Thuis een film kijken | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, two friends plan to watch a short movie and decide what light food and drink to bring..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Thuis een film kijken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

On regarde un film à la maison ?

Ong ruh-gard uh(n) fielm a la mee-zong? Wat dacht je van een film thuis?
B

Ça a l'air sympa et facile.

Saa a lèr seng-pa ee fa-seel. Dat klinkt leuk en makkelijk.
A

On choisit un film court.

Ong sjwa-zee uh(n) fielm koer. Laten we een korte film kiezen.
B

Alors, on peut finir avant qu'il soit tard.

A-lor, ong pö fie-neer a-vang kiel swa tar. Dan kunnen we klaar zijn voordat het laat wordt.
A

Je peux apporter des fruits.

Zje pö-zapór-té dee frwie. Ik kan wat fruit meenemen.
B

Un encas léger, ce serait bien.

Uhn ang-ka lee-zjee, suh suh-rè bjeng. Een lichte snack zou fijn zijn.
A

Est-ce que j'apporte aussi du thé ?

Ès-kuh zja-port oo-see dü tee? Zal ik ook thee meenemen?
B

Du thé, ce serait bien aussi.

Dü tee, suh suh-rè bjeng oo-see. Thee zou ook fijn zijn.

Uitleg van de zinnen

  1. On regarde un film à la maison ?

    Wat dacht je van een film thuis?

    On
    we
    regarde
    kijkt
    film
    film
    à la maison
    thuis
    Uitgebreide uitleg

    On betekent hier letterlijk “we” als grammaticaal onderwerp, maar in deze vraag leidt het samen met de rest een voorstel in: “Wat dacht je van …?” In het Frans wordt on in alledaagse taal vaak gebruikt voor “we”; het werkwoord staat dan in de derde persoon enkelvoud. Voorbeeld: On part ? — “Zullen we vertrekken?” regarde is de vorm van regarder (“kijken”). Het is de tegenwoordige tijd bij on: on regarde. In deze vraag beschrijft de tegenwoordige tijd geen vaststaand feit, maar een voorgestelde activiteit. Voorbeeld: On regarde une série ? — “Zullen we een serie kijken?” film betekent “film”. Het is een zelfstandig naamwoord; un ervoor is een onbepaald lidwoord en maakt hier geen specifieke hoeveelheid tot de kern van de boodschap. Voorbeeld: Je regarde un film. — “Ik kijk een film.” à la maison betekent “thuis”. à en la maison vormen hier samen de vaste plaatsaanduiding “thuis”; maison betekent afzonderlijk “huis”. Voorbeeld: Nous sommes à la maison. — “We zijn thuis.” Samen vormen de delen de vraag On regarde un film à la maison ?: letterlijk ongeveer “Kijken we thuis een film?”, maar in deze context is de natuurlijke Nederlandse bedoeling “Wat dacht je van een film thuis?” De vraagvorm met stijgende intonatie maakt er een voorstel van, niet alleen een neutrale mededeling.

  2. Ça a l'air sympa et facile.

    Dat klinkt leuk en makkelijk.

    Ça
    dat; het
    a l'air
    lijkt; komt over
    sympa
    leuk
    facile
    makkelijk
    Uitgebreide uitleg

    Ça is een aanwijzend voornaamwoord. Hier betekent het, in overeenstemming met de vertaling, “dat” en verwijst het naar iets dat in de gesprekssituatie al bekend is; de zin zelf benoemt niet precies welk zelfstandig naamwoord dat is. Ça is een veelgebruikte neutrale vorm in spreektaal; het verandert niet mee met een genoemd mannelijk of vrouwelijk zelfstandig naamwoord. a l'air hoort bij de vaste constructie avoir l'air de + zelfstandig naamwoord of avoir l'air + bijvoeglijk naamwoord: “eruitzien als” of “lijken”. a is hier de tegenwoordige tijd van avoir bij een derde persoon enkelvoud: avoir → il/elle/ça a. In deze zin staat daarna rechtstreeks een bijvoeglijk naamwoord, dus a l'air sympa betekent “lijkt leuk” of “komt leuk over”. sympa is een informele, verkorte vorm van sympathique, hier met de betekenis “leuk” of “aangenaam”. Als bijvoeglijk naamwoord blijft de vorm voor mannelijk en vrouwelijk enkelvoud hetzelfde; in het meervoud wordt doorgaans sympas geschreven. Bijvoorbeeld: Une idée sympa. — “Een leuk idee.” facile betekent hier “makkelijk” of “gemakkelijk”. De vorm is voor mannelijk en vrouwelijk enkelvoud hetzelfde; in het meervoud komt er een s bij: facile → faciles. Een bruikbaar contrast is facile tegenover difficile (“moeilijk”). Bijvoorbeeld: C’est facile. — “Dat is makkelijk.” et verbindt de twee eigenschappen: sympa et facile betekent “leuk en makkelijk”. Samen vormt de zin Ça a l'air sympa et facile. de betekenis: “Dat klinkt leuk en makkelijk.” De constructie beoordeelt dus hoe iets overkomt, met twee bijvoeglijke naamwoorden die op hetzelfde eerder genoemde of begrepen onderwerp slaan.

  3. On choisit un film court.

    Laten we een korte film kiezen.

    On
    we
    choisit
    kiest
    film
    film
    court
    kort
    Uitgebreide uitleg

    On betekent hier, in combinatie met choisit, “we” in een voorstel: “laten we …”. In het Frans kan on ook een onbepaald persoon betekenen, maar de vaste vertaling maakt de lezing als “we” hier duidelijk. Grammatisch krijgt on de enkelvoudige werkwoordsvorm. choisit komt van choisir (“kiezen”). Dit is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, passend bij on: on choisit. Het is dus niet de gebiedende wijs. Voorbeeld: On choisit une activité. — “We kiezen een activiteit.” film is een zelfstandig naamwoord en betekent “film”. Het is mannelijk; daarom staat hier het mannelijke onbepaalde lidwoord un. Un film betekent “een film”, zonder dat de zin op zichzelf een exact aantal films benadrukt. court betekent hier “kort” en beschrijft film. Het bijvoeglijk naamwoord staat in de mannelijke enkelvoudsvorm, omdat film mannelijk enkelvoud is. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is courte, bijvoorbeeld in une histoire courte — “een kort verhaal”. Samen vormen on choisit un film court de betekenis “Laten we een korte film kiezen.” On choisit geeft het voorstel weer, un film noemt wat gekozen wordt, en court beperkt dat tot een film met een korte duur. De formulering is alledaags en geschikt voor een gezamenlijk voorstel.

  4. Alors, on peut finir avant qu'il soit tard.

    Dan kunnen we klaar zijn voordat het laat wordt.

    Alors
    dan, dus
    on peut
    we kunnen
    finir
    klaar zijn
    avant qu'il soit tard
    voordat het laat wordt
    Uitgebreide uitleg

    Alors betekent hier “dan” of “dus” en verbindt deze uitspraak met wat eraan voorafgaat. Het kan ook een gesprek openen of een gevolg inleiden; hier geeft het de overgang naar een gevolg weer. on peut bestaat uit on en de vorm peut van pouvoir. On is hier het grammaticale onderwerp met de betekenis “we”, zoals de vaste vertaling aangeeft. Het kan in andere contexten ook een algemener “men” betekenen. Peut is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, van pouvoir (“kunnen”): je peux, tu peux, il/elle/on peut, nous pouvons. Het enkelvoud hoort bij de vorm on, ook wanneer on naar meerdere mensen verwijst. De combinatie on peut + infinitief drukt uit dat de betrokkenen iets kunnen of de mogelijkheid hebben het te doen. Voorbeeld: On peut commencer. — “We kunnen beginnen.” finir is een infinitief en betekent hier, volgens de vaste vertaling, “klaar zijn”. Na peut blijft het werkwoord in de infinitief: on peut finir, niet een vervoegde vorm. De grondvorm is finir; een nuttige tegenwoordige-tijdreeks is je finis, il/on finit, nous finissons. In deze zin wordt niet gespecificeerd wat er precies klaar moet zijn. avant qu'il soit tard betekent “voordat het laat wordt”. Avant que leidt een bijzin in en wordt gevolgd door de subjonctif; daarom staat hier soit, de subjonctif-vorm van être, in plaats van de gewone tegenwoordige-tijdsvorm est. Être betekent “zijn” en soit betekent hier “is/wordt” binnen deze tijdsrelatie. Il is in deze uitdrukking een onpersoonlijk onderwerp bij être; het verwijst niet naar een concreet mannelijk persoon. Tard betekent “laat” en blijft hier onveranderd, omdat het een bijwoord is. Vergelijk: avant qu'il soit prêt — “voordat hij klaar is”; daar beschrijft prêt een persoon of zaak en kan het wel aanpassen. Samen betekent on peut finir “we kunnen klaar zijn”, en avant qu'il soit tard bepaalt de grens in de tijd: dat moet gebeuren vóór het laat wordt. De volledige uitspraak betekent dus: “Dan kunnen we klaar zijn voordat het laat wordt.”

  5. Je peux apporter des fruits.

    Ik kan wat fruit meenemen.

    Je peux
    ik kan
    apporter
    meenemen
    fruits
    fruit
    Uitgebreide uitleg

    Je peux betekent hier dat de spreker de mogelijkheid of het vermogen uitdrukt om iets te doen. peux is de tegenwoordige tijd van pouvoir bij je; de infinitief is pouvoir. Na pouvoir staat een andere werkwoordsvorm in de infinitief: Je peux venir. — Ik kan komen. Bij andere personen verandert pouvoir: tu peux, il/elle peut, nous pouvons. apporter is een infinitief en betekent hier iets meenemen of brengen naar een plaats. Het is het zelfstandige werkwoord na peux, niet een vorm van pouvoir. De constructie pouvoir + infinitief is breed herbruikbaar: Elle peut apporter du pain. — Zij kan brood meenemen. De precieze Nederlandse keuze tussen ‘brengen’ en ‘meenemen’ hangt af van het perspectief en de context. fruits is het meervoud van fruit: één fruit, meerdere fruits. Het woord verwijst hier naar fruit als dingen die meegenomen kunnen worden. In de volledige woordgroep des fruits markeert des het onbepaalde meervoud; dat legt niet op zichzelf een exact aantal vast. Voor een enkelvoudig voorbeeld kun je zeggen: Je peux apporter un fruit. — Ik kan een stuk fruit meenemen. Samen vormen Je peux apporter des fruits de herbruikbare structuur onderwerp + pouvoir + infinitief + voorwerp: de spreker zegt dat die fruit kan meenemen. De vaste Nederlandse vertaling geeft dit weer als: ‘Ik kan wat fruit meenemen.’

  6. Un encas léger, ce serait bien.

    Een lichte snack zou fijn zijn.

    encas
    snack
    léger
    licht
    ce serait bien
    zou fijn zijn
    Uitgebreide uitleg

    encas betekent hier “snack” en is een zelfstandig naamwoord. De vorm is mannelijk; daarom staat ervoor un en krijgt het bijvoeglijk naamwoord de mannelijke vorm. Het onbepaalde lidwoord un drukt hier niet op zichzelf een geteld aantal uit. Een bruikbaar voorbeeld is: Un encas serait pratique. — “Een snack zou praktisch zijn.” léger beschrijft encas en staat hier erna. Omdat encas mannelijk enkelvoud is, gebruikt het bijvoeglijk naamwoord de vorm léger; bij een vrouwelijk enkelvoud is de vorm bijvoorbeeld légère. Het betekent hier “licht”, in de zin van niet zwaar of niet erg vullend. Voorbeeld: Une soupe légère serait bien. — “Een lichte soep zou fijn zijn.” ce serait bien is een evaluatieve constructie met ce en serait, de condition présent van être. Serait komt dus van être; de constructie drukt hier uit dat iets voorgestelds of hypothetisch “fijn” zou zijn. Ce serait bien. betekent zelfstandig “Dat zou fijn zijn.” Samen vormt Un encas léger het voorgestelde onderwerp: “een lichte snack”. De komma markeert daarna de evaluatie ce serait bien: “dat zou fijn zijn”. De volledige betekenis is dus: “Een lichte snack zou fijn zijn.”

  7. Est-ce que j'apporte aussi du thé ?

    Zal ik ook thee meenemen?

    Est-ce que
    is het zo dat…?
    j'apporte
    ik neem mee
    aussi
    ook
    thé
    thee
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que maakt van de mededeling die erop volgt een gewone ja-neevraag. Het is een vaste Franse vraagconstructie; de woordvolgorde van de daaropvolgende zin blijft daarbij grotendeels behouden. Bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? = “Kom je?” j'apporte betekent hier “ik neem mee”. De vorm komt van apporter (“brengen/meebrengen”) en is de tegenwoordige tijd van de eerste persoon enkelvoud: j'apporte = “ik breng/ik neem mee”. De apostrof in j'apporte vervangt de slot-e van je vóór de klinker van apporte. Bijvoorbeeld: J'apporte le pain. = “Ik neem het brood mee.” aussi betekent “ook”. Het voegt thee toe als iets extra’s naast wat al genoemd is. In deze zin staat het na de persoonsvorm; de precieze plaats kan in het Frans variëren naargelang de constructie, maar de betekenis blijft hier “ook”. thé is het zelfstandig naamwoord voor “thee”. In du thé staat du vóór een niet nader bepaalde hoeveelheid thee; het betekent hier niet noodzakelijk één specifieke hoeveelheid. Het lidwoord hoort bij de volledige woordgroep du thé, terwijl thé zelf het benoemde product is. Samen vormt Est-ce que j'apporte aussi du thé ? de vraag: “Zal ik ook thee meenemen?” Est-ce que markeert de vraag, j'apporte geeft aan dat de spreker zelf iets meeneemt, aussi voegt thee toe als extra mogelijkheid, en du thé benoemt wat wordt meegenomen. In deze context sluit dat aan bij het voorstel om naast een lichte snack ook thee te hebben.

  8. Du thé, ce serait bien aussi.

    Thee zou ook fijn zijn.

    thé
    thee
    ce serait bien
    dat zou fijn zijn
    aussi
    ook
    Uitgebreide uitleg

    thé betekent hier “thee”. Het is een zelfstandig naamwoord. In du thé is du het partitieve lidwoord: het verwijst naar een niet nader bepaalde hoeveelheid thee, niet naar één thee of een vast aantal. Voorbeeld: Je bois du thé. — “Ik drink thee.” ce serait bien betekent hier “dat zou fijn zijn”. serait is de conditionnel présent van être (“zijn”): être → serait. Deze vorm presenteert iets als mogelijk of voorgesteld en kan daardoor verzacht klinken. ce is hier een aanwijzend voornaamwoord in de constructie ce serait; in deze zin sluit het aan bij het voorgestelde idee dat er thee zou zijn. Voorbeeld: Ce serait utile. — “Dat zou nuttig zijn.” aussi betekent “ook” en voegt thee toe als een extra mogelijkheid of wens naast wat al besproken is. In de gegeven context sluit het aan bij de eerdere vraag over thee meenemen. Samen vormt Du thé, ce serait bien aussi. de betekenis “Thee zou ook fijn zijn.” Du thé staat voorop als onderwerp van gesprek (een vooropgeplaatst topic), terwijl ce het grammaticale onderwerp van serait bien is. ce serait bien geeft de beoordeling “dat zou fijn zijn”, en aussi maakt duidelijk dat thee een extra gewenste mogelijkheid is.

Grammatica

ça a l'air + adjectif

Ça a l'air sympa.

saa a lèr seng-pa

Dat lijkt leuk.

Na «ça a l'air» volgt een bijvoeglijk naamwoord, zoals «sympa»; de uitdrukking betekent dat iets een bepaalde indruk geeft.

Frans woordenschat

à la maison uitdrukking
a la mee-zong thuis

On regarde un film à la maison ?

alors bijwoord
a-lor dan / dus

Alors, on peut finir avant qu'il soit tard.

avant que voegwoord
a-vang kuh voordat

avant qu'il soit tard

ça a l'air uitdrukking
saa a lèr dat klinkt / het lijkt

Ça a l'air sympa et facile.

choisir werkwoord
sjwa-zeer kiezen choisit

On choisit un film court.

court bijvoeglijk naamwoord
koer kort

un film court

facile bijvoeglijk naamwoord
fa-seel makkelijk

Ça a l'air sympa et facile.

film zelfstandig naamwoord
film film

un film

finir werkwoord
fie-neer eindigen / afmaken

on peut finir

pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen peut

on peut finir

regarder werkwoord
ruh-gar-dé kijken regarde

On regarde un film à la maison ?

sympa bijvoeglijk naamwoord
seng-pa leuk

Ça a l'air sympa et facile.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dat klinkt leuk en makkelijk.

Antwoord tonenÇa a l'air sympa et facile.

Laten we een korte film kiezen.

Antwoord tonenOn choisit un film court.

Ik kan wat fruit meenemen.

Antwoord tonenJe peux apporter des fruits.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kijken

Antwoord tonenregarde

kort

Antwoord tonencourt

makkelijk

Antwoord tonenfacile

leuk

Antwoord tonensympa