Een korte pauze | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a quiet break area, two adults choose a chair, get water, and rest for a short break..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Een korte pauze oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je suis fatigué.

zje swie fa-tie-gee Ik ben moe.
B

Faisons une courte pause.

fuh-zon uun koert pooz Laten we een korte pauze nemen.
A

Cette chaise est libre ?

set sjèz è liebr Is deze stoel vrij?
B

Tu peux t'asseoir ici.

tuu puh ta-swaar ie-sie Je kunt hier zitten.
A

J'ai apporté un petit encas pour la pause.

zjee a-por-tee eun puh-tie an-ka poer la pooz Ik heb een kleine snack voor de pauze meegenomen.
B

Je vais chercher de l'eau.

zjeh vè sjèr-sjee duh loo Ik ga wat water halen.
A

C'est calme ici.

sè kalm ie-sie Het is hier rustig.
B

Alors, nous pouvons nous reposer ici un peu.

a-lor, noe poe-von noe ruh-poo-zee ie-sie uhn puh Dan kunnen we hier even rusten.

Woord voor woord

Je Je betekent hier ‘ik’ in Je suis fatigué. Het is het onderwerp van de zin en staat vóór de werkwoordsvorm suis. Gebruik Je ook vóór een werkwoord wanneer je over jezelf spreekt.
suis suis betekent hier ‘ben’ in Je suis fatigué. Dit is de vorm van être die bij Je hoort. Een veelgebruikt patroon is Je suis + een beschrijving, zoals Je suis fatigué.
fatigué fatigué betekent hier ‘moe’ en beschrijft de toestand van de spreker in Je suis fatigué. Het staat na suis om te zeggen hoe iemand zich voelt. Je kunt hetzelfde patroon gebruiken met een andere betrouwbare beschrijving na Je suis.
Faisons Faisons betekent hier ‘laten we doen of nemen’ in Faisons une courte pause. Het is een uitnodiging aan de spreker en de aangesprokene samen. Gebruik Faisons + een zelfstandig naamwoord om samen een activiteit voor te stellen.
une une betekent hier ‘een’ in une courte pause. Het is het onbepaalde lidwoord vóór pause. Omdat pause vrouwelijk is, staat hier une; gebruik une vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
courte courte betekent hier ‘korte’ in une courte pause. Het beschrijft de pauze en staat vóór pause. De vorm courte past bij pause; gebruik een bijvoeglijk naamwoord op dezelfde plaats wanneer je een zelfstandig naamwoord beschrijft.
pause pause betekent hier ‘pauze’ in une courte pause. De volledige uitdrukking benoemt een korte rustperiode. Gebruik pause bijvoorbeeld in Faisons une courte pause om een korte onderbreking voor te stellen.
Cette Cette betekent hier ‘deze’ in Cette chaise est libre ? Het wijst een specifieke stoel aan. Gebruik Cette vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals chaise.
chaise chaise betekent hier ‘stoel’ in Cette chaise est libre ? Het is het voorwerp waarnaar de spreker vraagt. Gebruik chaise met een aanwijzend woord wanneer je naar een bepaalde stoel verwijst.
est est betekent hier ‘is’ in Cette chaise est libre ? Het verbindt chaise met de beschrijving libre. Dit is de vorm van être die bij deze zin past. Een bruikbaar patroon is zelfstandig naamwoord + est + beschrijving.
libre libre betekent hier ‘vrij’ of ‘beschikbaar’ in Cette chaise est libre ? Bij een stoel vraagt het of niemand erop zit en de stoel gebruikt kan worden. Gebruik est libre om naar de beschikbaarheid van iets te vragen of die te beschrijven.
Tu Tu betekent hier ‘jij’ in Tu peux t'asseoir ici. Het verwijst naar de persoon tegen wie de spreker praat. Gebruik Tu als onderwerp vóór een werkwoord wanneer je die persoon rechtstreeks aanspreekt.
peux peux betekent hier ‘kunt’ in Tu peux t'asseoir ici. Het is de vorm van pouvoir bij Tu en geeft mogelijkheid of toestemming aan. Een betrouwbaar patroon is Tu peux + een infinitief, zoals Tu peux t'asseoir.
t'asseoir t'asseoir betekent hier ‘gaan zitten’ in Tu peux t'asseoir ici. Samen met peux vormt het de mogelijkheid of toestemming om hier te zitten; t' is de verkorte vorm vóór een klinker. Gebruik Tu peux t'asseoir + plaats om iemand toestemming te geven ergens te gaan zitten.
ici ici betekent hier ‘hier’ in Tu peux t'asseoir ici. Het geeft de plaats aan waar iemand kan zitten. Gebruik ici om naar de plaats van de spreker of de aangewezen plek te verwijzen.
J'ai J'ai betekent hier ‘ik heb’ in J'ai apporté un petit encas pour la pause. Het vormt samen met apporté de mededeling dat de spreker iets heeft meegebracht. J'ai is de verkorte vorm van Je ai; gebruik J'ai vóór een voltooid deelwoord in dit soort mededelingen.
apporté apporté betekent hier ‘meegebracht’ in J'ai apporté un petit encas. Het zegt wat de spreker heeft meegebracht en staat samen met J'ai. De relatie met de basisvorm apporter is zeker: apporté is het voltooid deelwoord dat hier na J'ai staat.
un un betekent hier ‘een’ in un petit encas. Het is het onbepaalde lidwoord vóór encas. Gebruik un vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je één niet nader bepaald ding noemt.
petit petit betekent hier ‘klein’ in un petit encas. Het beschrijft de grootte van de snack en staat vóór encas. Gebruik petit vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je iets als klein beschrijft.
encas encas betekent hier ‘snack’ in un petit encas. Het gaat om iets kleins om tijdens de pauze te eten. Gebruik encas met un petit wanneer je één kleine snack noemt.
pour pour betekent hier ‘voor’ in pour la pause. Het geeft het doel of de gelegenheid van de snack aan: de snack is bedoeld voor de pauze. Gebruik pour + een zelfstandig naamwoord om te zeggen waarvoor iets bedoeld is.
la la betekent hier ‘de’ in la pause. Het verwijst naar de specifieke pauze die in deze situatie wordt besproken. Gebruik la vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer het om iets bepaalds gaat.
vais vais betekent hier ‘ga’ in Je vais chercher de l'eau. Het is de vorm van aller bij Je en staat vóór chercher om een voorgenomen handeling uit te drukken. Gebruik Je vais + een infinitief om te zeggen wat je gaat doen.
chercher chercher betekent hier ‘halen’ in Je vais chercher de l'eau. In deze zin gaat de spreker water halen. Gebruik Je vais chercher + een voorwerp om te zeggen dat je dat voorwerp gaat halen.
de de maakt hier samen met l'eau de hoeveelheid ‘wat water’ in de l'eau. Het is onderdeel van de uitdrukking voor een niet nader bepaalde hoeveelheid water, niet het Nederlandse voorzetsel ‘van’. Gebruik de vóór l'eau wanneer je naar wat water verwijst.
l'eau l'eau betekent hier ‘water’ in Je vais chercher de l'eau. De vorm is la vóór eau, verkort tot l' omdat eau met een klinker begint. Gebruik de l'eau na chercher wanneer je zegt dat je wat water gaat halen.
C'est C'est betekent hier ‘het is’ in C'est calme ici. Het introduceert de beschrijving van de plaats. C'est is de verkorte vorm van ce est; gebruik C'est + een beschrijving om iets of een situatie te typeren.
calme calme betekent hier ‘rustig’ in C'est calme ici. Het beschrijft de sfeer van de plaats waar de twee personen zijn. Gebruik C'est calme om te zeggen dat een situatie of plaats rustig is.
Alors Alors betekent hier ‘dan’ in Alors, nous pouvons nous reposer ici un peu. Het verbindt de rustige situatie met de conclusie om daar even te rusten. Gebruik Alors aan het begin van een zin wanneer je vanuit de vorige informatie een gevolg of voorstel geeft.
nous nous betekent hier ‘wij’ in nous pouvons nous reposer ici un peu. Het verwijst naar de spreker en de andere persoon samen. Gebruik nous als onderwerp vóór een werkwoord wanneer je over jezelf en iemand anders spreekt.
pouvons pouvons betekent hier ‘kunnen’ in nous pouvons nous reposer ici un peu. Het is de vorm van pouvoir bij nous en geeft hier de mogelijkheid aan om te rusten. Een bruikbaar patroon is nous pouvons + een infinitief.
reposer reposer betekent hier ‘rusten’ in nous reposer. Samen met nous na pouvons vormt het de handeling ‘even rusten’; het voornaamwoord nous hoort bij deze werkwoordelijke uitdrukking. Gebruik nous pouvons nous reposer om te zeggen dat jullie samen kunnen rusten.
peu peu betekent hier ‘beetje’ in un peu. De volledige uitdrukking un peu betekent in deze zin dat ze korte tijd rusten. Gebruik un peu na een werkwoord om een kleine hoeveelheid of beperkte duur aan te geven.

Grammatica

Faisons + ...

Faisons une courte pause.

fuh-zon uun koert pooz

Laten we een korte pauze houden.

De nous-vorm van faire kan als voorstel worden gebruikt: ‘Laten we ... doen.’

pouvoir + infinitif

Tu peux t'asseoir.

tuu puh ta-swaar

Je kunt gaan zitten.

Na peux volgt een infinitief. Bij een wederkerend werkwoord staat het voornaamwoord ervoor: peux t'asseoir.

Frans woordenschat

apporter werkwoord
a-por-tee meebrengen apporté

J'ai apporté un petit encas pour la pause.

chaise zelfstandig naamwoord
sjèz stoel

Cette chaise est libre ?

chercher werkwoord
sjèr-sjee halen

Je vais chercher de l'eau.

court bijvoeglijk naamwoord
koer kort courte

une courte pause

encas zelfstandig naamwoord
an-ka tussendoortje

un petit encas

faire werkwoord
fèhr doen Faisons

Faisons une courte pause.

fatigué bijvoeglijk naamwoord
fa-tie-gee moe

Je suis fatigué.

libre bijvoeglijk naamwoord
liebr vrij

Cette chaise est libre ?

pause zelfstandig naamwoord
pooz pauze

une courte pause

petit bijvoeglijk naamwoord
puh-tie klein

un petit encas

pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen peux

Tu peux t'asseoir ici.

s'asseoir werkwoord
sa-swaar gaan zitten t'asseoir

Tu peux t'asseoir ici.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ben moe.

Antwoord tonenJe suis fatigué.

Laten we een korte pauze nemen.

Antwoord tonenFaisons une courte pause.

Is deze stoel vrij?

Antwoord tonenCette chaise est libre ?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

meebrengen

Antwoord tonenapporté

kort

Antwoord tonencourte

doen

Antwoord tonenFaisons

kunnen

Antwoord tonenpeux