Een nieuw woord leren | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a language classroom, two adults discuss a new word by checking its meaning, pronunciation, and example sentence..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Een nieuw woord leren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Que veut dire ce mot ?

Kuh veu dier suh moo? Wat betekent dit woord?
B

Ça veut dire une petite pièce.

Saa veu dier uun puh-tiet pjes. Het betekent een kleine kamer.
A

Peux-tu le prononcer lentement ?

Peu-tuu luh pro-non-see lan-tman? Kun je het langzaam uitspreken?
B

Je vais le découper en parties.

Zjuh vee luh dee-koo-pay an par-tie. Ik deel het op in delen.
A

Peux-tu me donner un exemple ?

Peu-tuu muh doh-nay un eg-zanpl? Kun je me een voorbeeld geven?
B

Cette pièce est propre et lumineuse.

Set pjes eh prop ee luu-mie-neuz. Deze kamer is schoon en licht.
A

Je veux m'entraîner à l'utiliser.

Zjuh veu man-tray-nay aa uu-tee-lee-zay. Ik wil oefenen om het te gebruiken.
B

Essaie de l'utiliser dans une phrase courte.

Eh-seh duh luu-tee-lee-zay danz uun fraaz koert. Probeer het in een korte zin.

Woord voor woord

Que « Que » betekent hier “wat” en opent de vraag naar de betekenis van een woord. Het staat aan het begin van « Que veut dire ce mot ? ». Je gebruikt dezelfde vraagvorm wanneer je naar de betekenis van een ander woord vraagt.
veut In « veut dire » draagt « veut » bij aan de betekenis “betekenen”; de hele uitdrukking betekent “betekenen”. De vorm komt van « vouloir » en staat hier in de vaste combinatie « veut dire ». Je gebruikt « veut dire » wanneer je vraagt of uitlegt wat een woord of uitdrukking betekent.
dire In « veut dire » betekent « dire » letterlijk “zeggen”, maar de volledige combinatie betekent “betekenen”. De infinitief « dire » staat hier samen met « veut ». Je gebruikt deze combinatie om de betekenis van een woord of uitdrukking uit te leggen.
ce « Ce » betekent hier “dit/deze” en verwijst samen met « mot » naar het woord waarover men praat. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in « ce mot ». Je gebruikt « ce » opnieuw vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord waarnaar je verwijst.
mot « Mot » betekent hier “woord”. Het staat in « ce mot » als het woord waarvan men de betekenis wil weten. Je gebruikt « mot » wanneer je over een afzonderlijk woord in een taal praat.
Ça « Ça » betekent hier “dat/het” en verwijst naar de betekenis die zojuist wordt uitgelegd. In « Ça veut dire une petite pièce » is het onderwerp van de uitleg. Je gebruikt « Ça veut dire » om eenvoudig te zeggen wat iets betekent.
une « Une » betekent “een” vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord « pièce ». Het introduceert hier één kleine kamer of ruimte. Je gebruikt « une » vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
petite « Petite » betekent hier “kleine” en beschrijft « pièce ». Het is de vrouwelijke vorm van « petit », omdat het bij « pièce » hoort, zoals in « une petite pièce ». Je gebruikt deze vorm om een vrouwelijke kamer of ruimte als klein te beschrijven.
pièce « Pièce » betekent hier “kamer” of “ruimte”. In « une petite pièce » gaat het om een kleine kamer. Je gebruikt « pièce » voor een kamer of andere afgebakende ruimte.
Peux « Peux » betekent hier “kun je” in de vraag « Peux-tu le prononcer lentement ? ». De vorm komt van « pouvoir » en staat vóór « tu » in deze vraag. Je gebruikt « Peux-tu » om iemand informeel te vragen of die iets kan doen.
tu « Tu » betekent “jij” en verwijst naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. Het staat na « Peux » in « Peux-tu ». Je gebruikt « tu » wanneer je één persoon informeel aanspreekt.
le « Le » betekent hier “het” en verwijst naar het woord dat uitgesproken moet worden. Het staat vóór de infinitief in « le prononcer ». Je gebruikt « le » vóór een werkwoord wanneer het naar een eerder genoemd mannelijk object verwijst.
prononcer « Prononcer » betekent “uitspreken” en staat na « Peux-tu le » in de vraag. Het is de handeling die de aangesprokene volgens de vraag moet uitvoeren. Je gebruikt « prononcer » wanneer je iemand vraagt een woord of zin hardop te zeggen.
lentement « Lentement » betekent “langzaam” en geeft aan hoe iemand het woord moet uitspreken. Het beschrijft de handeling in « le prononcer lentement ». Je gebruikt dit bij een verzoek om iets rustig of langzaam te doen.
Je « Je » betekent “ik” en is degene die de handeling uitvoert. Het staat vóór het werkwoord in « Je vais le découper en parties ». Je gebruikt « je » om over jezelf te spreken.
vais « Vais » betekent hier “ga” in de betekenis van “zal gaan doen” in « Je vais le découper en parties ». De vorm komt van « aller » en staat samen met een infinitief om een nabije toekomstige handeling aan te kondigen. Je gebruikt « Je vais » vóór een werkwoord wanneer je zegt wat je gaat doen.
découper « Découper » betekent hier “in delen opdelen” en staat na « Je vais le ». De combinatie met « en parties » maakt duidelijk dat iets in meerdere delen wordt verdeeld. Je gebruikt « découper » wanneer je iets in stukken of delen verdeelt.
en « En » betekent hier “in” en geeft in « en parties » aan waarin iets wordt verdeeld. Samen met « découper » beschrijft het de verdeling in delen. Je gebruikt deze combinatie wanneer je zegt dat iets in bepaalde delen of stukken wordt opgedeeld.
parties « Parties » betekent hier “delen” en verwijst naar de stukken waarin het woord wordt verdeeld. Het is de meervoudsvorm van « partie » in « en parties ». Je gebruikt « parties » wanneer iets uit meerdere delen bestaat of in meerdere delen wordt verdeeld.
me « Me » betekent hier “mij” en is de persoon die een voorbeeld krijgt. Het staat vóór « donner » in « me donner un exemple ». Je gebruikt « me » vóór het werkwoord wanneer iets aan jou wordt gegeven of voor jou wordt gedaan.
donner « Donner » betekent “geven” en staat na « Peux-tu me » in de vraag. In « me donner un exemple » is een voorbeeld datgene wat gegeven wordt. Je gebruikt « donner » om te vragen of te zeggen dat iemand iets aan iemand geeft.
un « Un » betekent “een” vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord « exemple ». Het verwijst hier naar één voorbeeld. Je gebruikt « un » vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord.
exemple « Exemple » betekent “voorbeeld”. In « me donner un exemple » gaat het om een zin die de betekenis of het gebruik van het woord laat zien. Je gebruikt « exemple » wanneer je om een concrete illustratie vraagt of die geeft.
Cette « Cette » betekent “deze” en verwijst naar de kamer in « Cette pièce est propre et lumineuse ». Het staat vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord « pièce ». Je gebruikt « cette » vóór een vrouwelijke persoon, zaak of ruimte waarnaar je verwijst.
est « Est » betekent “is” en verbindt in « Cette pièce est propre et lumineuse » de kamer met haar eigenschappen. De vorm komt van « être ». Je gebruikt « est » om over één persoon, zaak of ruimte te zeggen hoe die is.
propre « Propre » betekent hier “schoon” en beschrijft de kamer in « Cette pièce est propre ». Het staat na « est » als eigenschap van de kamer. Je gebruikt « propre » wanneer je zegt dat een ruimte of voorwerp niet vuil is.
et « Et » betekent “en” en verbindt in « propre et lumineuse » twee eigenschappen van dezelfde kamer. Het voegt de tweede beschrijving toe aan de eerste. Je gebruikt « et » om woorden of eigenschappen met elkaar te verbinden.
lumineuse « Lumineuse » betekent hier “licht” of “helder” en beschrijft samen met « propre » de kamer. Het is de vrouwelijke vorm van « lumineux », passend bij « pièce », zoals in « pièce est propre et lumineuse ». Je gebruikt deze vorm om een vrouwelijke ruimte als helder of goed verlicht te beschrijven.
veux « Veux » betekent hier “wil” in « Je veux m'entraîner à l'utiliser ». De vorm komt van « vouloir » en staat na « Je ». Je gebruikt « Je veux » vóór een werkwoord om je wens of bedoeling uit te drukken.
m' « M' » betekent hier “me” en hoort bij « m'entraîner »: de spreker wil zelf oefenen. Het is de verkorte vorm van « me » vóór de klinker in « m'entraîner ». Je gebruikt deze vorm vóór een werkwoord dat met een klinker begint wanneer « me » bij de handeling hoort.
entraîner In « m'entraîner » betekent « entraîner » hier “oefenen”; samen met « m' » gaat het om zelf oefenen. De infinitief staat na « Je veux » en wordt verbonden met « à » in « m'entraîner à l'utiliser ». Je gebruikt deze constructie wanneer je zegt dat je oefent om iets te doen.
à « À » verbindt in « m'entraîner à l'utiliser » het oefenen met de handeling die je wilt oefenen. Hier leidt het de infinitief « l'utiliser » in. Je gebruikt « s'entraîner à » gevolgd door een werkwoord om het doel van de oefening aan te geven.
l' « L' » betekent hier “het” en verwijst naar het woord dat eerder werd besproken. Het is de verkorte vorm van « le » vóór de klinker in « l'utiliser ». Je gebruikt deze vorm vóór een werkwoord dat met een klinker begint wanneer het naar een eerder genoemd mannelijk object verwijst.
utiliser « Utiliser » betekent “gebruiken” en staat in « l'utiliser » als de handeling die geoefend moet worden. Het verwijst hier naar het gebruiken van het nieuwe woord. Je gebruikt « utiliser » wanneer je zegt dat je een woord, voorwerp of hulpmiddel gebruikt.
Essaie « Essaie » betekent “probeer” en is een directe aansporing aan één informeel aangesproken persoon. Het staat aan het begin van « Essaie de l'utiliser dans une phrase courte ». De vorm komt van « essayer ». Je gebruikt « Essaie de » om iemand aan te moedigen iets te proberen.
de « De » leidt in « Essaie de l'utiliser » de handeling in die iemand moet proberen. Het staat vóór de infinitief « l'utiliser ». Je gebruikt « essayer de » gevolgd door een werkwoord om te zeggen wat iemand probeert te doen.
dans « Dans » betekent hier “in” en geeft in « dans une phrase courte » aan waar het woord gebruikt moet worden. Het introduceert de zin waarin de oefening plaatsvindt. Je gebruikt « dans » om een plaats, tekst of andere omgeving aan te geven waarin iets gebeurt.
phrase « Phrase » betekent “zin”. In « une phrase courte » gaat het om een zin waarin de leerling het nieuwe woord gebruikt. Je gebruikt « phrase » wanneer je over een gesproken of geschreven zin praat.
courte « Courte » betekent “korte” en beschrijft « phrase ». Het is de vrouwelijke vorm van « court », passend bij « phrase », zoals in « une phrase courte ». Je gebruikt deze vorm om een vrouwelijke zin als kort te beschrijven.

Grammatica

Adjectif après le nom et accord en genre

une petite pièce lumineuse

Uun puh-tiet pjes luu-mie-neuz

een kleine, lichte kamer

Bijvoeglijke naamwoorden staan vaak na het zelfstandig naamwoord en passen zich aan het vrouwelijke geslacht aan.

Adverbe en -ment

prononcer lentement

Pro-non-see lant-mant

langzaam uitspreken

Lentement is een bijwoord en beschrijft hoe je iets uitspreekt; het is geen bijvoeglijk naamwoord.

Frans woordenschat

découper werkwoord
dee-koo-pay opdelen
donner werkwoord
doh-nay geven
exemple zelfstandig naamwoord
eg-zanpl voorbeeld
lentement bijwoord
lant-mant langzaam
lumineuse bijvoeglijk naamwoord
luu-mie-neuz licht
mot zelfstandig naamwoord
moo woord
parties zelfstandig naamwoord
par-tie delen
petite bijvoeglijk naamwoord
puh-tiet klein
pièce zelfstandig naamwoord
pjes kamer
prononcer werkwoord
pro-non-see uitspreken
propre bijvoeglijk naamwoord
prop schoon
veut dire werkwoord
veu dier betekenen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat betekent dit woord?

Antwoord tonenQue veut dire ce mot ?

Het betekent een kleine kamer.

Antwoord tonenÇa veut dire une petite pièce.

Kun je het langzaam uitspreken?

Antwoord tonenPeux-tu le prononcer lentement ?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

langzaam

Antwoord tonenlentement

uitspreken

Antwoord tonenprononcer

geven

Antwoord tonendonner

opdelen

Antwoord tonendécouper