Thuis een film kijken | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home, two friends plan to watch a short movie and decide what light food and drink to bring..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Thuis een film kijken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

On regarde un film à la maison ?

Ong ruh-gard uh(n) fielm a la mee-zong? Wat dacht je van een film thuis?
B

Ça a l'air sympa et facile.

Saa a lèr seng-pa ee fa-seel. Dat klinkt leuk en makkelijk.
A

On choisit un film court.

Ong sjwa-zee uh(n) fielm koer. Laten we een korte film kiezen.
B

Alors, on peut finir avant qu'il soit tard.

A-lor, ong pö fie-neer a-vang kiel swa tar. Dan kunnen we klaar zijn voordat het laat wordt.
A

Je peux apporter des fruits.

Zje pö-zapór-té dee frwie. Ik kan wat fruit meenemen.
B

Un encas léger, ce serait bien.

Uhn ang-ka lee-zjee, suh suh-rè bjeng. Een lichte snack zou fijn zijn.
A

Est-ce que j'apporte aussi du thé ?

Ès-kuh zja-port oo-see dü tee? Zal ik ook thee meenemen?
B

Du thé, ce serait bien aussi.

Dü tee, suh suh-rè bjeng oo-see. Thee zou ook fijn zijn.

Woord voor woord

On In « On regarde un film à la maison ? » betekent « On » hier ‘we’ en wordt het gebruikt om een voorstel te doen. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord. Een bruikbaar patroon is « On » + werkwoord wanneer je samen iets wilt voorstellen.
regarde In « On regarde un film à la maison ? » betekent « regarde » ‘kijken’. Het is een vorm van regarder die hier na « On » staat. Gebruik dit in een voorstel voor een gezamenlijke activiteit.
un In « un film » betekent « un » ‘een’ en introduceert het één niet nader bepaalde film. Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Een vergelijkbaar gebruik is een onbepaald lidwoord vóór iets dat je voorstelt of kiest.
film In « un film » en « un film court » betekent « film » ‘film’. Het woord benoemt hier de activiteit die de vrienden thuis willen bekijken. Je kunt het na een lidwoord gebruiken om een film als onderwerp of keuze te noemen.
à In « à la maison » geeft « à » de plaats aan: ‘thuis’ of ‘in het huis’. Samen met « la maison » vormt het de locatie van het filmkijken. Een bruikbaar patroon is « à » + een plaats.
la In « la maison » is « la » het bepaalde vrouwelijke enkelvoudige lidwoord bij « maison », vergelijkbaar met ‘de’ of ‘het’ in het Nederlands. Het hoort samen met het zelfstandig naamwoord. Gebruik het vóór een bepaald vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
maison In « à la maison » betekent « maison » ‘huis’; de hele uitdrukking betekent hier ‘thuis’. Het woord benoemt de plaats waar de activiteit plaatsvindt. Je gebruikt het in een plaatsaanduiding met « à la maison ».
Ça In « Ça a l'air sympa et facile » verwijst « Ça » naar het voorgestelde plan en betekent het ongeveer ‘dat’ of ‘het’. Het staat als onderwerp van de beoordeling. Gebruik het om naar een situatie, idee of voorstel te verwijzen.
a l'air In « Ça a l'air sympa et facile » betekent « a l'air » dat iets ‘leuk en gemakkelijk lijkt’ of zo overkomt. « a » is hier een vorm van avoir en « l'air » draagt het idee van een indruk of verschijning bij; samen vormen ze de uitdrukking. Een bruikbaar patroon is avoir l'air + bijvoeglijk naamwoord om te beschrijven hoe iets lijkt.
sympa In « sympa et facile » betekent « sympa » ‘leuk’ of ‘aardig’. Het geeft een positieve, alledaagse beoordeling van het plan. Je kunt het gebruiken om een persoon, idee of activiteit informeel positief te beschrijven.
et In « sympa et facile » verbindt « et » twee eigenschappen en betekent het ‘en’. Het voegt « facile » toe aan de beoordeling met « sympa ». Gebruik het om woorden of eigenschappen naast elkaar te plaatsen.
facile In « Ça a l'air sympa et facile » betekent « facile » ‘makkelijk’ of ‘eenvoudig’. Het beschrijft hoe het voorgestelde plan overkomt. Je kunt het na een uitdrukking die een indruk beschrijft gebruiken om een tweede beoordeling te geven.
choisit In « On choisit un film court » betekent « choisit » ‘kiezen’. Het is een vorm van choisir die hier na « On » staat en naar de keuze van een film verwijst. Een bruikbaar patroon is een onderwerp + choisir + het gekozen voorwerp.
court In « un film court » betekent « court » ‘kort’ en beschrijft het de film. De vorm staat na « film » en past bij het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het om de korte duur of lengte van iets aan te geven.
Alors In « Alors, on peut finir avant qu'il soit tard » betekent « Alors » ‘dan’ of ‘dus’. Het verbindt de keuze voor een korte film met de volgende conclusie. Gebruik het aan het begin van een reactie om een gevolg of volgende stap in te leiden.
peut In « on peut finir » betekent « peut » ‘kan’ en drukt het uit dat iets mogelijk is. Het is een vorm van pouvoir die hier bij « on » hoort. Een bruikbaar patroon is « on peut » + infinitief om een mogelijkheid of voorstel te beschrijven.
finir In « on peut finir » betekent « finir » ‘eindigen’ of ‘afmaken’; hier gaat het om de film op tijd beëindigen. Het is de infinitief die volgt na « peut ». Gebruik na pouvoir een infinitief om te zeggen wat iemand kan doen.
avant In « avant qu'il soit tard » betekent « avant » ‘voordat’ en geeft het een eerdere tijd aan. Het leidt hier de tijdsbepaling over het laat worden in. Je gebruikt het om een handeling of gebeurtenis vóór een ander moment te plaatsen.
qu'il In « avant qu'il soit tard » betekent « qu'il » hier ‘dat het’. « qu' » is de verkorte vorm van que vóór « il », en « il » is hier het onpersoonlijke ‘het’ bij de tijdsaanduiding. Gebruik deze combinatie om na « avant » een volledige tijdsbepaling te verbinden.
soit In « qu'il soit tard » betekent « soit » ‘is’. Het is een vorm van être die hier na « avant que » staat. De uitdrukking beschrijft het moment waarop het laat is.
tard In « qu'il soit tard » betekent « tard » ‘laat’. Het beschrijft hier hoe laat het op dat moment is. Je gebruikt het in een tijdsaanduiding wanneer je wilt aangeven dat het al laat is.
Je In « Je peux apporter des fruits » betekent « Je » ‘ik’ en verwijst het naar de persoon die spreekt. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord. Gebruik het om jezelf als handelende persoon te noemen, bijvoorbeeld wanneer je iets aanbiedt.
peux In « Je peux apporter des fruits » betekent « peux » ‘kan’. Het is een vorm van pouvoir die bij « Je » hoort en geeft aan dat de spreker iets kan doen. Een bruikbaar patroon is « Je peux » + infinitief om hulp of een aanbod uit te drukken.
apporter In « Je peux apporter des fruits » betekent « apporter » ‘meebrengen’ of ‘brengen’. Het is de infinitief na « peux » en noemt wat de spreker kan doen. Gebruik het met iets dat je naar een bepaalde plaats of bijeenkomst brengt.
des In « des fruits » is « des » een onbepaald meervoudig lidwoord en betekent het hier ongeveer ‘wat’ of ‘enkele’. Het geeft een niet nader bepaalde hoeveelheid van het meervoud « fruits » aan. Gebruik het vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer de hoeveelheid niet precies wordt genoemd.
fruits In « des fruits » betekent « fruits » ‘fruit’. Dit is de meervoudsvorm van fruit en verwijst hier naar fruit dat de spreker wil meebrengen. Het staat na « des » wanneer je meerdere of niet nader bepaalde stukken fruit noemt.
encas In « Un encas léger » betekent « encas » ‘snack’ of ‘tussendoortje’. Het benoemt het lichte eten dat bij de film wordt voorgesteld. Je kunt het na een lidwoord gebruiken om een kleine maaltijd of snack te noemen.
léger In « Un encas léger » betekent « léger » ‘licht’ en beschrijft het de snack. De vorm staat na « encas » en past bij dat zelfstandig naamwoord. Gebruik het om eten te beschrijven dat niet zwaar is.
ce In « ce serait bien » verwijst « ce » naar de voorgestelde snack of drank en betekent het ongeveer ‘dat’ of ‘het’. Het vormt het onderwerp van de beoordeling. Gebruik het om een voorgestelde situatie of optie neutraal te beoordelen.
serait In « ce serait bien » betekent « serait » ‘zou zijn’. Het is een vorm van être en maakt de beoordeling voorzichtig of hypothetisch. Samen met « ce » en « bien » gebruik je het om beleefd te zeggen dat een optie prettig zou zijn.
bien In « ce serait bien » betekent « bien » ‘goed’ of ‘fijn’. Het geeft een positieve beoordeling van de voorgestelde snack of thee. Het staat hier na « serait » en voltooit de beoordeling.
Est-ce In « Est-ce que j'apporte aussi du thé ? » is « Est-ce » het begin van een directe vraag. Het krijgt zijn functie samen met « que » en staat aan het begin van de vraag. Gebruik deze opening om op een neutrale manier een ja-neevraag te stellen.
que In « Est-ce que j'apporte aussi du thé ? » maakt « que » samen met « Est-ce » de vraagconstructie compleet. Het betekent hier niet zelfstandig ‘dat’ in de Nederlandse vertaling. Het staat vóór het onderwerp en het werkwoord van de vraag.
j'apporte In « Est-ce que j'apporte aussi du thé ? » betekent « j'apporte » ‘ik meebreng’ of ‘ik breng’. « j' » is de verkorte vorm van je vóór een klinker en « apporte » is een vorm van apporter. De spreker gebruikt deze vorm om te vragen of hij of zij thee zal meebrengen.
aussi In « j'apporte aussi du thé » betekent « aussi » ‘ook’. Het voegt thee toe aan de andere dingen die voor de film worden meegenomen. Het staat hier na het werkwoord en vóór het voorwerp.
du In « du thé » geeft « du » een niet nader bepaalde hoeveelheid thee aan, ongeveer ‘wat thee’. Het is het lidwoord dat hier bij de drank « thé » hoort. Gebruik het vóór een niet-afgebakende hoeveelheid van een mannelijke drank of voedingsstof.
thé In « du thé » betekent « thé » ‘thee’. Het benoemt de drank die de spreker eventueel wil meebrengen. Met « du » gebruik je het om wat thee als aanbod of onderdeel van de plannen te noemen.

Grammatica

ça a l'air + adjectif

Ça a l'air sympa.

saa a lèr seng-pa

Dat lijkt leuk.

Na «ça a l'air» volgt een bijvoeglijk naamwoord, zoals «sympa»; de uitdrukking betekent dat iets een bepaalde indruk geeft.

Frans woordenschat

à la maison uitdrukking
a la mee-zong thuis

On regarde un film à la maison ?

alors bijwoord
a-lor dan / dus

Alors, on peut finir avant qu'il soit tard.

avant que voegwoord
a-vang kuh voordat

avant qu'il soit tard

ça a l'air uitdrukking
saa a lèr dat klinkt / het lijkt

Ça a l'air sympa et facile.

choisir werkwoord
sjwa-zeer kiezen choisit

On choisit un film court.

court bijvoeglijk naamwoord
koer kort

un film court

facile bijvoeglijk naamwoord
fa-seel makkelijk

Ça a l'air sympa et facile.

film zelfstandig naamwoord
film film

un film

finir werkwoord
fie-neer eindigen / afmaken

on peut finir

pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen peut

on peut finir

regarder werkwoord
ruh-gar-dé kijken regarde

On regarde un film à la maison ?

sympa bijvoeglijk naamwoord
seng-pa leuk

Ça a l'air sympa et facile.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dat klinkt leuk en makkelijk.

Antwoord tonenÇa a l'air sympa et facile.

Laten we een korte film kiezen.

Antwoord tonenOn choisit un film court.

Ik kan wat fruit meenemen.

Antwoord tonenJe peux apporter des fruits.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kijken

Antwoord tonenregarde

kort

Antwoord tonencourt

makkelijk

Antwoord tonenfacile

leuk

Antwoord tonensympa