Een korte pauze | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a workplace break room, two adults sit on a sofa, stretch, and plan to get coffee..

NL → FR / Niveau: A1

Over deze les

Met Een korte pauze oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai besoin d'une courte pause.

zjee be-zwẽ duun koer(t) pooz Ik heb een korte pauze nodig.
B

Asseyons-nous sur le canapé.

a-sè-jõ-noe suur luh ka-na-pee Laten we op de bank gaan zitten.
A

Je peux avoir un peu de café ?

zjuh puh avwaar ẽ puh duh ka-fee? Kan ik wat koffie krijgen?
B

Il y a du café dans la cuisine.

iel ja duu ka-fee dã la kwi-zien Er is koffie in de keuken.
A

Je vais en chercher après m'être un peu étiré.

zjuh vè ã sjèr-sjee a-prè mètr ẽ puh ee-tie-ree Ik haal wat nadat ik me een beetje heb uitgerekt.
B

S'étirer aide quand tu es fatigué.

see-tie-ree èd kã tuu è fa-tie-gee Rekken helpt als je moe bent.
A

Cette pièce est calme.

sèt pjes è kalm Deze kamer is rustig.
B

Nous pouvons nous reposer ici pendant un moment.

noe poe-võ noe ruh-poo-zee ie-sie pã-dã ẽ mo-mã We kunnen hier een tijdje rusten.

Woord voor woord

J'ai J'ai betekent hier ‘ik heb nodig’ in J'ai besoin d'une courte pause. Het is de vorm van avoir met je en staat voor de uitdrukking waarmee je een behoefte uitdrukt.
besoin Besoin betekent hier ‘behoefte’ of ‘nodig hebben’ in J'ai besoin d'une courte pause. Het woord staat in deze vaste constructie vóór datgene wat nodig is.
d'une D'une betekent hier ‘aan een’ of ‘van een’ en verbindt besoin met d'une courte pause. Na deze vorm volgt het zelfstandig naamwoord met zijn beschrijving.
courte Courte betekent hier ‘korte’ en beschrijft pause in d'une courte pause. Het staat in deze zin vóór het zelfstandig naamwoord.
pause Pause betekent hier ‘pauze’ in d'une courte pause. Je gebruikt het voor een onderbreking van werk of een andere activiteit, zoals in deze werksituatie.
Asseyons Asseyons betekent hier ‘laten we gaan zitten’ en is samen met nous onderdeel van Asseyons-nous sur le canapé. De vorm wordt gebruikt om een voorstel of uitnodiging aan de groep te doen.
nous Nous betekent in Asseyons-nous ‘onszelf’ en maakt van de zin een uitnodiging om samen te gaan zitten. In Nous pouvons nous reposer betekent Nous ‘wij’ als onderwerp.
sur Sur betekent hier ‘op’ en geeft in Asseyons-nous sur le canapé aan waar de spreker wil zitten. Het wordt hier gevolgd door de plaats le canapé.
le Le betekent hier ‘de’ in le canapé. Het staat vóór een specifiek zelfstandig naamwoord en maakt samen met canapé de genoemde zitplaats aanwijsbaar.
canapé Canapé betekent ‘bank’ of ‘sofa’ in le canapé. In deze dialoog is het de plaats waarop de twee personen willen gaan zitten.
Je Je betekent ‘ik’ in Je peux avoir un peu de café en Je vais en chercher. Het staat vóór de werkwoordsvorm om de spreker als onderwerp aan te geven.
peux Peux betekent hier ‘kan’ in Je peux avoir un peu de café? De vorm staat vóór het infinitief avoir en maakt een vraag naar mogelijkheid of toestemming.
avoir Avoir betekent hier ‘krijgen’ of ‘hebben’ in Je peux avoir un peu de café? Het volgt op peux als infinitief en verwijst hier naar het verkrijgen van koffie.
un Un is hier onderdeel van de hoeveelheidsuitdrukking un peu de café en draagt bij aan de betekenis ‘een kleine hoeveelheid’. In deze uitdrukking staat het vóór peu.
peu Peu betekent hier ‘weinig’ of ‘een kleine hoeveelheid’ in un peu de café. Samen met un en de geeft het de hoeveelheid van de koffie aan.
de De verbindt in un peu de café de hoeveelheidsuitdrukking met de stof waarvan een kleine hoeveelheid wordt bedoeld. Na de staat hier café.
café Café betekent ‘koffie’ in un peu de café en du café. Het verwijst hier naar de drank die de spreker wil krijgen en die in de keuken aanwezig is.
Il Il is hier geen zelfstandig ‘hij’, maar onderdeel van de aanwezigheidsuitdrukking Il y a du café dans la cuisine. Met y a wordt aangegeven dat iets ergens is.
y Y betekent hier ‘daar’ als onderdeel van Il y a du café dans la cuisine. De vorm verwijst in deze vaste uitdrukking niet naar een afzonderlijke persoon, maar helpt aanwezigheid uit te drukken.
a A is hier de werkwoordsvorm binnen Il y a en helpt zeggen dat er iets aanwezig is. In Il y a du café dans la cuisine wordt zo meegedeeld dat er koffie in de keuken is.
du Du geeft hier een niet nader bepaalde hoeveelheid koffie aan in Il y a du café dans la cuisine. Het staat direct vóór de stofnaam café.
dans Dans betekent hier ‘in’ en geeft in Il y a du café dans la cuisine de plaats aan. Het wordt gevolgd door la cuisine, de ruimte waarin de koffie is.
la La betekent hier ‘de’ in la cuisine. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord om naar de genoemde keuken te verwijzen.
cuisine Cuisine betekent ‘keuken’ in la cuisine. In de dialoog is dit de plaats waar de koffie staat.
vais Vais betekent hier ‘ga’ in Je vais en chercher en drukt uit wat de spreker van plan is te doen. Het staat vóór en chercher om de voorgenomen handeling aan te geven.
en En verwijst hier naar een hoeveelheid koffie die al genoemd is in Je vais en chercher. Het staat vóór chercher en voorkomt dat café opnieuw wordt herhaald.
chercher Chercher betekent hier ‘halen’ of ‘gaan halen’ in Je vais en chercher. Het staat als infinitief na vais en verwijst naar het ophalen van de koffie.
après Après betekent hier ‘nadat’ in après m'être un peu étiré. Het geeft aan dat het halen van de koffie later gebeurt dan het rekken.
m'être M'être betekent hier ‘me te hebben’ in après m'être un peu étiré. De vorm maakt duidelijk dat de spreker zelf eerst de genoemde handeling uitvoert.
étiré Étiré betekent hier ‘uitgerekt’ in m'être un peu étiré. Het beschrijft het rekken als een handeling die vóór het halen van de koffie is afgerond.
S'étirer S'étirer betekent hier ‘rekken’ of ‘zich uitrekken’ in S'étirer aide quand tu es fatigué. Als infinitief is het de handeling die volgens de zin helpt bij vermoeidheid.
aide Aide betekent hier ‘helpt’ in S'étirer aide quand tu es fatigué. Het werkwoord zegt wat rekken doet wanneer iemand moe is.
quand Quand betekent hier ‘wanneer’ of ‘als’ in quand tu es fatigué. Het leidt de situatie in waarin rekken helpt.
tu Tu betekent ‘je’ of ‘jij’ in tu es fatigué. Het verwijst naar de persoon tegen wie de spreker rechtstreeks praat.
es Es betekent hier ‘bent’ in tu es fatigué. Het is de vorm van être die bij tu hoort en verbindt de persoon met de toestand fatigué.
fatigué Fatigué betekent ‘moe’ in tu es fatigué. Het beschrijft de toestand van de aangesproken persoon na être.
Cette Cette betekent hier ‘deze’ in Cette pièce est calme. Het staat vóór pièce en wijst de kamer aan waarin de twee personen zich bevinden.
pièce Pièce betekent hier ‘kamer’ in Cette pièce est calme. Het woord verwijst naar de ruimte die in de dialoog als rustig wordt beschreven.
est Est betekent ‘is’ in Cette pièce est calme. Het verbindt pièce met de beschrijving calme.
calme Calme betekent hier ‘rustig’ in Cette pièce est calme. Het beschrijft de sfeer of toestand van de kamer.
pouvons Pouvons betekent hier ‘kunnen’ in Nous pouvons nous reposer ici pendant un moment. Het staat bij Nous en vóór de infinitiefgroep nous reposer.
reposer Reposer betekent hier ‘rusten’ als onderdeel van nous reposer. Het woord krijgt in deze zin samen met nous de betekenis dat de sprekers zelf rusten.
ici Ici betekent ‘hier’ in Nous pouvons nous reposer ici pendant un moment. Het verwijst naar de rustige kamer waarin de sprekers zich bevinden.
pendant Pendant betekent hier ‘gedurende’ of ‘voor’ in pendant un moment. Het leidt de tijdsduur van het rusten in.
moment Moment betekent hier ‘moment’ of ‘een tijdje’ in pendant un moment. Samen met pendant geeft het aan dat de rustperiode kort en tijdelijk is.

Grammatica

avoir besoin de + nom

J'ai besoin d'une courte pause.

zjee be-zwẽ duun koert pooz

Ik heb een korte pauze nodig.

Na avoir besoin gebruik je de; vóór een klinker wordt de d'.

Asseyons-nous + lieu

Asseyons-nous sur le canapé.

a-sè-jõ-noe suur luh ka-na-pee

Laten we op de bank gaan zitten.

Bij de bevestigende imperatief staat het wederkerend voornaamwoord achter het werkwoord.

Frans woordenschat

avoir werkwoord
avwaar hebben
avoir besoin de uitdrukking
avwaar be-zwẽ duh nodig hebben J'ai besoin d'une
café zelfstandig naamwoord
ka-fee koffie
canapé zelfstandig naamwoord
ka-na-pee bank
court bijvoeglijk naamwoord
koer kort courte
cuisine zelfstandig naamwoord
kwi-zien keuken
pause zelfstandig naamwoord
pooz pauze
pouvoir werkwoord
poe-vwaar kunnen peux
s'asseoir werkwoord
sa-swaar gaan zitten Asseyons-nous
sur voorzetsel
suur op
un peu de uitdrukking
ẽ puh duh een beetje
y avoir uitdrukking
ja-vwaar er zijn Il y a

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb een korte pauze nodig.

Antwoord tonenJ'ai besoin d'une courte pause.

Laten we op de bank gaan zitten.

Antwoord tonenAsseyons-nous sur le canapé.

Rekken helpt als je moe bent.

Antwoord tonenS'étirer aide quand tu es fatigué.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

pauze

Antwoord tonenpause

hebben

Antwoord tonenavoir

kunnen

Antwoord tonenpeux

kort

Antwoord tonencourte