Naar huiswerk vragen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a language classroom, one adult asks what homework to complete and when to bring the answers back..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Naar huiswerk vragen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Qu'est-ce que je dois faire pour les devoirs ?

kes-ke zje dwaa feer poer lee duh-vwaar? Wat moet ik voor huiswerk doen?
B

Commence par faire cet exercice.

ko-mans par feer set eg-zer-sies. Begin met deze oefening te maken.
A

Quelle page dois-je utiliser ?

kel paazj dwaa zje uu-ti-li-zee? Welke pagina moet ik gebruiken?
B

Utilise la page avec les questions courtes.

uu-ti-liez la paazj a-vek lee kes-tyon koert. Gebruik de pagina met de korte vragen.
A

Quand dois-je le finir ?

kan dwaa zje luh fie-nier? Wanneer moet ik het afmaken?
B

Finis-le avant le cours.

fie-nie luh a-van luh koer. Maak het voor de les af.
A

Tu peux regarder mes réponses plus tard ?

tuu peu ruh-gar-dee mee ree-pons pluu tar? Kun je later naar mijn antwoorden kijken?
B

Apporte-les-moi après avoir fini.

a-port lee-mwaa a-pree a-vwaar fie-nie. Breng ze naar me nadat je klaar bent.

Uitleg van de zinnen

  1. Qu'est-ce que je dois faire pour les devoirs ?

    Wat moet ik voor huiswerk doen?

    Qu'est-ce que
    wat ...?
    je dois
    ik moet
    faire
    doen
    devoirs
    huiswerk
    Uitgebreide uitleg

    Qu'est-ce que is een vaste Franse vraagconstructie voor “wat ...?”. In deze zin vraagt ze naar de handeling die nodig is. Het patroon is Qu'est-ce que + onderwerp + werkwoord ...?, bijvoorbeeld: Qu'est-ce que tu lis ? — “Wat lees je?” De apostrof in Qu'est-ce is een echte spellingvorm: que wordt vóór est verkort tot qu'. je dois komt van devoir, “moeten”. dois is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud, bij je: je dois. Het drukt hier verplichting uit. Devoir + infinitief is een belangrijk patroon: Je dois travailler. — “Ik moet werken.” De vorm dois hoort dus bij het onderwerp je; het volgende werkwoord blijft in de infinitief. faire is de infinitief van “doen” of “maken”; hier betekent het “doen”. Het staat na dois in de infinitief: je dois faire. De tegenwoordige vorm bij je is anders: je fais — “ik doe/maak”. Bijvoorbeeld: Je dois faire cet exercice. — “Ik moet deze oefening maken.” devoirs is het meervoudige zelfstandig naamwoord voor huiswerk of opdrachten. In deze zin gaat het om huiswerk als taak waarvoor iets gedaan moet worden. Het enkelvoud devoir kan onder andere “plicht” of “opdracht” betekenen; devoirs is hier de gebruikelijke vorm voor “huiswerk”. pour verbindt dit met het doel of de context: pour les devoirs betekent hier “voor het huiswerk”. Samen vormen je dois faire en pour les devoirs de betekenis “ik moet voor het huiswerk doen”. De hele zin bouwt dus op als Qu'est-ce que + je dois faire + pour les devoirs: “Wat moet ik voor huiswerk doen?” De vraag gebruikt devoir om te vragen welke handeling verplicht of nodig is, en faire benoemt die handeling.

  2. Commence par faire cet exercice.

    Begin met deze oefening te maken.

    Commence par
    begin met
    faire
    doen; maken
    cet
    deze
    exercice
    oefening
    Uitgebreide uitleg

    Commence par betekent hier: begin met iets te doen. Commence is de gebiedende wijs van commencer voor tu; het onderwerp wordt in deze vorm niet uitgesproken. De constructie commencer par wordt gevolgd door een infinitief of een zelfstandig naamwoord: Commence par lire. = “Begin met lezen.” Het voorzetsel par hoort bij deze constructie en betekent hier niet simpelweg “door”. faire is de infinitief van faire, een zeer algemeen werkwoord met onder andere de betekenis “doen” of “maken”. In faire cet exercice betekent het “deze oefening maken”. De infinitief staat na par, omdat commencer par een handeling introduceert. Faire heeft onregelmatige vervoegingen, bijvoorbeeld je fais = “ik doe/maak” en vous faites = “u/jullie doen/maken”. cet is het aanwijzende bijvoeglijke woord voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord vóór een klinker of een stille h. Het contrasteert onder andere met ce vóór een medeklinker, cette voor vrouwelijk enkelvoud en ces voor meervoud. In cet exercice verwijst cet naar de specifieke oefening die in deze situatie bedoeld is; de vorm wordt gekozen door het grammaticale geslacht en getal van exercice en door de daaropvolgende klank. exercice is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un exercice, des exercices. Het betekent “oefening”, bijvoorbeeld een taak om te maken of te trainen. Het meervoud wordt gevormd met -s: un exercice → des exercices. Samen vormt Commence par faire cet exercice. de gebiedende zin “Begin met deze oefening te maken.” De volgorde is: eerst de aansporing om te beginnen, daarna de constructie par faire (“met te maken”), en ten slotte het object cet exercice (“deze oefening”).

  3. Quelle page dois-je utiliser ?

    Welke pagina moet ik gebruiken?

    Quelle
    welke
    page
    pagina
    dois-je
    moet ik
    utiliser
    gebruiken
    Uitgebreide uitleg

    Quelle betekent hier “welke” bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het gaat om grammaticaal geslacht, niet noodzakelijk om een vrouwelijke persoon. De vormen stemmen af op het zelfstandig naamwoord: quel (mannelijk enkelvoud), quelle (vrouwelijk enkelvoud), quels (mannelijk meervoud) en quelles (vrouwelijk meervoud). In deze zin is page vrouwelijk en enkelvoud, daarom staat er quelle. Voorbeeld: Quelle voiture choisis-tu ? — “Welke auto kies je?” page betekent hier “pagina”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is pages. Het lidwoord of aanwijzende woord ervoor stemt ermee overeen: une page, cette page. dois-je combineert de tegenwoordige vorm dois van devoir met het onderwerp je door vraaginversie. devoir betekent “moeten” wanneer het een verplichting uitdrukt. dois is de eerste persoon enkelvoud: je dois — “ik moet”. In een formele of neutrale directe vraag kan de volgorde omkeren: Dois-je attendre ? — “Moet ik wachten?” De vorm dois-je betekent dus niet alleen “ik”, maar maakt samen met devoir de vraag “moet ik ...?” utiliser is de infinitief van het werkwoord “gebruiken”. Na devoir staat het volgende werkwoord in de infinitief: je dois utiliser — “ik moet gebruiken”. De infinitief verandert hier niet mee met de persoon; de vervoegde vorm is dois. Samen vormen de delen de directe vraag Quelle page dois-je utiliser ?: “Welke pagina moet ik gebruiken?” Quelle page vraagt welke pagina bedoeld is, en dois-je utiliser geeft aan dat de spreker die pagina moet gebruiken. De vraag gebruikt een neutrale, vrij formele inversie; in alledaagse spreektaal komt ook Quelle page est-ce que je dois utiliser ? voor, met dezelfde kernbetekenis.

  4. Utilise la page avec les questions courtes.

    Gebruik de pagina met de korte vragen.

    Utilise
    gebruik
    la page
    de pagina
    les questions
    de vragen
    courtes
    kort
    Uitgebreide uitleg

    Utilise is de gebiedende wijs van utiliser voor één aangesproken persoon: “gebruik”. De vorm geeft hier een directe instructie. Vergelijk in een voorbeeld: Utilise ce livre. — “Gebruik dit boek.” la page betekent hier “de pagina”. page is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; la is daarom het bepaalde enkelvoudige lidwoord. In het meervoud wordt dit les pages: “de pagina’s”. les questions betekent “de vragen”. question is enkelvoud; questions is het meervoud, hier gemarkeerd met -s, en les is het bepaalde meervoudige lidwoord. Een bruikbaar contrast is la question — “de vraag” tegenover les questions — “de vragen”. courtes betekent hier “kort” en beschrijft questions. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is court (mannelijk enkelvoud); bij een vrouwelijk meervoudig zelfstandig naamwoord wordt het courtes. De uitgang -es laat hier de vrouwelijke meervoudsvorm zien. Voorbeeld: des réponses courtes — “korte antwoorden”. In de volledige zin geeft Utilise de opdracht. la page is wat gebruikt moet worden, en avec les questions courtes specificeert welke pagina: de pagina met de korte vragen. Samen betekent de zin: “Gebruik de pagina met de korte vragen.”

  5. Quand dois-je le finir ?

    Wanneer moet ik het afmaken?

    Quand
    wanneer
    dois-je
    moet ik
    le
    het
    finir
    afmaken
    Uitgebreide uitleg

    Quand betekent hier “wanneer” en vraagt naar het tijdstip waarop iets moet gebeuren. Het is een vraagwoord; vergelijk Quand arrives-tu ? — “Wanneer kom je aan?” dois-je combineert de vorm dois van devoir (“moeten”) met het onderwerp je (“ik”). dois is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: je dois betekent “ik moet”. In deze vraag staat de persoonsvorm vóór het onderwerp en worden ze met een koppelteken verbonden: dois-je. De infinitief na devoir benoemt de handeling die verplicht of nodig is, bijvoorbeeld Dois-je attendre ? — “Moet ik wachten?” le is een mannelijk enkelvoudig lijdend-voorwerpspronomen. Het staat vóór de vervoegde vorm en betekent hier “het”, zoals in de vaste vertaling. Het vervangt een al begrepen mannelijk enkelvoudig object; de aangeleverde zinnen benoemen dat object niet verder. In Finis-le uit de vervolgzin staat hetzelfde pronomen na de gebiedende wijs, omdat de plaatsing daar anders is. finir is de infinitief “afmaken” of “beëindigen”. Na devoir blijft het werkwoord in de infinitief: je dois finir — “ik moet afmaken”. De vorm finir is dus niet vervoegd voor de persoon; de persoon en tijd worden hier door dois aangegeven. Een voorbeeld is Elle doit finir le travail. — “Zij moet het werk afmaken.” Samen vormen de onderdelen Quand + dois-je + le finir ?: “Wanneer moet ik het afmaken?” De vraag gebruikt devoir voor de noodzakelijkheid en finir voor de handeling; le verwijst naar het begrepen lijdend voorwerp. De formulering is een gewone, neutrale vraag.

  6. Finis-le avant le cours.

    Maak het voor de les af.

    Finis-le
    Maak het af
    avant
    voor
    cours
    les
    Uitgebreide uitleg

    Finis-le betekent hier: “maak het af”. Finis is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van finir (“afmaken”). De vorm -le is een voornaamwoordelijk object en verwijst hier, zoals ook uit de vertaling blijkt, naar “het”. In het Frans staat dit objectvoornaamwoord in een bevestigende gebiedende wijs achter het werkwoord en wordt het met een koppelteken verbonden: Finis-le. Vergelijk: Finis la tâche = “Maak de taak af”; Finis-la = “Maak haar af”, wanneer het vervangen woord vrouwelijk enkelvoud is. avant is een voorzetsel met de betekenis “voor” in de tijd. Het kan een tijdstip of een gebeurtenis inleiden: avant le dîner = “voor het avondeten”. cours betekent hier “les” of “college”. Het zelfstandig naamwoord is cours; de s hoort bij de gespelde vorm en maakt dit hier niet automatisch meervoud. In le cours staat le als bepaald lidwoord bij dit mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord. Een ander gebruik is un cours = “een les/cursus”. Samen vormen avant le cours en Finis-le de opdracht: Finis-le avant le cours. = “Maak het voor de les af.”

  7. Tu peux regarder mes réponses plus tard ?

    Kun je later naar mijn antwoorden kijken?

    Tu peux
    kun je
    regarder
    kijken
    réponses
    antwoorden
    plus tard
    later
    Uitgebreide uitleg

    Tu peux betekent hier “kun je”. peux is de vorm van het werkwoord pouvoir (“kunnen”) bij tu in de tegenwoordige tijd: je peux, tu peux, il/elle peut. Na pouvoir volgt een infinitief: Tu peux regarder = “Je kunt kijken”. Voor een beleefde vraag kan dezelfde woordvolgorde met een vraagintonatie worden gebruikt. regarder betekent hier “kijken naar”. Het is de infinitief van de werkwoordsgroep; na pouvoir blijft die vorm onveranderd. Het Franse regarder krijgt doorgaans rechtstreeks het bekeken object: regarder un film = “een film kijken”. In deze zin wordt het object verderop genoemd als mes réponses. réponses betekent hier “antwoorden”. De enkelvoudsvorm is réponse; réponses is het meervoud. Het woord is vrouwelijk, maar dat zie je in deze vorm niet aan het meervoud zelf. Een voorbeeld: J’ai deux réponses. = “Ik heb twee antwoorden.” plus tard betekent “later”. Dit is een vaste tijdsbepaling; plus drukt hier geen vergelijking van een bijvoeglijk naamwoord uit. Een bruikbaar voorbeeld is Je reviendrai plus tard. = “Ik kom later terug.” Samen vormt Tu peux regarder mes réponses plus tard ? de vraag “Kun je later naar mijn antwoorden kijken?” Tu peux geeft de mogelijkheid of het verzoek weer, regarder benoemt de handeling, mes réponses is wat bekeken wordt, en plus tard plaatst die handeling op een later moment.

  8. Apporte-les-moi après avoir fini.

    Breng ze naar me nadat je klaar bent.

    Apporte
    breng
    les
    ze
    moi
    mij
    après avoir fini
    nadat je klaar bent
    Uitgebreide uitleg

    Apporte betekent hier “breng” als bevel aan één aangesproken persoon. Het is de bevestigende gebiedende wijs van apporter (“brengen”): apporte (tu), apportons (nous) en apportez (vous). In een bevel wordt het onderwerp meestal niet apart genoemd. les verwijst hier volgens de vaste vertaling naar meerdere eerder bedoelde dingen of personen: “ze”. Als lijdend voornaamwoord staat het vóór de volgende voornaamwoordelijke vorm in deze bevelconstructie. Vergelijk: Je les apporte. = “Ik breng ze.” moi betekent hier “mij” en duidt de ontvanger aan. In een bevestigende gebiedende wijs worden zulke korte voornaamwoorden achter het werkwoord geplaatst en met streepjes verbonden: Apporte-les-moi = “Breng ze naar mij.” Moi is de beklemtoonde vorm; buiten deze constructie staat vaak me, zoals in Tu me les apportes. = “Je brengt ze naar mij.” après avoir fini betekent “nadat je klaar bent”. avoir fini is een voltooide infinitief: avoir + het voltooid deelwoord fini, van finir (“klaar zijn/afmaken”, afhankelijk van de context). Het expliciete onderwerp ontbreekt; hier wordt het begrepen als de aangesproken persoon uit het bevel. De combinatie drukt uit dat het afronden vóór het brengen plaatsvindt. Een vergelijkbaar voorbeeld is Après avoir mangé, il travaille. = “Nadat hij gegeten heeft, werkt hij.” Samen vormen de delen een bevel: Apporte-les-moi geeft de handeling en de ontvanger aan, en après avoir fini bepaalt wanneer die handeling moet gebeuren. De volledige betekenis is dus: “Breng ze naar mij nadat je klaar bent.”

Grammatica

Gebiedende wijs met voornaamwoord: werkwoord + le/les (+ moi)

Finis-le avant le cours et apporte-les-moi.

fie-nie luh a-van luh koer ee a-port lee-mwaa

Maak het af vóór de les en breng ze naar mij.

In een bevel staan voornaamwoorden achter het werkwoord en worden ze met een koppelteken verbonden.

après avoir + participe passé

Après avoir fini, apporte-les-moi.

a-pree a-vwaar fie-nie, a-port lee-mwaa

Nadat je klaar bent, breng ze naar mij.

Gebruik après avoir met het voltooid deelwoord om aan te geven dat iets eerder is gebeurd.

Frans woordenschat

cet bepaler
set deze

cet exercice

commence werkwoord
ko-mans begin
devoirs zelfstandig naamwoord
duh-vwaar huiswerk les devoirs
dois werkwoord
dwaa moet

je dois faire

exercice zelfstandig naamwoord
eg-zer-sies oefening
faire werkwoord
feer doen
page zelfstandig naamwoord
paazj pagina
par voorzetsel
par met; door

Commence par faire

Qu'est-ce que uitdrukking
kes-ke wat

Qu'est-ce que je dois faire ?

quelle bepaler
kel welke

Quelle page

utilise werkwoord
uu-ti-liez gebruik
utiliser werkwoord
uu-ti-li-zee gebruiken

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Begin met deze oefening te maken.

Antwoord tonenCommence par faire cet exercice.

Welke pagina moet ik gebruiken?

Antwoord tonenQuelle page dois-je utiliser ?

Wanneer moet ik het afmaken?

Antwoord tonenQuand dois-je le finir ?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

begin

Antwoord tonencommence

moet

Antwoord tonendois

welke

Antwoord tonenquelle

oefening

Antwoord tonenexercice