Samen lunchen in een restaurant | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: Before lunch, two friends choose a small restaurant, arrange where to meet, and plan to ask for a table..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Samen lunchen in een restaurant oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Tu veux déjeuner ensemble ?

Tuu vuh dee-zjuu-nee ahn-sahmbl? Wil je samen lunchen?
B

Ça a l'air bien. Où est-ce qu'on va ?

Saa aa leer bjèng. Oe ess-kuh on va? Dat klinkt leuk. Waar gaan we naartoe?
A

Peut-être le petit restaurant près d'ici.

Puh-tètr luh puh-tee res-toh-rahn prè dee-see. Misschien het kleine restaurant hier vlakbij.
B

Allons-y s'il n'y a pas trop de monde.

A-long-zie seel njaa pah troh duh mond. Laten we daarheen gaan als het er niet druk is.
A

On se retrouve près de la porte d'entrée ?

Ong suh ruh-troef prè duh la port dahn-tree? Zullen we bij de voordeur afspreken?
B

J'attendrai là où tu peux me voir.

Zja-tahn-drè la oe tuu puh muh vwar. Ik wacht op een plek waar je me kunt zien.
A

Alors, je viendrai te retrouver.

A-lor, zjuh vjèng-drè tuh ruh-troef-vee. Dan kom ik je zoeken.
B

Après ça, on pourra demander une table.

A-prè saa, ong poo-raa duh-mahn-dee uun tabl. Daarna kunnen we om een tafel vragen.

Woord voor woord

Tu Tu betekent hier ‘je’ en verwijst naar de persoon tegen wie de spreker praat. Het is de aanspreekvorm in de vraag « Tu veux déjeuner ensemble ? ». Je gebruikt « tu » voor één persoon in een informele situatie.
veux « veux » betekent hier ‘wilt’ en drukt uit dat iemand iets wil doen. Het is een vorm van « vouloir » in « Tu veux déjeuner ensemble ? ». Na « vouloir » volgt vaak een infinitief, zoals « vouloir déjeuner ».
déjeuner « déjeuner » betekent hier ‘lunchen’. Het is de infinitief na « veux » in « Tu veux déjeuner ensemble ? ». Je kunt de vorm gebruiken voor een voorstel of plan rond de lunch.
ensemble « ensemble » betekent hier ‘samen’: de lunch gebeurt met beide personen. In « déjeuner ensemble » staat het na de activiteit die gezamenlijk wordt gedaan. Je gebruikt « ensemble » om aan te geven dat mensen iets met elkaar doen.
Ça « Ça » verwijst hier naar het voorgestelde plan en betekent ‘dat’ of ‘het’ in « Ça a l'air bien ». Het onderwerp van de uitdrukking is dus het voorstel waar de ander op reageert. « Ça » wordt vaak gebruikt om naar een situatie, idee of voorstel te verwijzen.
a « a » maakt in « Ça a l'air bien » deel uit van de uitdrukking die betekent dat iets goed lijkt of goed klinkt. Het is een vorm van « avoir », maar de betekenis komt hier uit de hele constructie « avoir l'air ». Je gebruikt « a l'air » gevolgd door een beschrijving, zoals « a l'air bien ».
l'air « l'air » draagt in « Ça a l'air bien » het idee van een indruk of hoe iets lijkt. Samen met « a » en « bien » betekent de constructie dat iets goed lijkt of goed klinkt. De vaste combinatie is « avoir l'air » met daarna een beschrijving.
bien « bien » betekent hier ‘goed’ en beschrijft de indruk van het voorstel in « Ça a l'air bien ». Het staat aan het einde van de constructie « avoir l'air ». Je kunt « bien » gebruiken om positief te reageren op een idee of situatie.
« Où » betekent hier ‘waar’ en vraagt naar de plaats in « Où est-ce qu'on va ? ». Het staat aan het begin van de vraag. Je gebruikt « où » om naar een locatie of bestemming te vragen.
est-ce « est-ce » maakt hier deel uit van de vraagvorm « Où est-ce qu'on va ? ». Het helpt om van de zin een vraag te maken; het betekent niet op zichzelf ‘gaan’. Je kunt « est-ce que » gebruiken om een gewone mededelende zin als vraag te formuleren.
qu'on « qu'on » verbindt in « Où est-ce qu'on va ? » de vraagvorm met « on », dat hier ‘we’ betekent. Het is de samengevoegde vorm van « que » en « on ». Samen met « est-ce » vormt het de vraagconstructie « est-ce qu'on ».
va « va » betekent hier ‘gaat’ of ‘gaan we’ in « Où est-ce qu'on va ? ». Het is een vorm van « aller », met « on » als onderwerp. Na « où » gebruik je « aller » om naar een bestemming of activiteit te vragen.
Peut-être « Peut-être » betekent ‘misschien’ en maakt het voorstel minder stellig in « Peut-être le petit restaurant près d'ici ». Het laat zien dat de spreker een mogelijkheid noemt. Je kunt « peut-être » aan het begin van een voorstel of antwoord plaatsen.
le « le » betekent hier ‘het’ en hoort bij « petit restaurant » in « le petit restaurant près d'ici ». Het is het bepaalde lidwoord voor dit zelfstandig naamwoord. Je gebruikt « le » om naar een specifieke mannelijke enkelvoudige zaak te verwijzen.
petit « petit » betekent hier ‘klein’ en beschrijft « restaurant » in « le petit restaurant ». Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. Je kunt « petit » gebruiken om een klein formaat of een kleine plaats aan te duiden.
restaurant « restaurant » betekent hier ‘restaurant’, de voorgestelde plaats om te lunchen. In « le petit restaurant » wordt het gecombineerd met een lidwoord en een beschrijving. Je kunt « restaurant » gebruiken als plaats waar je gaat eten.
près « près » betekent hier ‘dicht bij’ in « près d'ici ». Het geeft aan dat het restaurant niet ver van de huidige plaats is. De gebruikelijke combinatie is « près de » met daarna een plaats of persoon.
d'ici « d'ici » betekent hier ‘hier vandaan’ of natuurlijker ‘hier in de buurt’ in « près d'ici ». Het specificeert waarvan de nabijheid wordt gemeten. Je gebruikt « près d'ici » om een plaats dichtbij de huidige locatie aan te duiden.
Allons-y « Allons-y » betekent hier ‘laten we daarheen gaan’. « Allons » draagt het voorstel ‘laten we gaan’ en « y » verwijst naar de eerder genoemde bestemming, het restaurant. Je gebruikt « allons-y » om samen een vertrek of volgende stap voor te stellen.
s'il « s'il » begint in « s'il n'y a pas trop de monde » de voorwaardelijke bijzin en betekent hier ‘als er’. Het is de samengevoegde vorm van « si » en « il » in de onpersoonlijke constructie « il y a ». Je gebruikt « si » om een voorwaarde voor een plan of handeling te geven.
n'y « n'y » maakt in « s'il n'y a pas trop de monde » deel uit van de ontkenning en verwijst binnen « il y a » naar de aanwezigheid op die plaats. Samen met « pas » omsluit het de ontkende constructie. Je gebruikt « ne ... pas » rond het werkwoord om iets te ontkennen.
pas « pas » voltooit hier met « n'y » de ontkenning in « n'y a pas trop de monde ». De hele vorm betekent dat er niet te veel mensen zijn. In het Frans staat de ontkenning gewoonlijk als « ne ... pas » rond het werkwoord.
trop « trop » betekent hier ‘te veel’ in « pas trop de monde ». Het geeft aan dat de hoeveelheid mensen een grens niet mag overschrijden. Je gebruikt « trop de » vóór een zelfstandig naamwoord om een te grote hoeveelheid aan te duiden.
de « de » staat hier na « trop » in « trop de monde » en verbindt de hoeveelheid met wat wordt geteld. De combinatie betekent ‘te veel mensen’. Na uitdrukkingen voor een hoeveelheid volgt vaak « de ».
monde « monde » betekent hier ‘mensen’ in « trop de monde », dus de mensen die in het restaurant aanwezig zijn. In deze uitdrukking gaat het niet om de wereld. « Beaucoup de monde » is een veelgebruikte nieuwe voorbeeldcombinatie voor ‘veel mensen’.
On « On » betekent hier ‘we’ in « On se retrouve près de la porte d'entrée ? ». Het verwijst naar de twee vrienden samen. Je gebruikt « on » in gesproken Frans vaak om over ‘we’ te spreken.
se « se » maakt in « On se retrouve » deel uit van de wederzijdse handeling: de twee personen spreken met elkaar af of ontmoeten elkaar. Het verwijst terug naar de personen die door « on » worden aangeduid. Je gebruikt « se retrouver » voor elkaar ontmoeten of afspreken.
retrouve « retrouve » betekent hier ‘spreekt af’ of ‘ontmoet’ in « On se retrouve près de la porte d'entrée ? ». Het is een vorm van « retrouver » met « on » als onderwerp en « se » als onderdeel van de wederzijdse constructie. « Se retrouver près de » geeft een afgesproken ontmoetingsplaats aan.
la « la » betekent hier ‘de’ en hoort bij « porte » in « la porte d'entrée ». Het verwijst naar een specifieke deur. Je gebruikt « la » vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
porte « porte » betekent hier ‘deur’ in « la porte d'entrée ». Het is het centrale zelfstandig naamwoord in de plaatsaanduiding. Je kunt « porte » combineren met een beschrijving van welk soort deur het is.
d'entrée « d'entrée » betekent hier ‘van de ingang’ en specificeert welke deur wordt bedoeld in « la porte d'entrée ». Het is « de » vóór « entrée », met weglating van de klinker in « de ». De volledige uitdrukking « porte d'entrée » betekent ‘ingangsdeur’ of ‘voordeur’.
J'attendrai « J'attendrai » betekent hier ‘ik zal wachten’ in « J'attendrai là où tu peux me voir ». Het is een vorm van « attendre » met « je » als onderwerp. Je gebruikt deze vorm om te zeggen dat je op een bepaalde plaats of tot een bepaald moment zult wachten.
« là » betekent hier ‘daar’ en verwijst naar de plaats waar de spreker zal wachten in « J'attendrai là où tu peux me voir ». Het wijst naar een plaats die in de situatie herkenbaar is. Je gebruikt « là » om naar een bepaalde plek te verwijzen.
peux « peux » betekent hier ‘kunt’ in « tu peux me voir ». Het is een vorm van « pouvoir » met « tu » als onderwerp. Na « pouvoir » volgt een infinitief, zoals « pouvoir voir ».
me « me » betekent hier ‘mij’ in « tu peux me voir » en is de persoon die gezien kan worden. Het staat vóór de infinitief « voir ». Je gebruikt « me voir » om ‘mij zien’ uit te drukken.
voir « voir » betekent hier ‘zien’ in « tu peux me voir ». Het is de infinitief na « peux ». Je gebruikt « voir » na werkwoorden zoals « pouvoir » om te zeggen wat iemand kan doen.
Alors « Alors » betekent hier ‘dan’ of ‘in dat geval’ en verbindt de afspraak met de volgende actie in « Alors, je viendrai te retrouver ». Het laat zien dat de spreker voortbouwt op wat net is afgesproken. Je kunt « alors » gebruiken om een gevolg of volgende stap aan te kondigen.
je « je » betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van « je viendrai ». Het verwijst naar de persoon die belooft te komen. Je gebruikt « je » wanneer je over jezelf spreekt.
viendrai « viendrai » betekent hier ‘zal komen’ in « je viendrai te retrouver ». Het is een vorm van « venir » met « je » als onderwerp. Je gebruikt « venir » om een beweging naar een plaats of persoon uit te drukken.
te « te » verwijst hier naar de andere persoon in « te retrouver » en betekent ‘jou’. Het staat vóór de infinitief « retrouver ». Je gebruikt « te retrouver » wanneer je zegt dat je die persoon zult vinden of ontmoeten.
retrouver « retrouver » betekent hier ‘vinden’ of ‘ontmoeten’ in « je viendrai te retrouver ». Het is de infinitief na « viendrai » en heeft « te » als persoon die gevonden of ontmoet wordt. « Retrouver quelqu'un » is een bruikbaar patroon voor iemand terugvinden of ontmoeten.
Après « Après » betekent hier ‘daarna’ of ‘na’ in « Après ça, on pourra demander une table ». Het plaatst de volgende handeling na iets dat al is gebeurd. Je gebruikt « après » vóór een gebeurtenis of, zoals hier, vóór « ça » voor ‘daarna’.
pourra « pourra » betekent hier ‘zal kunnen’ in « on pourra demander une table ». Het is een vorm van « pouvoir » met « on » als onderwerp. Na « pouvoir » volgt een infinitief, hier « demander ».
demander « demander » betekent hier ‘vragen om’ in « demander une table ». Het is de infinitief na « pourra » en benoemt de handeling bij het restaurant. Je kunt « demander » direct met iets dat je wilt vragen combineren, zoals « demander une table ».
une « une » betekent hier ‘een’ in « une table » en introduceert één nog niet bepaalde tafel. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord « table ». Je gebruikt « une » vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
table « table » betekent hier ‘tafel’, meer bepaald de tafel waar de vrienden in het restaurant om vragen. In « demander une table » is het datgene waarnaar ze vragen. Je kunt « une table » gebruiken wanneer je in een restaurant een tafel wilt vragen.

Grammatica

avoir l'air + adjectif

Le restaurant a l'air petit.

Luh res-toh-rahn aa leer puh-tee.

Het restaurant ziet er klein uit.

Na avoir l'air komt een bijvoeglijk naamwoord: petit beschrijft het restaurant, niet de manier waarop het eruitziet.

Futur simple : infinitif + terminaison

J'attendrai près de la porte d'entrée.

Zja-tahn-drè prè duh la port dahn-tree.

Ik zal bij de voordeur wachten.

De futur simple drukt een toekomstige handeling uit. Bij attendre wordt dat j'attendrai.

Frans woordenschat

aller werkwoord
aa-lee gaan va

Où est-ce qu'on va ?

Allons-y uitdrukking
a-long-zie laten we gaan; laten we ernaartoe gaan

Allons-y s'il n'y a pas trop de monde.

avoir l'air uitdrukking
a-vwaar leer eruitzien; lijken a l'air

Ça a l'air bien.

déjeuner werkwoord
dee-zjuu-nee lunchen

Tu veux déjeuner ensemble ?

ensemble bijwoord
ahn-sahmbl samen

Tu veux déjeuner ensemble ?

bijwoord
oe waar

Où est-ce qu'on va ?

petit bijvoeglijk naamwoord
puh-tee klein

le petit restaurant

peut-être bijwoord
puh-tètr misschien

Peut-être le petit restaurant près d'ici.

près d'ici voorzetsel
prè dee-see hier vlakbij

le petit restaurant près d'ici

restaurant zelfstandig naamwoord
res-toh-rahn restaurant

le petit restaurant

se retrouver werkwoord
suh ruh-troef-vee elkaar ontmoeten; afspreken se retrouve

On se retrouve près de la porte d'entrée ?

trop de monde uitdrukking
troh duh mond te veel mensen; te drukte

s'il n'y a pas trop de monde

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wil je samen lunchen?

Antwoord tonenTu veux déjeuner ensemble ?

Misschien het kleine restaurant hier vlakbij.

Antwoord tonenPeut-être le petit restaurant près d'ici.

Dan kom ik je zoeken.

Antwoord tonenAlors, je viendrai te retrouver.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

restaurant

Antwoord tonenrestaurant

klein

Antwoord tonenpetit

lunchen

Antwoord tonendéjeuner

samen

Antwoord tonenensemble