Inschrijven voor een wandelevenement | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At an event registration desk, two adults ask about joining a walking event and fill out a sign-up form..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Inschrijven voor een wandelevenement oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Combien faut-il payer pour participer à la marche?

kõmbjè̃ foo-tiel peejee poer partisipee aa laa marsj Hoeveel kost het om mee te doen aan het wandelevenement?
C

C'est gratuit pour les habitants de la ville.

sè gratwie poer lee-zabietã de la viel Het is gratis voor inwoners van de stad.
B

Nous voulons nous inscrire ensemble.

noe voelõ noe-zẽskrier ãsãbl We willen ons samen inschrijven.
C

Veuillez écrire vos noms, adresses et numéros de téléphone sur ce formulaire.

vuh-jè-zee-krier vo nõ, adress ee nuumeroo duh telefoon suur suh formuulèèr Schrijf alstublieft jullie namen, adressen en telefoonnummers op dit formulier.
A

Devons-nous aussi ajouter une adresse e-mail?

duh-võ noe ossie azjoetee uun adress ie-mèl Moeten we ook een e-mailadres toevoegen?
C

Cette partie est facultative.

set paartie è fakültief Dat deel is optioneel.
B

Qu'est-ce que vous allez envoyer si nous en ajoutons une?

kès-kuh voe-zalè ã-vwajee sie noe-zã azjoetõz uun Wat gaat u sturen als we er een toevoegen?
C

Nous allons envoyer le programme du prochain événement.

noe-zalõ ã-vwajee luh prograam duu pro-sjè̃n ee-vuh-nuh-mã We sturen het programma voor het volgende evenement.

Woord voor woord

Combien “Combien” betekent hier “hoeveel” en vraagt naar de prijs. Het staat aan het begin van de vraag “Combien faut-il payer pour participer à la marche?”. Je gebruikt “combien” voor een hoeveelheid of bedrag, bijvoorbeeld in een nieuwe vraag als “Combien ça coûte ?” (nieuw voorbeeld).
faut-il “faut-il” vraagt hier hoeveel men moet betalen; samen met “payer” betekent het “moet men betalen?”. Het is de omgekeerde vraagvorm van “il faut” en staat in “Combien faut-il payer pour participer à la marche?”. Een bruikbaar patroon is “Faut-il remplir ce formulaire ?” (nieuw voorbeeld).
payer “payer” betekent hier “betalen” in de vraag naar de kosten van deelname. Het is de infinitief na “faut-il”, in “Combien faut-il payer pour participer à la marche?”. Je kunt “payer pour” gebruiken wanneer je zegt waarvoor je betaalt, bijvoorbeeld “payer pour participer” (nieuw voorbeeld).
pour “pour” verbindt hier het betalen met het doel “participer à la marche”: betalen om aan de wandeling deel te nemen. Voor een doel staat “pour” hier voor een infinitief. Een bruikbaar patroon is “pour + infinitief”, zoals “pour remplir le formulaire” (nieuw voorbeeld).
participer “participer” betekent hier “deelnemen” aan de wandeling. Het staat na “pour” in “pour participer à la marche” en wordt gecombineerd met “à” voor de activiteit. Een bruikbaar patroon is “participer à une activité” (nieuw voorbeeld).
à “à” hoort hier bij “participer” in de vaste combinatie “participer à” en leidt de activiteit in. In “participer à la marche” betekent het “aan”. Gebruik dezelfde verbinding bij een andere activiteit, bijvoorbeeld “participer à un événement” (nieuw voorbeeld).
la “la” is hier het bepaalde lidwoord bij “marche” in “la marche”: de wandeling of wandeltocht. Het maakt duidelijk dat het om de genoemde wandeling gaat. Een bruikbaar patroon is “la” vóór een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord, zoals “la ville” (nieuw voorbeeld).
marche “marche” betekent hier de wandeling of wandeltocht waaraan men wil deelnemen. In “participer à la marche” benoemt het de activiteit van het evenement. Je kunt “une marche” gebruiken wanneer je een wandeling introduceert, bijvoorbeeld “une marche dimanche” (nieuw voorbeeld).
C'est “C'est” betekent hier “het is” en geeft de prijs- of deelnamevoorwaarde aan in “C'est gratuit pour les habitants de la ville.” Het bestaat uit “ce” en de vorm “est” van “être”. Je gebruikt “C'est” vaak om iets te kenmerken, bijvoorbeeld “C'est facultatif” (nieuw voorbeeld).
gratuit “gratuit” betekent hier dat deelname niets kost: het is gratis voor de inwoners. Het staat na “C'est” in “C'est gratuit”. Je kunt “gratuit” gebruiken om een dienst, activiteit of toegang zonder kosten te beschrijven, bijvoorbeeld “L'entrée est gratuite” (nieuw voorbeeld).
les “les” is hier het meervoudige bepaalde lidwoord bij “habitants” in “les habitants de la ville”: de inwoners van de stad. Het verwijst naar de inwoners als een bepaalde groep. Een bruikbaar patroon is “les” vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord, zoals “les adresses” (nieuw voorbeeld).
habitants “habitants” betekent hier “inwoners”, namelijk de mensen die in de stad wonen. De vorm is meervoud, zoals blijkt uit “les habitants”. Je kunt “les habitants de” gebruiken om inwoners van een plaats te noemen, bijvoorbeeld “les habitants du village” (nieuw voorbeeld).
de “de” verbindt hier “habitants” met hun woonplaats in “les habitants de la ville” en betekent “van”. Het geeft aan van welke plaats de inwoners zijn. Een bruikbaar patroon is “les habitants de + plaats” (nieuw voorbeeld).
ville “ville” betekent hier “stad” in “la ville”. Samen met “de” vormt het de plaatsaanduiding “de la ville”. Je kunt “dans la ville” gebruiken om te zeggen dat iets zich in de stad bevindt (nieuw voorbeeld).
Nous “Nous” betekent hier “wij” en is het onderwerp van “Nous voulons nous inscrire ensemble.” Het verwijst naar de twee mensen die samen willen inschrijven. Een bruikbaar patroon is “Nous voulons + infinitief”, zoals “Nous voulons participer” (nieuw voorbeeld).
voulons “voulons” betekent hier “willen” in “Nous voulons nous inscrire ensemble”. Het is de vervoegde vorm van “vouloir” die bij “Nous” hoort. Na “voulons” volgt de infinitief, zoals in “voulons participer” (nieuw voorbeeld).
inscrire “inscrire” betekent hier inschrijven of registreren, met “nous” ervoor in “nous inscrire”. De combinatie betekent dat de sprekers zichzelf voor het evenement willen registreren. Een bruikbaar patroon is “s'inscrire à + evenement of activiteit”, bijvoorbeeld “s'inscrire à une marche” (nieuw voorbeeld).
ensemble “ensemble” betekent hier “samen” en geeft aan dat de twee personen gezamenlijk willen inschrijven. Het staat aan het einde van “Nous voulons nous inscrire ensemble”. Je kunt “ensemble” gebruiken om een gezamenlijke handeling te beschrijven, bijvoorbeeld “Nous marchons ensemble” (nieuw voorbeeld).
Veuillez “Veuillez” is hier een beleefde aansporing: “gelieve” of “alstublieft”, in “Veuillez écrire vos noms”. Het wordt gebruikt om iemand beleefd te vragen iets te doen. Een bruikbaar patroon is “Veuillez + infinitief”, bijvoorbeeld “Veuillez signer ici” (nieuw voorbeeld).
écrire “écrire” betekent hier “schrijven”, namelijk gegevens op het formulier invullen. Het volgt op “Veuillez” in “Veuillez écrire vos noms, adresses et numéros de téléphone”. Je kunt “écrire + informatie” gebruiken, bijvoorbeeld “écrire son adresse” (nieuw voorbeeld).
vos “vos” betekent hier “jullie” of beleefd “uw” en geeft aan dat de namen, adressen en telefoonnummers van de aangesproken personen zijn. Het staat vóór de meervoudige woorden in “vos noms, adresses et numéros de téléphone”. Een bruikbaar patroon is “vos + meervoudig zelfstandig naamwoord”, zoals “vos adresses” (nieuw voorbeeld).
noms “noms” betekent hier “namen” en is een van de gegevens die op het formulier moeten worden geschreven. De vorm is meervoud in “vos noms”. Je kunt “écrire son nom” gebruiken voor één naam en “écrire ses noms” wanneer meerdere namen bedoeld zijn (nieuwe voorbeelden).
adresses “adresses” betekent hier “adressen” en hoort bij de gegevens op het formulier. De vorm is meervoud in “vos noms, adresses et numéros de téléphone”. Een bruikbaar patroon is “son adresse” voor één adres of “ses adresses” voor meerdere adressen (nieuwe voorbeelden).
et “et” betekent hier “en” en verbindt de opgesomde gegevens “noms, adresses et numéros de téléphone”. Het voegt het laatste onderdeel van een opsomming toe. Je kunt “A et B” gebruiken om twee zaken te verbinden, bijvoorbeeld “un nom et une adresse” (nieuw voorbeeld).
numéros “numéros” betekent hier “nummers” in de combinatie “numéros de téléphone”: telefoonnummers. De vorm is meervoud omdat er om telefoonnummers van de aangesproken personen wordt gevraagd. Een bruikbaar patroon is “numéro de + soort nummer”, bijvoorbeeld “numéro de réservation” (nieuw voorbeeld).
téléphone “téléphone” betekent hier “telefoon” en specificeert in “numéros de téléphone” om welk soort nummers het gaat. Samen met “numéros de” vormt het “telefoonnummers”. Je kunt “un numéro de téléphone” gebruiken wanneer je één telefoonnummer bedoelt (nieuw voorbeeld).
sur “sur” betekent hier “op” en geeft aan waar de gegevens moeten worden geschreven: “sur ce formulaire”. Het beschrijft hier de plaats op een document. Een bruikbaar patroon is “écrire sur + document”, bijvoorbeeld “écrire sur une feuille” (nieuw voorbeeld).
ce “ce” betekent hier “dit” en verwijst naar het formulier dat bij de balie wordt aangeboden in “ce formulaire”. Het staat vóór het mannelijke enkelvoud “formulaire”. Een bruikbaar patroon is “ce + mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord”, zoals “ce document” (nieuw voorbeeld).
formulaire “formulaire” betekent hier “formulier”, waarop de namen, adressen en telefoonnummers moeten worden geschreven. In “ce formulaire” verwijst het naar het concrete formulier bij de inschrijving. Je kunt “remplir un formulaire” gebruiken wanneer je een formulier invult (nieuw voorbeeld).
Devons-nous “Devons-nous” betekent hier “moeten we?” of “zullen we?” en vraagt of een e-mailadres moet worden toegevoegd. De omgekeerde volgorde maakt er een vraag van: “Devons-nous aussi ajouter une adresse e-mail?”. De vorm komt van “devoir” en wordt gevolgd door een infinitief, zoals “Devons-nous remplir le formulaire ?” (nieuw voorbeeld).
aussi “aussi” betekent hier “ook” en voegt het e-mailadres toe aan de andere gevraagde gegevens. In “Devons-nous aussi ajouter” staat het vóór de infinitief “ajouter”. Je kunt “aussi” gebruiken om een extra handeling of extra voorwerp toe te voegen, bijvoorbeeld “ajouter aussi un numéro” (nieuw voorbeeld).
ajouter “ajouter” betekent hier “toevoegen”, namelijk een e-mailadres aan de gegevens op het formulier toevoegen. Het staat na “Devons-nous aussi” in “Devons-nous aussi ajouter une adresse e-mail?”. Een bruikbaar patroon is “ajouter + voorwerp”, bijvoorbeeld “ajouter une adresse” (nieuw voorbeeld).
une “une” betekent hier “een” en hoort bij “adresse” in “une adresse e-mail”. Het introduceert één e-mailadres dat eventueel aan het formulier wordt toegevoegd. Een bruikbaar patroon is “une” vóór een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord, zoals “une adresse” (nieuw voorbeeld).
adresse “adresse” betekent hier “adres”, meer bepaald in “adresse e-mail”: e-mailadres. Het wordt voorafgegaan door “une” in “une adresse e-mail”. Je kunt “une adresse de” gebruiken om een soort adres te benoemen, bijvoorbeeld “une adresse postale” (nieuw voorbeeld).
e-mail “e-mail” betekent hier “e-mailadres” in “une adresse e-mail”. Het specificeert welk soort “adresse” bedoeld wordt. Een bruikbaar patroon is “une adresse e-mail” wanneer je één e-mailadres noemt (nieuw voorbeeld).
Cette “Cette” betekent hier “dit” of “deze” en verwijst naar de betreffende formuliersectie in “Cette partie est facultative”. Het staat vóór het vrouwelijke enkelvoud “partie”. Een bruikbaar patroon is “cette” vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals “cette adresse” (nieuw voorbeeld).
partie “partie” betekent hier “deel”, namelijk het deel van het formulier voor het e-mailadres. In “Cette partie” verwijst het naar een specifiek onderdeel dat optioneel is. Je kunt “une partie de” gebruiken om een deel van iets aan te duiden, bijvoorbeeld “une partie du formulaire” (nieuw voorbeeld).
est “est” betekent hier “is” in “Cette partie est facultative”. Het is de vervoegde vorm van “être” bij “cette partie”. Een bruikbaar patroon is “iets est + eigenschap”, zoals “Le formulaire est complet” (nieuw voorbeeld).
facultative “facultative” betekent hier “optioneel”: het e-mailadres mag worden toegevoegd, maar het hoeft niet. De vorm beschrijft “Cette partie” in “Cette partie est facultative”. Je kunt “facultatif” of “facultative” alleen gebruiken wanneer je zeker weet welk zelfstandig naamwoord de eigenschap beschrijft; hier hoort de exacte vorm “facultative” bij “partie”.
Qu'est-ce que “Qu'est-ce que” is hier de volledige vraagconstructie voor “wat”, in “Qu'est-ce que vous allez envoyer”. “Qu'est-ce” vormt de vragende uitdrukking en “que” verbindt die met de volgende zin. Een bruikbaar patroon is “Qu'est-ce que + onderwerp + werkwoord?”, bijvoorbeeld “Qu'est-ce que vous cherchez ?” (nieuw voorbeeld).
vous “vous” betekent hier “u” of “jullie” en is het onderwerp van “vous allez envoyer”. Het verwijst naar de persoon of personen achter de balie. Een bruikbaar patroon is “vous allez + infinitief” voor een nabije toekomstige handeling, zoals “vous allez recevoir” (nieuw voorbeeld).
allez “allez” betekent hier “gaat” in de nabije toekomst, in “vous allez envoyer”. Het is de vorm van “aller” die bij “vous” hoort en staat vóór de infinitief “envoyer”. Een bruikbaar patroon is “vous allez + infinitief”, bijvoorbeeld “Vous allez remplir le formulaire” (nieuw voorbeeld).
envoyer “envoyer” betekent hier “sturen”, namelijk het programma voor het volgende evenement versturen. Het staat na “allez” in “vous allez envoyer” en na “allons” in “Nous allons envoyer”. Een bruikbaar patroon is “envoyer + voorwerp”, bijvoorbeeld “envoyer le programme” (nieuw voorbeeld).
si “si” betekent hier “als” en introduceert de voorwaarde “si nous en ajoutons une”: als we er een toevoegen. Het verbindt de voorwaardelijke bijzin met de vraag over wat er wordt gestuurd. Een bruikbaar patroon is “si + zin”, bijvoorbeeld “si vous ajoutez une adresse” (nieuw voorbeeld).
en “en” verwijst hier naar een e-mailadres en betekent in “nous en ajoutons une” ongeveer “er één van”. Het voorkomt dat “adresse e-mail” opnieuw volledig wordt herhaald; “une” geeft aan dat het om één adres gaat. Een bruikbaar patroon is “en ajouter un/une” wanneer je één exemplaar van iets eerder genoemds toevoegt (nieuw voorbeeld).
ajoutons “ajoutons” betekent hier “toevoegen” in de voorwaardelijke zin “si nous en ajoutons une”. Het is de vorm van “ajouter” die bij “nous” hoort. Een bruikbaar patroon is “si nous ajoutons + voorwerp”, bijvoorbeeld “si nous ajoutons une adresse” (nieuw voorbeeld).
allons “allons” betekent hier “gaan” als onderdeel van de nabije toekomst in “Nous allons envoyer”. Het is de vorm van “aller” die bij “nous” hoort en wordt gevolgd door “envoyer”. Een bruikbaar patroon is “Nous allons + infinitief”, bijvoorbeeld “Nous allons remplir le formulaire” (nieuw voorbeeld).
le “le” is hier het bepaalde lidwoord bij “programme” in “le programme du prochain événement”: het programma. Het verwijst naar het specifieke programma dat zal worden gestuurd. Een bruikbaar patroon is “le” vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals “le formulaire” (nieuw voorbeeld).
programme “programme” betekent hier “programma”, namelijk de planning voor het volgende evenement. In “le programme du prochain événement” is het wat de organisatie zal sturen. Je kunt “envoyer le programme” gebruiken wanneer je een programma verstuurt (nieuw voorbeeld).
du “du” betekent hier “van het” in “du prochain événement”. Het is de vaste samentrekking van “de” en “le” vóór het mannelijke enkelvoud “événement”. Een bruikbaar patroon is “le programme du + mannelijk zelfstandig naamwoord”, bijvoorbeeld “le programme du week-end” (nieuw voorbeeld).
prochain “prochain” betekent hier “volgende” in “le prochain événement”. Het beschrijft het evenement dat na het huidige evenement komt en past zich aan “événement” aan. Een bruikbaar patroon is “le prochain + mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord”, zoals “le prochain rendez-vous” (nieuw voorbeeld).
événement “événement” betekent hier “evenement” in “le prochain événement”. Het is het evenement waarvoor de wandeling en het programma bedoeld zijn. Je kunt “un événement” gebruiken om een evenement voor het eerst te noemen, bijvoorbeeld “un événement local” (nieuw voorbeeld).

Grammatica

Il faut + infinitif

Il faut payer.

iel foo peejee

Je moet betalen.

Il faut drukt een algemene noodzaak uit. Het volgende werkwoord staat in de infinitief.

vouloir + infinitif

Nous voulons nous inscrire ensemble.

noe voelõ noe-zẽskrier ãsãbl

We willen ons samen inschrijven.

Na vouloir volgt een tweede werkwoord in de infinitief; bij een wederkerend werkwoord blijft nous behouden.

Frans woordenschat

combien bijwoord
kõmbjè̃ hoeveel
ensemble bijwoord
ãsãbl samen
falloir werkwoord
faloaar moeten; nodig zijn faut
gratuit bijvoeglijk naamwoord
gratwie gratis
habitant zelfstandig naamwoord
abietã inwoner habitants
marche zelfstandig naamwoord
marsj wandeling
participer werkwoord
paartiesiepee deelnemen
payer werkwoord
peejee betalen
s'inscrire werkwoord
sẽskrier zich inschrijven nous inscrire
veuillez werkwoord
vuh-jè gelieve
ville zelfstandig naamwoord
viel stad
vouloir werkwoord
voeloaar willen voulons

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

We willen ons samen inschrijven.

Antwoord tonenNous voulons nous inscrire ensemble.

Moeten we ook een e-mailadres toevoegen?

Antwoord tonenDevons-nous aussi ajouter une adresse e-mail?

Dat deel is optioneel.

Antwoord tonenCette partie est facultative.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

inwoner

Antwoord tonenhabitants

stad

Antwoord tonenville

moeten; nodig zijn

Antwoord tonenfaut

wandeling

Antwoord tonenmarche