Tu
Tu betekent hier ‘je’ en verwijst naar de persoon tegen wie de spreker praat. Het is de aanspreekvorm in de vraag « Tu veux déjeuner ensemble ? ». Je gebruikt « tu » voor één persoon in een informele situatie.
veux
« veux » betekent hier ‘wilt’ en drukt uit dat iemand iets wil doen. Het is een vorm van « vouloir » in « Tu veux déjeuner ensemble ? ». Na « vouloir » volgt vaak een infinitief, zoals « vouloir déjeuner ».
déjeuner
« déjeuner » betekent hier ‘lunchen’. Het is de infinitief na « veux » in « Tu veux déjeuner ensemble ? ». Je kunt de vorm gebruiken voor een voorstel of plan rond de lunch.
ensemble
« ensemble » betekent hier ‘samen’: de lunch gebeurt met beide personen. In « déjeuner ensemble » staat het na de activiteit die gezamenlijk wordt gedaan. Je gebruikt « ensemble » om aan te geven dat mensen iets met elkaar doen.
Ça
« Ça » verwijst hier naar het voorgestelde plan en betekent ‘dat’ of ‘het’ in « Ça a l'air bien ». Het onderwerp van de uitdrukking is dus het voorstel waar de ander op reageert. « Ça » wordt vaak gebruikt om naar een situatie, idee of voorstel te verwijzen.
a
« a » maakt in « Ça a l'air bien » deel uit van de uitdrukking die betekent dat iets goed lijkt of goed klinkt. Het is een vorm van « avoir », maar de betekenis komt hier uit de hele constructie « avoir l'air ». Je gebruikt « a l'air » gevolgd door een beschrijving, zoals « a l'air bien ».
l'air
« l'air » draagt in « Ça a l'air bien » het idee van een indruk of hoe iets lijkt. Samen met « a » en « bien » betekent de constructie dat iets goed lijkt of goed klinkt. De vaste combinatie is « avoir l'air » met daarna een beschrijving.
bien
« bien » betekent hier ‘goed’ en beschrijft de indruk van het voorstel in « Ça a l'air bien ». Het staat aan het einde van de constructie « avoir l'air ». Je kunt « bien » gebruiken om positief te reageren op een idee of situatie.
Où
« Où » betekent hier ‘waar’ en vraagt naar de plaats in « Où est-ce qu'on va ? ». Het staat aan het begin van de vraag. Je gebruikt « où » om naar een locatie of bestemming te vragen.
est-ce
« est-ce » maakt hier deel uit van de vraagvorm « Où est-ce qu'on va ? ». Het helpt om van de zin een vraag te maken; het betekent niet op zichzelf ‘gaan’. Je kunt « est-ce que » gebruiken om een gewone mededelende zin als vraag te formuleren.
qu'on
« qu'on » verbindt in « Où est-ce qu'on va ? » de vraagvorm met « on », dat hier ‘we’ betekent. Het is de samengevoegde vorm van « que » en « on ». Samen met « est-ce » vormt het de vraagconstructie « est-ce qu'on ».
va
« va » betekent hier ‘gaat’ of ‘gaan we’ in « Où est-ce qu'on va ? ». Het is een vorm van « aller », met « on » als onderwerp. Na « où » gebruik je « aller » om naar een bestemming of activiteit te vragen.
Peut-être
« Peut-être » betekent ‘misschien’ en maakt het voorstel minder stellig in « Peut-être le petit restaurant près d'ici ». Het laat zien dat de spreker een mogelijkheid noemt. Je kunt « peut-être » aan het begin van een voorstel of antwoord plaatsen.
le
« le » betekent hier ‘het’ en hoort bij « petit restaurant » in « le petit restaurant près d'ici ». Het is het bepaalde lidwoord voor dit zelfstandig naamwoord. Je gebruikt « le » om naar een specifieke mannelijke enkelvoudige zaak te verwijzen.
petit
« petit » betekent hier ‘klein’ en beschrijft « restaurant » in « le petit restaurant ». Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. Je kunt « petit » gebruiken om een klein formaat of een kleine plaats aan te duiden.
restaurant
« restaurant » betekent hier ‘restaurant’, de voorgestelde plaats om te lunchen. In « le petit restaurant » wordt het gecombineerd met een lidwoord en een beschrijving. Je kunt « restaurant » gebruiken als plaats waar je gaat eten.
près
« près » betekent hier ‘dicht bij’ in « près d'ici ». Het geeft aan dat het restaurant niet ver van de huidige plaats is. De gebruikelijke combinatie is « près de » met daarna een plaats of persoon.
d'ici
« d'ici » betekent hier ‘hier vandaan’ of natuurlijker ‘hier in de buurt’ in « près d'ici ». Het specificeert waarvan de nabijheid wordt gemeten. Je gebruikt « près d'ici » om een plaats dichtbij de huidige locatie aan te duiden.
Allons-y
« Allons-y » betekent hier ‘laten we daarheen gaan’. « Allons » draagt het voorstel ‘laten we gaan’ en « y » verwijst naar de eerder genoemde bestemming, het restaurant. Je gebruikt « allons-y » om samen een vertrek of volgende stap voor te stellen.
s'il
« s'il » begint in « s'il n'y a pas trop de monde » de voorwaardelijke bijzin en betekent hier ‘als er’. Het is de samengevoegde vorm van « si » en « il » in de onpersoonlijke constructie « il y a ». Je gebruikt « si » om een voorwaarde voor een plan of handeling te geven.
n'y
« n'y » maakt in « s'il n'y a pas trop de monde » deel uit van de ontkenning en verwijst binnen « il y a » naar de aanwezigheid op die plaats. Samen met « pas » omsluit het de ontkende constructie. Je gebruikt « ne ... pas » rond het werkwoord om iets te ontkennen.
pas
« pas » voltooit hier met « n'y » de ontkenning in « n'y a pas trop de monde ». De hele vorm betekent dat er niet te veel mensen zijn. In het Frans staat de ontkenning gewoonlijk als « ne ... pas » rond het werkwoord.
trop
« trop » betekent hier ‘te veel’ in « pas trop de monde ». Het geeft aan dat de hoeveelheid mensen een grens niet mag overschrijden. Je gebruikt « trop de » vóór een zelfstandig naamwoord om een te grote hoeveelheid aan te duiden.
de
« de » staat hier na « trop » in « trop de monde » en verbindt de hoeveelheid met wat wordt geteld. De combinatie betekent ‘te veel mensen’. Na uitdrukkingen voor een hoeveelheid volgt vaak « de ».
monde
« monde » betekent hier ‘mensen’ in « trop de monde », dus de mensen die in het restaurant aanwezig zijn. In deze uitdrukking gaat het niet om de wereld. « Beaucoup de monde » is een veelgebruikte nieuwe voorbeeldcombinatie voor ‘veel mensen’.
On
« On » betekent hier ‘we’ in « On se retrouve près de la porte d'entrée ? ». Het verwijst naar de twee vrienden samen. Je gebruikt « on » in gesproken Frans vaak om over ‘we’ te spreken.
se
« se » maakt in « On se retrouve » deel uit van de wederzijdse handeling: de twee personen spreken met elkaar af of ontmoeten elkaar. Het verwijst terug naar de personen die door « on » worden aangeduid. Je gebruikt « se retrouver » voor elkaar ontmoeten of afspreken.
retrouve
« retrouve » betekent hier ‘spreekt af’ of ‘ontmoet’ in « On se retrouve près de la porte d'entrée ? ». Het is een vorm van « retrouver » met « on » als onderwerp en « se » als onderdeel van de wederzijdse constructie. « Se retrouver près de » geeft een afgesproken ontmoetingsplaats aan.
la
« la » betekent hier ‘de’ en hoort bij « porte » in « la porte d'entrée ». Het verwijst naar een specifieke deur. Je gebruikt « la » vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
porte
« porte » betekent hier ‘deur’ in « la porte d'entrée ». Het is het centrale zelfstandig naamwoord in de plaatsaanduiding. Je kunt « porte » combineren met een beschrijving van welk soort deur het is.
d'entrée
« d'entrée » betekent hier ‘van de ingang’ en specificeert welke deur wordt bedoeld in « la porte d'entrée ». Het is « de » vóór « entrée », met weglating van de klinker in « de ». De volledige uitdrukking « porte d'entrée » betekent ‘ingangsdeur’ of ‘voordeur’.
J'attendrai
« J'attendrai » betekent hier ‘ik zal wachten’ in « J'attendrai là où tu peux me voir ». Het is een vorm van « attendre » met « je » als onderwerp. Je gebruikt deze vorm om te zeggen dat je op een bepaalde plaats of tot een bepaald moment zult wachten.
là
« là » betekent hier ‘daar’ en verwijst naar de plaats waar de spreker zal wachten in « J'attendrai là où tu peux me voir ». Het wijst naar een plaats die in de situatie herkenbaar is. Je gebruikt « là » om naar een bepaalde plek te verwijzen.
peux
« peux » betekent hier ‘kunt’ in « tu peux me voir ». Het is een vorm van « pouvoir » met « tu » als onderwerp. Na « pouvoir » volgt een infinitief, zoals « pouvoir voir ».
me
« me » betekent hier ‘mij’ in « tu peux me voir » en is de persoon die gezien kan worden. Het staat vóór de infinitief « voir ». Je gebruikt « me voir » om ‘mij zien’ uit te drukken.
voir
« voir » betekent hier ‘zien’ in « tu peux me voir ». Het is de infinitief na « peux ». Je gebruikt « voir » na werkwoorden zoals « pouvoir » om te zeggen wat iemand kan doen.
Alors
« Alors » betekent hier ‘dan’ of ‘in dat geval’ en verbindt de afspraak met de volgende actie in « Alors, je viendrai te retrouver ». Het laat zien dat de spreker voortbouwt op wat net is afgesproken. Je kunt « alors » gebruiken om een gevolg of volgende stap aan te kondigen.
je
« je » betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van « je viendrai ». Het verwijst naar de persoon die belooft te komen. Je gebruikt « je » wanneer je over jezelf spreekt.
viendrai
« viendrai » betekent hier ‘zal komen’ in « je viendrai te retrouver ». Het is een vorm van « venir » met « je » als onderwerp. Je gebruikt « venir » om een beweging naar een plaats of persoon uit te drukken.
te
« te » verwijst hier naar de andere persoon in « te retrouver » en betekent ‘jou’. Het staat vóór de infinitief « retrouver ». Je gebruikt « te retrouver » wanneer je zegt dat je die persoon zult vinden of ontmoeten.
retrouver
« retrouver » betekent hier ‘vinden’ of ‘ontmoeten’ in « je viendrai te retrouver ». Het is de infinitief na « viendrai » en heeft « te » als persoon die gevonden of ontmoet wordt. « Retrouver quelqu'un » is een bruikbaar patroon voor iemand terugvinden of ontmoeten.
Après
« Après » betekent hier ‘daarna’ of ‘na’ in « Après ça, on pourra demander une table ». Het plaatst de volgende handeling na iets dat al is gebeurd. Je gebruikt « après » vóór een gebeurtenis of, zoals hier, vóór « ça » voor ‘daarna’.
pourra
« pourra » betekent hier ‘zal kunnen’ in « on pourra demander une table ». Het is een vorm van « pouvoir » met « on » als onderwerp. Na « pouvoir » volgt een infinitief, hier « demander ».
demander
« demander » betekent hier ‘vragen om’ in « demander une table ». Het is de infinitief na « pourra » en benoemt de handeling bij het restaurant. Je kunt « demander » direct met iets dat je wilt vragen combineren, zoals « demander une table ».
une
« une » betekent hier ‘een’ in « une table » en introduceert één nog niet bepaalde tafel. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord « table ». Je gebruikt « une » vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
table
« table » betekent hier ‘tafel’, meer bepaald de tafel waar de vrienden in het restaurant om vragen. In « demander une table » is het datgene waarnaar ze vragen. Je kunt « une table » gebruiken wanneer je in een restaurant een tafel wilt vragen.