Een vermist notitieboekje en een rugzak | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a daily life setting, two adults look for a missing notebook and decide where to keep it in a backpack..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Een vermist notitieboekje en een rugzak oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Mon carnet a disparu.

Mong kar-nee aa die-spa-rü. Mijn notitieboekje is weg.
B

Il est peut-être sur la table.

Iel è peut-ètr suur la tabl. Misschien ligt het op tafel.
A

J'ai déjà regardé là.

Zjee dee-zjaa ruh-gar-dee la. Ik heb daar al gekeken.
B

Regarde sous ton sac bleu.

Ruh-gard soe tong sak bleu. Kijk onder je blauwe tas.
A

Je l'ai trouvé sous le sac.

Zjeuh lée troe-vee soe luh sak. Ik heb het onder de tas gevonden.
B

Mets-le maintenant dans ton sac à dos.

Mèh-luh mèng-tuh-nang dang tong sak aa doo. Stop het nu in je rugzak.
A

Je vais le garder dans la poche avant.

Zjeuh vèh luh gar-dee dang la posj a-vang. Ik bewaar het in het voorvak.
B

Utilise la poche principale pour le trouver facilement.

Uu-ti-lies la posj prèng-sie-pal poer luh troe-vee fa-see-luh-mang. Gebruik het hoofdvak, zodat je het makkelijk kunt vinden.

Woord voor woord

Mon «Mon» betekent hier ‘mijn’ en hoort bij «carnet» in «Mon carnet». Gebruik «mon» vóór een zelfstandig naamwoord om aan te geven dat iets van de spreker is, zoals bij een persoonlijk voorwerp.
carnet «Carnet» betekent hier ‘notitieboekje’, het voorwerp dat verdwenen is. In «Mon carnet» staat het zelfstandig naamwoord na een bezittelijk woord; je gebruikt het wanneer je naar een klein boekje of notitieboek verwijst.
a «a» helpt hier samen met «disparu» om uit te drukken dat het notitieboekje verdwenen is: «a disparu». Het is een vorm van avoir die vóór deze werkwoordsvorm staat. Je gebruikt deze combinatie om te vertellen dat iets al verdwenen of gebeurd is.
disparu «Disparu» betekent hier ‘verdwenen’ in «Mon carnet a disparu». De vorm hoort bij het werkwoord disparaître en staat hier na «a» om de verdwenen toestand van het carnet uit te drukken. Je gebruikt dit wanneer je meldt dat iemand of iets niet meer aanwezig is.
Il «Il» betekent hier ‘het’ en verwijst naar het carnet. In «Il est peut-être sur la table» is het de persoon of zaak waarover de zin gaat. Gebruik «il» om opnieuw naar een eerder genoemd mannelijk zelfstandig naamwoord of voorwerp te verwijzen.
est «Est» betekent hier ‘is’ in «Il est peut-être sur la table». Het is een vorm van être en verbindt het onderwerp met de mogelijke locatie op de tafel. Gebruik «il est» samen met een plaatsbepaling om te zeggen waar iets zich bevindt.
peut-être «Peut-être» betekent samen ‘misschien’ en maakt de locatie onzeker in «Il est peut-être sur la table». «Peut» draagt het idee ‘kan’ bij en «être» het idee ‘zijn’; samen vormen ze deze vaste uitdrukking. Gebruik «peut-être» wanneer je een mogelijkheid noemt zonder zekerheid te geven.
sur «Sur» betekent hier ‘op’ en geeft de plaats aan in «sur la table». Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat de locatie benoemt. Gebruik «sur» voor iets dat zich op een oppervlak bevindt.
la «La» is hier het bepaalde lidwoord vóór «table» in «la table» en betekent ‘de’. Het verwijst naar een specifieke tafel die in de situatie bekend is. Gebruik «la» vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord wanneer je naar iets bepaalds verwijst.
table «Table» betekent hier ‘tafel’ in «sur la table». Samen met «sur» vormt het de plaatsbepaling waar het carnet misschien ligt. Je gebruikt «table» wanneer je naar een tafel als meubel of oppervlak verwijst.
J' «J'» betekent hier ‘ik’ en is de verkorte vorm van je vóór «ai», zoals in «J'ai déjà regardé là». De apostrof verbindt het voornaamwoord met het volgende woord. Gebruik deze vorm wanneer je zelf de handeling uitvoert en het volgende woord met een klinker begint.
ai «Ai» betekent hier ‘heb’ in «J'ai déjà regardé là». Het is een vorm van avoir en helpt samen met «regardé» om te zeggen dat de spreker al heeft gekeken. Gebruik «ai» na je wanneer je over een eigen voltooide handeling spreekt.
déjà «Déjà» betekent hier ‘al’ in «J'ai déjà regardé là» en laat zien dat het kijken eerder heeft plaatsgevonden. Het staat hier vóór «regardé» binnen de werkwoordsgroep. Gebruik «déjà» om aan te geven dat iets eerder dan nu is gebeurd.
regardé «Regardé» betekent hier ‘gekeken’ in «J'ai déjà regardé là». De vorm hoort bij regarder en staat na «ai» om de eerdere handeling uit te drukken. Je gebruikt «ai regardé» wanneer je vertelt dat je ergens hebt gekeken of iets hebt gecontroleerd.
«Là» betekent hier ‘daar’ en verwijst naar de genoemde plek in «J'ai déjà regardé là». Het wijst naar een locatie die uit de context duidelijk is, hier de tafel. Gebruik «là» om naar een concrete plek te verwijzen zonder die opnieuw te benoemen.
Regarde «Regarde» betekent hier ‘kijk’ in «Regarde sous ton sac bleu». Het is de directe instructievorm van regarder en geeft de andere persoon een opdracht. Gebruik «regarde» wanneer je iemand vraagt om ergens aandachtig te kijken.
sous «Sous» betekent hier ‘onder’ in «sous ton sac bleu». Het staat vóór de woordgroep die aangeeft waar het carnet gezocht moet worden. Gebruik «sous» voor een plaats onder een voorwerp.
ton «Ton» betekent hier ‘jouw’ en bepaalt «sac» in «ton sac bleu». Het geeft aan dat de tas van de aangesproken persoon is. Gebruik «ton» vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je iemand rechtstreeks naar diens voorwerp verwijst.
sac «Sac» betekent hier ‘tas’ in «ton sac bleu» en «le sac», en maakt ook deel uit van «sac à dos». Het woord benoemt het voorwerp waaronder het carnet ligt en waarin het later wordt opgeborgen. Je gebruikt «sac» voor een tas; in «sac à dos» betekent de hele uitdrukking ‘rugzak’.
bleu «Bleu» betekent hier ‘blauw’ in «sac bleu» en beschrijft welke tas bedoeld wordt. Het staat na «sac» in deze woordgroep. Gebruik «sac bleu» wanneer je een blauwe tas wilt identificeren.
Je «Je» betekent ‘ik’ en is het onderwerp in «Je l'ai trouvé» en «Je vais le garder». Het maakt duidelijk dat de spreker de handeling uitvoert. Gebruik «je» wanneer je over jezelf spreekt als degene die iets doet.
l' «L'» betekent hier ‘het’ en verwijst naar het carnet in «Je l'ai trouvé». Het is de verkorte objectvorm van le vóór «ai». Gebruik «l'» vóór een klinker wanneer een eerder genoemd voorwerp het object van de handeling is.
trouvé «Trouvé» betekent hier ‘gevonden’ in «Je l'ai trouvé». De vorm hoort bij trouver en staat samen met «ai» om de voltooide handeling van vinden uit te drukken. Je gebruikt «Je l'ai trouvé» wanneer je meldt dat je een gezocht voorwerp hebt gevonden.
Mets «Mets» betekent hier ‘stop’ of ‘zet’ in «Mets-le maintenant dans ton sac à dos». Het is de directe instructievorm van mettre en vraagt iemand om iets ergens te plaatsen. Gebruik «mets» vóór het voorwerp dat iemand moet neerleggen of opbergen.
le «Le» betekent hier ‘het’ en verwijst naar het carnet in «Mets-le». Het is hier een objectvorm en staat met een koppelteken achter de opdrachtvorm. Gebruik «mets-le» wanneer je iemand vraagt een eerder genoemd mannelijk voorwerp te plaatsen.
maintenant «Maintenant» betekent ‘nu’ in «Mets-le maintenant». Het geeft aan dat de opdracht onmiddellijk moet worden uitgevoerd. Gebruik «maintenant» om het tijdstip van een handeling op het huidige moment te leggen.
dans «Dans» betekent hier ‘in’ of ‘naar binnen in’ en geeft de bestemming aan in «dans ton sac à dos». Het staat vóór de tas waarin het carnet moet worden opgeborgen. Gebruik «dans» vóór een tas, doos of andere ruimte waarin iets terechtkomt.
à «À» is hier een verbindend onderdeel van de vaste uitdrukking «sac à dos», die samen ‘rugzak’ betekent. In deze uitdrukking moet je «à» niet los vertalen als ‘aan’; het verbindt «sac» met «dos» in de naam van het voorwerp. Gebruik de hele uitdrukking «sac à dos» wanneer je een rugzak benoemt.
dos «Dos» betekent hier ‘rug’ als onderdeel van «sac à dos». Samen met «sac» en «à» benoemt het een tas die je op je rug draagt. Gebruik «dos» in deze uitdrukking wanneer je naar een rugzak verwijst.
vais «Vais» betekent hier ‘ga’ in «Je vais le garder» en geeft aan wat de spreker van plan is te doen. Het is een vorm van aller en staat vóór het werkwoord «garder». Gebruik «vais + infinitief» om een eigen voornemen of nabije toekomstige handeling uit te drukken.
garder «Garder» betekent hier ‘bewaren’ of ‘houden’ in «Je vais le garder». Het is de infinitief die volgt op «vais» en benoemt wat de spreker met het carnet zal doen. Gebruik «vais le garder» wanneer je zegt dat je iets op een bepaalde plaats wilt houden.
poche «Poche» betekent hier ‘vak’ in «la poche avant» en verwijst naar een compartiment van de tas. Het staat na «la» en wordt nader bepaald door «avant». Je gebruikt «poche» voor een zak of opbergvak waarin iets kan worden bewaard.
avant «Avant» betekent hier ‘voorste’ of ‘aan de voorkant’ in «la poche avant». Het specificeert welk vak van de tas bedoeld wordt. Gebruik «poche avant» wanneer je naar het vak aan de voorkant verwijst.
Utilise «Utilise» betekent hier ‘gebruik’ in «Utilise la poche principale». Het is de directe instructievorm van utiliser en geeft een praktische opdracht. Gebruik «utilise» wanneer je iemand vertelt welk voorwerp of welke plaats hij of zij moet gebruiken.
principale «Principale» betekent hier ‘belangrijkste’ of ‘hoofd-’ in «la poche principale». De vorm hoort bij principal en specificeert dat dit het hoofdvak is. Gebruik «poche principale» wanneer je het belangrijkste opbergvak van een tas bedoelt.
pour «Pour» betekent hier ‘om te’ en introduceert het doel in «pour le trouver facilement». Het staat vóór de infinitief «trouver». Gebruik «pour + infinitief» om uit te leggen waarvoor iemand iets doet.
trouver «Trouver» betekent hier ‘vinden’ in «pour le trouver facilement». Het is de infinitief na «pour» en benoemt het doel van het gebruik van de hoofdvak. Gebruik «pour trouver» wanneer je zegt dat iets bedoeld is om iets te kunnen vinden.
facilement «Facilement» betekent hier ‘gemakkelijk’ en beschrijft hoe je het carnet kunt vinden in «le trouver facilement». Het geeft de manier van de handeling aan. Gebruik «facilement» om te zeggen dat iets zonder veel moeite gebeurt.

Grammatica

Impératif + pronom objet : mets-le

Regarde sous ton sac. Mets-le dans le sac à dos.

Ruh-gard soe tong sak. Mèh-luh dang luh sak aa doo.

Kijk onder je tas. Stop het in de rugzak.

In het Frans staat het objectpronomen bij een bevestigende gebiedende wijs achter het werkwoord en wordt het met een koppelteken verbonden.

pour + infinitif

J'utilise la poche principale pour trouver mon carnet.

Zjuu-ti-lies la posj prèng-sie-pal poer troe-vee mong kar-nee.

Ik gebruik het hoofdvak om mijn notitieboekje te vinden.

Na pour staat het werkwoord in de infinitief wanneer het doel wordt uitgedrukt: ‘om te …’.

Frans woordenschat

a disparu werkwoord
aa die-spa-rü is verdwenen
carnet zelfstandig naamwoord
kar-nee notitieboekje
déjà bijwoord
dee-zjaa al
il voornaamwoord
iel het
bijwoord
la daar
mon bepaler
mong mijn
peut-être bijwoord
peu-tètr misschien
regardé werkwoord
ruh-gar-dee gekeken
regarde werkwoord
ruh-gard kijk
sous voorzetsel
soe onder
sur voorzetsel
suur op
table zelfstandig naamwoord
tabl tafel

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mijn notitieboekje is weg.

Antwoord tonenMon carnet a disparu.

Misschien ligt het op tafel.

Antwoord tonenIl est peut-être sur la table.

Ik heb daar al gekeken.

Antwoord tonenJ'ai déjà regardé là.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

tafel

Antwoord tonentable

gekeken

Antwoord tonenregardé

al

Antwoord tonendéjà

notitieboekje

Antwoord tonencarnet