Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Samen wandelen plannen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Allons nous promener ensemble.
Alõ noe proomnee ansãbl. Laten we samen gaan wandelen.Une petite promenade, ça a l'air bien.
Uun pə-tiet proomenaad, saa aa leer bjẽ. Een korte wandeling klinkt leuk.Où est-ce qu'on se retrouve ?
Oe es-ke kõ se reetroef? Waar spreken we af?L'entrée du parc, ça me va.
Lãtree duu park, saa me vaa. Voor mij is de ingang van het park prima.Je t'envoie un message avant de partir.
Zje tãvwaa un mesaazj avã de partiir. Ik stuur je een bericht voordat ik vertrek.Ça m'aide à être là à l'heure.
Saa med aa etr laa aa leur. Dat helpt me om daar op tijd te zijn.Est-ce que je dois apporter de l'eau ?
Es-ke zje dwaa apoortee de loo? Moet ik water meenemen?Prends-en assez pour toi.
Prã-zã asee poer twaa. Neem genoeg mee voor jezelf.Uitleg van de zinnen
Allons nous promener ensemble.
Laten we samen gaan wandelen.
- Allons
- laten we gaan
- nous promener
- wandelen
- ensemble
- samen
Uitgebreide uitleg
Allons is hier de vorm van aller in de gebiedende wijs voor nous: de spreker stelt voor dat de spreker en de aangesprokene(n) iets samen doen. In deze constructie betekent het niet alleen letterlijk “gaan”, maar leidt het een uitnodiging in. Voorbeeld: Allons manger. — “Laten we gaan eten.” Hier blijft allons dezelfde uitnodigende vorm; het infinitief erna noemt de activiteit. nous promener hoort bij het wederkerende werkwoord se promener, “wandelen” of “een wandeling maken”. promener is het infinitief; nous is hier het wederkerende voornaamwoord dat bij het onderwerp nous hoort. De combinatie nous promener betekent dus dat wij zelf gaan wandelen. Het werkwoord promener kan zonder dit wederkerende patroon ook een voorwerp aanduiden, bijvoorbeeld Je promène le chien. — “Ik laat de hond uit.” Dat is een andere constructie. Voorbeeld: Nous aimons nous promener. — “Wij wandelen graag.” Hier staat nous promener na een ander werkwoord, maar het wederkerende patroon blijft behouden. Ensemble betekent “samen”. Het verduidelijkt dat de betrokken personen de activiteit gezamenlijk uitvoeren. Het woord verandert hier niet voor enkelvoud of meervoud. Samen vormen de delen Allons + nous promener + ensemble de uitnodiging “Laten we samen gaan wandelen.” De eerste vorm geeft het voorstel, nous promener noemt de activiteit en ensemble voegt het idee van gezamenlijkheid toe.
Une petite promenade, ça a l'air bien.
Een korte wandeling klinkt leuk.
- petite
- klein; kort
- promenade
- wandeling
- a l'air
- lijkt; ziet eruit
- bien
- goed; leuk
Uitgebreide uitleg
petite betekent hier “kort” in de vertaling, bij promenade: een korte wandeling. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord petit; de vorm stemt hier af op het vrouwelijke enkelvoud van promenade. De mannelijke vorm is petit, de vrouwelijke vorm petite. Voor een meervoudsvorm staat bijvoorbeeld petites bij een vrouwelijk meervoudig zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: une petite maison — een klein huis. promenade is hier een wandeling. Het is een zelfstandig naamwoord; het werkwoord met de verwante betekenis is se promener, “wandelen”. In Une petite promenade vormt het woord de kern van de naamwoordgroep. Une is het Franse onbepaalde lidwoord bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; het drukt hier niet op zichzelf een expliciet aantal uit. a l'air is een vaste constructie met de betekenis “lijkt” of “schijnt”. In deze vorm is a de tegenwoordige tijd van avoir bij een derde persoon enkelvoud, en air is het zelfstandige naamwoord in de constructie. Het patroon is avoir l’air + bijvoeglijk naamwoord: Ça a l’air intéressant. — Dat lijkt interessant. De volledige constructie, niet alleen a, geeft hier de indruk of beoordeling weer. bien betekent hier “goed” en krijgt in de vaste vertaling de natuurlijke weergave “leuk”. Het is een bijwoord en blijft in deze betekenis onveranderd. Het verschilt van bon, dat doorgaans een bijvoeglijk naamwoord is en bij een zelfstandig naamwoord staat: un bon film — een goede film; maar Le film est bien. — De film is goed. Samen vormen de delen Une petite promenade (“een korte wandeling”) en ça a l’air bien (“dat lijkt goed/leuk”). Het aanwijzende ça verwijst in deze uiting naar het voorstel of idee van zo’n wandeling; a l’air maakt daar een indruk van en bien beoordeelt die positief. Zo betekent de hele zin: “Een korte wandeling klinkt leuk.”
Où est-ce qu'on se retrouve ?
Waar spreken we af?
- Où
- waar
- est-ce qu'on
- vraagvorm met we
- se retrouve
- spreken af
Uitgebreide uitleg
Où betekent hier “waar” en vraagt naar een plaats. Het kan ook in andere vragen naar een plaats verwijzen, bijvoorbeeld: Où habites-tu ? — “Waar woon je?” est-ce qu'on is een vaste manier om een gewone Franse zin in een ja/nee- of vraagwoordvraag te veranderen. on betekent hier “we” en is het onderwerp; in de gesproken taal wordt on zeer vaak gebruikt waar de betekenis “wij” is. Est-ce que draagt de vraagvorm, niet de betekenis “zijn”. Voorbeeld: Est-ce qu'on part maintenant ? — “Vertrekken we nu?” se retrouve komt van se retrouver. In deze zin betekent het “elkaar ontmoeten” of “afspreken”. De vorm retrouve is de tegenwoordige tijd bij on; se maakt deel uit van het wederkerende werkwoord. Vergelijk: On se retrouve demain. — “We spreken morgen af.” Het werkwoord retrouver zonder se kan ook “terugvinden” of “weer vinden” betekenen, maar hier geeft se retrouver de afspraak om elkaar te ontmoeten aan. Samen vormt de zin de vraag Où est-ce qu'on se retrouve ?: “Waar spreken we af?” Het vraagwoord staat vooraan, daarna volgt de vraagvorm met est-ce que, het onderwerp on en vervolgens het werkwoord se retrouve. Deze formulering is alledaags en natuurlijk in het Frans.
L'entrée du parc, ça me va.
Voor mij is de ingang van het park prima.
- L'entrée
- de ingang
- parc
- park
- ça me va
- dat is prima voor mij
Uitgebreide uitleg
L'entrée betekent hier “de ingang”. Het zelfstandig naamwoord entrée is vrouwelijk; l' is de verkorte vorm van la vóór een klinker. In andere contexten kan entrée ook “entree” of “voorgerecht” betekenen, maar in deze zin betekent het “ingang”. parc betekent “park” en is een mannelijk zelfstandig naamwoord. In du parc is du de samentrekking van de le: “van het park”. parc staat hier in het enkelvoud; du drukt de relatie “van” uit, niet een extra hoeveelheid. ça me va is een herbruikbare Franse constructie voor “dat is goed voor mij” of “dat past voor mij”. ça is een aanwijzend voornaamwoord dat hier het grammaticale onderwerp is. va is de derde persoon enkelvoud van aller in de tegenwoordige tijd; die vorm hoort bij ça, niet bij me. me geeft de persoon aan voor wie iets aanvaardbaar of geschikt is. Voorbeeld: Cette heure me va. — “Dit tijdstip past voor mij.” L'entrée du parc staat hier als een losgemaakt onderwerpsthema vooraan. ça neemt dat thema vervolgens op als het grammaticale onderwerp van ça me va. De hele zin betekent daarom: “De ingang van het park is prima voor mij.”
Je t'envoie un message avant de partir.
Ik stuur je een bericht voordat ik vertrek.
- Je
- ik
- t'envoie
- stuur je
- message
- bericht
- avant de
- voordat
- partir
- vertrekken
Uitgebreide uitleg
Je betekent hier “ik” en is het Franse persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud als onderwerp. Het onderwerp is degene die de handeling uitvoert. Voor een andere persoon verandert het voornaamwoord, bijvoorbeeld Tu envoies un message = “Jij stuurt een bericht”. In t'envoie staan twee functies samen: t' is de verkorte vorm van te en verwijst hier naar de ontvanger, “jou”; envoie is de vorm van envoyer (“sturen”) in de tegenwoordige tijd voor je. De klinker van te valt weg voor envoie, daarom staat er t'. Het werkwoord envoyer wordt gebruikt in het patroon envoyer quelque chose à quelqu'un: iets naar iemand sturen. In deze zin is het bericht het verstuurde object en t' de ontvanger. Voorbeeld: Je t'envoie une photo. = “Ik stuur je een foto.” message betekent hier “bericht”. Het is een zelfstandig naamwoord; het basiswoord is message, en het is mannelijk: un message. Het lidwoord un markeert hier een niet nader bepaald bericht, niet noodzakelijk een expliciet geteld aantal. Voorbeeld: Je lis un message. = “Ik lees een bericht.” avant de drukt uit dat iets eerder gebeurt dan een daaropvolgende handeling: “voordat”. Voor een werkwoord gebruikt het Frans het patroon avant de + infinitief. Voorbeeld: Avant de dormir, je lis. = “Voordat ik ga slapen, lees ik.” Bij een volledige bijzin kan ook avant que worden gebruikt, gevolgd door een vervoegde vorm; dat is een ander patroon dan avant de + infinitief. partir is de infinitief van “vertrekken”. Na avant de blijft het werkwoord in de infinitief. In avant de partir is de niet-uitgesproken uitvoerder dezelfde als het onderwerp van de hoofdzin: hier is dat je, dus “voordat ik vertrek”. Voorbeeld: Je ferme la porte avant de partir. = “Ik sluit de deur voordat ik vertrek.” Samen vormt de zin Je t'envoie un message + avant de partir: “Ik stuur je een bericht voordat ik vertrek.” De eerste handeling is het sturen van het bericht; avant de partir plaatst het vertrek daarna in de tijd.
Ça m'aide à être là à l'heure.
Dat helpt me om daar op tijd te zijn.
- Ça
- dat
- m'aide
- helpt me
- être
- zijn
- là
- daar
- à l'heure
- op tijd
Uitgebreide uitleg
Ça is hier het onderwerp en betekent volgens de vaste vertaling “dat”: het verwijst naar iets dat helpt, zonder dat de zin zelf precies benoemt waarnaar. Ça is een veelgebruikte vorm in de spreektaal; het kan bijvoorbeeld naar een situatie of handeling verwijzen. Voorbeeld: Ça marche. — “Dat werkt.” m'aide komt van aider (“helpen”). In deze vorm is aide de tegenwoordige tijd voor een derde persoon enkelvoud, omdat ça het onderwerp is. m' is het voornaamwoord me (“mij/me”), dat vóór een klinker tot m' wordt verkort. aider quelqu'un à faire quelque chose betekent “iemand helpen om iets te doen”; daarom volgt hier à met een infinitief. être is de infinitief van “zijn”. Na aider ... à blijft het werkwoord in de infinitief: m'aide à être betekent “helpt me om te zijn”. Voorbeeld: Elle m'aide à comprendre. — “Zij helpt me om te begrijpen.” là is een plaatsbijwoord en betekent hier “daar”. Het zegt waar het zijn plaatsvindt. De concrete referent van “daar” wordt in deze zin niet nader benoemd. à l'heure is de vaste uitdrukking “op tijd”. heure betekent letterlijk “uur”, maar de volledige uitdrukking drukt hier tijdigheid uit. Ze verschilt van à temps, dat ook “op tijd” kan betekenen en vaak de nadruk legt op het nog net halen van een gelegenheid of deadline. Samen vormen de delen: Ça m'aide (“Dat helpt me”) + à être là (“om daar te zijn”) + à l'heure (“op tijd”). De volledige betekenis is dus: “Dat helpt me om daar op tijd te zijn.”
Est-ce que je dois apporter de l'eau ?
Moet ik water meenemen?
- Est-ce que
- vraagmarker voor een ja-neevraag
- je dois
- ik moet
- apporter
- brengen of meenemen
- eau
- water
Uitgebreide uitleg
Est-ce que staat hier aan het begin als vaste vraagmarkeerder voor een ja-neevraag. De woorden erna behouden hun gewone volgorde: je dois apporter... betekent dat de spreker iets moet brengen of meenemen. Vergelijk: Je dois apporter de l'eau. — Ik moet water meenemen. Est-ce que je dois apporter de l'eau ? — Moet ik water meenemen? je dois komt van devoir en is de tegenwoordige tijd bij je. Hier drukt het uit dat de handeling nodig of verplicht is. Andere vormen zijn bijvoorbeeld tu dois — jij moet en il/elle doit — hij/zij moet. Devoir kan in andere contexten ook aangeven dat iemand iets verschuldigd is; hier gaat het om een noodzakelijke handeling. apporter is een infinitief. Het betekent in deze zin, overeenkomstig de vertaling, meenemen; afhankelijk van de richting en context kan het ook als brengen worden vertaald. Na devoir staat het volgende werkwoord in de infinitief: je dois apporter — ik moet meenemen. Het onderwerp van apporter wordt hier door de combinatie met je dois begrepen als je. Voorbeeld: Je dois apporter un livre. — Ik moet een boek meenemen. eau is het zelfstandig naamwoord voor water en is vrouwelijk. In de l'eau staat de partitivische vorm voor een niet nader bepaalde hoeveelheid water. Voor een klinker wordt la als l' geschreven; de l'eau bestaat hier uit de plus die geëlideerde vorm. Het drukt water als stof uit en stelt geen exacte hoeveelheid vast. Voorbeeld: Je bois de l'eau. — Ik drink water. Samen vormen Est-ce que + je dois + apporter + de l'eau de vraag: “Moet ik water meenemen?” De vraag vraagt of deze handeling voor de spreker nodig of verplicht is.
Prends-en assez pour toi.
Neem genoeg mee voor jezelf.
- Prends-en
- neem ervan mee
- assez
- genoeg
- pour toi
- voor jezelf
Uitgebreide uitleg
Prends-en: prends is the informal singular imperative of prendre (“nemen”). The subject tu is not stated because the imperative already addresses one person informally. en is a pronoun meaning roughly “ervan” or “er ... van”; with the preceding question about water, it refers here to water. Together, prends-en means “neem ervan mee”. The form prends is specifically the imperative form; the infinitive is prendre, and the present-tense form with tu is also prends. assez: this means “genoeg”. It indicates a sufficient amount, without specifying an exact quantity. It can be used with a noun or with an understood quantity, as here: assez [d'eau] means “genoeg [water]”. pour toi: pour means “voor”, and toi is the stressed form of the informal singular pronoun tu, used after a preposition. In this sentence it identifies the person for whom the amount is intended: “voor jou”, naturally rendered in the fixed translation as “voor jezelf”. Compare pour moi (“voor mij”) and pour vous (“voor u/jullie”), but those are different pronouns and address different people. Together, Prends-en assez pour toi. means: “Neem er genoeg van mee voor jezelf.” In the supplied context, the understood item is water: the speaker tells one informal addressee to take enough water along for that person. This is a direct informal instruction.
Grammatica
avant de + infinitif
Avant de partir, envoie un message.
Avã de partiir, ãvwa un mesaazj.Voordat je vertrekt, stuur een bericht.
Na avant de komt een infinitief: avant de partir betekent ‘voordat je vertrekt’.
avoir l'air + adjectif
La promenade a l'air petite.
La proomenaad aa leer pə-tiet.De wandeling lijkt kort.
Na avoir l'air volgt een bijvoeglijk naamwoord. Petite past zich aan promenade aan.
Frans woordenschat
L'entrée du parc, ça me va.
Une petite promenade, ça a l'air bien.
Une petite promenade, ça a l'air bien.
Allons nous promener ensemble.
L'entrée du parc, ça me va.
Je t'envoie un message avant de partir.
Où est-ce qu'on se retrouve ?
L'entrée du parc, ça me va.
Une petite promenade, ça a l'air bien.
Une petite promenade, ça a l'air bien.
Allons nous promener ensemble.
Où est-ce qu'on se retrouve ?
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Laten we samen gaan wandelen.
Antwoord tonen
Allons nous promener ensemble.Waar spreken we af?
Antwoord tonen
Où est-ce qu'on se retrouve ?Voor mij is de ingang van het park prima.
Antwoord tonen
L'entrée du parc, ça me va.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
wandeling
Antwoord tonen
promenadesamen
Antwoord tonen
ensembleklein; kort
Antwoord tonen
petitegoed; leuk