Tu
‘Tu’ betekent hier ‘jij’ en is de aanspreekvorm voor één persoon in ‘Tu veux qu’on se retrouve dans un café ?’. Het staat als onderwerp vóór de werkwoordsvorm ‘veux’. Je gebruikt deze vorm wanneer je rechtstreeks tegen één persoon spreekt.
veux
‘Veux’ betekent hier ‘wilt’ in ‘Tu veux qu’on se retrouve dans un café ?’. Deze vorm hoort bij ‘tu’ en drukt in deze vraag uit of iemand iets wil. Een bruikbaar patroon is ‘Tu veux … ?’ om naar iemands wens te vragen.
qu’on
‘Qu’on’ leidt hier het deel ‘dat we elkaar ontmoeten’ in binnen ‘Tu veux qu’on se retrouve dans un café ?’. Het is de samengevoegde vorm van ‘que’ en ‘on’. Je gebruikt deze constructie na ‘Tu veux’ om te zeggen wat iemand wil dat er gebeurt.
se
‘Se’ maakt in ‘qu’on se retrouve’ deel uit van de wederkerige werkwoordconstructie voor elkaar ontmoeten. Het staat vóór ‘retrouve’ en verwijst hier naar de mensen die elkaar ontmoeten. Je gebruikt ‘se’ dus binnen deze constructie wanneer de ontmoeting wederzijds is.
retrouve
‘Retrouve’ betekent hier ‘elkaar ontmoet’ in ‘qu’on se retrouve dans un café’. Samen met ‘se’ beschrijft het dat de gesprekspartners elkaar op een afgesproken plaats ontmoeten. Een bruikbaar patroon is ‘se retrouve dans un café’ voor elkaar ontmoeten in een café.
dans
‘Dans’ betekent hier ‘in’ en geeft in ‘dans un café’ de plaats van de afspraak aan. Het staat vóór ‘un café’. Je gebruikt ‘dans’ voor een plaats waar iemand of iets zich bevindt of waar iets gebeurt.
un
‘Un’ is hier het onbepaalde lidwoord in ‘un café’ en ‘un livre’: ‘een café’ en ‘een boek’. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het wanneer je naar één niet nader bepaald voorwerp of één niet nader bepaalde plaats verwijst.
café
‘Café’ betekent hier ‘café’, de plaats waar de twee personen willen afspreken. In ‘dans un café’ is het de bestemming van de afspraak; in ‘le café calme’ gaat het om een specifiek rustig café. Je gebruikt het om naar zo’n horecagelegenheid te verwijzen.
Ça
‘Ça’ betekent hier ‘dat’ in ‘Ça a l’air reposant’ en verwijst naar het voorgestelde caféplan. Het staat als onderwerp van de zin. Je gebruikt ‘Ça’ om naar een genoemde situatie of een voorstel te verwijzen.
a l’air
‘A l’air’ betekent in de hele uitdrukking ‘Ça a l’air reposant’: ‘lijkt’ of ‘komt over als’. ‘A’ draagt het werkwoordelijke deel en ‘l’air’ hoort bij de vaste uitdrukking; samen drukken ze een indruk uit. Je gebruikt het patroon ‘Ça a l’air + bijvoeglijk naamwoord’ om te zeggen hoe iets lijkt.
reposant
‘Reposant’ betekent hier ‘ontspannend’ of ‘rustgevend’ in ‘Ça a l’air reposant’. Het beschrijft de indruk die het caféplan maakt. Je gebruikt het om een activiteit, plaats of situatie als rustgevend te typeren.
Quel
‘Quel’ betekent hier ‘welke’ in ‘Quel café tu aimes ?’. Het staat vóór ‘café’ en vraagt om een keuze uit cafés. Je gebruikt het patroon ‘Quel + zelfstandig naamwoord’ om naar een specifieke keuze te vragen.
aimes
‘Aimes’ betekent hier ‘vindt leuk’ in ‘Quel café tu aimes ?’. Deze vorm hoort bij ‘tu’ en verwijst naar de voorkeur van de aangesprokene. Je gebruikt ‘tu aimes’ om te vragen of te zeggen wat één persoon leuk vindt.
J’aime
‘J’aime’ betekent hier ‘ik vind leuk’ in ‘J’aime le café calme près du parc’. Het geeft aan welk café de spreker prefereert. Je gebruikt het patroon ‘J’aime + zelfstandig naamwoord’ om een voorkeur uit te drukken.
le
‘Le’ is hier het bepaald lidwoord in ‘le café calme’ en verwijst naar het specifieke café dat de spreker bedoelt. Het staat vóór ‘café’. Je gebruikt het wanneer de gesprekspartners weten over welke plaats of zaak het gaat.
calme
‘Calme’ betekent in ‘le café calme’ ‘rustig’ en in ‘du calme’ ‘rust’ of ‘kalmte’. In het eerste geval beschrijft het café; in het tweede geval gaat het om de rustige sfeer waarvan de sprekers genieten. Je gebruikt het dus zowel om een rustige plaats te beschrijven als om rust als toestand te benoemen.
près
‘Près’ betekent hier ‘dicht bij’ in ‘près du parc’ en geeft de ligging van het café aan. Het wordt hier gevolgd door ‘du parc’. Je gebruikt het patroon ‘près de + plaats’ om te zeggen dat iets zich dichtbij een plaats bevindt.
du
‘Du’ betekent hier ‘van het’ in ‘près du parc’. Het is de samengevoegde vorm van ‘de’ en ‘le’ binnen deze plaatsaanduiding. Je gebruikt ‘près du + plaats’ om iets als dichtbij een specifieke plaats te beschrijven.
parc
‘Parc’ betekent hier ‘park’ in ‘près du parc’ en is het herkenningspunt voor de ligging van het café. Het staat na ‘près du’. Je gebruikt het om naar een park als plaats te verwijzen.
On
‘On’ betekent hier ‘we’ in ‘On se retrouve là-bas et on profite du calme’. Het verwijst naar de twee vrienden samen. Je gebruikt ‘on’ in gesproken Frans vaak als onderwerp voor een gezamenlijke activiteit.
là-bas
‘Là-bas’ betekent hier ‘daar’ en verwijst in ‘On se retrouve là-bas’ naar het eerder genoemde rustige café. Het geeft de plaats van de ontmoeting aan zonder die opnieuw te noemen. Je gebruikt het om naar een plaats op enige afstand of een eerder genoemde plaats te verwijzen.
et
‘Et’ betekent hier ‘en’ en verbindt in ‘On se retrouve là-bas et on profite du calme’ twee activiteiten. Na het eerste deel volgt een tweede deel met hetzelfde onderwerp. Je gebruikt ‘et’ om handelingen of informatie naast elkaar te plaatsen.
profite
‘Profite’ betekent hier ‘geniet’ in ‘on profite du calme’. Het beschrijft dat de vrienden voordeel halen uit de rustige sfeer. Een bruikbaar patroon is ‘profite de + iets’, zoals in ‘profite du calme’.
Je
‘Je’ betekent hier ‘ik’ in ‘Je peux apporter un livre’. Het is het onderwerp van de zin en verwijst naar de spreker. Je gebruikt het vóór een werkwoord om over je eigen handeling, mogelijkheid of aanbod te spreken.
peux
‘Peux’ betekent hier ‘kan’ in ‘Je peux apporter un livre’. Het drukt uit dat de spreker in staat of bereid is een boek mee te brengen. Je gebruikt het patroon ‘Je peux + werkwoord’ om een mogelijkheid of aanbod uit te drukken.
apporter
‘Apporter’ betekent hier ‘meebrengen’ in ‘Je peux apporter un livre’. Het staat na ‘peux’ in de vorm die volgt op dit werkwoord en benoemt wat de spreker kan doen. Je gebruikt ‘apporter + voorwerp’ wanneer je iets naar een afgesproken plaats meeneemt.
livre
‘Livre’ betekent hier ‘boek’ in ‘un livre’, het voorwerp dat de spreker naar het café kan meebrengen. Het staat na ‘un’. Je gebruikt het om naar een boek als leesmateriaal te verwijzen.
peut
‘Peut’ betekent hier ‘kan’ in ‘On peut y lire un moment’. Deze vorm hoort bij ‘on’ en drukt de mogelijkheid uit om daar een tijdje te lezen. Je gebruikt het patroon ‘On peut + werkwoord’ om een gezamenlijke mogelijkheid voor te stellen.
y
‘Y’ betekent hier ‘daar’ in ‘On peut y lire un moment’ en verwijst naar het eerder genoemde café. Het vervangt hier de plaatsaanduiding zonder die te herhalen. Je gebruikt ‘y’ om terug te verwijzen naar een al genoemde plaats.
lire
‘Lire’ betekent hier ‘lezen’ in ‘On peut y lire un moment’. Het staat na ‘peut’ en benoemt de activiteit die in het café mogelijk is. Je gebruikt ‘lire’ voor de activiteit van tekst in een boek lezen.
moment
‘Moment’ betekent hier ‘tijdje’ in ‘lire un moment’. Het geeft aan dat de vrienden gedurende een beperkte tijd lezen. Je gebruikt het patroon ‘un moment’ om een korte of niet precies bepaalde periode aan te duiden.
Ce
‘Ce’ betekent hier ‘dat’ in ‘Ce serait une bonne pause’ en verwijst naar het voorgestelde samen lezen. Het staat als onderwerp vóór ‘serait’. Je gebruikt het om een situatie of voorstel aan te wijzen waarover je een beoordeling geeft.
serait
‘Serait’ betekent hier ‘zou zijn’ in ‘Ce serait une bonne pause’. Het presenteert het voorgestelde lezen als een mogelijke of verwachte goede pauze. Je gebruikt het patroon ‘Ce serait + zelfstandig naamwoord of bijvoeglijke bepaling’ om een voorstel of mogelijke beoordeling voorzichtig uit te drukken.
une
‘Une’ is hier het onbepaalde lidwoord in ‘une bonne pause’ en betekent ‘een’. Het staat vóór ‘pause’ en vormt samen met ‘bonne pause’ de beschrijving van de mogelijke pauze. Je gebruikt het wanneer je één niet nader bepaalde zaak benoemt.
bonne
‘Bonne’ betekent hier ‘goede’ in ‘une bonne pause’. Het beschrijft de pauze positief en staat vóór ‘pause’. Je gebruikt het patroon ‘une bonne + zelfstandig naamwoord’ om iets als een goede of geschikte zaak te beoordelen.
pause
‘Pause’ betekent hier ‘pauze’ in ‘une bonne pause’. Het verwijst naar de rustperiode die de vrienden tijdens het lezen zouden hebben. Je gebruikt het om een onderbreking of rustmoment tijdens een activiteit te benoemen.