On
In « On regarde un film à la maison ? » betekent « On » hier ‘we’ en wordt het gebruikt om een voorstel te doen. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord. Een bruikbaar patroon is « On » + werkwoord wanneer je samen iets wilt voorstellen.
regarde
In « On regarde un film à la maison ? » betekent « regarde » ‘kijken’. Het is een vorm van regarder die hier na « On » staat. Gebruik dit in een voorstel voor een gezamenlijke activiteit.
un
In « un film » betekent « un » ‘een’ en introduceert het één niet nader bepaalde film. Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Een vergelijkbaar gebruik is een onbepaald lidwoord vóór iets dat je voorstelt of kiest.
film
In « un film » en « un film court » betekent « film » ‘film’. Het woord benoemt hier de activiteit die de vrienden thuis willen bekijken. Je kunt het na een lidwoord gebruiken om een film als onderwerp of keuze te noemen.
à
In « à la maison » geeft « à » de plaats aan: ‘thuis’ of ‘in het huis’. Samen met « la maison » vormt het de locatie van het filmkijken. Een bruikbaar patroon is « à » + een plaats.
la
In « la maison » is « la » het bepaalde vrouwelijke enkelvoudige lidwoord bij « maison », vergelijkbaar met ‘de’ of ‘het’ in het Nederlands. Het hoort samen met het zelfstandig naamwoord. Gebruik het vóór een bepaald vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
maison
In « à la maison » betekent « maison » ‘huis’; de hele uitdrukking betekent hier ‘thuis’. Het woord benoemt de plaats waar de activiteit plaatsvindt. Je gebruikt het in een plaatsaanduiding met « à la maison ».
Ça
In « Ça a l'air sympa et facile » verwijst « Ça » naar het voorgestelde plan en betekent het ongeveer ‘dat’ of ‘het’. Het staat als onderwerp van de beoordeling. Gebruik het om naar een situatie, idee of voorstel te verwijzen.
a l'air
In « Ça a l'air sympa et facile » betekent « a l'air » dat iets ‘leuk en gemakkelijk lijkt’ of zo overkomt. « a » is hier een vorm van avoir en « l'air » draagt het idee van een indruk of verschijning bij; samen vormen ze de uitdrukking. Een bruikbaar patroon is avoir l'air + bijvoeglijk naamwoord om te beschrijven hoe iets lijkt.
sympa
In « sympa et facile » betekent « sympa » ‘leuk’ of ‘aardig’. Het geeft een positieve, alledaagse beoordeling van het plan. Je kunt het gebruiken om een persoon, idee of activiteit informeel positief te beschrijven.
et
In « sympa et facile » verbindt « et » twee eigenschappen en betekent het ‘en’. Het voegt « facile » toe aan de beoordeling met « sympa ». Gebruik het om woorden of eigenschappen naast elkaar te plaatsen.
facile
In « Ça a l'air sympa et facile » betekent « facile » ‘makkelijk’ of ‘eenvoudig’. Het beschrijft hoe het voorgestelde plan overkomt. Je kunt het na een uitdrukking die een indruk beschrijft gebruiken om een tweede beoordeling te geven.
choisit
In « On choisit un film court » betekent « choisit » ‘kiezen’. Het is een vorm van choisir die hier na « On » staat en naar de keuze van een film verwijst. Een bruikbaar patroon is een onderwerp + choisir + het gekozen voorwerp.
court
In « un film court » betekent « court » ‘kort’ en beschrijft het de film. De vorm staat na « film » en past bij het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het om de korte duur of lengte van iets aan te geven.
Alors
In « Alors, on peut finir avant qu'il soit tard » betekent « Alors » ‘dan’ of ‘dus’. Het verbindt de keuze voor een korte film met de volgende conclusie. Gebruik het aan het begin van een reactie om een gevolg of volgende stap in te leiden.
peut
In « on peut finir » betekent « peut » ‘kan’ en drukt het uit dat iets mogelijk is. Het is een vorm van pouvoir die hier bij « on » hoort. Een bruikbaar patroon is « on peut » + infinitief om een mogelijkheid of voorstel te beschrijven.
finir
In « on peut finir » betekent « finir » ‘eindigen’ of ‘afmaken’; hier gaat het om de film op tijd beëindigen. Het is de infinitief die volgt na « peut ». Gebruik na pouvoir een infinitief om te zeggen wat iemand kan doen.
avant
In « avant qu'il soit tard » betekent « avant » ‘voordat’ en geeft het een eerdere tijd aan. Het leidt hier de tijdsbepaling over het laat worden in. Je gebruikt het om een handeling of gebeurtenis vóór een ander moment te plaatsen.
qu'il
In « avant qu'il soit tard » betekent « qu'il » hier ‘dat het’. « qu' » is de verkorte vorm van que vóór « il », en « il » is hier het onpersoonlijke ‘het’ bij de tijdsaanduiding. Gebruik deze combinatie om na « avant » een volledige tijdsbepaling te verbinden.
soit
In « qu'il soit tard » betekent « soit » ‘is’. Het is een vorm van être die hier na « avant que » staat. De uitdrukking beschrijft het moment waarop het laat is.
tard
In « qu'il soit tard » betekent « tard » ‘laat’. Het beschrijft hier hoe laat het op dat moment is. Je gebruikt het in een tijdsaanduiding wanneer je wilt aangeven dat het al laat is.
Je
In « Je peux apporter des fruits » betekent « Je » ‘ik’ en verwijst het naar de persoon die spreekt. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord. Gebruik het om jezelf als handelende persoon te noemen, bijvoorbeeld wanneer je iets aanbiedt.
peux
In « Je peux apporter des fruits » betekent « peux » ‘kan’. Het is een vorm van pouvoir die bij « Je » hoort en geeft aan dat de spreker iets kan doen. Een bruikbaar patroon is « Je peux » + infinitief om hulp of een aanbod uit te drukken.
apporter
In « Je peux apporter des fruits » betekent « apporter » ‘meebrengen’ of ‘brengen’. Het is de infinitief na « peux » en noemt wat de spreker kan doen. Gebruik het met iets dat je naar een bepaalde plaats of bijeenkomst brengt.
des
In « des fruits » is « des » een onbepaald meervoudig lidwoord en betekent het hier ongeveer ‘wat’ of ‘enkele’. Het geeft een niet nader bepaalde hoeveelheid van het meervoud « fruits » aan. Gebruik het vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer de hoeveelheid niet precies wordt genoemd.
fruits
In « des fruits » betekent « fruits » ‘fruit’. Dit is de meervoudsvorm van fruit en verwijst hier naar fruit dat de spreker wil meebrengen. Het staat na « des » wanneer je meerdere of niet nader bepaalde stukken fruit noemt.
encas
In « Un encas léger » betekent « encas » ‘snack’ of ‘tussendoortje’. Het benoemt het lichte eten dat bij de film wordt voorgesteld. Je kunt het na een lidwoord gebruiken om een kleine maaltijd of snack te noemen.
léger
In « Un encas léger » betekent « léger » ‘licht’ en beschrijft het de snack. De vorm staat na « encas » en past bij dat zelfstandig naamwoord. Gebruik het om eten te beschrijven dat niet zwaar is.
ce
In « ce serait bien » verwijst « ce » naar de voorgestelde snack of drank en betekent het ongeveer ‘dat’ of ‘het’. Het vormt het onderwerp van de beoordeling. Gebruik het om een voorgestelde situatie of optie neutraal te beoordelen.
serait
In « ce serait bien » betekent « serait » ‘zou zijn’. Het is een vorm van être en maakt de beoordeling voorzichtig of hypothetisch. Samen met « ce » en « bien » gebruik je het om beleefd te zeggen dat een optie prettig zou zijn.
bien
In « ce serait bien » betekent « bien » ‘goed’ of ‘fijn’. Het geeft een positieve beoordeling van de voorgestelde snack of thee. Het staat hier na « serait » en voltooit de beoordeling.
Est-ce
In « Est-ce que j'apporte aussi du thé ? » is « Est-ce » het begin van een directe vraag. Het krijgt zijn functie samen met « que » en staat aan het begin van de vraag. Gebruik deze opening om op een neutrale manier een ja-neevraag te stellen.
que
In « Est-ce que j'apporte aussi du thé ? » maakt « que » samen met « Est-ce » de vraagconstructie compleet. Het betekent hier niet zelfstandig ‘dat’ in de Nederlandse vertaling. Het staat vóór het onderwerp en het werkwoord van de vraag.
j'apporte
In « Est-ce que j'apporte aussi du thé ? » betekent « j'apporte » ‘ik meebreng’ of ‘ik breng’. « j' » is de verkorte vorm van je vóór een klinker en « apporte » is een vorm van apporter. De spreker gebruikt deze vorm om te vragen of hij of zij thee zal meebrengen.
aussi
In « j'apporte aussi du thé » betekent « aussi » ‘ook’. Het voegt thee toe aan de andere dingen die voor de film worden meegenomen. Het staat hier na het werkwoord en vóór het voorwerp.
du
In « du thé » geeft « du » een niet nader bepaalde hoeveelheid thee aan, ongeveer ‘wat thee’. Het is het lidwoord dat hier bij de drank « thé » hoort. Gebruik het vóór een niet-afgebakende hoeveelheid van een mannelijke drank of voedingsstof.
thé
In « du thé » betekent « thé » ‘thee’. Het benoemt de drank die de spreker eventueel wil meebrengen. Met « du » gebruik je het om wat thee als aanbod of onderdeel van de plannen te noemen.