Je
Je betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van de zin. In ‘Je ne trouve pas’ staat het vóór het werkwoord. Gebruik Je vóór een werkwoord wanneer je over jezelf spreekt.
ne
ne is het eerste deel van de ontkenning in ‘Je ne trouve pas’. Samen met pas maakt het de zin ontkennend; ne staat vóór het vervoegde werkwoord.
trouve
trouve betekent hier ‘vind’ in ‘Je ne trouve pas mon portefeuille’. Het is de vorm van trouver die in deze zin bij Je wordt gebruikt. Gebruik trouver met het voorwerp dat je zoekt.
pas
pas is het tweede deel van de ontkenning in ‘Je ne trouve pas’ en geeft hier ‘niet’ aan. Het staat na het werkwoord trouve. Samen met ne vormt het de gebruikelijke ontkenning rond een vervoegd werkwoord.
mon
mon betekent hier ‘mijn’ en laat zien dat de portefeuille van de spreker is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in ‘mon portefeuille’. Gebruik mon vóór een zelfstandig naamwoord om bezit door de spreker aan te geven.
portefeuille
portefeuille betekent hier ‘portemonnee’ en is het voorwerp dat de spreker niet kan vinden. In ‘mon portefeuille’ staat het na een bezitswoord. Gebruik het als zelfstandig naamwoord voor een portemonnee.
Tu
Tu betekent hier ‘jij’ en spreekt één persoon rechtstreeks aan. In ‘Tu as regardé’ staat Tu vóór het werkwoord. Gebruik Tu als onderwerp wanneer je informeel tegen één persoon spreekt.
as
as betekent hier ‘hebt’ en is de vorm van avoir die bij Tu hoort in ‘Tu as regardé’. Samen met regardé verwijst het naar een handeling die al is uitgevoerd. Gebruik Tu as gevolgd door een voltooid deelwoord om naar een voltooide handeling van de aangesprokene te vragen of te verwijzen.
regardé
regardé betekent hier ‘gekeken’ of ‘gecontroleerd’ in ‘Tu as regardé dans ton sac à dos ?’. Het staat na as en vormt daarmee de uitdrukking voor de uitgevoerde controle. De woordenboekvorm is regarder; regardé is de vorm die hier na as wordt gebruikt.
dans
dans betekent hier ‘in’ en geeft aan waar iemand heeft gekeken: ‘dans ton sac à dos’. Het wordt gevolgd door de plaats of ruimte waarin iets zich bevindt of waarin je kijkt. Gebruik dans vóór een plaats zoals een tas of vak.
ton
ton betekent hier ‘jouw’ en laat zien dat de rugzak van de aangesprokene is. Het staat vóór sac à dos in ‘ton sac à dos’. Gebruik ton vóór een zelfstandig naamwoord om bezit door de aangesprokene aan te geven.
sac à dos
sac à dos betekent als geheel ‘rugzak’. Sac betekent ‘tas’, à geeft de verbinding aan en dos betekent ‘rug’; samen gaat het om een tas die je op de rug draagt. In ‘dans ton sac à dos’ is het de ruimte waarin wordt gezocht.
J’ai
J’ai betekent hier ‘ik heb’ en verschijnt in ‘J’ai déjà vérifié’ en ‘J’ai encore besoin de mes clés’. In het eerste geval helpt ai bij een voltooide handeling; in het tweede geval maakt het deel uit van de uitdrukking voor iets nodig hebben. Gebruik J’ai onder andere vóór een voltooid deelwoord of in de constructie avoir besoin de.
déjà
déjà betekent hier ‘al’ en geeft aan dat de controle eerder heeft plaatsgevonden in ‘J’ai déjà vérifié’. Het staat na J’ai en vóór vérifié. Gebruik déjà om aan te geven dat iets vóór het huidige moment is gebeurd.
vérifié
vérifié betekent hier ‘gecontroleerd’ in ‘J’ai déjà vérifié la poche avant’. Het staat na J’ai en verwijst naar het controleren van een specifiek vak. De woordenboekvorm is vérifier; vérifié is de vorm die hier na J’ai wordt gebruikt.
la
la is hier het bepaalde lidwoord bij poche en verwijst naar een specifiek vak in ‘la poche avant’. In het Nederlands kan dit ‘de’ of ‘het’ betekenen, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord. Gebruik la vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar een bepaalde zaak verwijst.
poche
poche betekent hier ‘zakje’ of ‘vak’ in ‘la poche avant’ en ‘la petite poche’. Het woord verwijst in deze dialoog naar een opbergvak in een tas. Gebruik poche als zelfstandig naamwoord voor zo’n vak of zakje.
avant
avant betekent hier ‘voor’ en heeft in de dialoog twee toepassingen. In ‘poche avant’ duidt het de voorkant aan; in ‘avant de partir’ geeft het aan dat iets vóór het vertrekken gebeurt. Gebruik avant dus vóór een zelfstandig naamwoord voor een voorzijde of in avant de gevolgd door een werkwoord.
Essaie
Essaie betekent hier ‘probeer’ en is een directe aansporing in ‘Essaie la petite poche’. De woordenboekvorm is essayer; Essaie is de vorm waarmee je één persoon rechtstreeks aanspoort. Gebruik het vóór het voorwerp of de plaats die iemand moet proberen.
petite
petite betekent hier ‘kleine’ en beschrijft de afmeting van de poche in ‘la petite poche’. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord poche. Gebruik petite vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je een klein voorwerp of vak aanduidt.
près
près betekent hier ‘dicht bij’ in ‘près de la fermeture éclair’. Het geeft aan dat de kleine zak zich vlak bij de rits bevindt. Gebruik près de vóór een plaats of voorwerp om nabijheid aan te geven.
de
de heeft hier twee functies in de dialoog. In ‘près de la fermeture éclair’ verbindt het ‘dicht bij’ met het voorwerp, en in ‘avant de partir’ staat het vóór het werkwoord na ‘voor’. Gebruik de onder andere in près de + zelfstandig naamwoord en avant de + werkwoord.
fermeture éclair
fermeture éclair betekent als geheel ‘rits’. Fermeture betekent ‘sluiting’ en éclair verwijst naar een snelle flits; samen vormt de uitdrukking de vaste benaming voor dit type sluiting. In ‘près de la fermeture éclair’ en ‘Ferme la fermeture éclair’ is het de rits van de tas.
l’ai
l’ai betekent hier ‘hem of het heb ik’ in ‘Je l’ai trouvé là’. L’ verwijst naar de gevonden portefeuille en ai is de vorm van avoir bij Je. Het voornaamwoord staat vóór ai; samen met trouvé geeft de zin aan dat de spreker de portefeuille heeft gevonden.
trouvé
trouvé betekent hier ‘gevonden’ in ‘Je l’ai trouvé là’. Het staat na l’ai en verwijst naar de portefeuille die eerder werd gezocht. De woordenboekvorm is trouver; trouvé is de vorm die hier na ai wordt gebruikt.
là
là betekent hier ‘daar’ en wijst naar de plek waar de portefeuille is gevonden. In ‘Je l’ai trouvé là’ verwijst het naar de kleine zak bij de rits. Gebruik là om naar een plek te wijzen.
Ferme
Ferme betekent hier ‘sluit’ en is een directe instructie in ‘Ferme la fermeture éclair’. De woordenboekvorm is fermer; Ferme is de vorm waarmee je één persoon aanspoort. Gebruik het vóór het voorwerp dat moet worden gesloten.
partir
partir betekent hier ‘vertrekken’ in ‘avant de partir’. Het staat als werkwoord na avant de en verwijst naar het moment waarop de persoon weggaat. Gebruik avant de + partir of een ander werkwoord om aan te geven wat vóór een handeling gebeurt.
encore
encore betekent hier ‘nog’ in ‘J’ai encore besoin de mes clés’. Het geeft aan dat de behoefte op dat moment blijft bestaan. Gebruik encore bij een behoefte of toestand die nog voortduurt.
besoin
besoin betekent hier ‘behoefte’ in de uitdrukking ‘J’ai encore besoin de mes clés’. Met avoir en de drukt het uit dat iemand iets nodig heeft. Gebruik het patroon avoir besoin de + datgene wat nodig is.
mes
mes betekent hier ‘mijn’ en verwijst naar meerdere sleutels in ‘mes clés’. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en geeft bezit door de spreker aan. Gebruik mes vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord dat van de spreker is.
clés
clés betekent hier ‘sleutels’ en is wat de spreker nog nodig heeft. In ‘mes clés’ staat het na een bezitswoord; later verwijst Elles naar deze sleutels. Gebruik clés als zelfstandig naamwoord voor sleutels.
Elles
Elles betekent hier ‘ze’ en verwijst naar de sleutels in ‘Elles sont dans la poche sur le côté’. Het is het onderwerp van sont en verwijst naar meerdere vrouwelijke zaken. Gebruik Elles om naar zulke meerdere zaken terug te verwijzen.
sont
sont betekent hier ‘zijn’ in ‘Elles sont dans la poche sur le côté’. Het is de vorm van être die bij Elles hoort en verbindt de sleutels met hun plaats. Gebruik Elles sont + plaats om te zeggen waar meerdere zaken zich bevinden.
sur
sur betekent hier ‘aan’ of ‘op’ in ‘sur le côté’. Hier geeft het aan dat de zak zich aan de zijkant bevindt. Gebruik sur vóór een plaatsbepaling om een positie aan te geven.
le
le is hier het bepaalde lidwoord in ‘le côté’ en verwijst naar een specifieke zijkant. In het Nederlands kan dit ‘de’ of ‘het’ betekenen, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord. Gebruik le vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar een bepaalde zaak verwijst.
côté
côté betekent hier ‘zijkant’ in ‘sur le côté’. Samen met sur geeft het de plaats aan waar de sleutels zich bevinden. Gebruik sur le côté om een positie aan de zijkant te beschrijven.