Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een vermist notitieboekje en een rugzak oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Mon carnet a disparu.
Mong kar-nee aa die-spa-rü. Mijn notitieboekje is weg.Il est peut-être sur la table.
Iel è peut-ètr suur la tabl. Misschien ligt het op tafel.J'ai déjà regardé là.
Zjee dee-zjaa ruh-gar-dee la. Ik heb daar al gekeken.Regarde sous ton sac bleu.
Ruh-gard soe tong sak bleu. Kijk onder je blauwe tas.Je l'ai trouvé sous le sac.
Zjeuh lée troe-vee soe luh sak. Ik heb het onder de tas gevonden.Mets-le maintenant dans ton sac à dos.
Mèh-luh mèng-tuh-nang dang tong sak aa doo. Stop het nu in je rugzak.Je vais le garder dans la poche avant.
Zjeuh vèh luh gar-dee dang la posj a-vang. Ik bewaar het in het voorvak.Utilise la poche principale pour le trouver facilement.
Uu-ti-lies la posj prèng-sie-pal poer luh troe-vee fa-see-luh-mang. Gebruik het hoofdvak, zodat je het makkelijk kunt vinden.Uitleg van de zinnen
Mon carnet a disparu.
Mijn notitieboekje is weg.
- Mon
- mijn
- carnet
- notitieboekje
- a disparu
- is verdwenen
Uitgebreide uitleg
Mon betekent hier “mijn” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. In het Frans past dit bezittelijke woord zich aan het bezeten zelfstandig naamwoord aan, niet aan de persoon die bezit: mon carnet is enkelvoud en carnet is mannelijk. Bij een vrouwelijk enkelvoud staat doorgaans ma, bijvoorbeeld ma table = “mijn tafel”; voor het meervoud staat mes. carnet betekent hier “notitieboekje” of “schriftje”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un carnet, le carnet. Een bruikbaar contrast is un livre = “een boek” en une table = “een tafel”; het lidwoord laat daar ook het grammaticale geslacht zien. a disparu is de vorm van disparaître (“verdwijnen”) in de voltooide verleden tijd. a is de tegenwoordige tijd van avoir bij een derde persoon enkelvoud, en disparu is het voltooid deelwoord van disparaître. Samen betekent dit “is verdwenen” of, in deze context, “is weg”. Vergelijk: Le train a disparu. = “De trein is verdwenen.” Het onderwerp is hier carnet, dus de derde persoon enkelvoud is passend. Samen vormt Mon carnet a disparu. de betekenis: “Mijn notitieboekje is weg.” De bezittelijke bepaling mon specificeert welk notitieboekje bedoeld wordt; a disparu zegt wat ermee is gebeurd.
Il est peut-être sur la table.
Misschien ligt het op tafel.
- Il
- het
- est
- is
- peut-être
- misschien
- sur
- op
- table
- tafel
Uitgebreide uitleg
Il is hier het onderwerp en verwijst, met steun van de vorige zin en de vaste vertaling, naar het notitieboekje. In deze zin is il dus het mannelijke enkelvoudige persoonlijke voornaamwoord voor een niet-sprekend wezen of voorwerp. Het voornaamwoord zelf zegt niet dat elk mannelijk woord altijd naar een persoon verwijst. est is de vorm van être (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De nuttige reeks is: je suis, tu es, il/elle est. In een plaatsbepaling gebruikt het Frans être om aan te geven waar iets zich bevindt; de Nederlandse vertaling gebruikt hier natuurlijk ligt, omdat een notitieboekje als horizontaal voorwerp wordt voorgesteld. peut-être betekent “misschien” en maakt de mededeling onzeker. Het is een vaste uitdrukking; schrijf hem hier met een koppelteken. Vergelijk als zelfstandig patroon: Peut-être demain. — “Misschien morgen.” sur is een voorzetsel dat hier een positie op een oppervlak aanduidt: “op”. Het kan in andere contexten ook een betekenis als “over” of “bovenop” hebben, maar hier gaat het om de plaats van het notitieboekje. table is een zelfstandig naamwoord voor “tafel”. Het staat na het lidwoord la: la table betekent “de tafel”. Table is vrouwelijk en enkelvoud; dat bepaalt hier de vorm la, maar het woord table zelf verandert daardoor niet. Voorbeeld: sur la chaise — “op de stoel”. Samen vormen Il est en sur la table de plaatsbeschrijving “het is op de tafel”, terwijl peut-être die beschrijving afzwakt tot “misschien”. De volledige betekenis is daarom: “Misschien ligt het op tafel.”`
J'ai déjà regardé là.
Ik heb daar al gekeken.
- J'ai
- ik heb
- déjà
- al
- regardé
- gekeken
- là
- daar
Uitgebreide uitleg
J'ai is de samentrekking van je (ik) en ai, de tegenwoordige tijd van avoir voor de eerste persoon enkelvoud. Hier werkt ai als hulpwerkwoord in de passé composé; op zichzelf betekent J'ai dus niet noodzakelijk alleen “ik heb” als bezit. Vergelijk: J'ai un livre. — “Ik heb een boek.” déjà betekent hier “al” of “reeds”: de handeling heeft op het genoemde moment plaatsgevonden. Het staat vóór het voltooid deelwoord. Voor het tegenovergestelde gebruik je vaak jamais in een ontkennende zin: Je n'ai jamais regardé là. — “Ik heb daar nooit gekeken.” regardé is het voltooid deelwoord van regarder (“kijken”). De vorm regarder is de infinitief; regardé combineert hier met ai om de passé composé te vormen: j'ai regardé — “ik heb gekeken”. Bij een regelmatig werkwoord op -er eindigt het voltooid deelwoord doorgaans op -é; dat is niet hetzelfde als de infinitiefuitgang -er. Voorbeeld: J'ai regardé le film. — “Ik heb de film bekeken.” là betekent hier “daar” en verwijst naar een plaats, zonder dat de vaste zin die plaats verder benoemt. Het is een plaatsaanduiding, geen zelfstandig naamwoord. Vergelijk het nabije ici (“hier”): Je regarde ici. — “Ik kijk hier.” Samen vormen de delen J'ai déjà regardé (“ik heb al gekeken”) en là (“daar”) de volledige betekenis: J'ai déjà regardé là. — “Ik heb daar al gekeken.”
Regarde sous ton sac bleu.
Kijk onder je blauwe tas.
- Regarde
- kijk
- sous
- onder
- ton
- je/jouw
- sac
- tas
- bleu
- blauw
Uitgebreide uitleg
Regarde betekent hier “kijk”. Het is de gebiedende wijs van regarder (“kijken”) voor tu. In een opdracht wordt het onderwerp meestal niet uitgesproken: Regarde ici. = “Kijk hier.” De vorm verschilt van de infinitief regarder. sous betekent “onder” en geeft hier de plaats aan. Het wordt gevolgd door het zelfstandig naamwoord of de naamwoordgroep die de plaats bepaalt: Le livre est sous la table. = “Het boek ligt onder de tafel.” ton is hier een bezittelijk woord met de betekenis “je” of “jouw” en staat vóór het bezeten zelfstandig naamwoord. In ton sac verwijst de vorm naar een mannelijk enkelvoudig woord: “je tas”. Het bezittelijk woord stemt in deze combinatie af op het bezeten woord, niet op de persoon die bezit. Bij een vrouwelijk enkelvoudig woord staat gewoonlijk ta, bijvoorbeeld ta chaise = “je stoel”. Voor een vrouwelijk enkelvoudig woord dat met een klinkerklank begint, staat echter ton, bijvoorbeeld ton amie = “je vriendin”; dat voorkomt een onhandige opeenvolging van klinkers. Meervoud gebruikt tes, bijvoorbeeld tes sacs = “je tassen”. sac betekent “tas”. Het is hier een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; dat past bij ton in ton sac. Een herbruikbaar patroon is un sac (“een tas”) en des sacs (“tassen”); het meervoud heeft hier de uitgang -s. bleu betekent hier “blauw” en beschrijft sac. Het bijvoeglijk naamwoord staat in deze naamwoordgroep na het zelfstandig naamwoord en heeft hier de mannelijke enkelvoudsvorm: un sac bleu. Bij een vrouwelijk enkelvoudig woord is de vorm bleue, bijvoorbeeld une voiture bleue = “een blauwe auto”. Samen vormt Regarde sous ton sac bleu de opdracht: “Kijk onder je blauwe tas.” Regarde geeft de opdracht, sous geeft de plaats aan, en ton sac bleu betekent “je blauwe tas”.
Je l'ai trouvé sous le sac.
Ik heb het onder de tas gevonden.
- Je
- ik
- l'ai
- heb het
- trouvé
- gevonden
- sous
- onder
- sac
- tas
Uitgebreide uitleg
Je is het onderwerp en betekent hier “ik”. Het is de eerste persoon enkelvoud. Een nuttig contrast is je tegenover tu: je verwijst naar de spreker, terwijl tu naar de aangesprokene verwijst. l'ai combineert het objectpronomen l' met de vorm ai van avoir. l' betekent hier “het” en verwijst naar het gevonden voorwerp; door de klinker aan het begin van ai is het pronomen verkort geschreven. ai is de vorm van avoir voor je in de tegenwoordige tijd en dient hier als hulpwerkwoord. Het patroon je l'ai + voltooid deelwoord` is een bruikbare manier om “ik heb het …” uit te drukken. trouvé is het voltooid deelwoord van trouver, “vinden”. Samen met ai vormt het de passé composé: j'ai trouvé betekent “ik heb gevonden”. De vorm in de bron is precies trouvé; die mag niet stilzwijgend worden vervangen door een andere vorm. Voorbeeld: J'ai trouvé mon livre. — “Ik heb mijn boek gevonden.” sous betekent “onder” en geeft hier de plaats aan. Het staat vóór de zelfstandige naamwoordgroep: sous le sac — “onder de tas”. Voorbeeld: Le chat est sous la table. — “De kat is onder de tafel.” sac betekent “tas”. Het is een zelfstandig naamwoord; in deze zin staat het in het enkelvoud en met het lidwoord le: le sac. Het woord kan in andere contexten met een bepaling worden uitgebreid, bijvoorbeeld un sac bleu — “een blauwe tas”. Samen vormen Je l'ai trouvé en sous le sac de betekenis: “Ik heb het onder de tas gevonden.” De spreker is degene die iets gevonden heeft; l' is het gevonden voorwerp, en sous le sac geeft de plaats aan waar het werd gevonden. De zin gebruikt de passé composé om een afgeronde gebeurtenis in het verleden uit te drukken.
Mets-le maintenant dans ton sac à dos.
Stop het nu in je rugzak.
- Mets-le
- stop het
- maintenant
- nu
- dans
- in
- ton
- jouw
- sac à dos
- rugzak
Uitgebreide uitleg
Mets-le betekent hier “stop het”. Mets is de bevestigende gebiedende wijs van mettre (“zetten, leggen, doen/stoppen”); de vorm hoort bij tu. In een bevestigende Franse gebiedende wijs komt het objectvoornaamwoord achter het werkwoord en wordt het met een koppelteken verbonden: Mets-le. Le is hier het lijdend voorwerp “het”, aansluitend bij het eerder genoemde voorwerp in de context. Voorbeeld: Mets le livre dans le sac. — “Stop het boek in de tas.” maintenant betekent “nu” en geeft aan wanneer de handeling moet gebeuren. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. dans betekent “in” en leidt hier de plaatsbepaling in: iets wordt binnen een bepaalde ruimte geplaatst. Voorbeeld: Le téléphone est dans le sac. — “De telefoon zit in de tas.” ton betekent “jouw” vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het bezittelijk woord stemt af op sac, het bezeten zelfstandig naamwoord, niet op de persoon die bezit. Voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord is de vorm doorgaans ta, en voor een meervoudig zelfstandig naamwoord tes: ton livre, ta poche, tes livres. sac à dos betekent “rugzak”. Dit is een vaste zelfstandig-naamwoordelijke combinatie: sac betekent “tas” en à dos specificeert het type tas. Sac is mannelijk en enkelvoud; dat verklaart de vorm ton in ton sac à dos. Voorbeeld: Mon sac à dos est lourd. — “Mijn rugzak is zwaar.” Samen vormen de delen de opdracht: Mets-le geeft de handeling en het voorwerp “het” aan, maintenant bepaalt het tijdstip, en dans ton sac à dos geeft aan waar het voorwerp moet worden geplaatst. De volledige betekenis is: “Stop het nu in je rugzak.”
Je vais le garder dans la poche avant.
Ik bewaar het in het voorvak.
- Je vais
- ik ga
- le
- het
- garder
- bewaren
- la poche
- het vak
- avant
- voorste
Uitgebreide uitleg
Je vais is hier de vorm van aller met je: vais is de tegenwoordige tijd van aller. Samen met een infinitief vormt dit de nabije toekomst: Je vais garder betekent “ik ga bewaren”. Het is dus niet alleen een losse betekenis van vais; het patroon is je vais + infinitief. Voorbeeld: Je vais partir. — “Ik ga vertrekken.” le is een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp. In deze zin verwijst het, volgens de vaste vertaling, naar het voorwerp dat wordt opgeborgen: “het”. De vorm le hoort bij een mannelijk enkelvoudig referent; het voornaamwoord zelf draagt hier geen meervoudsuitgang. In Je vais le garder staat het vóór de infinitief garder, binnen de constructie met de nabije toekomst. garder is de infinitief met de betekenis “bewaren” of “houden”. Na vais blijft het werkwoord in de infinitief: je vais garder, niet een vervoegde vorm van garder. Een bruikbaar contrast is Je le garde. — “Ik bewaar het.” Dat is de tegenwoordige tijd; Je vais le garder. plaatst het bewaren in de nabije toekomst. la poche betekent hier “het vak” of “de zak”. la is het bepaald lidwoord bij het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord poche; het zegt op zichzelf niet hoeveel vakken of voorwerpen er zijn. Voorbeeld: La poche est vide. — “Het vak is leeg.” avant specificeert in la poche avant welk vak bedoeld wordt: het voorvak. In deze woordgroep staat avant na poche en bepaalt het type of de positie van het vak. De volledige combinatie la poche avant moet daarom als “het voorvak” worden begrepen, niet als een losstaande bewering dat iets simpelweg “voorste” is. Samen vormen de delen Je vais + le garder + dans la poche avant de betekenis: “Ik ga het in het voorvak bewaren.” dans geeft de plaats aan waarin het voorwerp wordt bewaard, terwijl la poche avant die plaats specificeert. De zin beschrijft een voorgenomen handeling in de nabije toekomst.
Utilise la poche principale pour le trouver facilement.
Gebruik het hoofdvak, zodat je het makkelijk kunt vinden.
- Utilise
- gebruik
- la poche
- het vak
- principale
- hoofd-
- pour le trouver
- om het te vinden
- facilement
- gemakkelijk
Uitgebreide uitleg
Utilise is hier de gebiedende wijs van utiliser voor één aangesproken persoon: “gebruik”. De vorm richt zich rechtstreeks tot de aangesprokene. In een beleefde of meervoudige aansporing staat bijvoorbeeld Utilisez. la poche betekent hier “het vak”. Poche is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; la is het daarbij passende bepaalde lidwoord. In de vorige zin staat dezelfde woordgroep in la poche avant, “het voorvak”. principale betekent hier “hoofd-” en beschrijft poche. Het bijvoeglijk naamwoord is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van principal; het stemt hier dus in geslacht en getal overeen met poche. De mannelijke enkelvoudsvorm is principal, bijvoorbeeld in le compartiment principal (“het hoofdcompartiment”). pour le trouver drukt het doel uit: pour + een infinitief betekent “om te …”. Trouver is de infinitief “vinden”. Le is hier een mannelijk enkelvoudig lijdend voornaamwoord met de betekenis “het”; het staat vóór de infinitief. De vorm le geeft de grammaticale vorm van het voornaamwoord aan, maar de zin benoemt niet zelfstandig welk voorwerp ermee wordt bedoeld. Een vergelijkbaar patroon is pour le comprendre, “om het te begrijpen”. facilement betekent “gemakkelijk” of “makkelijk”. Het is een bijwoord en beschrijft hier hoe het vinden gebeurt. Het is gevormd bij facile (“gemakkelijk”); als bijwoord verandert het niet mee met onderwerp of object. Samen vormt Utilise la poche principale de aansporing “Gebruik het hoofdvak”. Pour le trouver geeft het doel daarvan aan: “om het te vinden”, en facilement voegt toe dat dit gemakkelijk gebeurt. De volledige betekenis is daarom: “Gebruik het hoofdvak, zodat je het makkelijk kunt vinden.”
Grammatica
Impératif + pronom objet : mets-le
Regarde sous ton sac. Mets-le dans le sac à dos.
Ruh-gard soe tong sak. Mèh-luh dang luh sak aa doo.Kijk onder je tas. Stop het in de rugzak.
In het Frans staat het objectpronomen bij een bevestigende gebiedende wijs achter het werkwoord en wordt het met een koppelteken verbonden.
pour + infinitif
J'utilise la poche principale pour trouver mon carnet.
Zjuu-ti-lies la posj prèng-sie-pal poer troe-vee mong kar-nee.Ik gebruik het hoofdvak om mijn notitieboekje te vinden.
Na pour staat het werkwoord in de infinitief wanneer het doel wordt uitgedrukt: ‘om te …’.
Frans woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Mijn notitieboekje is weg.
Antwoord tonen
Mon carnet a disparu.Misschien ligt het op tafel.
Antwoord tonen
Il est peut-être sur la table.Ik heb daar al gekeken.
Antwoord tonen
J'ai déjà regardé là.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
tafel
Antwoord tonen
tablegekeken
Antwoord tonen
regardéal
Antwoord tonen
déjànotitieboekje