Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een nieuw woord leren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Que veut dire ce mot ?
Kuh veu dier suh moo? Wat betekent dit woord?Ça veut dire une petite pièce.
Saa veu dier uun puh-tiet pjes. Het betekent een kleine kamer.Peux-tu le prononcer lentement ?
Peu-tuu luh pro-non-see lan-tman? Kun je het langzaam uitspreken?Je vais le découper en parties.
Zjuh vee luh dee-koo-pay an par-tie. Ik deel het op in delen.Peux-tu me donner un exemple ?
Peu-tuu muh doh-nay un eg-zanpl? Kun je me een voorbeeld geven?Cette pièce est propre et lumineuse.
Set pjes eh prop ee luu-mie-neuz. Deze kamer is schoon en licht.Je veux m'entraîner à l'utiliser.
Zjuh veu man-tray-nay aa uu-tee-lee-zay. Ik wil oefenen om het te gebruiken.Essaie de l'utiliser dans une phrase courte.
Eh-seh duh luu-tee-lee-zay danz uun fraaz koert. Probeer het in een korte zin.Uitleg van de zinnen
Que veut dire ce mot ?
Wat betekent dit woord?
- Que
- wat
- veut dire
- betekent
- ce
- dit/deze
- mot
- woord
Uitgebreide uitleg
Que betekent hier “wat” en staat aan het begin van de directe vraag. Het is het vragende woord voor de onbekende betekenis. In een andere vraag kan qui “wie” betekenen; dat vraagt naar een persoon, niet naar een betekenis. veut dire is de vaste Franse uitdrukking “betekenen”, letterlijk opgebouwd rond vouloir dire (“willen zeggen”). veut is de tegenwoordige tijd van vouloir bij de derde persoon enkelvoud; in deze uitdrukking krijgt het geheel de betekenis “betekent”. Bijvoorbeeld: Que veut dire ce signe ? — “Wat betekent dit teken?” ce is een aanwijzend woord voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het verwijst hier naar mot, dat mannelijk en enkelvoudig is. Voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wordt doorgaans cette gebruikt, bijvoorbeeld cette phrase — “deze zin”. mot betekent “woord”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un mot betekent “een woord” en les mots betekent “de woorden”. Samen vormen de delen de vraag Que veut dire ce mot ?: “Wat betekent dit woord?” De vraag vraagt naar de betekenis van het genoemde woord. De volgende zin gebruikt dezelfde betekenisuitdrukking in Ça veut dire ... (“Het betekent ...”), waarbij ça verwijst naar wat eerder ter sprake kwam.
Ça veut dire une petite pièce.
Het betekent een kleine kamer.
- Ça veut dire
- betekent
- petite
- klein
- pièce
- kamer
Uitgebreide uitleg
Ça veut dire betekent hier “het betekent”. Dit is een veelgebruikte constructie: ça is een aanwijzend voornaamwoord dat hier naar een betekenis of inhoud verwijst, en veut is de derde persoon enkelvoud van vouloir in de tegenwoordige tijd. Samen met dire vormt het de constructie vouloir dire (“bedoelen”, “betekenen”). Voorbeeld: Qu’est-ce que ça veut dire ? = “Wat betekent dat?” petite betekent hier “kleine” en hoort bij pièce. Dit is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord petit; petit is de basisvorm en petite wordt gebruikt bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: une petite maison = “een klein huis”. pièce betekent in deze zin “kamer”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; dat blijkt hier ook uit une en uit de vorm petite. In andere contexten kan pièce bijvoorbeeld “stuk” of “toneelstuk” betekenen, maar in deze zin geeft de vaste vertaling de betekenis “kamer”. De combinatie une petite pièce betekent “een kleine kamer”: une begeleidt het enkelvoudige zelfstandige naamwoord, petite beschrijft de grootte en pièce benoemt de ruimte. De volledige zin Ça veut dire une petite pièce. betekent dus: “Het betekent een kleine kamer.”
Peux-tu le prononcer lentement ?
Kun je het langzaam uitspreken?
- Peux-tu
- Kun je
- le
- het
- prononcer
- uitspreken
- lentement
- langzaam
Uitgebreide uitleg
Peux-tu is de vraagvorm van pouvoir (“kunnen”) met tu (“je”). De vorm peux is de tegenwoordige tijd in de tweede persoon enkelvoud; door de inversie peux-tu wordt de vraag gevormd. Vergelijk: Tu peux répéter ? betekent ook “Kun je herhalen?”, maar zonder inversie. le is hier een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp: “het”. Het verwijst in deze vaste zin naar datgene wat uitgesproken moet worden; de vertaling legt dat als “het” vast. Als het zelfstandig naamwoord waarnaar wordt verwezen vrouwelijk enkelvoud is, staat in dezelfde functie la; voor meervoud staat les. prononcer betekent “uitspreken”. Dit is de infinitief, die na pouvoir staat: pouvoir + infinitief geeft aan wat iemand kan doen. De vorm verandert hier niet mee met tu; de persoon wordt al door peux aangegeven. Voorbeeld: Je peux prononcer ce mot. — “Ik kan dit woord uitspreken.” lentement is een bijwoord en betekent “langzaam”. Het zegt hoe de handeling gebeurt. Het hoort bij het werkwoord prononcer, niet bij het voornaamwoord le. Het bijvoeglijk naamwoord is lent (“langzaam”); lentement is de bijwoordelijke vorm. Voorbeeld: Elle parle lentement. — “Zij spreekt langzaam.” Samen vormen de delen de vraag Peux-tu le prononcer lentement ?: “Kun je het langzaam uitspreken?” Peux-tu vraagt of de aangesprokene dit kan doen; in deze vraag werkt dat ook als een verzoek. le benoemt wat uitgesproken wordt, prononcer noemt de handeling en lentement geeft de manier van uitspreken aan.
Je vais le découper en parties.
Ik deel het op in delen.
- Je vais
- ik ga
- le
- het
- découper
- in stukken snijden; opdelen
- en
- in
- parties
- delen
Uitgebreide uitleg
Je vais betekent hier dat de spreker van plan is iets binnenkort te doen. Dit is de Franse constructie aller in de tegenwoordige tijd + een infinitief: je vais travailler = «ik ga werken». Vais is de vorm van aller bij je; bij andere personen verandert de vorm van aller, bijvoorbeeld tu vas en il va, terwijl het daaropvolgende werkwoord infinitief blijft. le is hier een onbeklemtoond mannelijk enkelvoudig lijdend voornaamwoord: «het». Het staat vóór het werkwoordelijke deel découper. De vertaling maakt duidelijk dat het verwijst naar iets dat eerder besproken is, maar noemt niet zelfstandig wat dat precies is. Vergelijk: Je le lis. = «Ik lees het.» découper is de infinitief «in stukken snijden» of, bij een tekst of uitleg, «opdelen». De vorm blijft hier een infinitief omdat hij volgt op vais. Het onderwerp van découper is dezelfde spreker als bij Je vais; de constructie drukt dus uit: «ik ga het opdelen». Een bruikbaar voorbeeld is Je vais découper le gâteau. = «Ik ga de taart in stukken snijden.» en geeft hier de vorm of indeling van het resultaat aan: «in». In combinatie met parties beschrijft het waarin iets wordt opgedeeld. Dit is niet hetzelfde gebruik als en in bijvoorbeeld en France, waar het een plaatsrelatie uitdrukt. parties is het meervoud van partie, «deel» of «gedeelte». De uitgang -s markeert hier het meervoud; une partie is enkelvoud en des parties meervoud. In deze zin gaat het om meerdere delen, zonder dat er een exact aantal wordt genoemd. Samen vormt Je vais le découper en parties de betekenis: «Ik ga het in delen opdelen.» De volgorde is je vais + voornaamwoordelijk lijdend voorwerp le + infinitief découper + de indeling en parties. De zin gebruikt de nabije-toekomstconstructie en kondigt daarmee de voorgenomen handeling van de spreker aan.
Peux-tu me donner un exemple ?
Kun je me een voorbeeld geven?
- Peux-tu
- kun je
- me
- mij
- donner
- geven
- exemple
- voorbeeld
Uitgebreide uitleg
Peux-tu betekent hier “kun je”. Het is een vraag met omgekeerde volgorde van werkwoord en onderwerp: peux is de tegenwoordige vorm van pouvoir (“kunnen”) voor tu (“jij”). In een gewone mededelende zin staat tu peux; in een directe vraag kan dat peux-tu ... ? worden. Voor een beleefde of formele vraag kan ook Pouvez-vous ... ? staan, maar dat is een andere vorm. me betekent hier “mij”. Het is bij donner het meewerkend voorwerp: de spreker is degene aan wie het voorbeeld gegeven wordt. Franse voornaamwoorden zoals me staan doorgaans vóór het vervoegde werkwoord of vóór een infinitief; hier staat het vóór de infinitief donner. Een vergelijkbaar patroon is Il me donne un livre — “Hij geeft mij een boek.” donner is de infinitief “geven”. Na peux-tu blijft het volgende werkwoord in de infinitief: Peux-tu donner ... ? betekent natuurlijk “Kun je ... geven?”. De infinitief is onveranderd; de persoon wordt hier uitgedrukt door peux, niet door donner. exemple is een zelfstandig naamwoord voor “voorbeeld”. Het staat met het onbepaalde lidwoord un: un exemple betekent “een voorbeeld”. Un geeft hier aan dat het om een niet nader bepaald voorbeeld gaat; het is niet op zichzelf een expliciete teluitspraak over het aantal gevraagde voorbeelden. Samen vormen de delen Peux-tu + me + donner + un exemple ? de vraag “Kun je me een voorbeeld geven?” De vraag richt zich tot één aangesproken persoon (tu) en vraagt die persoon om een voorbeeld aan de spreker te geven.
Cette pièce est propre et lumineuse.
Deze kamer is schoon en licht.
- Cette
- deze
- pièce
- kamer
- est
- is
- propre
- schoon
- lumineuse
- licht
Uitgebreide uitleg
Cette betekent hier “deze” en is een aanwijzend woord voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het staat vóór pièce en past zich daaraan aan. Vergelijk: ce bij een mannelijk enkelvoudig woord, bijvoorbeeld ce livre (“dit boek”); cette is niet zelf het geslacht van het bedoelde voorwerp, maar stemt ermee overeen. Pièce betekent hier “kamer”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor cette. Het woord kan in andere contexten ook “stuk” of “munt” betekenen, maar in deze zin geeft de vaste vertaling de betekenis “kamer” aan. Est is de vorm van être (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Dezelfde vorm komt bijvoorbeeld voor in La pièce est grande (“De kamer is groot”). Est is niet hetzelfde als et, dat “en” betekent: est is een werkwoord, terwijl et de twee beschrijvingen met elkaar verbindt. Propre betekent hier “schoon”. Het is een bijvoeglijk naamwoord. In Cette pièce est propre staat het na être en beschrijft het de toestand van de kamer. In deze betekenis heeft propre dezelfde vorm bij mannelijk en vrouwelijk enkelvoud: un livre propre (“een schoon boek”) en une pièce propre (“een schone kamer”). Lumineuse betekent hier “licht” of “helder”. De vorm is vrouwelijk enkelvoud en hoort bij pièce. De basisvorm is lumineux; de vrouwelijke vorm is lumineuse. Bijvoorbeeld: La salle est lumineuse betekent “De zaal is licht.” De structuur is Cette pièce est propre et lumineuse: “Deze kamer is schoon en licht.” Cette pièce is het onderwerp, est verbindt het onderwerp met twee beschrijvingen, en et (“en”) verbindt propre en lumineuse. Beide bijvoeglijke naamwoorden beschrijven dus dezelfde kamer. De zin kan als herbruikbaar patroon dienen: Cette/ce + zelfstandig naamwoord + est + beschrijving + et + beschrijving.
Je veux m'entraîner à l'utiliser.
Ik wil oefenen om het te gebruiken.
- Je veux
- ik wil
- m'entraîner
- oefenen
- l'utiliser
- het gebruiken
Uitgebreide uitleg
Je veux betekent hier ‘ik wil’. veux is de eerste persoon enkelvoud van vouloir in de tegenwoordige tijd: je veux, tu veux, il/elle veut. Na vouloir volgt gewoonlijk een infinitief: Je veux partir. = ‘Ik wil vertrekken.’ Het onderwerp is hier dus je, en veux drukt de wil van die spreker uit. m'entraîner betekent hier ‘oefenen’. De infinitief is s'entraîner, een pronominaal werkwoord. Bij je wordt se me, en voor een klinker wordt dat m': je m'entraîne en in de infinitief m'entraîner. In deze context betekent het werkwoord oefenen of trainen; de vorm zegt niet op zichzelf waarin precies wordt geoefend. l'utiliser betekent ‘het gebruiken’. De infinitief is utiliser. l' is vóór een klinker de verkorte vorm van het directe objectpronomen le of la; in de vaste vertaling is hier de bedoelde betekenis ‘het’. Het pronomen staat vóór de infinitief: l'utiliser, niet na utiliser. Je veux l'utiliser. = ‘Ik wil het gebruiken.’ Tussen m'entraîner en l'utiliser staat à: s'entraîner à + infinitief is een bruikbaar patroon voor oefenen in het doen van iets. Daardoor vormt m'entraîner à l'utiliser samen ‘oefenen om het te gebruiken’. Het à hoort bij dit patroon; het is niet onderdeel van het objectpronomen l'. De hele zin volgt dus de opbouw Je veux + m'entraîner à + l'utiliser: de spreker wil oefenen met het gebruiken van iets dat in de vaste vertaling als ‘het’ wordt aangeduid. De zin stelt niet nader vast waarnaar l' verwijst.
Essaie de l'utiliser dans une phrase courte.
Probeer het in een korte zin.
- Essaie
- probeer
- l'utiliser
- het gebruiken
- phrase
- zin
- courte
- kort
Uitgebreide uitleg
Essaie komt van essayer (proberen). Hier is het de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon in de informele vorm: “probeer”. De vorm essaie is ook de tegenwoordige tijd bij je; de context en de plaats aan het begin maken hier de gebiedende wijs duidelijk. Bijvoorbeeld: Essaie encore. — “Probeer het nog eens.” l'utiliser bestaat uit l' + utiliser. utiliser betekent “gebruiken” en staat na de in de infinitiefconstructie essayer de + infinitif: Essaie de ... = “Probeer ... te ...”. l' is het verkorte Franse objectvoornaamwoord voor “het” of “hem/haar” vóór een klinker. In deze zin verwijst het, in overeenstemming met de vaste vertaling en de vorige zin, naar iets dat de spreker wil oefenen of gebruiken. De apostrof hoort bij de elisie vóór utiliser; de vorm onthult hier niet of het object mannelijk of vrouwelijk is. phrase betekent hier “zin”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une phrase. Een nuttig contrast is une phrase tegenover un mot — “een zin” tegenover “een woord”. courte betekent “kort” en beschrijft phrase. De basisvorm is het mannelijke enkelvoud court; bij het vrouwelijke enkelvoud krijgt het bijvoeglijk naamwoord de vorm courte: une phrase courte. De vorm staat na het zelfstandig naamwoord, wat in deze combinatie de gewone plaats is. Bijvoorbeeld: C'est une phrase courte. — “Dat is een korte zin.” Samen vormt Essaie de l'utiliser dans une phrase courte de herbruikbare structuur Essaie de + infinitief + ...: “Probeer het in een korte zin te gebruiken.” dans une phrase courte geeft aan waarin die handeling moet plaatsvinden. De volledige zin is dus een informele aansporing aan één persoon om het bedoelde element in een korte zin te gebruiken.
Grammatica
Adjectif après le nom et accord en genre
une petite pièce lumineuse
Uun puh-tiet pjes luu-mie-neuzeen kleine, lichte kamer
Bijvoeglijke naamwoorden staan vaak na het zelfstandig naamwoord en passen zich aan het vrouwelijke geslacht aan.
Adverbe en -ment
prononcer lentement
Pro-non-see lant-mantlangzaam uitspreken
Lentement is een bijwoord en beschrijft hoe je iets uitspreekt; het is geen bijvoeglijk naamwoord.
Frans woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wat betekent dit woord?
Antwoord tonen
Que veut dire ce mot ?Het betekent een kleine kamer.
Antwoord tonen
Ça veut dire une petite pièce.Kun je het langzaam uitspreken?
Antwoord tonen
Peux-tu le prononcer lentement ?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
langzaam
Antwoord tonen
lentementuitspreken
Antwoord tonen
prononcergeven
Antwoord tonen
donneropdelen