Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een portemonnee en sleutels vinden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Je ne trouve pas mon portefeuille.
zjeuh nuh troevee pa mong portuhfeuj. Ik kan mijn portemonnee niet vinden.Tu as regardé dans ton sac à dos ?
tuu ah ruh-gar-dee dang tong sak ah do? Heb je in je rugzak gekeken?J’ai déjà vérifié la poche avant.
zjee dee-zja ver-i-fyee la posj avang. Ik heb het voorvak al gecontroleerd.Essaie la petite poche près de la fermeture éclair.
èsè la puh-tiet posj preh duh la fèrmuh-tuur ee-klèr. Probeer het kleine vakje bij de rits.Je l’ai trouvé là.
zjeuh lay troevee la. Ik heb hem daar gevonden.Ferme la fermeture éclair avant de partir.
fèrm la fèrmuh-tuur ee-klèr avang duh par-tier. Doe de rits dicht voordat je gaat.J’ai encore besoin de mes clés.
zjee ang-kor buh-zwèng duh mee klee. Ik heb mijn sleutels nog nodig.Elles sont dans la poche sur le côté.
èl song dang la posj suur luh ko-tee. Ze zitten in het zijvak.Uitleg van de zinnen
Je ne trouve pas mon portefeuille.
Ik kan mijn portemonnee niet vinden.
- Je
- ik
- ne … pas
- niet
- trouve
- vind
- mon
- mijn
- portefeuille
- portemonnee
Uitgebreide uitleg
Je is het eerste-persoonsvoornaamwoord voor de spreker: “ik”. Het staat hier als onderwerp. In een andere vorm kan dezelfde rol bijvoorbeeld door tu (“jij”) worden vervuld; dat verandert ook de werkwoordsvorm. ne ... pas is de Franse ontkenning rond het vervoegde werkwoord. In deze zin staan de twee delen als ne vóór en pas na trouve. In informele gesproken taal kan ne soms wegvallen, maar de volledige vorm hier is ne ... pas. trouve betekent hier “vind” binnen de vaste betekenis “kan niet vinden”. De basisvorm is trouver (“vinden”); trouve is de tegenwoordige tijd bij je: je trouve. Vergelijk: je trouve mon sac — “ik vind mijn tas”. De ontkenning maakt daarvan je ne trouve pas .... mon is een bezittelijk woord met de betekenis “mijn”. Het verwijst hier naar de bezitter die met je wordt aangeduid. De vorm mon staat vóór portefeuille, dat in het Frans mannelijk enkelvoud is. Bezittelijke woorden worden in het Frans onder meer aangepast aan het bezeten zelfstandig naamwoord: mon portefeuille (“mijn portemonnee”), maar bijvoorbeeld ma valise (“mijn koffer”). mon drukt hier bezit uit, niet op zichzelf een numerieke telling. portefeuille is een zelfstandig naamwoord voor een portemonnee. Het is mannelijk: un portefeuille. Het meervoud is des portefeuilles; het bezittelijk woord verandert dan mee: mes portefeuilles (“mijn portemonnees”). Samen vormen de delen Je + ne trouve pas + mon portefeuille de zin Je ne trouve pas mon portefeuille. De spreker is het onderwerp, trouve is de handeling “vinden”, ne ... pas ontkent die handeling en mon portefeuille is wat niet gevonden wordt. Volgens de vaste vertaling is de bedoelde betekenis: “Ik kan mijn portemonnee niet vinden.”
Tu as regardé dans ton sac à dos ?
Heb je in je rugzak gekeken?
- Tu as
- jij hebt
- regardé
- gekeken
- dans
- in
- ton
- je
- sac à dos
- rugzak
Uitgebreide uitleg
Tu as combineert het onderwerp tu (“jij”) met as, de tegenwoordige tijd van avoir (“hebben”) voor de tweede persoon enkelvoud. Samen met het daaropvolgende voltooid deelwoord vormt dit hier een vraag in de passé composé. Een vergelijkbaar patroon is Tu as fini ? — “Ben je klaar?” regardé is het voltooid deelwoord van regarder (“kijken”). Bij regelmatige werkwoorden op -er wordt het voltooid deelwoord doorgaans gevormd met -é: regarder → regardé. Met avoir drukt deze vorm hier uit dat het kijken als afgeronde handeling wordt bevraagd. De vorm regardé verandert in deze zin niet mee met tu. dans is een voorzetsel met de betekenis “in”. Het leidt hier de plaats aan waarnaar gekeken is. Het patroon regarder dans + plaats is bruikbaar wanneer iemand ergens in kijkt, bijvoorbeeld: Je regarde dans la boîte. — “Ik kijk in de doos.” ton is een bezittelijk bepalend woord voor één bezitter en een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het betekent hier “je” en verwijst volgens de vaste vertaling naar de rugzak van de aangesprokene. Het stemt af op het bezeten woord, niet op de bezitter: bij een vrouwelijk enkelvoudig woord staat bijvoorbeeld ta, en bij meervoud tes. sac à dos betekent “rugzak”. Het hoofdwoord is sac (“tas”), terwijl à dos het type tas specificeert: een tas die op de rug wordt gedragen. Het is een zelfstandig naamwoordelijk geheel; daarom staat het bezittelijk woord ervoor als ton sac à dos — “je rugzak”. Samen vormen de delen Tu as regardé + dans ton sac à dos de vraag “Heb je in je rugzak gekeken?” De passé composé vraagt of die afgeronde handeling heeft plaatsgevonden; dans ton sac à dos geeft de plaats aan waarin de handeling gebeurde.
J’ai déjà vérifié la poche avant.
Ik heb het voorvak al gecontroleerd.
- J’ai
- ik heb
- déjà
- al
- vérifié
- gecontroleerd
- la poche
- het vak
- avant
- voorste
Uitgebreide uitleg
J’ai bestaat uit je en de eerste persoon enkelvoud van avoir, ai. Voor een klinker wordt je ingekort tot j’. Hier is j’ai het hulpwerkwoord in de passé composé, niet op zichzelf de volledige boodschap. Een bruikbaar patroon is j’ai + voltooid deelwoord: “ik heb …”. déjà betekent “al” en geeft aan dat de controle eerder of inmiddels heeft plaatsgevonden. Voorbeeld: J’ai déjà mangé. — “Ik heb al gegeten.” vérifié is het voltooid deelwoord van vérifier (“controleren”, “nakijken”). Samen met avoir vormt het de passé composé: j’ai vérifié betekent “ik heb gecontroleerd”. In deze zin verwijst de vorm naar de afgeronde controle. la poche is een vrouwelijke enkelvoudige woordgroep voor “het vak”. Het zelfstandig naamwoord is poche; het meervoud is les poches. la is het bepaald lidwoord; het stemt hier af op het vrouwelijke grammaticale geslacht en enkelvoud van poche. Volgens de vaste vertaling gaat het hier om het voorvak. avant geeft in la poche avant de positie aan: “voorste”. In deze ruimtelijke betekenis staat het na het zelfstandig naamwoord en verandert het niet mee: la poche avant, les poches avant. De woordgroep heeft daardoor de betekenis “het voorvak”. Samen betekent J’ai déjà vérifié la poche avant: “Ik heb het voorvak al gecontroleerd.” Het onderwerp is je (“ik”), ai vérifié geeft de afgeronde handeling weer, déjà betekent “al” en la poche avant benoemt het voorvak.
Essaie la petite poche près de la fermeture éclair.
Probeer het kleine vakje bij de rits.
- Essaie
- probeer
- petite
- klein
- poche
- vakje
- près de
- vlak bij
- fermeture éclair
- rits
Uitgebreide uitleg
Essaie komt van essayer (“proberen”) en is hier de bevestigende gebiedende wijs voor één aangesproken persoon: “probeer”. De vorm richt zich rechtstreeks tot de luisteraar. Een bruikbaar patroon is Essaie + zelfstandig naamwoord: “Probeer + zelfstandig naamwoord”. Voorbeeld: Essaie cette clé. — “Probeer deze sleutel.” petite betekent hier “kleine”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord petit; de vorm stemt af op poche. Petit gebruik je bijvoorbeeld bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, terwijl petite bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat. Voorbeeld: une petite boîte — “een klein doosje”. poche betekent hier “vakje” of “zak”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In la petite poche staat la omdat de woordgroep een bepaalde, vrouwelijke enkelvoudige poche aanduidt: het lidwoord drukt dus zowel bepaaldheid als overeenstemming met het zelfstandig naamwoord uit. Voorbeeld: La poche est vide. — “Het vakje is leeg.” près de is een vaste voorzetselconstructie met de betekenis “vlak bij” of “dicht bij”. Het volgende zelfstandig naamwoord benoemt het punt of de plaats waar iets zich bevindt. Hier volgt la fermeture éclair, dus ontstaat près de la fermeture éclair. Voorbeeld: Le sac est près de la porte. — “De tas is vlak bij de deur.” fermeture éclair betekent “rits”. Het is een vaste Franse benaming voor dit type sluiting. In la fermeture éclair is la het bepaalde vrouwelijke enkelvoudige lidwoord bij de woordgroep. Voorbeeld: La fermeture éclair est cassée. — “De rits is kapot.” Samen vormen de delen Essaie la petite poche (“Probeer het kleine vakje”) en près de la fermeture éclair (“vlak bij de rits”). De volledige uiting betekent dus: “Probeer het kleine vakje bij de rits.”
Je l’ai trouvé là.
Ik heb hem daar gevonden.
- Je l’ai
- ik heb hem
- trouvé
- gevonden
- là
- daar
Uitgebreide uitleg
Je l’ai betekent hier “ik heb hem”. Je is het onderwerp “ik”. In deze zin verwijst l’, volgens de vaste vertaling, naar een mannelijke persoon: het is het directe objectpronomen le, dat vóór een klinker tot l’ wordt verkort. ai is de vorm van avoir (“hebben”) bij je. Samen vormen Je l’ai dus onderwerp, objectpronomen en hulpwerkwoord. trouvé betekent hier “gevonden”. Het is het voltooid deelwoord van trouver (“vinden”). ai trouvé is de passé composé: de tegenwoordige vorm van avoir plus het voltooid deelwoord. Omdat het directe object vóór het werkwoord staat, kan het voltooid deelwoord ermee overeenkomen. Hier is het object mannelijk enkelvoud, zodat trouvé geen zichtbare extra uitgang heeft. Voor een vrouwelijk enkelvoudig object staat bijvoorbeeld Je l’ai trouvée. — “Ik heb haar gevonden.” là betekent “daar” en verwijst naar een plaats. Het verschilt van la zonder accent, dat onder andere een lidwoord of objectpronomen kan zijn; het accent is hier onderdeel van de vorm voor “daar”. De volledige zin wordt opgebouwd als Je + objectpronomen l’ + ai + voltooid deelwoord trouvé + plaatsbepaling là: “Ik heb hem daar gevonden.”
Ferme la fermeture éclair avant de partir.
Doe de rits dicht voordat je gaat.
- Ferme
- doe dicht
- fermeture éclair
- rits
- avant de partir
- voordat je vertrekt
Uitgebreide uitleg
Ferme is hier de gebiedende wijs van fermer (“sluiten”). De vorm richt zich in deze zin tot één persoon met tu; het onderwerp wordt in een Franse bevelsvorm meestal niet uitgesproken. De stamvorm is fermer, bijvoorbeeld: Ferme la porte. — “Doe de deur dicht.” De gebiedende wijs maakt van de mededeling een instructie. fermeture éclair betekent “rits”. Het is een vaste Franse benaming voor dit voorwerp: fermeture betekent hier sluiting en éclair maakt deel uit van de volledige benaming. In de zin is la het bepaalde lidwoord bij deze vrouwelijke woordgroep. Bijvoorbeeld: La fermeture éclair est cassée. — “De rits is kapot.” avant de partir betekent “voordat je vertrekt”. avant de wordt gevolgd door een infinitief; partir is de infinitief “vertrekken”. Het onderwerp van partir is hier dezelfde aangesproken persoon als bij Ferme, wat in het Nederlands met “je” wordt weergegeven. Vergelijk: Avant de dormir, je lis. — “Voordat ik ga slapen, lees ik.” Samen betekent Ferme la fermeture éclair avant de partir.: “Doe de rits dicht voordat je gaat.” Eerst geeft Ferme de instructie, la fermeture éclair noemt wat gesloten moet worden, en avant de partir geeft aan wanneer die handeling moet gebeuren.
J’ai encore besoin de mes clés.
Ik heb mijn sleutels nog nodig.
- J’ai … besoin de
- nodig hebben
- encore
- nog
- mes
- mijn
- clés
- sleutels
Uitgebreide uitleg
J’ai ... besoin de is een veelgebruikt Frans patroon voor “ik heb ... nodig”. J’ai is de samentrekking van je + ai: ai is de tegenwoordige tijd van avoir in de eerste persoon enkelvoud. In dit patroon staat het benodigde goed na besoin de. Bijvoorbeeld: J’ai besoin d’aide. — “Ik heb hulp nodig.” Voor een klinker wordt de vaak d’, zoals in besoin d’eau. encore betekent hier “nog”: de behoefte bestaat op dit moment nog. Het kan in andere contexten ook “opnieuw” betekenen, maar die betekenis past hier niet bij de vaste vertaling. mes betekent “mijn” bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. Het bezittelijk woord stemt hier af op het meervoud van het bezeten woord, niet op het aantal bezitters. Vergelijk: mon livre — “mijn boek”, maar mes livres — “mijn boeken”. clés betekent hier “sleutels”. Het is het meervoud van clé — “sleutel”; de uitgang -s wordt in deze vorm normaal niet uitgesproken. clé is vrouwelijk, maar dat zie je in deze meervoudsvorm niet aan clés; het bezittelijk woord mes is hier bovendien dezelfde meervoudsvorm voor mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden. Samen vormen de delen J’ai encore besoin de mes clés. de betekenis: “Ik heb mijn sleutels nog nodig.” De spreker geeft aan dat de sleutels nog nodig zijn; mes clés is datgene wat nodig is. De volgende context ondersteunt dat het om sleutels gaat die zich in een zijvak bevinden.
Elles sont dans la poche sur le côté.
Ze zitten in het zijvak.
- Elles
- zij
- sont
- zijn
- dans
- in
- la poche
- het zakje; het vak
- sur le côté
- aan de zijkant
Uitgebreide uitleg
Elles betekent hier “ze” en verwijst, in samenhang met de eerder genoemde mes clés, naar die sleutels. Het is de vrouwelijke meervoudsvorm van het zelfstandige persoonlijk voornaamwoord; enkelvoud is elle (“zij”), meervoud elles (“zij/ze”). Het grammaticale geslacht en het meervoud horen bij de vorm van het voornaamwoord, niet bij sont. Sont is de tegenwoordige tijd van être (“zijn”) voor de derde persoon meervoud: elles sont = “ze zijn”. De volledige vervoeging die hier nuttig is, is bijvoorbeeld je suis, tu es, elle est, elles sont. In deze zin drukt être de plaats uit. Dans betekent “in” en leidt hier de plaatsbepaling in. Het daaropvolgende zelfstandig naamwoord krijgt het bepaalde lidwoord la: dans la poche = “in het zakje/in het vak”. Dans kan ook in andere contexten “binnen” betekenen, maar hier gaat het om een fysieke plaats. La poche is letterlijk “het zakje” of “het vak”, afhankelijk van het voorwerp. Poche is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat er la, niet le. Een bruikbaar contrast is une poche (“een zakje/een vak”) tegenover la poche (“het zakje/het vak”), waarbij het lidwoord bepaaldheid uitdrukt en op zichzelf geen aantal noemt. Sur le côté betekent “aan de zijkant”. Sur geeft hier de positie bij of aan een zijkant aan; le côté betekent “de zijkant”. Samen specificeert deze woordgroep welk vak bedoeld wordt: het vak aan de zijkant. De woordgroep staat na la poche en beschrijft die poche. De zin kan zo worden opgebouwd: Elles sont (“ze zijn”) + dans la poche (“in het vak”) + sur le côté (“aan de zijkant”). De volledige betekenis is: “Ze zitten in het zijvak.” Dit is een herbruikbaar patroon voor een plaats: X est/sont dans Y (“X is/zijn in Y”), eventueel gevolgd door een nadere plaatsbepaling.
Grammatica
L'impératif : essaie / ferme
Essaie. Ferme.
èsè. fèrm.Probeer. Sluit.
De gebiedende wijs gebruikt vaak alleen de werkwoordsvorm, zonder onderwerp.
petit → petite
petite poche
puh-tiet posjkleine zak
Een bijvoeglijk naamwoord past zich aan het geslacht van het zelfstandig naamwoord aan: petit wordt petite.
Frans woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik kan mijn portemonnee niet vinden.
Antwoord tonen
Je ne trouve pas mon portefeuille.Ik heb het voorvak al gecontroleerd.
Antwoord tonen
J’ai déjà vérifié la poche avant.Ik heb hem daar gevonden.
Antwoord tonen
Je l’ai trouvé là.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
vinden
Antwoord tonen
trouvecontroleren
Antwoord tonen
vérifiévoorste
Antwoord tonen
avantklein