Een korte dialoog oefenen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a language classroom, two adults practice a dialogue together, choose roles, and read a difficult line slowly..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een korte dialoog oefenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je veux m'entraîner avec ce dialogue.

zjeuh vuh mahn-tre-nee ah-vek suh dja-loog. Ik wil deze dialoog oefenen.
B

Je peux être ton partenaire.

zjeuh puh etr ton par-tuh-nèr. Ik kan je partner zijn.
A

Quel rôle dois-je jouer ?

kel rool dwa zjeuh zjwee? Welke rol moet ik spelen?
B

Tu peux lire la première partie.

tuu puh lie-r la pruh-mjee-èr par-tee. Je kunt het eerste deel lezen.
A

Cette phrase est un peu difficile.

set fraaz eh uhn puh dee-fee-seel. Deze zin is een beetje moeilijk.
B

Lis-le lentement avec moi.

lie-luh lahnt-uh-mahn ah-vek mwa. Lees het langzaam met mij.
A

Laisse-moi essayer encore depuis le début.

less mwa ee-say-yay ahn-kor duh-pwie luh day-buu. Laat me het opnieuw vanaf het begin proberen.
B

Tu lis plus clairement maintenant.

tuu lie pluus klèr-mahn men-tuh-nahn. Je leest nu duidelijker.

Uitleg van de zinnen

  1. Je veux m'entraîner avec ce dialogue.

    Ik wil deze dialoog oefenen.

    Je
    ik
    veux
    wil
    m'entraîner
    oefenen
    ce
    deze
    dialogue
    dialoog
    Uitgebreide uitleg

    Je betekent hier “ik” en is het Franse persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud als onderwerp. Het blijft je ongeacht het geslacht van de spreker. Voor een meervoudig onderwerp gebruikt het Frans nous. veux is hier de tegenwoordige tijd van vouloir (“willen”) in de eerste persoon enkelvoud: je veux = “ik wil”. Het werkwoord staat vóór de infinitief en drukt hier een wens of intentie uit. Vergelijk: Je peux m'entraîner = “Ik kan oefenen”; peux komt van pouvoir (“kunnen”), niet van vouloir. m'entraîner is een infinitief met het wederkerend voornaamwoord m', de elisie van me vóór een klinker. De basisvorm is s'entraîner (“trainen/oefenen”); in combinatie met je wordt se me, dus je veux m'entraîner = “ik wil oefenen”. De apostrof hoort bij de Franse spelling voor de klinker van entraîner. ce is een aanwijzend bijvoeglijk woord voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het verwijst hier, volgens de vaste vertaling, naar “deze”. Voor een vrouwelijk enkelvoud staat bijvoorbeeld cette; vóór een mannelijk enkelvoud dat met een klinker of stomme h begint, staat vaak cet. dialogue is het zelfstandig naamwoord “dialoog”. In ce dialogue staat het na het aanwijzende woord en is het mannelijk enkelvoud; dat bepaalt de vorm ce. Een meervoudige vorm is dialogues, met bijvoorbeeld ces dialogues voor “deze dialogen”. Samen vormen de delen Je veux + m'entraîner + avec ce dialogue: “Ik wil oefenen met deze dialoog.” Je veux geeft de wens aan, m'entraîner noemt de handeling, en avec ce dialogue geeft aan waarmee de spreker wil oefenen. De volledige Franse zin is daarom: “Ik wil deze dialoog oefenen.”

  2. Je peux être ton partenaire.

    Ik kan je partner zijn.

    Je peux
    ik kan
    être
    zijn
    ton
    jouw
    partenaire
    partner
    Uitgebreide uitleg

    Je peux betekent hier “ik kan”. peux is de tegenwoordige tijd van pouvoir (“kunnen”) bij je; dezelfde vorm staat ook bij tu. Na pouvoir volgt een infinitief: Je peux venir. — “Ik kan komen.” être betekent “zijn”. Dit is de infinitief. Samen met peux vormt het de herbruikbare constructie Je peux + infinitief: Je peux aider. — “Ik kan helpen.” ton betekent hier “jouw”. Het is een bezittelijk bijvoeglijk woord vóór een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord. Het past zich aan het bezetene aan, niet aan de eigenaar. Vergelijk ton livre — “jouw boek” — met ta voiture — “jouw auto”. Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord dat met een medeklinkerklank begint, gebruik je ta, bijvoorbeeld ta partenaire — “jouw partner”. partenaire betekent “partner”. In deze zin is het een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het meervoud wordt gevormd met -s: un partenaire — “een partner”; des partenaires — “partners”. De delen worden zo gecombineerd: Je peux être = “ik kan zijn” en ton partenaire = “jouw partner”. De volledige zin betekent daarom: “Ik kan je partner zijn.”

  3. Quel rôle dois-je jouer ?

    Welke rol moet ik spelen?

    Quel
    welke
    rôle
    rol
    dois-je
    moet ik
    jouer
    spelen
    Uitgebreide uitleg

    Quel staat hier vóór het zelfstandig naamwoord rôle en vraagt welke keuze of welk type bedoeld wordt. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm van het vragende woord: quel, quelle, quels, quelles. De vorm stemt hier af op rôle, niet op de spreker. rôle betekent hier ‘rol’, dus de taak of positie die iemand moet aannemen. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het accent circonflexe hoort bij de spelling. Een bruikbaar patroon is Quel rôle ... ? — ‘Welke rol ... ?’. dois-je combineert de vervoegde vorm dois van devoir met het onderwerp je. Dois is de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd; devoir betekent hier ‘moeten’. In een formele of neutrale vraag wordt het onderwerp vaak achter het werkwoord geplaatst met een koppelteken: Dois-je ... ? betekent ‘Moet ik ... ?’. Dit is niet hetzelfde als peux-je ... ?, ‘Kan ik ... ?’: devoir drukt noodzaak of verplichting uit, terwijl pouvoir mogelijkheid of toestemming uitdrukt. jouer is de infinitief van het werkwoord ‘spelen’. Na devoir blijft het volgende werkwoord in de infinitief: Je dois jouer — ‘Ik moet spelen’. In deze zin betekent jouer niet noodzakelijk een spel spelen, maar een rol spelen. Samen vormen de delen de vraag Quel rôle + dois-je + jouer? De spreker vraagt welke rol hij of zij moet spelen: ‘Welke rol moet ik spelen?’ De inversie in dois-je maakt de vraagstructuur zichtbaar; jouer benoemt de handeling die volgens devoir nodig is.

  4. Tu peux lire la première partie.

    Je kunt het eerste deel lezen.

    Tu peux
    Je kunt
    lire
    lezen
    première
    eerste
    partie
    deel
    Uitgebreide uitleg

    Tu peux betekent hier “je kunt”. peux is de vorm van pouvoir (“kunnen”) voor tu in de tegenwoordige tijd; het onderwerp is dus de aangesprokene. Na pouvoir volgt meestal een infinitief: Tu peux lire = “Je kunt lezen”. Vergelijk: Je peux lire = “Ik kan lezen”; bij je is de vorm eveneens peux, terwijl het voornaamwoord de persoon aangeeft. lire betekent “lezen”. Dit is de infinitief, de vorm die na peux staat. De combinatie pouvoir + infinitief drukt mogelijkheid of vermogen uit, bijvoorbeeld: Tu peux venir. — “Je kunt komen.” première betekent hier “eerste”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van premier, omdat het bij het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord partie hoort. De vormen zijn bijvoorbeeld premier chapitre (“eerste hoofdstuk”) en première partie (“eerste deel”); de vorm van het rangtelwoord stemt dus af op het zelfstandig naamwoord. partie betekent hier “deel” of “gedeelte”. Het is een zelfstandig naamwoord; in la première partie verwijst het bepaalde lidwoord la naar dat vrouwelijke enkelvoudige woord. Een bruikbaar voorbeeld is: La deuxième partie est courte. — “Het tweede deel is kort.” Samen vormen de woorden Tu peux lire en la première partie de betekenis: “Je kunt het eerste deel lezen.” De Franse volgorde is onderwerp + vorm van “kunnen” + infinitief + lijdend voorwerp: Tu + peux + lire + la première partie. De context maakt duidelijk dat het om het eerste deel gaat, zonder dat de zin zegt waarom de aangesprokene het kan lezen.

  5. Cette phrase est un peu difficile.

    Deze zin is een beetje moeilijk.

    Cette
    deze
    phrase
    zin
    est
    is
    un peu
    een beetje
    difficile
    moeilijk
    Uitgebreide uitleg

    Cette betekent hier ‘deze’ en verwijst naar een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord: phrase is vrouwelijk enkelvoud. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het aanwijzend woord; vergelijk bijvoorbeeld ce livre (‘dit boek’, mannelijk) en cette phrase (‘deze zin’, vrouwelijk). De vorm zegt iets over het grammaticale geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord, niet op zichzelf over de fysieke afstand. phrase betekent hier ‘zin’. Het is een zelfstandig naamwoord: une phrase is ‘een zin’ en des phrases is ‘zinnen’. In deze uiting gaat het om de zin waarnaar met cette wordt verwezen. est is de vorm van être (‘zijn’) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp is hier Cette phrase, dus de combinatie betekent ‘deze zin is’. Andere nuttige vormen zijn je suis (‘ik ben’) en ils sont (‘zij zijn’); est hoort bij een enkelvoudig onderwerp zoals la phrase. un peu betekent ‘een beetje’ en verzacht de daaropvolgende eigenschap. Het is een vaste kwantificerende uitdrukking die vóór het bijvoeglijk naamwoord staat: un peu difficile betekent ‘een beetje moeilijk’. Bijvoorbeeld: Je suis un peu fatigué. — ‘Ik ben een beetje moe.’ difficile betekent hier ‘moeilijk’. Het is een bijvoeglijk naamwoord bij phrase. De vorm difficile verandert niet tussen mannelijk en vrouwelijk enkelvoud: un exercice difficile en une phrase difficile. Het meervoud is difficiles, bijvoorbeeld des exercices difficiles (‘moeilijke oefeningen’). Samen vormen de delen Cette phrase (‘deze zin’), est (‘is’), un peu (‘een beetje’) en difficile (‘moeilijk’) de volledige betekenis: ‘Deze zin is een beetje moeilijk.’

  6. Lis-le lentement avec moi.

    Lees het langzaam met mij.

    Lis-le
    Lees het
    lentement
    langzaam
    avec moi
    met mij
    Uitgebreide uitleg

    Lis-le betekent hier “lees het”. Lis is de gebiedende wijs van lire (“lezen”) voor één aangesproken persoon. In een bevestigende gebiedende zin staat het voornaamwoord le erachter en wordt het met een koppelteken verbonden: Lis-le. Le verwijst hier naar wat gelezen moet worden; de vertaling identificeert dat als “het”, zonder een specifieker zelfstandig naamwoord vast te leggen. Vergelijk als patroon: Lis-le. — “Lees het.” Lentement betekent “langzaam”. Het is een bijwoord en zegt hoe het lezen gebeurt. Het hoort bij lire, niet bij le. Het verwante bijvoeglijk naamwoord is lent (“langzaam”); lentement wordt gebruikt om de manier van een handeling te beschrijven. Voorbeeld: Parle lentement. — “Praat langzaam.” Avec moi betekent “met mij”. Avec drukt begeleiding of samen-zijn uit, en moi is de beklemtoonde vorm van het eerste persoon enkelvoud na een voorzetsel. Na avec gebruik je dus moi, niet het onderwerpvoornaamwoord je. Voorbeeld: Viens avec moi. — “Kom met mij.” Samen vormen de delen de gebiedende zin Lis-le lentement avec moi.: de aangesproken persoon moet het lezen, de handeling moet langzaam gebeuren, en de spreker doet dat samen met die persoon. De volledige betekenis is: “Lees het langzaam met mij.”

  7. Laisse-moi essayer encore depuis le début.

    Laat me het opnieuw vanaf het begin proberen.

    Laisse-moi
    laat me
    essayer
    proberen
    encore
    opnieuw; nog eens
    depuis
    vanaf
    début
    begin
    Uitgebreide uitleg

    Laisse-moi betekent hier “laat me”. laisse is de gebiedende wijs van laisser voor tu: “laten”. moi is de beklemtoonde vorm van “ik/mij” en maakt duidelijk wie de handeling uitvoert. In deze constructie volgt daarna een infinitief: Laisse-moi entrer = “Laat me binnenkomen.” essayer betekent “proberen”. Dit is de infinitief; na laisser staat de handeling die iemand mag of laat uitvoeren in deze vorm. De combinatie laisser + persoon + infinitief is een herbruikbaar patroon: Laisse-le parler = “Laat hem praten.” encore betekent hier “opnieuw” of “nog eens”. Het geeft aan dat de poging opnieuw wordt gedaan. Voor “nog steeds” kan encore ook worden gebruikt, maar in deze zin past de herhalingsbetekenis bij de vaste vertaling. depuis betekent “vanaf” wanneer het een beginpunt aangeeft. Het markeert hier het punt waar de handeling begint. Een andere veelgebruikte tijdsconstructie is depuis lundi = “sinds maandag”; de precieze Nederlandse vertaling hangt dus af van de relatie die depuis uitdrukt. début is een zelfstandig naamwoord en betekent “begin”. Het staat na le: le début = “het begin”. In depuis le début vormt het samen met depuis de betekenis “vanaf het begin”. Samen betekent Laisse-moi essayer encore depuis le début.: “Laat me het opnieuw vanaf het begin proberen.” De spreker vraagt toestemming of ruimte om zelf opnieuw te proberen, waarbij het startpunt het begin is.

  8. Tu lis plus clairement maintenant.

    Je leest nu duidelijker.

    lis
    leest
    plus clairement
    duidelijker
    maintenant
    nu
    Uitgebreide uitleg

    lis is hier de vorm van lire (“lezen”) bij tu in de tegenwoordige tijd: tu lis = “je leest”. Deze geschreven vorm hoort bij de tweede persoon enkelvoud; de eindmedeklinker wordt niet uitgesproken. Voorbeeld: Tu lis le texte. — “Je leest de tekst.” plus clairement betekent “duidelijker”. clairement is een bijwoord: het beschrijft hoe het lezen gebeurt. plus vormt hier de vergrotende trap van dit bijwoord: clairement → plus clairement. Voorbeeld: Elle explique plus clairement. — “Ze legt het duidelijker uit.” maintenant betekent “nu” en verwijst hier naar het huidige moment. Het staat in deze zin na plus clairement. Samen betekenen Tu lis, plus clairement en maintenant: “Je leest nu duidelijker.”

Grammatica

Laisse-moi + infinitif

Laisse-moi essayer.

less mwa ee-say-yay.

Laat me proberen.

De gebiedende wijs van laisser krijgt moi met een koppelteken; daarna volgt een infinitief.

Frans woordenschat

devoir werkwoord
duh-vwaar moeten dois

Quel rôle dois-je jouer ?

dialogue zelfstandig naamwoord
dja-loog dialoog

Je veux m'entraîner avec ce dialogue.

être werkwoord
ètr zijn

Je peux être ton partenaire.

jouer werkwoord
zjwee spelen

Quel rôle dois-je jouer ?

lire werkwoord
lie-r lezen

Tu peux lire la première partie.

partenaire zelfstandig naamwoord
par-tuh-nèr partner

Je peux être ton partenaire.

pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen peux

Je peux être ton partenaire.

quel bepaler
kel welke

Quel rôle dois-je jouer ?

rôle zelfstandig naamwoord
rool rol

Quel rôle dois-je jouer ?

s'entraîner werkwoord
sahn-tre-nee oefenen m'entraîner

Je veux m'entraîner avec ce dialogue.

ton bepaler
ton jouw

Je peux être ton partenaire.

vouloir werkwoord
voe-lwaar willen veux

Je veux m'entraîner avec ce dialogue.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil deze dialoog oefenen.

Antwoord tonenJe veux m'entraîner avec ce dialogue.

Ik kan je partner zijn.

Antwoord tonenJe peux être ton partenaire.

Welke rol moet ik spelen?

Antwoord tonenQuel rôle dois-je jouer ?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

rol

Antwoord tonenrôle

partner

Antwoord tonenpartenaire

zijn

Antwoord tonenêtre

dialoog

Antwoord tonendialogue