Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Samen lunchen in een restaurant oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Tu veux déjeuner ensemble ?
Tuu vuh dee-zjuu-nee ahn-sahmbl? Wil je samen lunchen?Ça a l'air bien. Où est-ce qu'on va ?
Saa aa leer bjèng. Oe ess-kuh on va? Dat klinkt leuk. Waar gaan we naartoe?Peut-être le petit restaurant près d'ici.
Puh-tètr luh puh-tee res-toh-rahn prè dee-see. Misschien het kleine restaurant hier vlakbij.Allons-y s'il n'y a pas trop de monde.
A-long-zie seel njaa pah troh duh mond. Laten we daarheen gaan als het er niet druk is.On se retrouve près de la porte d'entrée ?
Ong suh ruh-troef prè duh la port dahn-tree? Zullen we bij de voordeur afspreken?J'attendrai là où tu peux me voir.
Zja-tahn-drè la oe tuu puh muh vwar. Ik wacht op een plek waar je me kunt zien.Alors, je viendrai te retrouver.
A-lor, zjuh vjèng-drè tuh ruh-troef-vee. Dan kom ik je zoeken.Après ça, on pourra demander une table.
A-prè saa, ong poo-raa duh-mahn-dee uun tabl. Daarna kunnen we om een tafel vragen.Uitleg van de zinnen
Tu veux déjeuner ensemble ?
Wil je samen lunchen?
- veux
- wilt
- déjeuner
- lunchen
- ensemble
- samen
Uitgebreide uitleg
veux komt hier van het werkwoord vouloir (“willen”). veux is de tegenwoordige tijd voor tu (jij): tu veux = “jij wilt”. De vorm is zowel voor een mannelijke als vrouwelijke aangesprokene hetzelfde. Vergelijk: je veux = “ik wil”, il/elle veut = “hij/zij wil”. déjeuner is de infinitief (“lunchen”). Na veux staat de infinitief: tu veux déjeuner betekent letterlijk “je wilt lunchen”. Voorbeeld: Je veux déjeuner maintenant. — “Ik wil nu lunchen.” ensemble is een bijwoord en betekent hier “samen”: het beschrijft dat het lunchen gezamenlijk gebeurt. Voorbeeld: Nous travaillons ensemble. — “Wij werken samen.” Samen vormen de delen de vraag Tu veux déjeuner ensemble ?: “Wil je samen lunchen?” De tegenwoordige vorm veux maakt van tu de aangesprokene, déjeuner benoemt de activiteit en ensemble voegt het idee van samen doen toe. In deze vorm wordt de vraag met de intonatie en het vraagteken gevormd; de woordvolgorde blijft die van een gewone mededeling.
Ça a l'air bien. Où est-ce qu'on va ?
Dat klinkt leuk. Waar gaan we naartoe?
- Ça
- dat
- a l'air
- lijkt / ziet eruit
- bien
- goed
- Où est-ce qu'on
- waar ...?
- va
- gaat
Uitgebreide uitleg
Ça betekent hier “dat” en is een aanwijzend voornaamwoord voor iets dat in de situatie al duidelijk is. Het Franse ça heeft geen zichtbare verbuiging voor mannelijk/vrouwelijk of enkelvoud/meervoud. Een neutralere, formelere variant is cela; in gewone gesprekken is ça zeer gebruikelijk. a l'air hoort bij de vaste uitdrukking avoir l'air (“eruitzien”, “lijken”). a is de derde persoon enkelvoud van avoir (“hebben”): avoir → a. In deze uitdrukking beschrijft avoir l'air hoe iets overkomt. Voorbeelden: Il a l'air fatigué. — “Hij ziet er moe uit.” Elle a l'air contente. — “Zij lijkt blij.” bien betekent hier “goed” en werkt als bijwoord bij a l'air: het zegt dat de indruk positief is. Het is dus niet het zelfstandig naamwoord of onderwerp van de uitdrukking. Vergelijk Ça a l'air mal. — “Dat ziet er slecht uit.” Où est-ce qu'on begint een informele Franse vraag naar een plaats of bestemming. où betekent “waar”. est-ce que is een vaste vraagmarkeerder; hij maakt van de mededeling een vraag zonder de woordvolgorde te veranderen. on is een persoonlijk voornaamwoord dat hier “we” betekent, dus de spreker en minstens één andere persoon. Het kan in andere contexten ook een algemene of onbepaalde persoon aanduiden; hier ondersteunt de Nederlandse vertaling de lezing “we”. va is de derde persoon enkelvoud van aller (“gaan”): aller → va. Met on gebruikt het Frans deze enkelvoudsvorm, ook wanneer on de betekenis “we” heeft. De combinatie où ... va vraagt naar de bestemming: letterlijk ongeveer “waar gaat men/we heen?”. Voorbeelden: On va au marché. — “We gaan naar de markt.” Où va-t-elle ? — “Waar gaat zij naartoe?” Samen vormen de delen eerst Ça a l'air bien: “Dat klinkt leuk” of letterlijker “Dat ziet er goed uit”. Daarna vormt Où est-ce qu'on va ? de vraag “Waar gaan we naartoe?”. De volledige uiting is dus: “Dat klinkt leuk. Waar gaan we naartoe?”
Peut-être le petit restaurant près d'ici.
Misschien het kleine restaurant hier vlakbij.
- Peut-être
- misschien
- petit
- klein
- restaurant
- restaurant
- près d'ici
- hier vlakbij
Uitgebreide uitleg
Peut-être betekent hier “misschien”. Het is een bijwoord: het drukt onzekerheid uit zonder zelf in persoon of getal te veranderen. Voorbeeld: Peut-être demain. — “Misschien morgen.” petit betekent hier “klein” en beschrijft restaurant. De vorm is mannelijk enkelvoud, passend bij het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord restaurant. De vrouwelijke vorm is petite; bijvoorbeeld une petite maison — “een klein huis”. Als bijvoeglijk naamwoord kan petit vóór het zelfstandig naamwoord staan, zoals in deze zin. restaurant betekent “restaurant”. Het is een zelfstandig naamwoord; de meervoudsvorm is restaurants. In le restaurant verwijst le naar een bepaald mannelijk enkelvoudig restaurant; het is geen telwoord. près d'ici betekent “hier vlakbij”. près de is een vaste manier om nabijheid uit te drukken: “dicht bij”. Voor ici (“hier”) wordt de verkort tot d': de + ici wordt d'ici. Voorbeeld: La gare est près d'ici. — “Het station is hier vlakbij.” Samen vormen de delen: Peut-être + le petit restaurant + près d'ici = “Misschien het kleine restaurant hier vlakbij.” Het is een korte Franse uiting zonder uitgesproken werkwoord. In deze context kan de uiting als antwoord op de vraag waarheen men zal gaan, of als voorstel van die plek, worden begrepen; de vaste vertaling noemt alleen het restaurant en de nabijheid ervan.
Allons-y s'il n'y a pas trop de monde.
Laten we daarheen gaan als het er niet druk is.
- Allons-y
- Laten we gaan
- s'il n'y a pas
- als er geen … is
- trop
- te veel
- monde
- mensen; drukte
Uitgebreide uitleg
Allons-y betekent hier: “laten we daarheen gaan”. Allons is de gebiedende wijs voor de eerste persoon meervoud van aller (“gaan”): aller → allons. Samen met y vormt het een vaste, herbruikbare aansporing; y verwijst naar een plaats of bestemming die uit de context duidelijk is. Voorbeeld: Allons-y maintenant. — “Laten we nu gaan.” In s'il n'y a pas betekent si “als” en il y a “er is/er zijn”. De ontkenning omringt in deze vorm het werkwoordelijke deel: il n'y a pas = “er is/zijn niet”. Het enkelvoudige uiterlijk van a bepaalt hier niet het aantal aanwezige mensen; de uitdrukking il y a wordt zowel voor enkelvoud als meervoud gebruikt. Voorbeeld: S'il n'y a pas de bus, nous marcherons. — “Als er geen bus is, lopen we.” trop betekent “te veel” of, bij een hoeveelheid, “te veel/te sterk”. In deze zin bepaalt het de hoeveelheid die met monde wordt uitgedrukt: trop de monde betekent natuurlijk “te veel mensen” en daardoor “te druk”. Vergelijk beaucoup de monde — “veel mensen”, zonder de betekenis dat het buitensporig druk is. Monde betekent in deze uitdrukking niet “de wereld”, maar “mensen” als aanwezige menigte. In trop de monde is de de verbinding na een hoeveelheid als trop; het drukt hier geen bepaalde enkelvoudige persoon uit. Voorbeeld: Il y a beaucoup de monde au marché. — “Er zijn veel mensen op de markt.” Samen vormen de delen Allons-y + s'il n'y a pas trop de monde de betekenis: “Laten we daarheen gaan als het er niet te druk is.” De voorwaarde gaat over de hoeveelheid aanwezige mensen; de bestemming wordt door y opgenomen. De formulering is gewone, directe spreektaal.
On se retrouve près de la porte d'entrée ?
Zullen we bij de voordeur afspreken?
- On se retrouve
- spreken we af?
- près de
- bij / vlak bij
- porte d'entrée
- voordeur
Uitgebreide uitleg
On se retrouve betekent hier “spreken we af?” of letterlijk “vinden we elkaar weer?”. On is in alledaags Frans een gebruikelijke manier om “we” te zeggen; de persoonsvorm blijft daarbij in de derde persoon enkelvoud: on se retrouve, niet een meervoudsvorm. Se retrouver is een wederkerig werkwoord: de betrokken personen ontmoeten elkaar opnieuw of spreken met elkaar af. De vorm retrouve is de tegenwoordige tijd; het basiswerkwoord is retrouver. Bijvoorbeeld: On se retrouve demain ? = “Spreken we morgen af?” Près de geeft nabijheid aan: “vlak bij” of “in de buurt van”. Na de staat hier la, omdat porte vrouwelijk enkelvoud is: près de la porte. Dit is geen vaste betekenis van “bij” in elke situatie; près de benadrukt dat iets dichtbij is. Bijvoorbeeld: Le café est près de la gare. = “Het café is vlak bij het station.” Porte d'entrée betekent “voordeur” of “ingangsdeur”. Porte is het zelfstandige naamwoord “deur”; entrée specificeert welk soort deur het is, namelijk de deur bij de ingang. In d'entrée is de verkort tot d' vóór de klinker van entrée; de apostrof is dus een spellingregel, geen afzonderlijk woord. Het zelfstandige naamwoord entrée betekent hier “ingang” en staat in de vaste verbinding porte d'entrée. Samen vormen de delen On se retrouve + près de la porte d'entrée de vraag: “Zullen we bij de voordeur afspreken?” De vraagvorm ontstaat hier door de vragende intonatie; er staat geen apart vraagwoord of omkering van onderwerp en werkwoord.
J'attendrai là où tu peux me voir.
Ik wacht op een plek waar je me kunt zien.
- J'attendrai
- ik zal wachten
- là où
- op de plek waar
- tu peux
- je kunt
- voir
- zien
Uitgebreide uitleg
J'attendrai komt van attendre («wachten»). De vorm is de futur simple: j'attendrai = «ik zal wachten». De uitgang -ai hoort hier bij de eerste persoon enkelvoud; het onderwerp is het expliciete je, verkort tot J' vóór een klinker. Voorbeeld: J'attendrai demain. — «Ik zal morgen wachten.» là où verwijst naar een plaats en betekent hier «daar waar» of natuurlijker «op de plek waar». où is in deze combinatie geen vraagwoord, maar leidt een plaatsbepalende bijzin in. Voorbeeld: Nous resterons là où tu nous vois. — «We blijven daar waar je ons ziet.» tu peux komt van pouvoir («kunnen»). peux is de tegenwoordige tijd voor tu; het onderwerp bepaalt dus de persoon, terwijl de mogelijkheid zelf hier door de rest van de zin wordt ingevuld. Na pouvoir volgt een infinitief: tu peux voir = «je kunt zien». Voorbeeld: Tu peux entrer. — «Je kunt binnenkomen.» voir betekent «zien» en is hier de infinitief na peux. Het persoonlijke voornaamwoord me staat ervoor en betekent «mij»: me voir = «mij zien». De combinatie tu peux me voir betekent dus «je kunt mij zien». Samen vormt de zin: J'attendrai + là où + tu peux me voir → «Ik zal wachten op de plek waar je me kunt zien.» De toekomstige vorm drukt uit wanneer de spreker wacht; de bijzin met là où bepaalt de plaats.
Alors, je viendrai te retrouver.
Dan kom ik je zoeken.
- Alors
- dan
- viendrai
- zal komen
- retrouver
- opzoeken, terugvinden
Uitgebreide uitleg
Alors betekent hier “dan” en sluit aan op wat eraan voorafgaat. Het kan in andere contexten ook “dus” of “nou” betekenen; kies de betekenis uit de samenhang. viendrai is de vorm van venir (“komen”) voor de eerste persoon enkelvoud in de futur simple: je viendrai = “ik zal komen”. Vergelijk: je viens = “ik kom” en je suis venu(e) = “ik ben gekomen”. De uitgang -ai hoort hier bij de futur simple van je; het is niet de vorm van het werkwoord retrouver. te retrouver bestaat uit te (“jou”) en het infinitief retrouver (“opzoeken” of “terugvinden”). In deze zin geeft te aan wie wordt opgezocht; het is een voornaamwoord als lijdend voorwerp. Het infinitief blijft na viendrai onveranderd. Vergelijk: Je viendrai te voir. — “Ik zal je komen zien.” Samen vormen de delen: Alors + je viendrai + te retrouver: “Dan zal ik je komen opzoeken.” Je is de spreker en te verwijst naar de aangesprokene, zoals ook in de vaste vertaling “Dan kom ik je zoeken.” De futur simple maakt duidelijk dat het komen later plaatsvindt; retrouver benoemt het doel van dat komen.
Après ça, on pourra demander une table.
Daarna kunnen we om een tafel vragen.
- Après ça
- daarna
- on pourra
- we zullen kunnen
- demander
- vragen
- table
- tafel
Uitgebreide uitleg
Après ça betekent hier “daarna” of letterlijk “na dat”. après geeft een tijdsvolgorde aan; ça is een informele aanwijzende vorm met de betekenis “dat/het”. Samen verwijst deze uitdrukking naar iets dat al genoemd of gebeurd is. Voorbeeld: Après ça, je partirai. — “Daarna vertrek ik.” on pourra bestaat uit on en pourra. In deze zin betekent on volgens de vaste vertaling “we”; het is grammaticaal een derde-persoonsvorm. pourra is de futur simple van pouvoir (“kunnen”): je pourrai, tu pourras, il/elle/on pourra. De vorm drukt hier uit dat de mogelijkheid later bestaat. Voorbeeld: On pourra entrer demain. — “We zullen morgen naar binnen kunnen.” demander is de infinitief “vragen”. Na pouvoir staat de infinitief: on pourra demander betekent “we zullen kunnen vragen”. demander quelque chose is een veelgebruikt patroon voor “iets vragen”; met demander une table gaat het om het vragen om een tafel. Voorbeeld: Je veux demander de l'aide. — “Ik wil om hulp vragen.” table betekent hier “tafel”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une table; het meervoud is des tables. Het onbepaalde lidwoord une markeert hier de vrouwelijke vorm van het enkelvoudige zelfstandig naamwoord; op zichzelf stelt het geen specifiek aantal als nadruk vast. Voorbeeld: La table est libre. — “De tafel is vrij.” Samen vormen de delen: Après ça (“daarna”) + on pourra (“we zullen kunnen”) + demander une table (“om een tafel vragen”). De volledige betekenis is dus: “Daarna zullen we om een tafel kunnen vragen.”
Grammatica
avoir l'air + adjectif
Le restaurant a l'air petit.
Luh res-toh-rahn aa leer puh-tee.Het restaurant ziet er klein uit.
Na avoir l'air komt een bijvoeglijk naamwoord: petit beschrijft het restaurant, niet de manier waarop het eruitziet.
Futur simple : infinitif + terminaison
J'attendrai près de la porte d'entrée.
Zja-tahn-drè prè duh la port dahn-tree.Ik zal bij de voordeur wachten.
De futur simple drukt een toekomstige handeling uit. Bij attendre wordt dat j'attendrai.
Frans woordenschat
Où est-ce qu'on va ?
Allons-y s'il n'y a pas trop de monde.
Ça a l'air bien.
Tu veux déjeuner ensemble ?
Tu veux déjeuner ensemble ?
Où est-ce qu'on va ?
le petit restaurant
Peut-être le petit restaurant près d'ici.
le petit restaurant près d'ici
le petit restaurant
On se retrouve près de la porte d'entrée ?
s'il n'y a pas trop de monde
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wil je samen lunchen?
Antwoord tonen
Tu veux déjeuner ensemble ?Misschien het kleine restaurant hier vlakbij.
Antwoord tonen
Peut-être le petit restaurant près d'ici.Dan kom ik je zoeken.
Antwoord tonen
Alors, je viendrai te retrouver.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
restaurant
Antwoord tonen
restaurantklein
Antwoord tonen
petitlunchen
Antwoord tonen
déjeunersamen