. Het beschrijft hier hoe eenvoudig de route te volgen is. De vorm is in het enkelvoud hetzelfde voor mannelijk en vrouwelijk: un chemin facile, une route facile; in het meervoud wordt het faciles. suivre betekent ‘volgen’. Dit is de infinitief; een bruikbare vervoeging is je suis le chemin = ‘ik volg de weg’. Let op dat suis in die zin van suivre komt; dezelfde vorm kan in een andere zin ook bij être horen. De combinatie facile à suivre betekent letterlijk ‘makkelijk om te volgen’ en natuurlijk Nederlands ‘makkelijk te volgen’. Het patroon adjectief + à + infinitief beschrijft wat gemakkelijk of moeilijk is om te doen, bijvoorbeeld difficile à comprendre = ‘moeilijk te begrijpen’. Samen vormen le chemin pour monter en est facile à suivre de betekenis: ‘De weg naar boven is makkelijk te volgen.’ Le markeert hier een bepaald, mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, en est verbindt le chemin met de beschrijving facile à suivre. De hele zin zegt dus dat de route naar boven eenvoudig te volgen is.

  4. Le panneau nous aide beaucoup.

    Het bord helpt ons veel.

    Le panneau
    het bord
    nous
    ons
    aide
    helpt
    beaucoup
    veel
    Uitgebreide uitleg

    Le panneau betekent hier “het bord”. panneau is een zelfstandig naamwoord; de vorm is enkelvoud en mannelijk, wat hier zichtbaar is aan le. Het meervoud is les panneaux. Voorbeeld: Les panneaux sont visibles. — “De borden zijn zichtbaar.” nous betekent hier “ons”. Dit is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon meervoud als lijdend voorwerp; het staat vóór het vervoegde werkwoord. Dezelfde vorm kan in het Frans ook “wij” betekenen wanneer hij onderwerp is, maar in deze zin is nous degene(n) die hulp ontvangen. Voorbeeld: Elle nous écoute. — “Zij luistert naar ons.” aide betekent hier “helpt”. Het komt van aider, “helpen”, en is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: il/elle/on aide. Het onderwerp is hier Le panneau, daarom staat het werkwoord in het enkelvoud. Voorbeeld: Ce guide aide les visiteurs. — “Deze gids helpt de bezoekers.” beaucoup betekent hier “veel” en versterkt de mate waarin het bord helpt. Het is een bijwoord en verandert niet mee met het onderwerp of het voorwerp. In deze zin staat het na het werkwoord: aide beaucoup. Voorbeeld: Il travaille beaucoup. — “Hij werkt veel.” Samen vormen de delen Le panneau + nous + aide + beaucoup: “Het bord helpt ons veel.” De woordvolgorde is onderwerp + voornaamwoordelijk lijdend voorwerp + werkwoord + bijwoord. De vaste vertaling maakt duidelijk dat nous naar “ons” verwijst en dat panneau hier “bord” betekent.

  5. Le palier est juste devant nous.

    De overloop is vlak voor ons.

    palier
    overloop
    est
    is
    juste devant
    vlak voor
    nous
    ons
    Uitgebreide uitleg

    palier betekent hier ‘overloop’: een tussenruimte of platform bij een trap, vaak bij een verdieping. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor le. Voorbeeld: Le palier est calme. — ‘De overloop is rustig.’ est is de vorm van het werkwoord être (‘zijn’) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De basisreeks is être — je suis, tu es, il/elle est; bij meervoud staat bijvoorbeeld ils sont. Hier koppelt est het onderwerp le palier aan de plaatsbepaling. juste devant betekent samen ‘vlak voor’. juste versterkt hier de plaatsaanduiding en devant geeft de positie aan. Het patroon être juste devant + iemand/iets is herbruikbaar. Voorbeeld: La voiture est juste devant la maison. — ‘De auto staat vlak voor het huis.’ nous betekent hier ‘ons’ en is het voornaamwoord dat de personen aanduidt ten opzichte waarvan de plaats wordt beschreven. In devant nous staat het na het voorzetsel devant; Frans gebruikt daar deze objectsvorm, niet nous-mêmes of een andere vorm. Nous kan in andere zinnen ook ‘wij’ betekenen, maar hier is de betekenis ‘ons’. Samen vormen de delen: Le palier (‘de overloop’) + est (‘is’) + juste devant nous (‘vlak voor ons’). De volledige betekenis is: ‘De overloop is vlak voor ons.’

  6. Alors, le bureau d'inscription doit être tout près.

    Dan moet de inschrijfbalie dichtbij zijn.

    Alors
    dan
    bureau d'inscription
    inschrijfbalie
    doit
    moet
    être
    zijn
    tout près
    heel dichtbij
    Uitgebreide uitleg

    Alors betekent hier “dan” en verbindt deze conclusie met de voorafgaande informatie. Het kan in andere contexten ook “dus” of “toen” betekenen, maar in deze zin leidt het de gevolgtrekking in. bureau d'inscription duidt hier de inschrijfbalie aan. bureau kan afhankelijk van de context ook een kantoor of bureau betekenen; inscription verwijst naar inschrijving of registratie. De constructie bureau de + zelfstandig naamwoord benoemt vaak een plek of voorziening voor die activiteit. doit is de vorm van devoir bij il/elle/on in de tegenwoordige tijd. devoir + infinitief drukt vaak verplichting uit: Il doit partir betekent “Hij moet vertrekken”. In deze zin geeft doit être volgens de vaste vertaling de gevolgtrekking “moet zijn”: op basis van de situatie wordt aangenomen dat de balie dichtbij is. être is de infinitief van “zijn”. Na doit staat de infinitief: doit être, niet een vervoegde vorm van être. tout près betekent “heel dichtbij”. près betekent “dichtbij”, en tout versterkt hier de uitdrukking. Een bruikbaar contrast is près tegenover loin (“dichtbij” tegenover “ver weg”). Samen vormen de delen: Alors (“dan”) + le bureau d'inscription (“de inschrijfbalie”) + doit être (“moet zijn”) + tout près (“heel dichtbij”). De volledige betekenis is: “Dan moet de inschrijfbalie heel dichtbij zijn.”

  7. Allons-y avant que la file ne devienne plus longue.

    Laten we gaan voordat de rij langer wordt.

    Allons-y
    Laten we gaan
    avant que
    voordat
    file
    rij
    devienne
    wordt
    plus longue
    langer
    Uitgebreide uitleg

    Allons-y betekent hier: laten we gaan. Allons is de gebiedende wijs van aller voor nous; de vorm drukt hier een voorstel uit om samen te gaan. y is een voornaamwoordelijk bijwoord met de betekenis ernaartoe of daarheen; de precieze bestemming wordt in deze zin niet expliciet genoemd. De vaste uitdrukking Allons-y ! betekent bijvoorbeeld: Laten we gaan! avant que betekent voordat en leidt een bijzin in. Na deze uitdrukking gebruikt het Frans normaal de subjonctif, omdat de gebeurtenis nog niet heeft plaatsgevonden. file betekent hier rij. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une file, la file. Het kan bijvoorbeeld ook voorkomen in faire la file: in de rij staan. devienne is de vorm van devenir in de subjonctif présent, hier met la file als onderwerp: qu’elle devienne. Devenir betekent worden en beschrijft een verandering van toestand. Bijvoorbeeld: Il devient calme. — Hij wordt rustig. plus longue betekent langer. Longue is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord long, omdat het bij la file hoort. Plus longue is de vergrotende trap: longue — lang, plus longue — langer. Bijvoorbeeld: Cette route est plus longue. — Deze weg is langer. Samen vormt de zin Allons-y + avant que la file ne devienne plus longue: laten we gaan voordat de rij langer wordt. In ne devienne is ne hier een zogenaamd explétief ne na avant que; het maakt de zin niet ontkennend. De volledige betekenis is: Laten we gaan voordat de rij langer wordt.

  8. Je garde le formulaire prêt.

    Ik houd het formulier klaar.

    Je
    ik
    garde
    houd
    formulaire
    formulier
    prêt
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Je is het Franse persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Het staat hier als onderwerp. Voor een klinker wordt het vaak verkort tot j’, zoals in j’aime; voor een medeklinker blijft de vorm je. garde komt van het werkwoord garder, “bewaren”, “houden” of “bij zich houden”. Hier betekent het in combinatie met le formulaire prêt dat de spreker het formulier klaar houdt. garde is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: je garde. In de ontkenning staat bijvoorbeeld je ne garde pas le formulaire — “ik houd het formulier niet”. formulaire is een zelfstandig naamwoord voor “formulier”. Het is een mannelijk woord; dat zie je in de volledige woordgroep aan le: le formulaire. Het meervoud is les formulaires: “de formulieren”. prêt is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “klaar” of “gereed”. Het beschrijft hier formulaire, daarom staat het in het mannelijk enkelvoud: un formulaire prêt. De vormen zijn prêt (mannelijk enkelvoud), prête (vrouwelijk enkelvoud), prêts (mannelijk meervoud) en prêtes (vrouwelijk meervoud). Voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord is bijvoorbeeld une lettre prête mogelijk: “een brief die klaar is”. Samen vormen Je garde en le formulaire prêt de betekenis: “Ik houd het formulier klaar.” De volgorde is onderwerp + werkwoord + lijdend voorwerp + beschrijving: Je garde le formulaire prêt. De zin stelt geen handeling van het voorbereiden zelf centraal, maar de toestand waarin de spreker het formulier houdt: het blijft klaar voor gebruik. Dit is een gewone, neutrale formulering.

Grammatica

avant que + subjonctif

Avant que la file devienne longue.

Ah-vahng kuh la feel duh-vyenn long.

Voordat de rij lang wordt.

Na « avant que » gebruik je de subjonctif: « devienne » is de subjonctif van « devenir ».

aller + infinitif

Nous allons monter à l'étage.

Noo zah-long mon-tay aa lay-taazj.

We gaan naar boven.

« Aller » gevolgd door een infinitief drukt de nabije toekomst uit: we staan op het punt iets te doen.

Frans woordenschat

à l'étage uitdrukking
aa lay-taazj boven, op de verdieping

Il dit que le bureau est à l'étage.

aider werkwoord
ee-day helpen aide

Le panneau nous aide beaucoup.

bureau zelfstandig naamwoord
buu-roo balie, bureau

Il dit que le bureau est à l'étage.

chemin zelfstandig naamwoord
sju-mehng weg, pad

Le chemin pour monter est facile à suivre.

dire werkwoord
die-r zeggen dit

Il dit que le bureau est à l'étage.

événement zelfstandig naamwoord
ee-vuh-nuh-mahn evenement

Je vois le panneau de l'événement sur le mur.

facile bijvoeglijk naamwoord
fa-siel gemakkelijk

Le chemin pour monter est facile à suivre.

monter werkwoord
mon-tay naar boven gaan, omhooggaan

Le chemin pour monter est facile à suivre.

mur zelfstandig naamwoord
muur muur

Je vois le panneau de l'événement sur le mur.

panneau zelfstandig naamwoord
panoo bord, aanwijzingsbord

Je vois le panneau de l'événement sur le mur.

suivre werkwoord
swie-vr volgen

Le chemin pour monter est facile à suivre.

voir werkwoord
vwa zien vois

Je vois le panneau de l'événement sur le mur.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het bord helpt ons veel.

Antwoord tonenLe panneau nous aide beaucoup.

De overloop is vlak voor ons.

Antwoord tonenLe palier est juste devant nous.

Ik houd het formulier klaar.

Antwoord tonenJe garde le formulaire prêt.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

naar boven gaan, omhooggaan

Antwoord tonenmonter

balie, bureau

Antwoord tonenbureau

zien

Antwoord tonenvois

bord, aanwijzingsbord

Antwoord tonenpanneau