Een telefoonoplader lenen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In daily life, one adult borrows a phone charger and cable from another person's bag and agrees to return everything..

NL → FR / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een telefoonoplader lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je peux emprunter ton chargeur de téléphone ?

Zje puh an-prun-tee tong sjarsjeur duh telefoon? Mag ik je telefoonoplader lenen?
B

Il est dans la poche intérieure de mon sac.

Iel ee dan la posj an-tee-rjeur duh mong sak. Hij zit in het binnenvak van mijn tas.
A

Le câble est avec le chargeur ?

Luh kabel ee a-vek luh sjarsjeur? Zit de kabel erbij?
B

Le câble est dans le petit étui.

Luh kabel ee dan luh puh-tee ee-twie. De kabel zit in het kleine etui.
A

J'ai trouvé les deux.

Zjee troe-vee lee deu. Ik heb ze allebei gevonden.
B

Remets le câble dans l'étui, s'il te plaît.

Ruh meh luh kabel dan lee-twie, siel tuh pleh. Doe de kabel alsjeblieft terug in het etui.
A

Je vais tout rendre avant de partir.

Zje veh toe ran-dr a-van duh par-tier. Ik breng alles terug voordat ik wegga.
B

Ça me va.

Saa muh vaa. Dat is goed voor mij.

Uitleg van de zinnen

  1. Je peux emprunter ton chargeur de téléphone ?

    Mag ik je telefoonoplader lenen?

    Je peux
    mag ik / kan ik
    emprunter
    lenen
    chargeur
    oplader
    téléphone
    telefoon
    Uitgebreide uitleg

    Je peux betekent hier “mag ik?” en vormt met de toon van de vraag een verzoek om toestemming. Letterlijk hoort bij pouvoir (“kunnen”): je peux = “ik kan”. Peux is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud; bij il/elle/on staat de vorm peut, bijvoorbeeld Elle peut venir = “Zij kan komen”. emprunter betekent hier “lenen”, dus iets tijdelijk van iemand gebruiken en het later teruggeven. Het is de infinitief na peux: Je peux emprunter ... ? = “Mag ik ... lenen?” De infinitief verandert niet mee met de persoon na pouvoir. Dit werkwoord verschilt van prêter, dat betekent dat je iets aan iemand uitleent: Je peux te prêter mon livre = “Ik kan je mijn boek uitlenen.” chargeur betekent “oplader”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het kan bijvoorbeeld ook in un chargeur (“een oplader”) en des chargeurs (“opladers”) staan. In deze zin is de oplader nader bepaald door de téléphone. téléphone betekent “telefoon”. In chargeur de téléphone geeft de téléphone aan waarvoor de oplader dient: “telefoonoplader”. De verbindt hier een zelfstandig naamwoord met een ander zelfstandig naamwoord; het drukt niet noodzakelijk bezit uit. Bijvoorbeeld: une coque de téléphone = “een telefoonhoesje”. Samen vormen Je peux emprunter ton chargeur de téléphone ? de vraag “Mag ik je telefoonoplader lenen?” Je peux vraagt toestemming, emprunter benoemt de handeling, en ton chargeur de téléphone is wat de spreker wil lenen. Ton betekent hier “je/jouw” en staat in de mannelijke enkelvoudsvorm omdat het verwijst naar het mannelijke zelfstandig naamwoord chargeur; de bezitter is niet daardoor mannelijk bepaald.

  2. Il est dans la poche intérieure de mon sac.

    Hij zit in het binnenvak van mijn tas.

    Il est
    hij is/zit
    dans
    in
    poche
    zakje/vak
    intérieure
    binnenste
    de
    van
    mon
    mijn
    sac
    tas
    Uitgebreide uitleg

    Il est bestaat uit het onderwerppronomen il en de derde persoon enkelvoud van être (zijn): il est. In deze zin geeft de vaste vertaling hij zit de plaatselijke betekenis weer. Il is mannelijk enkelvoud; de precieze referent wordt grammaticaal niet door dit pronomen zelf bepaald. dans is een voorzetsel met de betekenis ‘in’ en plaatst iets binnen een ruimte of voorwerp. Het patroon être dans + plaats kan dus bijvoorbeeld een positie aangeven: Le livre est dans le sac. — ‘Het boek zit in de tas.’ poche betekent hier ‘vak’ of ‘zakje’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une poche, la poche. In la poche intérieure staat het concreet voor een binnenvak. intérieure betekent hier ‘binnenste’ of ‘aan de binnenkant gelegen’. De basisvorm is het bijvoeglijk naamwoord intérieur; intérieure is de vrouwelijke enkelvoudsvorm die bij poche hoort. Vergelijk: un compartiment intérieur — ‘een binnenvak/compartiment’ en une poche intérieure — ‘een binnenvak’. De uitgang hoort dus bij het bijvoeglijk naamwoord, niet bij het zelfstandig naamwoord. de verbindt poche met de bezitter of het geheel waartoe het vak behoort. In la poche de mon sac betekent het ‘het vak van mijn tas’; het is hier geen los voorzetsel met de betekenis ‘in’. mon betekent ‘mijn’ voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het verwijst hier grammaticaal naar sac, dat mannelijk is: mon sac. Voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat doorgaans ma, bijvoorbeeld ma poche — ‘mijn zakje/mijn vak’. Voor meervoud staat mes, bijvoorbeeld mes sacs — ‘mijn tassen’. Dat poche vrouwelijk is, verandert mon hier niet, omdat mon bij het daaropvolgende bezit sac hoort. sac betekent ‘tas’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un sac, le sac. De combinatie mon sac betekent ‘mijn tas’. Samen vormen de delen Il est + dans la poche intérieure + de mon sac de betekenis: ‘Hij zit in het binnenvak van mijn tas.’ dans geeft de plaats aan, la poche intérieure benoemt het binnenvak, en de mon sac specificeert dat dit vak bij de tas van de spreker hoort.

  3. Le câble est avec le chargeur ?

    Zit de kabel erbij?

    câble
    kabel
    est
    is / zit
    avec
    met / erbij
    chargeur
    oplader
    Uitgebreide uitleg

    câble betekent hier “kabel”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: enkelvoud câble, meervoud câbles. In Le câble verwijst le naar een bepaalde kabel; le drukt op zichzelf geen aantal uit. est is de vorm van être (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp is Le câble, daarom staat hier de enkelvoudsvorm. In deze context wordt “zijn” natuurlijk weergegeven als “zitten”: de vraag gaat over de plaats of aanwezigheid van de kabel, niet over een andere vervoeging van een apart werkwoord “zitten”. avec is een voorzetsel met de betekenis “met” of, in deze context, “erbij”. Het verbindt de kabel met wat ernaast of samen mee aanwezig is. Een herbruikbaar patroon is être avec + zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld: Le livre est avec le cahier. — “Het boek is bij het schrift.” chargeur betekent “oplader”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: enkelvoud chargeur, meervoud chargeurs. In le chargeur maakt le het zelfstandig naamwoord bepaald: “de oplader”. avec le chargeur betekent hier “bij de oplader / erbij met de oplader”; avec le wordt in het Frans niet tot één vorm samengetrokken. De hele zin behoudt de gewone woordvolgorde van een mededeling: Le câble est avec le chargeur, maar de vraagintonatie en het vraagteken maken er een vraag van. Samen betekent Le câble est avec le chargeur ? hier: “Zit de kabel erbij?” of letterlijker: “Is de kabel bij de oplader?”

  4. Le câble est dans le petit étui.

    De kabel zit in het kleine etui.

    câble
    kabel
    est dans
    zit in
    petit
    klein
    étui
    etui
    Uitgebreide uitleg

    câble betekent hier “kabel”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un câble (een kabel), le câble (de kabel). Het meervoud is des câbles. Voorbeeld: Le câble est ici. = “De kabel is hier.” est dans combineert est, de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”), met dans (“in”). Dit patroon drukt uit dat iets zich binnen een plaats of voorwerp bevindt: Le livre est dans le sac. = “Het boek zit in de tas.” Être is het werkwoord; dans is het voorzetsel. petit betekent hier “klein”. Deze vorm is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord; hij stemt hier af op het mannelijke enkelvoud étui. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is petite, bijvoorbeeld in une petite boîte (“een klein doosje”; boîte is vrouwelijk). Voorbeeld: un petit sac = “een kleine tas”. étui betekent “etui” of “hoesje”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un étui, l’étui. Het meervoud is des étuis. In deze zin is het etui de plaats waarin de kabel zich bevindt. Samen betekent Le câble est dans le petit étui.: “De kabel zit in het kleine etui.” Le câble is het bepaalde onderwerp, est dans geeft de locatie aan, en le petit étui is de specifieke plaats; petit staat bij étui en neemt daarvan het mannelijke enkelvoud over.

  5. J'ai trouvé les deux.

    Ik heb ze allebei gevonden.

    J'ai
    ik heb
    trouvé
    gevonden
    les deux
    ze allebei
    Uitgebreide uitleg

    J'ai is de samentrekking van je en ai: je betekent “ik” en ai is de eerste persoon enkelvoud van avoir in de tegenwoordige tijd. Hier dient avoir als hulpwerkwoord voor de passé composé. Daarom vormt J'ai ... de betekenis “ik heb ... gevonden”, en drukt het niet gewoon bezit uit. Voorbeeld: J'ai compris. — “Ik heb het begrepen.” trouvé is het voltooid deelwoord van trouver (“vinden”). Samen met ai vormt het de passé composé: j'ai trouvé betekent hier dat het vinden als voltooid wordt voorgesteld. De basisvorm is trouver; het voltooid deelwoord is trouvé. Voorbeeld: J'ai trouvé mon livre. — “Ik heb mijn boek gevonden.” In deze zin heeft trouvé geen zichtbare uitgang voor getal of geslacht. Bij avoir kan de overeenkomst afhangen van de plaats van een voorafgaand lijdend voorwerp; hier staat het lijdend voorwerp na het werkwoord. les deux is een zelfstandige uitdrukking met de betekenis “allebei” of “de twee”. les verwijst naar identificeerbare zaken in de context, terwijl deux het aantal twee aangeeft. Hier verwijst de uitdrukking naar de twee relevante zaken, zonder dat de zin ze zelf benoemt. Vergelijk deux câbles (“twee kabels”) met les deux (“ze allebei” / “de twee”); de tweede uitdrukking kan de al begrepen zaken vervangen. De uiting combineert het onderwerp en hulpwerkwoord J'ai met de voltooide werkwoordsvorm trouvé, gevolgd door les deux als lijdend voorwerp: “Ik heb ze allebei gevonden.”

  6. Remets le câble dans l'étui, s'il te plaît.

    Doe de kabel alsjeblieft terug in het etui.

    Remets
    doe terug
    le câble
    de kabel
    dans l'étui
    in het etui
    s'il te plaît
    alsjeblieft
    Uitgebreide uitleg

    Remets komt van remettre en staat hier in de gebiedende wijs voor tu: remets = “doe terug” of “leg terug”. Het voorvoegsel re- draagt hier het idee van terugkeer. Andere vormen zijn bijvoorbeeld remettons voor nous en remettez voor vous. Voorbeeld: Remets le livre ici. — “Leg het boek hier terug.” le câble betekent hier “de kabel”. câble is een zelfstandig naamwoord van mannelijk geslacht in het enkelvoud; daarom staat ervoor het bepaalde lidwoord le. Het lidwoord drukt hier bepaaldheid uit, niet een numerieke hoeveelheid. dans l'étui betekent “in het etui”. dans geeft de plaats aan: iets bevindt zich in een ruimte of voorwerp. étui is mannelijk, maar le wordt vóór een klinker verkort tot l': l'étui. De apostrof hoort dus bij de Franse elisie van het lidwoord. Voorbeeld: Le stylo est dans l'étui. — “De pen zit in het etui.” s'il te plaît is de vaste beleefde formule “alsjeblieft” bij aanspreking met te, dus bij de informele tweede persoon enkelvoud. De vorm bevat si + il, waarbij si il tot s'il wordt verkort. In deze uitdrukking wordt niet de letterlijke voorwaardelijke betekenis benadrukt; de hele formule verzacht het verzoek. Samen vormt Remets le câble dans l'étui een verzoek om de kabel terug in het etui te doen. Remets geeft de handeling en het idee van terugplaatsen aan, le câble is wat teruggeplaatst wordt en dans l'étui geeft de bestemming aan. S'il te plaît maakt het verzoek beleefd: “Doe de kabel alsjeblieft terug in het etui.”

  7. Je vais tout rendre avant de partir.

    Ik breng alles terug voordat ik wegga.

    Je vais
    ik ga
    tout
    alles
    rendre
    terugbrengen
    avant de
    voordat
    partir
    vertrekken
    Uitgebreide uitleg

    Je vais bestaat uit je (“ik”) en vais, de vorm van aller (“gaan”). Samen met een daaropvolgend infinitief vormt dit de futur proche: je vais + infinitief betekent dat ik iets ga doen. Voorbeeld: Je vais travailler. — “Ik ga werken.” Hier hoort vais dus bij de constructie vais rendre, niet bij een zelfstandig gebruikte betekenis van “gaan”. tout betekent hier “alles” en staat zelfstandig als voornaamwoord. Het verwijst naar alles wat teruggebracht moet worden; de zin bepaalt niet precies welke zaken dat zijn. Het kan ook vóór een werkwoord staan, zoals in Je comprends tout. — “Ik begrijp alles.” rendre is het infinitief van “terugbrengen” of, afhankelijk van de context, “teruggeven”. Hier betekent het “terugbrengen”, zoals de vaste vertaling aangeeft. Het werkwoord staat na vais in de infinitief: je vais rendre. In een gewone tegenwoordige-tijdsvorm krijgt het een persoonsvorm, bijvoorbeeld je rends — “ik breng terug”. avant de betekent “voordat” wanneer er daarna een infinitief komt. De constructie is avant de + infinitief; daarom betekent avant de partir “voordat ik vertrek”. Bij een expliciet onderwerp met een vervoegd werkwoord gebruikt het Frans avant que, bijvoorbeeld avant qu’il parte — “voordat hij vertrekt”. partir is het infinitief van “vertrekken” of “weggaan”. In deze constructie heeft het geen apart uitgesproken onderwerp: het begrepen onderwerp is hetzelfde als in het hoofdgedeelte, namelijk je. Voorbeeld: Je pars avant midi. — “Ik vertrek voor de middag.” De volledige structuur is Je vais + tout rendre + avant de partir: “Ik ga alles terugbrengen voordat ik wegga.” Je vais rendre geeft de voorgenomen nabije handeling aan, tout is het voorwerp van rendre, en avant de partir plaatst het vertrek na het terugbrengen in de tijd. De vaste Nederlandse vertaling bevestigt de bedoelde betekenis: “Ik breng alles terug voordat ik wegga.”

  8. Ça me va.

    Dat is goed voor mij.

    Ça me va
    Dat past bij mij; dat is goed voor mij.
    Uitgebreide uitleg

    Ça me va is een vaste, veelgebruikte Franse constructie met de betekenis “dat is goed voor mij” of “dat past bij mij”. Ça is hier een aanwijzend voornaamwoord: “dat”. Het verwijst naar iets dat in de situatie al duidelijk is, maar de aangeleverde zin specificeert niet zelfstandig waarnaar precies. me betekent hier “mij” en geeft aan voor wie iets geschikt of aanvaardbaar is. In deze constructie staat het voornaamwoord vóór het werkwoord. Vergelijk: Ça te va. — “Dat is goed voor jou.” va is de vorm van aller (“gaan”) voor il/elle/on in de tegenwoordige tijd. In Ça va heeft aller echter niet de letterlijke betekenis “gaan”; samen met ça betekent het bijvoorbeeld “het gaat” of, in Ça me va, “dat past bij mij”. Als geheel zegt de spreker dat de bedoelde optie, afspraak of oplossing voor de spreker geschikt is. De letterlijke volgorde is ongeveer: “Dat gaat voor mij”, maar natuurlijk Nederlands is “Dat is goed voor mij” of “Dat past bij mij”. De constructie is neutraal en bruikbaar om instemming met een voorstel of geschiktheid uit te drukken.

Grammatica

Impératif : Remets + nom + s’il te plaît

Remets le câble, s’il te plaît.

Ruh meh luh kabel, siel tuh pleh.

Doe de kabel terug, alsjeblieft.

Bij een bevel staat het onderwerp meestal niet; s’il te plaît maakt het verzoek beleefder.

Ça me va

Ça me va.

Saa muh vaa.

Dat is goed voor mij.

Deze vaste uitdrukking betekent dat iets voor jou geschikt of akkoord is.

Frans woordenschat

avec voorzetsel
a-vek met

avec le chargeur

câble zelfstandig naamwoord
kabel kabel

Le câble est avec le chargeur ?

chargeur zelfstandig naamwoord
sjarsjeur oplader

ton chargeur de téléphone

deux telwoord
deu twee

les deux

emprunter werkwoord
an-prun-tee lenen

Je peux emprunter ton chargeur de téléphone ?

étui zelfstandig naamwoord
ee-twie etui

dans le petit étui

intérieur bijvoeglijk naamwoord
an-tee-rjeur binnen- intérieure

la poche intérieure

petit bijvoeglijk naamwoord
puh-tee klein

le petit étui

poche zelfstandig naamwoord
posj zak

la poche intérieure de mon sac

sac zelfstandig naamwoord
sak tas

mon sac

téléphone zelfstandig naamwoord
telefoon telefoon

chargeur de téléphone

trouver werkwoord
troe-vee vinden trouvé

J'ai trouvé les deux.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb ze allebei gevonden.

Antwoord tonenJ'ai trouvé les deux.

Dat is goed voor mij.

Antwoord tonenÇa me va.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

oplader

Antwoord tonenchargeur

binnen-

Antwoord tonenintérieure

zak

Antwoord tonenpoche

telefoon

Antwoord tonentéléphone