Woorden herhalen met woordkaartjes | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a language classroom, two adults use word cards and example sentences to review words they need to remember..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Woorden herhalen met woordkaartjes oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je veux revoir ces mots.

zje vuh ruh-vwaar see moo Ik wil deze woorden herhalen.
B

Utilisons ces cartes de mots.

uu-ti-li-zong see kaart duh moo Laten we deze woordkaartjes gebruiken.
A

Je ne me souviens plus de ce mot.

zje nuh muh soe-vjeng pluu duh suh moo Ik weet dit woord niet meer.
B

Regarde la phrase d'exemple.

ruh-gard la fraas deg-zang-pl Kijk naar de voorbeeldzin.
A

La phrase m'aide à retenir ce mot.

la fraas med a ruh-tuh-nier suh moo De zin helpt me dit woord te onthouden.
B

Essaie une autre carte et regarde d'abord la phrase d'exemple.

essè uun oot-r kaart ee ruh-gard da-bor la fraas deg-zang-pl Probeer een ander kaartje en kijk eerst naar de voorbeeldzin.
A

Je vais essayer la carte suivante maintenant.

zje vè-z essè-jé la kaart swie-vangt meng-tuh-nang Ik ga nu het volgende kaartje proberen.
B

Lis d'abord la phrase, puis dis le mot.

lie da-bor la fraas, pwie die luh moo Lees eerst de zin en zeg daarna het woord.

Woord voor woord

Je In “Je veux revoir ces mots” betekent “Je” «ik» en het is degene die de handeling uitvoert. Deze vorm staat hier als onderwerp vóór het werkwoord.
veux In “Je veux revoir ces mots” betekent “veux” «wil». Deze vorm van vouloir staat na “Je” en wordt gevolgd door een infinitief, hier “revoir”.
revoir In “Je veux revoir ces mots” betekent “revoir” «opnieuw bekijken» of, in deze leersituatie, «herhalen». Na “veux” staat het als de handeling die de spreker wil uitvoeren.
ces In “ces mots” verwijst “ces” naar bepaalde woorden die de gesprekspartners voor zich hebben: «deze». Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord “mots”.
mots In “ces mots” betekent “mots” «woorden». Het is de meervoudsvorm van mot en verwijst hier naar de woorden die ze willen herhalen.
Utilisons “Utilisons ces cartes de mots” is een voorstel om de woordkaartjes samen te gebruiken: «laten we gebruiken». Deze vorm van utiliser bevat de spreker en de aangesprokene samen en wordt gevolgd door het voorwerp “ces cartes de mots”.
cartes In “ces cartes de mots” betekent “cartes” «kaarten». Het is de meervoudsvorm van carte en verwijst hier naar de woordkaartjes die ze tijdens het oefenen gebruiken.
de In “cartes de mots” verbindt “de” de kaarten met hun onderwerp: het zijn kaarten met of over woorden. Het staat hier tussen “cartes” en “mots” om die combinatie te vormen.
ne In “Je ne me souviens plus de ce mot” is “ne” het eerste deel van de ontkenning “ne ... plus”. Samen met “plus” maakt het duidelijk dat de spreker het woord niet meer weet.
me In “Je ne me souviens plus de ce mot” verwijst “me” naar de spreker zelf: «mij». Het hoort hier bij de uitdrukking “me souviens” voor iets herinneren.
souviens In “Je ne me souviens plus de ce mot” gaat “souviens” over iets herinneren. Deze vorm hoort bij de vaste combinatie “me souviens de”, gevolgd door datgene wat iemand zich herinnert.
plus In “Je ne me souviens plus de ce mot” betekent “plus” samen met “ne” «niet meer». De combinatie “ne ... plus” wordt gebruikt wanneer iets vroeger wel zo was, maar nu niet meer.
ce In “ce mot” verwijst “ce” naar één specifiek woord: «dit». Het staat direct vóór “mot” om aan te geven welk woord de spreker niet meer weet.
mot In “ce mot” en “le mot” betekent “mot” «woord». De vorm is enkelvoud; in “ce mot” gaat het om één woord dat de spreker probeert te onthouden.
Regarde In “Regarde la phrase d'exemple” is “Regarde” een directe instructie: «kijk». Het wordt gevolgd door waarnaar iemand moet kijken, hier “la phrase d'exemple”.
la In “la phrase d'exemple” is “la” het bepaalde lidwoord bij “phrase”: «de». Het maakt duidelijk dat het om een specifieke voorbeeldzin gaat.
phrase In “la phrase d'exemple” betekent “phrase” «zin». Hier verwijst het naar de voorbeeldzin die de leerling moet bekijken.
d'exemple In “la phrase d'exemple” betekent “d'exemple” «van het voorbeeld» of «voorbeeld-». Het specificeert wat voor soort zin “la phrase” is.
m'aide In “La phrase m'aide à retenir ce mot” betekent “m'aide” «helpt mij». De vorm bevat “me” in verkorte vorm vóór “aide” en geeft aan dat de zin de spreker helpt.
à In “m'aide à retenir ce mot” leidt “à” de handeling in die door de hulp mogelijk wordt: «om te onthouden». Het staat hier vóór de infinitief “retenir”.
retenir In “m'aide à retenir ce mot” betekent “retenir” «onthouden». Het is de handeling die de zin gemakkelijker maakt, namelijk het woord “ce mot” in het geheugen houden.
Essaie In “Essaie une autre carte” is “Essaie” een directe instructie: «probeer». Het wordt gevolgd door wat de aangesprokene moet proberen, hier “une autre carte”.
une In “une autre carte” betekent “une” «een» en introduceert het één niet nader bepaalde kaart. Samen met “autre carte” verwijst het naar een andere kaart dan de huidige.
autre In “une autre carte” betekent “autre” «andere». Het maakt duidelijk dat de leerling niet dezelfde kaart moet nemen, maar een andere.
carte In “une autre carte” en “la carte suivante” betekent “carte” «kaart». Hier gaat het om een afzonderlijk woordkaartje in de taalles.
et In “Essaie une autre carte et regarde d'abord la phrase d'exemple” betekent “et” «en». Het verbindt twee instructies: een andere kaart proberen en daarna naar de voorbeeldzin kijken.
d'abord In “regarde d'abord la phrase d'exemple” betekent “d'abord” «eerst». Het geeft de volgorde aan: de voorbeeldzin bekijken voordat de volgende stap wordt uitgevoerd.
vais In “Je vais essayer la carte suivante maintenant” draagt “vais” bij aan de betekenis «ik ga ... proberen». Deze vorm van aller staat met “Je” en wordt gevolgd door de infinitief “essayer” om een voorgenomen of nabije handeling uit te drukken.
essayer In “Je vais essayer la carte suivante maintenant” betekent “essayer” «proberen». Na “vais” benoemt deze infinitief wat de spreker nu van plan is te doen.
suivante In “la carte suivante” betekent “suivante” «volgende». Het beschrijft welke kaart bedoeld wordt: de kaart die na de huidige komt.
maintenant In “Je vais essayer la carte suivante maintenant” betekent “maintenant” «nu». Het plaatst het proberen van de volgende kaart in het huidige moment.
Lis In “Lis d'abord la phrase” is “Lis” een directe instructie: «lees». Het wordt gevolgd door wat gelezen moet worden, namelijk “la phrase”.
puis In “Lis d'abord la phrase, puis dis le mot” betekent “puis” «daarna» of «vervolgens». Het markeert de tweede stap na het eerst lezen van de zin.
dis In “puis dis le mot” is “dis” een directe instructie: «zeg». Deze vorm van dire wordt hier gevolgd door wat gezegd moet worden, namelijk “le mot”.
le In “dis le mot” is “le” het bepaalde lidwoord bij “mot”: «het». Het verwijst naar het specifieke woord dat de leerling moet zeggen.

Grammatica

ne ... plus

ne me souviens plus

nuh muh soe-vjeng pluu

weet het niet meer

De combinatie ne ... plus drukt uit dat iets niet meer gebeurt of niet meer het geval is.

aller + infinitif

vais essayer

vè-z essè-jé

ga proberen

De vervoegde vorm van aller met een infinitief drukt de nabije toekomst uit: iets gaat gebeuren.

Frans woordenschat

cartes de mots uitdrukking
kaart duh moo woordkaartjes

ces cartes de mots

ce bepaler
suh dit

ce mot

ces bepaler
see deze

ces mots

mots zelfstandig naamwoord
moo woorden

ces mots

ne me souviens plus uitdrukking
nuh muh soe-vjeng pluu weet niet meer

Je ne me souviens plus de ce mot.

phrase zelfstandig naamwoord
fraas zin

La phrase m'aide à retenir ce mot.

phrase d'exemple uitdrukking
fraas deg-zang-pl voorbeeldzin

la phrase d'exemple

Regarde werkwoord
ruh-gard kijk

Regarde la phrase d'exemple.

revoir werkwoord
ruh-vwaar herhalen

Je veux revoir ces mots.

souviens werkwoord
soe-vjeng herinner

Je ne me souviens plus de ce mot.

Utilisons werkwoord
uu-ti-li-zong laten we gebruiken

Utilisons ces cartes de mots.

veux werkwoord
vuh wil

Je veux revoir ces mots.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil deze woorden herhalen.

Antwoord tonenJe veux revoir ces mots.

Laten we deze woordkaartjes gebruiken.

Antwoord tonenUtilisons ces cartes de mots.

Kijk naar de voorbeeldzin.

Antwoord tonenRegarde la phrase d'exemple.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

woorden

Antwoord tonenmots

herhalen

Antwoord tonenrevoir

wil

Antwoord tonenveux

laten we gebruiken

Antwoord tonenUtilisons