Je
‘Je’ betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van de zin. In deze dialoog gebruikt de spreker het om te zeggen wat die zelf wil of kan doen.
veux
‘veux’ betekent hier ‘wil’ en is de vorm van vouloir die na Je staat. Het wordt gevolgd door een infinitief, zoals in ‘Je veux m'entraîner’, om een wens of bedoeling uit te drukken.
m'entraîner
‘m'entraîner’ betekent hier ‘oefenen’, namelijk oefenen met de dialoog. De vorm staat na veux in ‘Je veux m'entraîner’; dit is een bruikbare combinatie om te zeggen wat je wilt oefenen.
avec
‘avec’ betekent hier ‘met’ en geeft aan waarmee de spreker oefent. Het staat voor een persoon of zaak, zoals in ‘avec ce dialogue’.
ce
‘ce’ betekent hier ‘deze’ en verwijst naar dialogue in ‘ce dialogue’. Het staat vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
dialogue
‘dialogue’ betekent hier ‘dialoog’: de tekst die de twee cursisten samen oefenen. In ‘ce dialogue’ staat het als zelfstandig naamwoord na een aanwijzend woord; je gebruikt het voor een gesprekstekst met meerdere replieken.
peux
‘peux’ betekent hier ‘kan’ en is de vorm van pouvoir na Je. In ‘Je peux être’ staat het vóór een infinitief om een mogelijkheid of aanbod uit te drukken.
être
‘être’ betekent hier ‘zijn’ en staat als infinitief na peux. In ‘Je peux être ton partenaire’ beschrijft het welke rol de spreker kan aannemen.
ton
‘ton’ betekent hier ‘jouw’ en hoort bij partenaire in ‘ton partenaire’. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat bij de aangesproken persoon hoort.
partenaire
‘partenaire’ betekent hier ‘partner’, de persoon met wie iemand de dialoog oefent. In ‘ton partenaire’ wordt het gecombineerd met een bezittelijk woord om de oefenpartner aan te duiden.
Quel
‘Quel’ betekent hier ‘welke’ en opent de vraag ‘Quel rôle dois-je jouer ?’. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord waarover de vraag gaat.
rôle
‘rôle’ betekent hier ‘rol’, dus het personage of de partij die iemand in de dialoog op zich neemt. Het hoort bij de vraag welke rol iemand moet spelen.
dois
‘dois’ betekent hier ‘moet’ of ‘zou moeten’ en is de vorm van devoir in ‘dois-je’. In deze vraag staat het vóór jouer om te vragen welke handeling van de spreker verwacht wordt.
jouer
‘jouer’ betekent hier niet zomaar spelen, maar een rol spelen of op zich nemen. Het staat als infinitief in ‘Quel rôle dois-je jouer ?’, na dois.
Tu
‘Tu’ betekent hier ‘jij’ en is het onderwerp van de zin. De spreker richt zich ermee rechtstreeks tot de oefenpartner.
lire
‘lire’ betekent hier ‘lezen’ en staat als infinitief in ‘Tu peux lire’. Na peux benoemt het de handeling die de ander kan uitvoeren.
la
‘la’ is hier het bepaalde lidwoord bij partie in ‘la première partie’. Het verwijst naar een specifiek deel van de dialoog.
première
‘première’ betekent hier ‘eerste’ en beschrijft partie in ‘la première partie’. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord om aan te geven welk deel aan de beurt is.
partie
‘partie’ betekent hier ‘deel’, namelijk het eerste deel van de dialoog. In ‘la première partie’ vormt het samen met het lidwoord en de beschrijving een zelfstandig naamwoordelijk geheel.
Cette
‘Cette’ betekent hier ‘deze’ en verwijst naar phrase in ‘Cette phrase’. Het staat vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
phrase
‘phrase’ betekent hier ‘zin’ of een afzonderlijke regel uit de dialoog. In ‘Cette phrase est un peu difficile’ wordt ermee de moeilijke regel aangeduid die de cursist wil oefenen.
est
‘est’ betekent hier ‘is’ en verbindt Cette phrase met de beschrijving un peu difficile. Het wordt gebruikt om een eigenschap van een zaak of persoon uit te drukken.
un
‘un’ vormt hier samen met peu de uitdrukking ‘un peu’, die ‘een beetje’ betekent. In ‘un peu difficile’ verzacht het de uitspraak over de moeilijkheid.
peu
‘peu’ draagt in ‘un peu’ de betekenis van een kleine mate bij. Samen met un staat het vóór difficile om te zeggen dat de zin slechts een beetje moeilijk is.
difficile
‘difficile’ betekent hier ‘moeilijk’ en beschrijft phrase in ‘Cette phrase est un peu difficile’. Je gebruikt het hier om de moeilijkheid van een zin of oefening te beoordelen.
Lis
‘Lis’ betekent hier ‘lees’ en is een directe opdracht aan de aangesproken persoon. In ‘Lis-le’ staat het vóór het objectpronomen le.
le
‘le’ betekent hier ‘het’ of ‘het stuk’ en verwijst naar de zin die eerder genoemd is. In ‘Lis-le’ staat het als objectpronomen achter de gebiedende werkwoordsvorm.
lentement
‘lentement’ betekent hier ‘langzaam’ en beschrijft hoe de ander moet lezen. In ‘Lis-le lentement’ staat het bij het werkwoord om de manier van lezen aan te geven.
moi
‘moi’ betekent hier ‘mij’ in de uitdrukking ‘avec moi’, dus ‘met mij’. Deze beklemtoonde vorm staat na het voorzetsel avec om de gesprekspartner te noemen.
Laisse
‘Laisse’ betekent hier ‘laat’ in de constructie ‘Laisse-moi essayer’. De spreker vraagt daarmee toestemming of ruimte om zelf iets te proberen.
essayer
‘essayer’ betekent hier ‘proberen’ en staat na ‘Laisse-moi’. De combinatie ‘Laisse-moi essayer’ wordt gebruikt om te vragen of iemand iets zelf mag proberen.
encore
‘encore’ betekent hier ‘opnieuw’ of ‘nog eens’ en hoort bij essayer in ‘essayer encore’. Het geeft aan dat de handeling opnieuw wordt uitgevoerd.
depuis
‘depuis’ betekent hier ‘vanaf’ en geeft een beginpunt aan in ‘depuis le début’. Het wordt gebruikt vóór het punt waar iets begint.
début
‘début’ betekent hier ‘begin’ in de uitdrukking ‘depuis le début’. De spreker wil de dialoog opnieuw vanaf het eerste punt proberen te lezen.
plus
‘plus’ betekent hier ‘meer’ en maakt in ‘plus clairement’ een vergelijking in graad. Het laat zien dat de manier van lezen nu duidelijker is dan eerder.
clairement
‘clairement’ betekent hier ‘duidelijk’ of ‘duidelijker’ en beschrijft hoe iemand leest. In ‘plus clairement’ wordt het gecombineerd met plus om een verbetering in duidelijkheid uit te drukken.
maintenant
‘maintenant’ betekent hier ‘nu’ en verwijst naar het huidige moment. Het benadrukt dat de manier van lezen op dit moment duidelijker is.